ECLI:NL:RBROT:2026:13407

ECLI:NL:RBROT:2026:13407

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 28-09-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer C/10/726649 / JE RK 26-1860
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/726649 / JE RK 26-1860

Datum uitspraak: 28 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. S. Ben Ahmed, kantoorhoudende te Rotterdam,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 28 september 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat;

de vader;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] woont bij de vader.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 mei 2026 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 24 februari 2027.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juni 2026 een machtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 24 februari 2027. Omdat deze machtiging niet binnen drie maanden is geëffectueerd, is deze komen te vervallen.

3. Het verzoek

De GI verzoekt (opnieuw) een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De zorgen om [voornaam minderjarige] zijn nog steeds aanwezig. Op 7 juli 2026 heeft er een incident plaatsgevonden waarbij [voornaam minderjarige] is opgenomen in het ziekenhuis met een alcoholvergiftiging. Daarnaast zijn er in de thuissituatie nog veel spanningen. De ouders lopen op hun tenen om ruzie te voorkomen. [voornaam minderjarige] gaat nog steeds niet naar school, heeft een omgekeerd dag- en nachtritme en loopt weg van huis. Omdat de GI een crisisplaatsing wil voorkomen is het de afgelopen periode niet gelukt om een passende plek voor [voornaam minderjarige] te vinden. Onlangs is er een intake geweest bij Zorg Hoop Liefde, waar op beide locaties twee plekken beschikbaar zijn. Het enige wat aan een plaatsing in de weg heeft gestaan is de financiering. Deze is momenteel toegekend voor het komende halfjaar. In de thuissituatie hebben – met een enkele uitzondering – geen incidenten meer plaatsgevonden. Helaas zijn de andere zorgen nog niet verminderd. Dat maakt dat de GI het verzoek handhaaft. De machtiging tot uithuisplaatsing is nodig om een gedragsverandering bij [voornaam minderjarige] teweeg te brengen.

4. De standpunten

De vader brengt ter zitting het volgende naar voren. De vader staat wisselend tegenover het verzoek van de GI. De laatste tijd gaat het een stuk beter met [voornaam minderjarige] . Desondanks blijven er wel zorgen bestaan. [voornaam minderjarige] heeft geen baan, gaat niet naar school en onderneemt hierin zelf ook weinig actie. Hij is zelfbepalend. [voornaam minderjarige] heeft een coach vanuit E25 die hem helpt bij het vinden van een dagbesteding en het hervatten van zijn schoolgang. De vader vindt het belangrijk dat [voornaam minderjarige] aan zichzelf en zijn toekomst gaat werken.

Door en namens de moeder wordt ter zitting naar voren gebracht dat [voornaam minderjarige] last heeft van somberheidsklachten waar hij hulp voor nodig heeft. De moeder hoopt dat hij daar de komende periode goede zorg voor gaat ontvangen. De moeder heeft een dubbel gevoel bij het verzoek van de GI. Het liefst wil de moeder dat [voornaam minderjarige] bij de ouders thuis woont, maar dit werkt nu niet. Het lukt beide ouders onvoldoende om [voornaam minderjarige] te motiveren om zijn leven op de rit te krijgen.

5. De beoordeling

De kinderrechter stelt vast dat de eerder verleende machtiging tot uithuisplaatsing, die op 18 juni 2026 is verleend tot 24 februari 2027, is komen te vervallen omdat deze machtiging niet binnen drie maanden na de verlening ten uitvoer is gelegd (artikel 1:265c, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek). Omdat een uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] nog steeds noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding, verleent de kinderrechter nu opnieuw een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] . De kinderrechter legt hierna uit waarom.

Uit de stukken en de daarop gegeven mondelinge toelichting blijkt dat de 15-jarige [voornaam minderjarige] ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt en kampt met gedragsproblematiek. [voornaam minderjarige] is zelfbepalend. Hij gaat niet naar school en heeft geen dagbesteding. Het lukt de ouders onvoldoende om [voornaam minderjarige] te begrenzen en dit zorgt voor veel spanning in de thuissituatie. Sinds december 2025 woont [voornaam minderjarige] bij de vader. De afgelopen maanden is [voornaam minderjarige] niet meer in aanraking gekomen met justitie en zijn er minder ruzies thuis. Dat is positief. Tegelijkertijd blijven de zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] bestaan. Geprobeerd is om met de inzet van een jeugdbeschermer en coach van E25 [voornaam minderjarige] te motiveren om naar school te gaan en een baan te zoeken. Dat is de afgelopen periode onvoldoende gelukt. De kinderrechter acht daarom een machtiging tot uithuisplaatsing in het belang van [voornaam minderjarige] . Bij Zorg Hoop Liefde kan vanuit een stabiele situatie gewerkt worden aan het herstel van structuur in het dagelijks leven van [voornaam minderjarige] . De komende periode is het van belang dat [voornaam minderjarige] zijn schoolgang gaat oppakken, een dagbesteding krijgt en zich verder gaat ontwikkelen. Het lukt de vader en de moeder onvoldoende om [voornaam minderjarige] te begrenzen en hem aan te sturen in de thuissituatie. Vanwege de aanhoudende zorgen over [voornaam minderjarige] acht de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. De kinderrechter verleent de gevraagde machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 24 februari 2027.

De kinderrechter geeft [voornaam minderjarige] , de ouders en de GI mee dat het niet de bedoeling is dat [voornaam minderjarige] langer dan noodzakelijk in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verblijft. Op het moment dat er gedurende de komende maanden mogelijkheden zijn voor een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder of de vader, zal hiernaar door de GI gehandeld worden.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 28 september 2026 tot 24 februari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026 door

mr. W.M. Stolk, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 6 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.N. Laurensse als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand