ECLI:NL:RBROT:2026:13405

ECLI:NL:RBROT:2026:13405

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 28-09-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer C/10/726183 / JE RK 26-1799
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/726183 / JE RK 26-1799

Datum uitspraak: 28 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. D.V. Garib, kantoorhoudende te Rotterdam.

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen van 10 september 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;

- het rapport van de Raad van 22 september 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 23 september 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat mr. S. Ben Ahmed, waarnemend voor mr. D.V. Garib;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij (spoed)beschikking van 9 juli 2026 [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 9 oktober 2026. Bij diezelfde (spoed)beschikking heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 6 augustus 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 juli 2026 de spoedbeslissing van 9 juli 2026 in stand gehouden en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 9 oktober 2026.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van één jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad handhaaft zijn verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Naar aanleiding van het raadsonderzoek maakt de Raad zich grote zorgen om [voornaam minderjarige] . Er bestaan zorgen over zijn slechte hygiëne, voeding en omgekeerd slaappatroon. Er is sprake van structurele verwaarlozing en een ontwikkelingsachterstand. [voornaam minderjarige] praat niet, heeft problemen met nabijheid en kan anderen bijten. Bij de moeder is er sprake van middelengebruik en een beperkt probleeminzicht. De moeder heeft bovendien een beperkt netwerk en financiële problematiek. Gelet op deze zorgen kan [voornaam minderjarige] momenteel niet thuis bij de moeder kan wonen.

4. De standpunten

De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. De zorgen bij de moeder thuis waren enorm. Inmiddels gaat het een stuk beter met [voornaam minderjarige] en zit hij goed op zijn plek in het pleeggezin. Desondanks heeft hij nog moeite met zijn dag- en nachtritme en begrenzingen. [voornaam minderjarige] heeft thuis geen stabiele basis meegekregen en hij moet nog veel leren. ASVZ begeleidt de pleegmoeder om de ontwikkelingsachterstand van [voornaam minderjarige] zoveel mogelijk te verhelpen. [voornaam minderjarige] heeft een intensieve opvoedvraag. De komende periode moet blijken wat zijn leermogelijkheden zijn. Met behulp van begeleiding vanuit ASVZ en de inzet van Horses en Co hoopt de GI dat [voornaam minderjarige] stappen gaat zetten. Momenteel is er één keer per week een omgangsmoment van één uur bij de moeder thuis. Tijdens deze momenten wordt gezien dat de moeder moeite heeft om aan te sluiten bij [voornaam minderjarige] ontwikkelingsniveau. De moeder is dan vooral bezig met praktische zaken, maar vindt onvoldoende aansluiting om met [voornaam minderjarige] te spelen. [voornaam minderjarige] zoekt veel aansluiting bij professionals tijdens deze omgangsmomenten maar niet direct bij de moeder. In september 2026 is er een zorgmachtiging voor de moeder afgegeven. Het is belangrijk dat zij deze opvolgt. Het is zorgwekkend dat de moeder hier niet zelf aan mee wil werken.

Door en namens de moeder wordt ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De moeder is van mening dat [voornaam minderjarige] bij haar is weggehaald op basis van vooroordelen en leugens. De dingen die worden beweerd kloppen niet en de moeder kan zich totaal niet vinden in de zorgen die zijn geuit. De moeder maakt zich zorgen om [voornaam minderjarige] in het pleeggezin. [voornaam minderjarige] moet iemand kunnen vertrouwen voordat hij zijn emoties laat zien. De moeder heeft een aangifte tegen haar buren lopen en de politie heeft erkend dat zij slachtoffer is. De moeder wordt beschuldigd dat zij psychische problemen heeft maar die zijn er niet. De moeder blowt om zichzelf rustig te houden, maar dat is niet van invloed op haar gedrag en opvoedvaardigheden. De moeder is voldoende in staat om voor [voornaam minderjarige] te zorgen. [voornaam minderjarige] is vaak gechoqueerd tijdens de contactmomenten met de moeder en hij heeft moeite met het nemen van afscheid. Er wordt tijdens de omgangsmomenten geen rekening gehouden met de gevoelens van de moeder en [voornaam minderjarige] . De moeder staat open voor hulp en heeft dat in het belang van [voornaam minderjarige] ook geaccepteerd.

De moeder stelt zich ter zitting op het standpunt dat de verzoeken van de Raad moeten worden afgewezen. Mocht een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing toch noodzakelijk worden geacht, dan verzoekt de moeder om beide maatregelen toe te wijzen voor een kortere periode dan is verzocht. Bovendien vindt de moeder het belangrijk dat er de komende periode wordt gewerkt naar een uitbreiding van de omgang.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Gezien de zorgen zoals beschreven in het verzoekschrift van de Raad en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat [voornaam minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De zorgen zijn onder andere gelegen in de persoonlijke problematiek van de moeder en de effecten hiervan op [voornaam minderjarige] . Er is bij [voornaam minderjarige] sprake van een leer- en ontwikkelingsachterstand, een spraakachterstand en zindelijkheidsproblematiek. Er bestaan grote zorgen over de basisverzorging die de moeder aan [voornaam minderjarige] kan bieden. De moeder bagatelliseert de problematiek, ook tijdens de zitting, en dit is zorgelijk. Het is belangrijk dat de genoemde zorgen serieus worden genomen. Inmiddels verblijft [voornaam minderjarige] al enkele maanden in een pleeggezin waar hij zich positief ontwikkelt. Het pleeggezin biedt [voornaam minderjarige] de rust en stabiliteit die hij nodig heeft om zich verder te ontwikkelen. De kinderrechter begrijpt dat de moeder het liefst zelf voor [voornaam minderjarige] wil zorgen en dat het pijn doet dat dit momenteel niet mogelijk is. Desondanks moet het belang van [voornaam minderjarige] leidend zijn en moet er worden gekeken hoe daar het beste invulling aan kan worden gegeven. De kinderrechter is van oordeel dat inzet van een jeugdbeschermer noodzakelijk is om de benodigde hulpverlening voor [voornaam minderjarige] in te zetten en zijn ontwikkeling te volgen. Een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder acht de kinderrechter op dit moment niet in zijn belang.

De kinderrechter vindt het zorgelijk dat de moeder er nog altijd niet in slaagt om op een goede manier samen te werken met de GI en de hulpverleningsinstanties. Een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing zijn kinderbeschermingsmaatregelen om kinderen veilig te laten opgroeien. Dat zijn geen vrijblijvende maatregelen. Van de moeder wordt verwacht dat zij hieraan meewerkt. Het is heel belangrijk dat de moeder de komende periode het gesprek en de samenwerking met de jeugdbeschermers aangaat en zich gaat inzetten voor verdere hulpverlening.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk is om passende hulpverlening voor de moeder en [voornaam minderjarige] in te zetten en om zicht te houden op de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlenen voor de duur van één jaar. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is. De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de verzochte duur van zes maanden.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 28 september 2026 tot 28 september 2027;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 28 september 2026 tot 28 maart 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026 door

mr. W.M. Stolk, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 6 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.N. Laurensse als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand