RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Wrakingskamer
Locatie Breda
zaaknummer C/02/448693 HA RK 26-104
beslissing van 19 juni 2026 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van het
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:
[verzoekster],
verder ook te noemen verzoekster.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
2. Het verzoek
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Hermans, hierna te noemen de rechter, in haar hoedanigheid als rechter die de zaak met nummer C/02/441063/ HA RK 25-240 behandelt.
De rechter berust niet in het wrakingsverzoek.
3. De gronden van het verzoek
Verzoekster voert op 26 mei 2026 aan dat niet is beslist op het wrakingsverzoek dat op
15 mei 2026 per e-mailbericht is ingediend en dat ook aanvullende gronden bevatte ten opzichte van de al eerder aangevoerde gronden ter zitting op 4 mei 2026 door de heer [verzoeker], naar aanleiding van het opgemaakte proces-verbaal van de zitting op 4 mei 2026. De wrakingskamer begrijpt het wrakingsverzoek van verzoekster zo dat zij zich aansluit bij het door de heer [verzoeker] op 4 mei 2026 gedane wrakingsverzoek en dat zij als aanvullende gronden aanvoert dat uitspraken die door de rechter tijdens de zitting zijn gedaan blijk geven van de schijn van vooringenomenheid omdat zij daardoor het standpunt van de wederpartij in de hoofdzaak lijkt te volgen.
4. De beoordeling
Op grond van artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Uit het proces-verbaal van 4 mei 2026 volgt dat verzoekster geen wrakingsverzoek heeft gedaan ter zitting en dat verzoek toen alleen door de heer [verzoeker] is gedaan. Verzoekster heeft voor het eerst een wrakingsverzoek gedaan bij e-mailbericht van 15 mei 2026. De wrakingskamer begrijpt haar verzoek zo, dat zij de rechter op dezelfde gronden wraakt als door de heer [verzoeker] op de zitting van 4 mei 2026 is gedaan. Verzoekster heeft haar wrakingsverzoek dus te laat ingediend. Zij had dat verzoek tijdens of kort na de zitting moeten doen, omdat deze gronden voor wraking zien op feiten en omstandigheden die haar ten tijde van de zitting al bekend waren.
Dit leidt tot de conclusie dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en dat de wrakingskamer afziet van een mondelinge behandeling van het verzoek, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
Wrakingsverbod
Aangezien door verzoekster in korte tijd meerdere wrakingsverzoeken zijn gedaan in de zaak (zie de beslissing van de wrakingskamer van 19 juni 2026 met zaaknummer C/02/448599 HA RK 26-100) en door verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd, stelt de wrakingskamer vast dat verzoekster misbruik heeft gemaakt van het instrument tot wraking. De wrakingskamer ziet daarom aanleiding met toepassing van artikel 39, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering om te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in deze hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen.
5. De beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekster in haar verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk,
bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer C/02/441063 / HA RK 25-240 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek,
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek tot wraking in het kader van de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen.
Deze beslissing is gegeven op 19 juni 2026 door mr. Peters, mr. Kool en
mr. Leppens, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van
mr. Rockx, griffier. Omdat de voorzitter is verhinderd om te tekenen, is deze beslissing ondertekend door mr. Leppens. De beslissing wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.