RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/725268 / FA RK 26-6846
Referentienummer: [nummer]
Beschikking van 4 september 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1972, [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende te [verblijfplaats] ,
advocaat mr. L.C. Baars te Schiedam.
1. Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 21 augustus 2026 en
de referteverklaring van betrokkene van 27 augustus 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam] , psychiater, van 11 augustus 2026;
de niet-ingevulde zorgkaart;
het zorgplan van 30 juli 2026;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
het bericht dat er geen relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
Omdat de officier niet voornemens was de zitting bij te wonen en betrokkene een referteverklaring heeft overgelegd, is een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege gebleven.
2. Beoordeling
Bij beschikking van deze rechtbank van 5 maart 2026 is op grond van artikel 6:4 Wvggz een zorgmachtiging verleend tot en met 5 september 2026. Op 21 augustus 2026 heeft de officier een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de door de advocaat van betrokkene overgelegde referteverklaring. Uit deze verklaring blijkt dat betrokkene kennis heeft genomen van het verzoek van de officier en dat betrokkene instemt met toewijzing van het verzoek tot een zorgmachtiging en met de hierin verzochte duur en vormen van verplichte zorg. Ook doet betrokkene afstand van zijn recht om tijdens de mondelinge behandeling te worden gehoord en van het recht een advocaat voor hem tijdens de mondelinge behandeling het woord te laten voeren. Uit het feit dat betrokkene ook persoonlijk de referteverklaring heeft ondertekend, leidt de rechtbank af dat betrokkene niet bereid is om gehoord te worden.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Om een crisissituatie af te wenden, ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval zijn gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene zorg nodig.
Betrokkene stemt in met de volgende vormen van verplichte zorg, zoals verzocht in het verzoekschrift van de officier:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken.
Momenteel verzet betrokkene zich niet tegen de zorg. Als betrokkene psychisch ontregeld raakt, verzet betrokkene zich echter wel tegen de zorg. Om deze redenen is verplichte zorg noodzakelijk.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal aansluitend op een zorgmachtiging worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.6. kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 september 2027.
Deze beschikking is gegeven door mr S.A. van Egmond, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van C.S. Codrington, griffier op 4 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.