ECLI:NL:RBZWB:2026:9272

ECLI:NL:RBZWB:2026:9272

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer C/02/452380 HA RK 26-184 (E)
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer

Locatie: Breda

Procedurenummer: C/02/452380 HA RK 26-184

beslissing van 22 september 2026 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht van:

[verzoeker] , verzoeker.

1. Procesverloop

Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:

 de processtukken zoals opgenomen in de procesdossiers van de 58 hoofdzaken met nummers BRE 23/2882 IW e.v.,

 het wrakingsverzoek met bijlagen van 13 september 2026,

 het e-mailbericht van de gewraakte rechter aan de wrakingskamer van 16 september 2026 waarin staat dat hij niet in de wraking berust;

 de reactie met bijlagen op het wrakingsverzoek van de gewraakte rechter van 17 september 2026.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt tot wraking van mr. Van Walderveen (hierna: de rechter), optredend als belastingrechter in de bovengenoemde hoofdzaken. Dit verzoek berust op de gronden zoals die door verzoeker uiteen zijn gezet in het wrakingsverzoek van 13 september 2026.

De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.

3. De gronden van het wrakingsverzoek

Verzoeker legt aan het wrakingsverzoek ten grondslag dat de rechter niet onafhankelijk en onpartijdig kan zijn omdat alle zaken waarin verzoeker optreedt als gemachtigde standaard aan deze rechter worden toebedeeld. Daarnaast legt verzoeker aan het wrakingsverzoek ten grondslag dat de rechter kennelijk partijdige uitspraken doet doordat daarin de jurisprudentie van de Hoge Raad wordt gevolgd, terwijl die jurisprudentie in strijd is met het Europese Unierecht.

4. Het standpunt van de rechter

De rechter wijst erop dat het verzoek er een is in een lange reeks afgewezen wrakingsverzoeken. De wrakingskamer heeft eerder geen gevolgen verbonden aan de omstandigheid dat de rechter alle zaken van verzoeker over bpm-belasting behandelt. Tijdens een zitting in een andere zaak op 10 september 2026 heeft de rechter uiteengezet waarom de door verzoeker aangehaalde recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie geen aanleiding is om de zaken aan te houden of om prejudiciële vragen te stellen. Een beweerdelijke verkeerde uitleg en toepassing van het Unierecht, welke de rechter betwist, vormt geen draagkrachtige motivering voor toewijzing van een wrakingsverzoek. Het is dan ook niet adequaat onderbouwd dat er sprake zou zijn van vooringenomenheid of partijdigheid.

5. De beoordeling

Beoordelingskader

Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

De wrakingskamer stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter geldt het uitgangspunt dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Alleen een uitzonderlijke omstandigheid kan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij een partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. De wrakingskamer moet daarom onderzoeken of de door verzoeker aangevoerde specifieke feiten en omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert, of dat de door verzoeker geuite vrees daarvoor – objectief – gerechtvaardigd is.

Beoordeling van de wrakingsgronden

Een dergelijke situatie doet zich naar het oordeel van de wrakingskamer in dit geval niet voor gelet op het volgende. In de uitspraak van de wrakingskamer van 29 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:681, in een eerdere wrakingszaak van verzoeker is al een oordeel gegeven over de argumenten die in dit wrakingsverzoek opnieuw worden gehanteerd. De wrakingskamer oordeelt ook in deze zaak dat de wrakingsgronden geen doel treffen en verwijst voor motivering daarvan naar deze eerdere uitspraak. De door verzoeker aangehaalde recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie is geen aanleiding voor een ander oordeel, omdat deze betrekking heeft op de inhoud van de hoofdzaken zodat dit geen zelfstandige reden kan zijn voor wraking.

De wrakingskamer zal gelet hierop het wrakingsverzoek afwijzen als kennelijk ongegrond. Om die reden laat de wrakingskamer de mondelinge behandeling van het verzoek achterwege overeenkomstig artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl, zie rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).

Wrakingsverbod

Met toepassing van artikel 8:18, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ziet de wrakingskamer aanleiding om te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker jegens de rechter in deze 58 hoofdzaken, alsmede in de hoofdzaken die op 15 oktober 2026 door de rechter op een zitting zullen worden behandeld, niet in behandeling worden genomen. Hiertoe is redengevend dat verzoeker dit wrakingsverzoek uitsluitend baseert op argumenten die recentelijk al kennelijk ongegrond zijn bevonden. Hieruit moet worden afgeleid dat verzoeker misbruik maakt van het instrument van wraking.

6. De beslissing

De wrakingskamer:

 wijst het verzoek tot wraking af;

 bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaken met nummers BRE 23/2882 IW e.v. zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek;

 bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker jegens de rechter in deze hoofdzaken en de hoofdzaken die op 15 oktober 2026 op een zitting worden behandeld niet in behandeling zal worden genomen.

Deze beslissing is genomen op 22 september 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Van de Sande en mr. Van Alphen, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. ing. Peters
  • mr. Van de Sande
  • mr. Van Alphen

Griffier

  • mr. Hamans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand