ECLI:NL:RBROT:2026:13241

ECLI:NL:RBROT:2026:13241

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer C/10/725593 / JE RK 26-1712
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over het horen op een spoedbeslissing en een machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/725593 / JE RK 26-1712

Datum uitspraak: 4 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over het horen op een spoedbeslissing en een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats],

bijgestaan door advocaat mr. N. Roos, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats].

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van de kinderrechter van 28 augustus 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de schriftelijke reactie van de vader van 3 september 2026.

Op 4 september 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2].

De vader is, na voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] verblijft bij de vader. Tot voor kort woonde [minderjarige] bij de moeder, waar zijn hoofdverblijfplaats is bepaald.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 24 oktober 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 augustus 2026 een spoedmachtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader met gezag tot 25 september 2026. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.

3. Het (aangehouden) verzoek van de GI

De GI heeft verzocht een machtiging te verlenen bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, voor de duur van vier weken. De GI heeft verzocht hierover te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. Dit deel van het verzoek is reeds toegewezen. Ook heeft de GI verzocht aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Aanvankelijk was het plan [minderjarige] op een externe plek te plaatsen toen zijn verblijf bij de moeder niet langer houdbaar bleek. Hoewel er zorgen zijn over een plaatsing bij de vader, gelet op het wisselend verblijf van [minderjarige] bij de ouders in het verleden, verdient de plaatsing bij de vader een kans. De vader geeft aan dat hij de verantwoordelijkheid voor de verzorging van [minderjarige] op zich wil nemen. Het is van belang dat [minderjarige] duidelijkheid en rust krijgt en niet opnieuw wisselend bij de vader of moeder zal verblijven. Om te voorkomen dat de vader zich op een later moment toch terugtrekt en [minderjarige] terug zou moeten naar de moeder, is een machtiging tot uithuisplaatsing nodig als stok achter de deur. De afgelopen week heeft de GI geprobeerd met [minderjarige] in gesprek te gaan, maar de GI heeft nog geen contact met hem kunnen krijgen. [minderjarige] heeft wel laten weten dat hij achter de plaatsing bij de vader staat en deze plaatsing ziet als zijn laatste kans. De GI licht tot slot toe dat het gezin op de wachtlijst staat voor gezinstherapie bij De Viersprong. Ook is [minderjarige] aangemeld bij Maaszicht voor begeleid wonen. Dit traject zal naar verwachting nog enkele maanden op zich laten wachten.

4. Het standpunt van de moeder

De moeder kan zich verenigen met het verzoek van de GI. [minderjarige] houdt zich thuis niet aan regels, gaat niet naar school of werk en kan agressief reageren. Het lukt de moeder niet om hem voldoende te begrenzen. De situatie is niet langer houdbaar en heeft ook gevolgen voor het dagelijks functioneren van de individuele gezinsleden. Hoewel de moeder het graag anders had gezien, kan de moeder zich vinden in de plaatsing van [minderjarige] bij de vader. Het is daarbij van belang dat [minderjarige] een duurzame verblijfplek krijgt en niet opnieuw tussen de ouders gaat wisselen. Een machtiging tot uithuisplaatsing is nodig om duidelijkheid te creëren over zijn verblijfsituatie en te voorkomen dat een crisisplaatsing nodig wordt.

5. De beoordeling

De kinderrechter is op basis van de stukken en dat wat ter zitting is besproken van oordeel dat de spoedmachtiging die bij beschikking van 28 augustus 2026 is verleend, in stand moet blijven. Op dat moment was sprake van een acute situatie. Het verblijf van [minderjarige] bij de moeder was niet langer houdbaar en de moeder had aangegeven de zorg voor [minderjarige] niet meer te kunnen dragen. Er moest op korte termijn een oplossing voor zijn verblijf worden gevonden. De GI heeft daarbij ook een plaatsing op een externe plek overwogen. Tegen deze achtergrond was het noodzakelijk om onmiddellijk in te grijpen.

De kinderrechter ziet verder mede gelet op de toelichting die de GI tijdens de zitting heeft gegeven aanleiding om een aansluitende machtiging te verlengen tot het einde van de huidige ondertoezichtstelling. Deze machtiging is noodzakelijk in het belang van [minderjarige]’s verzorging en opvoeding. [minderjarige] verblijft inmiddels bij de vader. Weliswaar heeft de vader samen met de moeder het gezag over [minderjarige] en stemt de moeder in met deze plaatsing, maar de kinderrechter acht de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk om voor alle betrokkenen duidelijkheid te creëren over de verblijfplaats van [minderjarige]. Voorkomen moet worden dat [minderjarige] opnieuw wisselt van verblijfplaats.

De kinderrechter acht het verder van belang dat [minderjarige] de komende periode bij de vader tot rust kan komen en zich kan richten op zijn verdere toekomst. Daarbij is het belangrijk dat de hulpverlening verder op gang komt. Het gezin staat op de wachtlijst voor gezinstherapie bij De Viersprong en [minderjarige] is aangemeld voor begeleid wonen bij Maaszicht. De kinderrechter spreekt in het belang van alle betrokkenen de hoop uit dat de hulpverlening op korte termijn start en dat [minderjarige] zich hier samen met de ouders voor zal inzetten. Ook gaat de kinderrechter ervan uit dat de GI en de vader verder met elkaar in gesprek gaan over zijn reactie naar aanleiding van het onderhavige verzoek van de GI.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, met ingang van 4 september 2026 voor de duur van de resterende ondertoezichtstelling, te weten tot 24 oktober 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026 door mr. K.T.F. Chocolaad - de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mrs. L.E. Vos en A. Pereira Horta als griffiers, en op schrift gesteld op 17 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand