beschikking op een verzoek tot machtiging
op verzoek van:
[verzoeker 1] ,
wonende te [woonadres 1] ,
en
[verzoeker 2] ,
wonende te [woonadres 2] ,
hierna te noemen: verzoekers,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
wonende te [woonadres 1] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
Het verzoek is mondeling behandeld op 14 juli 2026.
beoordeling
Uit de rekening en verantwoording over 2024 bleek dat verschillende uitgaven onvoldoende waren gespecificeerd. De griffie heeft hierover nadere vragen gesteld. Verzoekers hebben de uitgaven vervolgens toegelicht en een machtigingsverzoek ingediend, omdat deze bedragen de toegestane grens van € 2.000,- te boven gingen. Omdat onvoldoende duidelijk was welke kosten door betrokkene waren betaald en de bijgevoegde specificatie hierover onvoldoende duidelijkheid bood, is het verzoek ter zitting nader besproken.
Verzoekers hebben ter zitting verklaard dat zij samen met betrokkene verschillende uitgaven doen en daarbij niet altijd volledig overzicht hebben. Zij hebben toegelicht dat binnen de familie regelmatig kosten voor betrokkene worden betaald, of dat betrokkene juist kosten voor anderen draagt. Verzoekers hebben daarbij begrip getoond voor het feit dat deze uitgaven zorgvuldig moeten worden vastgelegd. De kantonrechter heeft toegelicht dat de rekening en verantwoording kan worden afgehandeld indien voor de rechtbank voldoende duidelijk is waaraan de betreffende bedragen zijn besteed. Ter zitting is daarom afgesproken dat verzoekers een nieuw machtigingsverzoek zullen indienen, waarin zij duidelijk aangeven welke kosten door betrokkene zijn betaald.
Verzoekers hebben vervolgens een nader machtigingsverzoek ingediend, waarin de besteding van de gelden is gespecificeerd. Zij verzoeken om achteraf machtiging voor:
een bedrag van € 1.266,- voor de telefoon van de broer van betrokkene;
een bedrag van € 233,- als cadeau voor de vader van betrokkene;
een bedrag van € 1.000,- als bijdrage aan een gouden armband als familiecadeau voor de zus van betrokkene ter gelegenheid van de geboorte van haar kind.
In totaal gaat het om een bedrag van € 2.499,-.
Gelet op de uitzonderlijke omstandigheden en het feit dat binnen de familie vaker kosten worden gedeeld en (ook forse) betalingen voor betrokkene door de ouders zijn gedaan (zoals een vakantie naar Turkije), overweegt de kantonrechter dat het verzoek in dit geval toewijsbaar is.
Wel merkt de kantonrechter op dat verzoekers er in de toekomst voor dienen te zorgen dat kosten die voor of door betrokkene worden gemaakt, duidelijk worden vastgelegd, zodat deze goed kunnen worden verantwoord in de rekening en verantwoording.
Daarnaast wijst de kantonrechter verzoekers erop dat zij voortaan tijdig, en dus voorafgaand aan de uitgave, een machtiging dienen te vragen voor elke schenking- ongeacht de hoogte daarvan. Voor cadeaus hoeft geen machtiging te worden gevraagd. Gelet op het vermogen van betrokkene gaat de kantonrechter ervan uit dat deze maximaal rond de 50 euro zullen bedragen (en uit het leefgeld van betrokkene zal worden voldaan).
Voor de volledigheid vermeldt de kantonrechter dat ook voor uitgaven boven de € 2.000,- ten behoeve van betrokkene (vooraf) machtiging van de kantonrechter dient te worden verzocht.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek toe.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.