ECLI:NL:RBROT:2026:13147

ECLI:NL:RBROT:2026:13147

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 03-10-2026
Zaaknummer C/10/715002 / JE RK 26-309
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/715002 / JE RK 26-309

Datum uitspraak: 2 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende te Rotterdam,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.C. Heijman, kantoorhoudende te Papendrecht,

[naam pleegmoeder],

hierna te noemen: de pleegmoeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en

Jeugdreclassering,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de: Gl.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 11 maart 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

het proces-verbaal van de zitting van 11 maart 2026;

de briefrapportage van de Raad met bijlage van 24 juni 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;

de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 19 augustus 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 september 2026. De mondelinge behandeling heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de zaak met zaaknummer: C/10/722224 / FA RK 26-5189. Daarbij waren aanwezig:

de vader met mr. J.C. Heijman;

mr. R.W. de Gruijl;

de pleegmoeder (via een Teams-verbinding);

- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A];

- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C].

De moeder is niet ter zitting verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] verblijft bij de pleegmoeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 maart 2026 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 11 september 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de pleegmoeder, verleend tot 11 september 2026.

3. Het aangehouden verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van negen maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Over de periode tot 11 september 2026 is al beslist. Er moet nog worden beslist over de periode tot 11 december 2026.

De Raad brengt ter zitting naar voren dat de maatregelen waren verzocht om de plaatsing van [minderjarige] bij de pleegmoeder te formaliseren. Mocht het gezag van de moeder worden beëindigd, verdwijnt de noodzaak voor de maatregelen.

4. De standpunten

Door en namens de vader wordt het volgende naar voren gebracht. De vader staat achter de plaatsing van [minderjarige] bij de pleegmoeder. Als de vader eenhoofdig met het ouderlijk gezag wordt belast, is er geen ondertoezichtstelling nodig.

Namens de moeder wordt gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter.

De GI brengt ter zitting naar voren dat er geen noodzaak voor een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zou zijn, wanneer de vader eenhoofdig met het ouderlijk gezag zou zijn belast. Er zijn geen zorgen over de opvoeding van [minderjarige] en de GI heeft er vertrouwen in dat de vader en de pleegmoeder de zorg samen vormgeven.

5. De beoordeling

De kinderrechter overweegt het volgende. [minderjarige] woont al een geruime tijd bij zijn voormalige stiefmoeder. Ook nadat zijn vader en pleegmoeder uit elkaar zijn gegaan, is [minderjarige] bij pleegmoeder blijven wonen. [minderjarige] woont dus niet bij een gezaghebbende ouder. De pleegmoeder kan, omdat zij niet is belast met het ouderlijk gezag, geen belangrijke beslissingen over [minderjarige] nemen. Daarnaast verzette de moeder zich tegen het verblijf van [minderjarige] bij pleegmoeder. Om de plaatsing bij de pleegmoeder juridisch te waarborgen is een ondertoezichtstelling uitgesproken en is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend.

Nu de rechtbank bij beschikking van 2 september 2026 met zaaknummer C/10/722224 / FA RK 26-5189 het gezag van de moeder heeft beëindigd en heeft bepaald dat het gezag over [minderjarige] voortaan aan de vader alleen toekomt, ziet de kinderrechter geen aanleiding om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen. De vader staat geheel achter de plaatsing van [minderjarige] bij de pleegmoeder en tussen de vader en pleegmoeder is een intensieve en constructieve samenwerking. Dit verloopt heel positief. Daarnaast bestaat er geen enkele zorg over de opvoedvaardigheden van de pleegmoeder. De pleegmoeder zorgt voor [minderjarige] alsof het haar eigen zoon is, vol liefde en betrokkenheid. [minderjarige], die de nodige ontwikkelingsachterstand had nadat hij bij moeder weg was, maakt mede door toedoen van pleegmoeder mooie stappen en ontwikkelt zich goed. De kinderrechter wil de pleegmoeder en de vader complimenten maken over de wijze waarop zij samen het beste willen en doen voor [minderjarige], terwijl dit niet bepaald makkelijk is geweest de afgelopen jaren.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van de Raad afwijzen.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026 door

mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 15 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Henschen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand