RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11908912 \ CV EXPL 25-3325
Vonnis van 26 augustus 2026
in de zaak van
DE BUITENLANDSE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON STAD ANTWERPEN,
te Antwerpen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Stad Antwerpen,
gemachtigde: Modero Nederland B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 augustus 2025 met producties 1 t/m 3; - het mondeling antwoord;- de conclusie van repliek met producties 4 t/m 7;- de mondelinge toelichting van [gedaagde] met twee USB-sticks;- de akte van Stad Antwerpen met productie 8.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Op 27 november 2015 heeft het Vlaams Parlement een Decreet betreffende Lage-emissiezones aangenomen (C-2015/36551). Hierin zijn diverse bepalingen gewijzigd bij Decreet van 3 mei 2019 (C-2019/41146) (hierna: het Decreet).
Op 26 februari 2017 heeft de Vlaamse Regering een Besluit betreffende Lage-emissiezones aangenomen (C-2016/35312) (hierna: het Besluit). In dit besluit zijn nadere definities opgenomen voor de bepaling van emissienormen van voertuigen.
Op 17 december 2018 heeft de gemeenteraad van Antwerpen een Besluit betreffende Retributiereglement debiteurenbeheer – Inningskosten niet fiscale vorderingen aangenomen (hierna: het Retributiereglement). Hierin zijn nadere bepalingen opgenomen voor de doorbelasting van kosten bij niet tijdige betaling van verschuldigde boetes.
Stad Antwerpen heeft op grond van het Decreet het Gemeentelijk reglement Lage-Emissiezone Antwerpen aangenomen met de doelstellingen ter vermindering van de uitstoot van vervuilende gassen. De laatste versie is op 1 juni 2021 in werking getreden (hierna: het Reglement).
[gedaagde] bevond zich op 12 september 2022 om 01.01 uur in de lage-emissiezone van Stad Antwerpen met een auto die niet voldeed aan de emissienormen. Hij was niet in het bezit van een LEZ-dagpas.
3. Het geschil
Stad Antwerpen vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 228,60 aan boete en kosten, te vermeerderen met de kosten van deze procedure.
Stad Antwerpen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft op 12 september 2022 een lage-emissiezone betreden met een voertuig dat niet voldeed aan de emissienormen, terwijl hij niet in het bezit was van een LEZ-dagpas (die hij tot en met de kalenderdag ná het betreden van de lage-emissiezone had kunnen aanschaffen). [gedaagde] heeft hiermee in strijd gehandeld met de geldende wetgeving en is daarom een administratieve geldboete verschuldigd, vermeerderd met kosten.
[gedaagde] voert verweer tegen de vordering. Stad Antwerpen heeft onterecht een boete aan hem opgelegd wegens het rijden in een lage-emissiezone. Het verkeersbord dat aankondigt dat de lage-emissiezone begint, werd ten tijde van de overtreding aan het zicht onttrokken door een ander verkeersbord met een pijl naar rechts, dat daar vanwege de uit te voeren wegwerkzaamheden was geplaatst. [gedaagde] vindt het onredelijk dat Stad Antwerpen zijn bezwaar niet meer in behandeling wilde nemen nadat hij voor het eerst op de hoogte was gesteld van de boete.
4. De beoordeling
rechtsmacht en toepasselijk recht
Deze zaak heeft een internationaal karakter. Daarom moet eerst beoordeeld worden of de kantonrechter bevoegd is om van deze zaak kennis te nemen.
Deze zaak is een administratiefrechtelijke zaak waarop de Brussel I bis-Verordening volgens artikel 1 van die verordening niet van toepassing is. Er is ook geen ander verdrag of andere verordening van toepassing. Het gaat hier om een administratieve boete waarvoor in België een administratiefrechtelijke procedure bestaat. De burgerlijke rechter kan in administratiefrechtelijke kwesties alleen dan bevoegdheid aannemen op grond van artikel 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) als de administratieve procedure onvoldoende bescherming biedt. De kantonrechter is er ambtshalve mee bekend dat binnen de administratieve procedure in België de beslissing van Stad Antwerpen tot het opleggen van de boete niet ter toetsing aan een rechter kan worden voorgelegd. In dat geval kan de burgerlijke rechter aanvullende rechtsbescherming bieden en is zij op dus op grond van artikel 2 Rv bevoegd van het geschil kennis te nemen. De Nederlandse rechter is bevoegd, aangezien [gedaagde] in Nederland woonachtig is.
Vervolgens is van belang welk recht op deze zaak van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. De Rome I-Verordening en Rome II-Verordening zijn op administratiefrechtelijke zaken niet van toepassing. Nu geen aanknopingspunten zijn aangevoerd dat de vordering moet worden gezien als een vordering uit overeenkomst of onrechtmatige daad, bevat ook het conflictenrecht in boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geen specifieke regel waaruit volgt welk recht van toepassing is op de onderhavige administratiefrechtelijke vordering. Er wordt dus geen toepasselijk recht aangewezen door een wettelijke regel. Uit artikel 10:8 BW volgt het uitgangspunt dat het met de betreffende rechtsverhouding sterkst verbonden recht van toepassing is. Omdat het gaat om een door een Belgische publiekrechtelijke rechtspersoon opgelegde boete naar Belgisch recht en naar aanleiding van feiten die in België hebben plaatsgevonden, is de vordering naar het oordeel van de kantonrechter het nauwst verbonden met het Belgische recht. Nu gelet op alle omstandigheden van het geval een nauwe band met het Belgische recht moet worden veronderstelt, komt de kantonrechter tot het oordeel dat Belgisch recht van toepassing is.
administratieve boete
[gedaagde] heeft in strijd gehandeld met de artikelen 2.1 t/m 2.3 van het Reglement door op 12 september 2022 met een auto die niet voldoet aan de emissienormen in een lage-emissiezone in Antwerpen te rijden, zonder in het bezit te zijn van een LEZ-dagpas. Daarom is hij op grond van artikel 7.2 van datzelfde Reglement in beginsel een administratieve boete van € 150,00 verschuldigd.
Het bezwaar van [gedaagde] was te laat en kan daarom niet inhoudelijk beoordeeld worden. De bezwaartermijn verstrijkt binnen dertig dagen na de dag van verzending van de kennisgeving van de boete. Stad Antwerpen hoeft naar Belgisch recht niet aan te tonen dat [gedaagde] de kennisgeving daadwerkelijk ontvangen heeft; het onderbouwen van de verzending daarvan is voldoende. Die onderbouwing heeft Stad Antwerpen gegeven in de vorm van het verzendbewijs van de aangetekende brief van 28 september 2022. Bij de kennisgeving was een formulier gevoegd voor het maken van bezwaar. [gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van die bezwaarmogelijkheid. Dit betekent dat de boete inmiddels onherroepelijk is geworden. De kantonrechter wijst de boete van € 150,00 daarom toe.
aanmaningskosten
Stad Antwerpen vordert op grond van artikel 3 van het Retributiereglement ook een vergoeding van € 20,00 voor het versturen van een tweede aanmaning. Deze vordering wordt afgewezen. [gedaagde] heeft namelijk weersproken dat hij meer dan één brief over de boete heeft ontvangen, terwijl Stad Antwerpen van de brief die na de kennisgeving zou zijn verzonden geen verzendbewijs heeft overgelegd. Daarmee heeft zij haar vordering voor wat betreft de aanmaningskosten onvoldoende onderbouwd.
invorderingskosten
De vordering tot betaling van de invorderingskosten van € 30,00 is gebaseerd op artikel 4 van het Retributiereglement. Hieruit volgt dat Stad Antwerpen de incasso- en administratiekosten die een derde partij aan haar in rekening heeft gebracht voor de grensoverschrijdende invordering van de verschuldigde boete mag verhalen op [gedaagde] . [gedaagde] heeft geen gemotiveerd verweer gevoerd tegen deze kosten. De kantonrechter wijst het bedrag van € 30,00 toe.
ingebrekestellingskosten
Stad Antwerpen heeft niet toegelicht op grond waarvan [gedaagde] € 28,60 aan ingebrekestellingskosten verschuldigd is. Omdat zij hiermee niet aan haar stelplicht heeft voldaan, zal deze vordering worden afgewezen.
conclusie
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] € 180,00 aan Stad Antwerpen moet betalen.
proceskosten
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stad Antwerpen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
107,50
(2,5 punten × € 43,00)
- nakosten
€
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
384,78
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Stad Antwerpen te betalen een bedrag van € 180,00,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 384,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.