RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 10931647 \ CV EXPL 24-581
Vonnis van 30 september 2026
in de zaak van
[eisende partij] ,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. M. Goedhart,
tegen
de besloten vennootschap [gedaagde partij] B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
gemachtigde: SRM Rechtsbijstand.
1. De zaak in het kort
Partijen zijn bij tussenvonnis van 5 augustus 2026 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om een deskundige te benoemen. De kantonrechter benoemt in dit vonnis de voorgestelde deskundige om te beoordelen of klachten duiden op een gebrek aan de distributieketting bij een Audi ten tijde van de aflevering van die auto.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 5 augustus 2026 en de daarin genoemde processtukken;
- de aktes van partijen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De verdere beoordeling
Volhard wordt bij hetgeen is overwogen en beslist in voormeld tussenvonnis, voor zover thans nog relevant.
Partijen zijn bij tussenvonnis van 5 augustus 2026 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het in dat tussenvonnis uitgesproken voornemen om de heer [deskundige] van [bedrijf] tot deskundige te benoemen en de omvang van het te storten voorschot.
Beide partijen hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
[eisende partij] heeft bij akte aangegeven dat hij de heer [deskundige] zeer geschikt acht voor het verrichten van het onderzoek, dat hij instemt met benoeming van de heer [deskundige] als deskundige en zich kan vinden in het begrote voorschot.
[gedaagde partij] heeft bij akte aangegeven dat zij akkoord is met benoeming van de heer [deskundige] als deskundige. Daarnaast heeft [gedaagde partij] aangegeven dat zij zich aansluit bij het door de heer [deskundige] begrote voorschot.
Gezien het voorgaande zal de kantonrechter de door hem voorgestelde persoon tot deskundige benoemen en deze gelasten onderzoek te doen en daarbij de in het dictum te vermelden vragen te beantwoorden. Het voorschot op de kosten van de deskundige zal, zoals onder 5.8 van het tussenvonnis van 28 augustus 2024 is overwogen, door [eisende partij] moeten worden betaald.
De kantonrechter overweegt dat de kosten van het onderzoek uiteindelijk zullen komen ten laste van de partij die (behoudens eventuele compensatie van kosten) naar de bij eindvonnis uit te spreken beslissing deze kosten behoort te dragen;
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4. De beslissing
De kantonrechter
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:
Is periodieke vervanging van een distributieketting bij een Audi, zoals de auto in deze zaak met het motortype 2.0 TFSI en het bouwjaar 2013, noodzakelijk en zo ja, met welke onderhoudsintervallen (bij welk aantal gereden kilometers en/of als gekeken moet worden naar een verstreken periode na hoeveel maanden)?
[eisende partij] heeft in juli, september en oktober 2022 bij [gedaagde partij] de volgende klachten gemeld: De motor maakt stationair veel lawaai, trilt en maakt een ratelend geluid. Daarbij maakt de auto veel toeren (met name als ik vanuit stilstand achteruit rijd)” en lijkt het alsof er sprake is van krachtverlies wat met name opvalt als er een (kleine) verhoging in het wegdek zit. In welke mate duiden deze klachten (duidelijk) op een (latent aanwezige) uitgerekte distributieketting ten tijde van de melding van de klachten en ten tijde van aflevering van de Audi op 13 juni 2022? In welke mate is ook te verwachten dat deze klachten leiden tot een uitgerekte distributieketting?
Bent u bekend met problemen van distributiekettingen van Audi’s met het type Audi 2.0 TFSI uit 2013? Zo ja, wat houden die dan precies in?
In hoeverre moet je er bij een Audi A6 Avant, bouwjaar 2013, met kilometerstand 154.435, rekening mee houden dat de distributieketting binnen één jaar en drie maanden uitgerekt is?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de kantonrechter in deze zaak volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
benoemt tot deskundige:
de heer [deskundige] van [bedrijf] , [adres].
het voorschot
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 3.496,90 inclusief btw inclusief btw,
bepaalt dat [eisende partij] het voorschot dient te voldoen en wel binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
bepaalt dat [eisende partij] (betalende partij) het procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
wijst de deskundige er op dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud in te leveren ter griffie van de rechtbank met een gespecificeerde declaratie,
wijst de deskundige er op dat:
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 31 maart 2027,
draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken
of
- na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eisende partij] op een termijn van vier weken,
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.