ECLI:NL:RBROT:2026:13286

ECLI:NL:RBROT:2026:13286

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer ROT 24/8456
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

beroep ongegrond, Wht, private schulden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

de minister van Financiën, de minister

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/8456

(gemachtigde: mr. S. Arakelyan),

en

(gemachtigde: [gemachtigde]).

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiseres om haar op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) te compenseren voor door haar al afgeloste private schulden. De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister dit verzoek terecht heeft afgewezen.

Procesverloop

2.

Met een besluit van 17 april 2024 (het primaire besluit) heeft de minister het verzoek van eiseres om haar te compenseren voor door haar al afgeloste private schulden, afgewezen.

Met een besluit van 15 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) is de minister bij dat besluit gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 23 juli 2025 op een zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en [persoon A] (de begeleider van eiseres bij [bedrijf]) digitaal deelgenomen. Namens de minister heeft mr. A.R. Kandhai aan de zitting deelgenomen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om eiseres in de gelegenheid te stellen professionele rechtsbijstand in te schakelen.

Op 12 december 2025 heeft mr. S. Arakelyan zich kenbaar gemaakt als gemachtigde van eiseres. Vervolgens is een aanvullend beroepschrift ingediend.

De minister heeft daarop gereageerd met een aanvullend verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2026 opnieuw op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Ter zitting is het onderzoek opnieuw geschorst, ditmaal om de minister in de gelegenheid te stellen informatie op te vragen bij (voormalige) schuldeisers van eiseres.

Op 5 mei 2026 heeft de minister de rechtbank nadere informatie verstrekt.

Hierop heeft eiseres bij brief van 21 juli 2026 gereageerd.

Geen van de partijen heeft, nadat zij zijn gewezen op hun recht op een nadere zitting te worden gehoord, verklaard dat zij gebruik willen maken van dit recht. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister op grond van artikel 4.3. van de Wht verzocht om compensatie voor door haar al afgeloste private schulden bij ING, Interbank, [persoon B] en [persoon C].

4. De minister heeft het verzoek van eiseres geweigerd omdat volgens de minister niet kan worden vastgesteld dat voldaan is aan de wettelijke vereisten voor compensatie van al afgeloste private schulden.

5. Uit de verklaring van de gemachtigde van eiseres tijdens de zitting van 27 maart 2026 begrijpt de rechtbank dat het eiseres alleen nog gaat om de afgeloste schulden bij ING en Interbank. Na deze zitting heeft de minister alsnog informatie opgevraagd bij deze (voormalige) schuldeisers. Volgens de minister bevestigt de verkregen informatie dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor compensatie van al afgeloste schulden. Voor beide schulden geldt namelijk dat niet is voldaan aan de voorwaarde van opeisbaarheid voor 1 juni 2021.

6. De rechtbank begrijpt uit de brief van 21 juli 2026 van de gemachtigde van eiseres dat eiseres, gezien de door de minister verkregen informatie, niet langer het standpunt inneemt dat ten aanzien van de al afgeloste schulden bij ING en Interbank is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor compensatie. Daarnaast begrijpt de rechtbank uit die brief dat eiseres niet langer het standpunt inneemt dat de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen.

7. Gelet op het voorgaande, is er geen aanleiding voor de conclusie dat de minister het verzoek van eiseres om compensatie ten onrechte heeft geweigerd.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.

9. In de omstandigheid dat de minister pas na de tweede zitting informatie heeft opgevraagd bij ING en Interbank en ook heeft erkend dat het in dit geval in de rede had gelegen dat dat eerder zou zijn gedaan, ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat de minister het door eiseres betaalde griffierecht van € 51,- aan haar moet vergoeden.

10. Om dezelfde reden heeft eiseres recht op een vergoeding van haar proceskosten. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting van 27 maart 2026, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- bepaalt dat de minister aan eiseres het betaalde griffierecht van € 51,- vergoedt;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2026.

de griffier is verhinderd te tekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Veling

Griffier

  • mr. L.A. van der Velden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand