ECLI:NL:RBZWB:2026:9816

ECLI:NL:RBZWB:2026:9816

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-10-2026
Datum publicatie 09-10-2026
Zaaknummer 02-105375-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verdachte heeft zich gedurende elf maanden schuldig gemaakt aan belaging van aangeefster en haar in die periode bedreigd met de dood. Verdachte heeft aangeefster niet alleen telefonisch - direct en indirect - lastig gevallen, maar ook haar werkplek en woonadres te bezocht. Oplegging van een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 124 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast zal aan verdachte een maatregel worden opgelegd op grond van artikel 38v Sr, namelijk een contactverbod met aangeefster voor de duur van twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-105375-26

Vonnis van de meervoudige kamer van 9 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1999 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] ,

raadsvrouw mr. L.M. Scherphof, advocaat te Borne.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. I.M. Peters en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) van 3 mei 2025 tot en met 9 april 2026 heeft gestalkt (feit 1) en op 25 oktober 2025 heeft bedreigd (feit 2).

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte van 3 mei 2025 tot zijn aanhouding op 9 april 2025 [slachtoffer] heeft gestalkt en haar op 25 oktober 2025 heeft bedreigd.

Het standpunt van de verdediging

Voor feit 1 heeft de verdediging partiële vrijspraak bepleit voor de ten laste gelegde pleegperiode van 3 mei 2025 tot 17 januari 2026 en na 3 april 2026. Pas vanaf het stopgesprek op 17 januari 2026 was voor verdachte duidelijk dat aangeefster geen contact meer met hem wilde en op 3 april 2026 zou hij de laatste keer contact met haar hebben gezocht. Daarnaast kunnen niet alle anonieme telefoontjes en voor berichten gebruikte telefoonnummers aan verdachte worden gekoppeld. Tot slot blijkt uit het dossier ook niet dat verdachte wel twintig keer bij het werk en/of de woning van aangeefster is geweest, zoals zij verklaart. Voor feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht. Voor feit 1 zullen dan de bewijsmiddelen worden uitgewerkt. Voor feit 2 zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1: belaging

De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de verklaring van aangeefster, dat zij op

3 mei 2025 in de McDonalds aan het Piusplein in Tilburg tegen verdachte heeft gezegd dat hij haar met rust moet laten. Uit het dossier blijkt niet dat er daarna nog signalen van aangeefster zijn geweest dat zij wel weer contact met verdachte wilde. Het eerste deel van het partiële bewijsverweer van de verdediging wordt dan ook verworpen. Wel is de rechtbank met de verdediging van oordeel dat 3 april 2026 als einddatum van de pleegperiode moet worden aangemerkt. Dat is de laatste dag dat verdachte contact met aangeefster heeft gezocht voor zijn aanhouding op 9 april 2026. Tot slot is de precieze frequentie van de ten laste gelegde telefonische contacten en bezoeken aan het werk- en woonadres van aangeefster niet van belang. Dat het meermalen is gebeurd kan sowieso wettig en overtuigend bewezen worden. Voor de telefoontjes neemt de rechtbank daarbij de anonieme telefoontjes mee waarbij de stem van de beller is herkend als die van verdachte.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich in de periode van 3 mei 2025 tot en met 3 april 2026 schuldig heeft gemaakt aan belaging, zoals hierna onder 4.4. wordt weergegeven.

Feit 2: bedreiging

Nu de ten laste gelegde bedreiging door verdachte is bekend en er geen vrijspraak is bepleit, zal dit feit zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 3 mei 2025 tot en met 3 april 2026 in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door:

- meermaals WhatsApp berichten aan die [slachtoffer] te versturen en die [slachtoffer] meermaals (via derden) te bellen en

- meermaals te proberen om via familieleden en de werkgever/collega’s van die [slachtoffer] contact met haar te krijgen en

- meerdere briefjes, gericht aan die [slachtoffer] , te schrijven en die briefjes vervolgens aan de broer van die [slachtoffer] te geven en

- meermaals langs het werkadres van die [slachtoffer] te rijden en te gaan en

- ( vanuit het werkadres van die [slachtoffer] ) die [slachtoffer] te volgen naar haar woning en

- zich meermaals naar de woning van de [slachtoffer] te begeven en zich aldaar (zonder redelijk doel) op te houden,

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen en/of niet te doen en/of te dulden;

2.

hij op 25 oktober 2025 te [plaats] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: ‘ik maak je af en dan steek ik jou met een mes’.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van acht maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Zij vordert tevens oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) voor de duur van drie jaar, inhoudende een contactverbod met aangeefster. De officier vordert dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan twee weken hechtenis worden toegepast, met een maximum van zes maanden. Daarnaast verzoekt de officier van justitie deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt aan verdachte geen straf op te leggen die hoger is dan het voorarrest. Verdachte is niet eerder voor een soortgelijk feit veroordeeld en artikel 63 Sr is van toepassing. Voor een maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr en dadelijke uitvoerbaarheid bestaat geen noodzaak. Er is al een half jaar geen contact geweest met aangeefster; er is geen risico op herhaling.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en de ernst van de feiten

De ruim zeven jaar oudere verdachte heeft de toen achttien-/negentienjarige aangeefster gedurende elf maanden belaagd. Niet alleen telefonisch heeft hij haar direct en indirect lastig gevallen, maar ook door haar werkplek en woonadres te bezoeken. Bovendien heeft verdachte in die periode, op 25 oktober 2025, aangeefster met de dood bedreigd. Zelfs een stopgesprek door de politie op 17 januari 2026 maakte geen indruk op hem. Integendeel, hij heeft toen tegen de politie gezegd dat zij zich daar niet mee moeten bemoeien en is doorgegaan met de belaging.

Er is sprake geweest van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Volgens de verklaringen van aangeefster bij de politie en haar schriftelijke slachtofferverklaring heeft het gedrag van verdachte bij haar gezorgd voor voortdurende gevoelens van angst en onveiligheid. Dat is helemaal begrijpelijk, nu de familie van verdachte ook nog eens hun zorgen over verdachte met aangeefster heeft gedeeld en heeft gezegd dat zij goed voor haar eigen veiligheid moest zorgen. De onvoorspelbaarheid van wanneer verdachte weer zou bellen of in haar omgeving zou opduiken, maakte dat aangeefster altijd op haar hoede moest zijn. Volgens haar schriftelijke slachtofferverklaring is zij dat nog steeds. Zij wil dan ook geen schadevergoeding voor wat verdachte haar heeft aangedaan. Het enige wat zij wil, is dat verdachte haar met rust zal laten.

Gelet op de ernst van de belaging is de rechtbank van oordeel dat in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Vervolgens kijkt de rechtbank naar de persoon van verdachte en zijn omstandigheden.

De persoon van verdachte en zijn omstandigheden

Verdachte heeft volgens zijn raadsvrouw veel (mentale) problemen en tijdens zijn detentie ook op de psychiatrische afdelingen van de Penitentiaire Inrichting verbleven. Hij is niet op de zitting verschenen, omdat hij in het buitenland (Egypte) verblijft om tot rust te komen.

De rechtbank stelt vervolgens vast dat verdachte op 16 januari van dit jaar nog onherroepelijk is veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk, voor huiselijk geweld, gepleegd op 16 december 2025. Dat past bij de waarschuwingen van zijn familie aan aangeefster. Bovendien is verdachte doorgegaan met de belaging, ook terwijl zijn proeftijd van die veroordeling al liep. Ook een voorwaardelijk taakstraf heeft blijkbaar onvoldoende indruk gemaakt om verdachte te doen stoppen. Verontrustend zijn daarnaast de reclasseringsrapporten van 11 juni en 1 september 2026. Daarin staat dat er risicofactoren zijn op het gebied van psychosociaal functioneren en houding. Er is geen sprake van probleeminzicht, verdachte heeft geen zinvolle dagbesteding, er is geen steunend netwerk aanwezig en verdachte wil niet meewerken aan bijzondere voorwaarden of enig psychologisch onderzoek. Omdat er daarnaast nauwelijks tot geen sprake is van beschermende factoren schat de reclassering in het rapport van 11 juni 2026 het risico op recidive en het risico op letsel in als hoog.

Conclusie Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 180 dagen passend en geboden is, waarvan 124 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een maatregel opleggen op grond van artikel 38v Wetboek van Strafrecht (Sr), namelijk een contactverbod met aangeefster voor de duur van twee jaar. Aansluitend op zijn invrijheidstelling op 17 juni 2026 is verdachte op 19 juni 2026 een gedragsaanwijzing van het Openbaar Ministerie met dezelfde strekking uitgereikt. Niet is gebleken dat verdachte zich sindsdien nog belastend heeft gedragen richting aangeefster. De inperkende werking van de gedragsaanwijzing zal worden overgenomen door het contactverbod op grond van 38v Sr. De rechtbank beveelt daarbij dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van zeven dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden. Van deze maatregel zal de rechtbank de dadelijke uitvoerbaarheid bevelen. Gelet op het hoge recidivegevaar moet er namelijk ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte zich opnieuw belastend zal gedragen tegen aangeefster.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 57, 63, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: belaging

feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 124 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Maatregel

- legt op de maatregel van artikel 38v Sr. inhoudende dat verdachte voor de duur van twee jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2007;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt zeven dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer] .

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter,

en mrs. M.E.I. Beudeker en H. Faouzi, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.T.C.J.M. de Jongh, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 oktober 2026.

De oudste en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1.

hij in of omstreeks de periode van 3 mei 2025 tot en met 9 april 2026 te [plaats] ,

althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door:

- meermaals WhatsApp berichten aan die [slachtoffer] te versturen en/of die [slachtoffer] meermaals (via derden) te bellen, en/of

- meermaals te proberen om via familieleden en/of de werkgever/collega’s van die [slachtoffer] , althans via derden, contact met haar te krijgen, en/of

- een of meerdere briefjes, gericht aan die [slachtoffer] , te schrijven en/of die briefjes (vervolgens) aan de broer van die [slachtoffer] te geven, en/of

- meermaals langs het werkadres van die [slachtoffer] te rijden en/of te gaan, en/of

- ( vanuit het werkadres van die [slachtoffer] ) die [slachtoffer] te volgen naar haar woning, en/of

- zich meermaals naar de woning van de [slachtoffer] te begeven en/of zich aldaar (zonder redelijk doel) op te houden,

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2.

hij op of omstreeks 25 oktober 2025 te [plaats] , althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: ‘ik maak je af en dan steek ik jou met een mes’, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand