RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/725278 / FA RK 26-6854
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 2 september 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1975, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende te [plaatsnaam] ,
advocaat mr. M.D. van Velthoven te Rotterdam.
1. Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 21 augustus 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 20 augustus 2026;
de niet-ingevulde zorgkaart;
het zorgplan van 16 juli 2026;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
de relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden in de rechtbank te Rotterdam op 2 september 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
de broer van betrokkene;
[naam 2] , psychiater, en [naam 3] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige, beiden verbonden aan Antes, hierna: de behandelaars.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2. Beoordeling
De officier heeft op 21 augustus 2026 een verzoek ingediend voor een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden.
De advocaat bepleit dat de medische verklaring een gebrek vertoont. Het onderzoek door de onafhankelijk psychiater is gevoerd terwijl de sociaal psychiatrisch verpleegkundige daarbij aanwezig was en op die manier de onafhankelijk psychiater kan hebben beïnvloed.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de sociaal psychiatrisch verpleegkundige toegelicht dat hij aanwezig was bij het onderzoek van de onafhankelijk psychiater. Dat was in het kader van de veiligheid omdat betrokkene bekend is met geagiteerd gedrag.
De rechtbank is van oordeel dat de medische verklaring voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld en dat geldt ook voor de onafhankelijkheid van de onafhankelijk psychiater. De enkele aanwezigheid van de sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij het gesprek vanuit veiligheidsoverwegingen is begrijpelijk en niet is gebleken dat zijn aanwezigheid het onafhankelijk onderzoek of het medisch oordeel van de onafhankelijk psychiater heeft beïnvloed. De rechtbank verwerpt daarom het verweer.
De advocaat bepleit namens betrokkene primair afwijzing van het verzoek, omdat volgens betrokkene geen sprake is van een stoornis. De rechtbank verwerpt dit verweer, omdat uit de medische verklaring, het zorgplan en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling voldoende blijkt dat bij betrokkene sprake is van een psychische stoornis, te weten een schizofreniespectrumstoornis. De rechtbank ziet geen reden om hieraan te twijfelen.
Voorts bepleit de advocaat namens betrokkene afwijzing van het verzoek, omdat geen sprake is van ernstig nadeel. De rechtbank volgt de advocaat niet in dit verweer. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de overgelegde stukken en de toelichting van de behandelaars voldoende is komen vast te staan dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt het volgende. Betrokkene is al enkele jaren bekend met verplichte zorg. Hij heeft tijdens een psychose last van waanideeën. Zo dacht hij in het verleden dat de schermen van de televisie en telefoon hem aankeken, waarna hij deze apparaten heeft vernield. Ook is betrokkene meermaals aangetroffen terwijl hij op het balkon stond het schreeuwen. Betrokkene zegt te denken dat hij ongeneselijke kanker zijn hoofd en lichaam heeft en als gevolg hiervan zal komen te overlijden. Ook heeft hij uitspraken gedaan dat hij met een kettingzaag bij de behandelaren langs wilde gaan en veroorzaakt hij overlast en angst bij buurtbewoners. Verder is er bij betrokkene sprake van schulden, als gevolg van een gokverslaving. Zo heeft betrokkene een betalingsachterstand bij de beschermde woonvorm waar hij woont en is er beslag gelegd op zijn inkomen. Betrokkene verwaarloost zichzelf en zijn woonomgeving. Er zijn vermoedens dat betrokkene middelen gebruikt. Hij dreigt door de voorgenoemde omstandigheden zijn woonplek in de beschermde woonvorm te verliezen. De behandelaars verklaren tijdens de mondelinge behandeling dat betrokkene een aanhoudende wens heeft om het medicatiegebruik af te bouwen. Deze wens is eerder gehonoreerd, maar het toestandsbeeld van betrokkene verslechtert bij de afbouw waardoor hij psychotisch wordt. Daarbij vertoont betrokkene volgens de behandelaars momenteel een psychotisch toestandsbeeld. Zo heeft hij heeft recent in de gang van de beschermde woonvorm dreigend met een hamer gestaan, omdat hij dacht dat iemand in zijn woning was geweest.
De behandelaars verklaren voorts dat zij zeer recent voor het eerst hebben gehoord van betrokkene dat hij zegt kanker te hebben, maar dat zij verder geen aanwijzingen hebben dat dat ook daadwerkelijk het geval is. Zij verklaren tevens dat een zorgmachtiging op dit moment noodzakelijk om verdere terugval te voorkomen. Een onderdeel van de behandeling zal (kunnen) zijn dat betrokkene moet worden opgenomen om hem goed in te stellen op medicatie.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de stoornis en het ernstig nadeel voldoende zijn onderbouwd.
Om een crisissituatie af te wenden, ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en -inzicht. Betrokkene vindt dat psychiatrische zorg en medicatiegebruik geen zin heeft, omdat hij aan kanker zal overlijden. Hij wil geen hulp, behandeling en medicatie. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. De advocaat bepleit subsidiair afwijzing of inperking van de duur van de zorgvormen ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘het opnemen in een accommodatie’. De rechtbank volgt het verweer van de advocaat niet. Er is geen reden om aan te nemen dat, in het geval betrokkene wordt opgenomen in een accommodatie om hem in stellen op medicatie, deze opname langer zou duren dan strikt noodzakelijk. De psychiater heeft toegelicht dat de laatste opname daartoe ongeveer een maand heeft geduurd, en hij verwacht niet dat er ditmaal meer tijd voor nodig is. Tegelijkertijd is op voorhand ook niet exact te voorspellen hoelang een dergelijke opname zal duren.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
het opnemen in een accommodatie.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.9. kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 maart 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 2 september 2026 mondeling gegeven door mr. S.A. van Egmond, rechter, in tegenwoordigheid van C.S. Codrington, griffier, en op 21 september 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.