RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12124219 CV EXPL 26-6013
datum uitspraak: 7 augustus 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
vestigingsplaats: [plaats 1] ,
eiseres,
gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [plaats 2] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 25 februari 2026, met bijlagen;
de aantekeningen van het antwoord;
de mail van [gedaagde] van 17 juli 2026, met bijlagen.
Op 24 juli 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [naam 1] namens [eiseres] ( [functie-aanduiding] ) met [naam 2] namens de gemachtigde. [gedaagde] was met zijn vrouw aanwezig.
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[gedaagde] huurde vanaf 15 maart 2019 een bedrijfsruimte van [eiseres] . De huurovereenkomst is ontbonden op 31 mei 2026. Er is tijdens de looptijd een huurachterstand ontstaan. [eiseres] eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 36.590,60
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 36.590,60 aan [eiseres] te betalen. De partijen zijn het er over eens dat de huurachterstand tot en met februari 2026 € 29.072,48 is. Ook zijn partijen het erover eens dat de huur voor de maanden maart, april en mei 2026 niet is betaald. De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand tot en met mei 2026 (€ 29.072,48 + 3 maanden huur van € 2.506,04 =) € 36.590,60 is. Dit bedrag wordt toegewezen.
[gedaagde] moet incassokosten betalen
De incassokosten van € 893,24 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
[gedaagde] moet rente betalen
De rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen de rente van € 1.013,77 die [eiseres] heeft berekend tot en met 18 februari 2026.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 130,10 aan dagvaardingskosten, € 1.504,- aan griffierecht, € 864,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 432,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.642,10. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 38.497,61 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 29.072,48 vanaf 19 februari 2026 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 2.642,10;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
62574