RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11941107 CV EXPL 25-23082
datum uitspraak: 9 oktober 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Avelber Beheer B.V.,
woonplaats: Bergschenhoek,
eiseres,
gedaagde in verzet,
gemachtigde: Velthoven De Koning Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [plaats] ,
gedaagde,
eiser in verzet,
gemachtigde: mr. B. Temeltasch.
Partijen worden hierna ‘Avelber Beheer’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 25 juli 2025, met bijlagen;
het verstekvonnis van deze rechtbank van 19 augustus 2025 met zaaknummer 11817474 CV EXPL 25-16481;
de verzetdagvaarding van 17 oktober 2025, met bijlagen;
de nadere productie van [gedaagde] van 9 september 2026.
Op 9 september 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [naam] namens de gemachtigde van Avelber Beheer en mr. I. Car namens de gemachtigde van [gedaagde] .
2. De beoordeling
Huurachterstand
Avelber Beheer stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een structurele betalingsachterstand. Ten tijde van de inleidende dagvaarding bedroeg deze € 2.159,57. Op de zitting van 9 september 2026 is gebleken dat de achterstand na tussentijdse betalingen en nieuwe vervallen huurtermijnen tot en met september 2026 € 1.453,83 bedraagt.
[gedaagde] heeft in de verzetdagvaarding gesteld dat hij de volledige achterstand inclusief kosten inmiddels heeft betaald. Het is aan [gedaagde] om dit verweer met stukken te onderbouwen zoals betaalbewijzen maar dat heeft hij niet afdoende gedaan. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat de huurachterstand tot en met september 2026 € 1.453,83 bedraagt.
Ontbinding, ontruiming en terme de grâce
Iedere tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst geeft de wederpartij de bevoegdheid de overeenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Bij de inleidende dagvaarding was sprake van een huurachterstand van drie maanden en een dergelijke achterstand is in beginsel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen.
Op grond van artikel 7:280 BW kan de kantonrechter, voordat een ontbinding van een huurovereenkomst van een woning wordt toegewezen, de huurder een termijn van ten hoogste een maand toestaan om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen (terme de grâce). De kantonrechter ziet in deze zaak aanleiding om toepassing te geven aan voornoemd artikel. Daartoe is redengevend dat de gemachtigde van Avelber Beheer ter zitting uitdrukkelijk heeft verklaard dat Avelber Beheer bereid is [gedaagde] deze gelegenheid te bieden en akkoord gaat met het verlenen van een terme de grâce. De kantonrechter zal [gedaagde] een termijn van een maand na betekening van dit vonnis verlenen om de totale achterstallige huur van € 1.453,83, met de kosten, alsnog volledig te betalen.
Indien [gedaagde] binnen voornoemde termijn aan alle in het dictum vermelde betalingsverplichtingen voldoet, zal de gevorderde ontbinding en ontruiming worden afgewezen. Voldoet hij hier niet of niet tijdig aan, dan zal de huurovereenkomst alsnog worden ontbonden en moet hij de woning binnen veertien dagen na het verstrijken van de gegunde maand ontruimen.
Ambtshalve toetsing: geen incassokosten en rente
In het verstekvonnis zijn de gevorderde incassokosten en rente ambtshalve
afgewezen, omdat de kantonrechter oordeelde dat hierover in de huurvoorwaarden van Avelber Beheer een oneerlijke bepaling staat, zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG. De kantonrechter ziet geen aanleiding om van dit oordeel in het verstekvonnis terug te komen. Dit betekent dat de incassokosten en rente in het verstekvonnis terecht zijn afgewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
[gedaagde] heeft zich onder verwijzing naar artikel 7:295 lid 1 BW verweerd tegen de gevorderde uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de ontruiming. Dit verweer kan echter niet slagen. Artikel 7:295 BW is een dwingendrechtelijke bepaling die uitsluitend van toepassing is op de beëindiging (door opzegging) van huurovereenkomsten voor zogeheten 290-bedrijfsruimten zoals winkels en horeca. In dit geval gaat het echter om een woning. Dit betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Proceskosten
Omdat [gedaagde] de huurachterstand heeft laten ontstaan en niet tijdig heeft betaald, blijft hij de in het ongelijk gestelde partij (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] in deze verzetprocedure aan Avelber Beheer moet betalen op € 217,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 217,-) en € 108,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 325,50. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
3. De beslissing
De kantonrechter:
vernietigt het verstekvonnis van deze rechtbank van19 augustus 2025 met zaaknummer 11817474 CV EXPL 25-16481;
en opnieuw rechtdoende:
verleent [gedaagde] op grond van artikel 7:280 BW een termijn van één maand na betekening van dit vonnis om alsnog volledig aan Avelber Beheer te betalen:
€ 1.453,83 aan huurachterstand berekend tot en met september 2026;
€ 837,43 aan proceskosten uit het oorspronkelijke verstekvonnis;
€ 325,50 aan proceskosten voor de verzetprocedure;
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] in [plaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Avelber Beheer te stellen, indien [gedaagde] niet of niet tijdig aan de onder 3.2. vermelde betalingsverplichtingen heeft voldaan;
veroordeelt [gedaagde] en [naam medehuurder] , die medehuurder is, hoofdelijk om vanaf oktober 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Avelber Beheer te betalen € 747,28 per maand met de verhoging die is toegestaan, als de huurovereenkomst gelet op het bepaalde onder 3.3. wordt ontbonden;
wijst af de onder 3.3. vermelde vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, als [gedaagde] tijdig en volledig aan de onder 3.2. vermelde betalingsverplichtingen heeft voldaan;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de verzetprocedure, die aan de kant van Avelber Beheer worden begroot op € 325,50;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
53954