ECLI:NL:RBROT:2026:13285

ECLI:NL:RBROT:2026:13285

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer ROT 25/10165
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

beroep gegrond, Wht, private schulden, schuld moet worden overgenomen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

de minister van Financiën, de minister

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/10165

(gemachtigde: mr. S.J. Nijssen),

en

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Met een besluit van 4 juli 2025 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van eiseres om geldschulden over te nemen, afgewezen.

Met een besluit van 6 november 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres heeft de minister het primaire besluit gehandhaafd.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 31 augustus 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. E.V.W. Buijser (als waarnemer van de gemachtigde van eiseres) en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister op grond van artikel 4.1. van de Wet hersteloperatie toeslagen verzocht om overname van haar schulden bij onder andere [bedrijf A] (hierna: Vesting).

3. Met het bestreden besluit heeft de minister zijn weigering om de schulden over te nemen, gehandhaafd.

4. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat de minister ten onrechte heeft geweigerd een schuld aan Vesting met referentienummer [kenmerk] van € 14.383,19 over te nemen.

5. Ter zitting heeft de minister verklaard dat hij inmiddels duidelijkheid heeft gekregen van Vesting en dat de schuld met referentienummer [kenmerk] van € 14.383,19 alsnog zal worden overgenomen.

6. Ter zitting is vervolgens de mogelijkheid besproken dat het beroep wordt ingetrokken. Eiseres heeft dit niet willen doen omdat de toezegging van de minister nog niet schriftelijk is vastgelegd. Beide partijen hebben er vervolgens mee ingestemd dat de rechtbank uitspraak zal doen op het beroep, met inachtneming van de verklaring van de minister ter zitting.

7. Gelet op die verklaring is het beroep gegrond. Het bestreden besluit zal worden vernietigd, en het primaire besluit herroepen, voor zover in die besluiten niet is beslist dat de schuld van eiseres aan [bedrijf A] met referentienummer [kenmerk] van € 14.383,19 zal worden overgenomen. Tevens zal de rechtbank, overeenkomstig de verklaring van de minister ter zitting, bepalen dat de minister deze schuld alsnog overneemt.

8. Omdat het beroep gegrond is, moet de minister het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden. De rechtbank veroordeelt de minister ook in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1). De rechtbank kent geen punt toe voor het indienen van een beroepschrift, omdat eiseres op dat moment nog geen gemachtigde had.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin niet is beslist dat de schuld van eiseres aan Vesting met referentienummer [kenmerk] van € 14.383,19 zal worden overgenomen;

- herroept het besluit van 4 juli 2025 voor zover daarin niet is beslist dat de schuld van eiseres aan Vesting met referentienummer [kenmerk] van € 14.383,19 zal worden overgenomen;

- bepaalt dat de minister de schuld van eiseres aan Vesting met referentienummer [kenmerk] voor een bedrag van € 14.383,19 overneemt;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;

- bepaalt dat de minister het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres vergoedt;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2026.

de griffier is verhinderd te tekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Veling

Griffier

  • mr. L.A. van der Velden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand