ECLI:NL:RBROT:2026:13075

ECLI:NL:RBROT:2026:13075

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 25-09-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer 12250433 CV EXPL 26-13471
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Autoverzekering. Verzekering vordert de uitgekeerde schade terug van haar verzekerde. Schade is ontstaan na een politie-achtervolging. Verzekerde heeft zich niet gehouden aan de voorwaarden. Dit is een grond om het schadebedrag dat aan anderen is uitgekeerd te vorderen van de verzekerde.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12250433 CV EXPL 26-13471

datum uitspraak: 25 september 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Achmea Schadeverzekeringen N.V., die handelt onder de naam FBTO,

vestigingsplaats: Apeldoorn,

eiseres,

gemachtigde: drs. M.D. Brouwer MSc,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [plaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. V.T.E. Kuijpers.

De partijen worden hierna ‘FBTO’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 23 april 2026, met bijlagen;

het verslag van de mondelinge reactie van [gedaagde] ;

de repliek, met bijlage.

[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de laatste akte van FBTO. [gedaagde] heeft dit niet gedaan. De kantonrechter zal nu een vonnis wijzen.

2. De beoordeling

Wat is de kern?

[gedaagde] heeft een autoverzekering afgesloten bij FBTO voor zijn Opel Corsa met kenteken [kenteken] . Op 14 december 2021 heeft de bestuurder van deze Opel schade veroorzaakt aan een politieauto en een geparkeerde auto. Volgens het politierapport is de politie na de Opel enige tijd achtervolgd te hebben tegen de achterkant van de Opel aangereden om de Opel tot stilstand te brengen. Hierdoor is schade ontstaan aan de politieauto en een Audi die daar geparkeerd stond. Vervolgens heeft de politie tien kilogram harddrugs in de auto gevonden. FBTO heeft aansprakelijkstellingen ontvangen voor de schade die aan de politieauto en de geparkeerde Audi is ontstaan. FBTO heeft aan [gedaagde] gevraagd om een schadeformulier in te vullen, maar dit heeft hij volgens FBTO niet gedaan. Daarom heeft FBTO de aansprakelijkheid moeten erkennen en de schade aan de eigenaren van de twee beschadigde auto’s betaald. In deze procedure eist FBTO de uitbetaalde schade terug van [gedaagde] , met rente en kosten.

[gedaagde] is het niet eens met de vordering. Hij zegt het politierapport wel aan FBTO te hebben gegeven. Hieruit zou moeten blijken dat hij niet de bestuurder was van de auto ten tijde van het ongeluk. Hij was daar ook niet bij aanwezig. [gedaagde] vindt dat FBTO de bestuurder moet aanspreken voor de schade. FBTO zegt dat zij het politierapport niet heeft ontvangen van [gedaagde] .

De kantonrechter wijst de vorderingen toe. Hieronder wordt dit uitgelegd.

[gedaagde] moet € 23.067,71 aan FBTO betalen

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de schade aan FBTO moet betalen. [gedaagde] heeft zich namelijk niet aan de voorwaarden gehouden en dit is voor FBTO nadelig geweest. [gedaagde] moet op grond van de polisvoorwaarden de schade melden bij FBTO en informatie verschaffen over wat er is gebeurd. FBTO heeft in drie brieven aan [gedaagde] gevraagd om een schadeformulier in te vullen, maar hij heeft dit niet gedaan. Hierdoor kon FBTO geen onderzoek doen naar de vraag wie aansprakelijk is voor de schade en niet beoordelen of de verzekering dekking biedt voor de geleden schade. Dit is nadelig voor FBTO. Onder deze omstandigheden is [gedaagde] verplicht om de schade terug te betalen. [gedaagde] zegt wel dat hij het politiedossier naar FBTO heeft gestuurd, maar dit standpunt heeft hij niet met stukken onderbouwd. FBTO daarentegen heeft wel door middel van haar interne telefoon- en dossiernotities laten zien dat zij het politiedossier niet heeft ontvangen van [gedaagde] . Het had dan op de weg van [gedaagde] gelegen om te reageren op de laatste akte van FBTO en te laten zien dat hij het politiedossier wel naar FBTO heeft verstuurd. Hij had er ook bij het geven van zijn antwoord al voor kunnen kiezen om het politierapport alsnog in te dienen in deze procedure. [gedaagde] heeft dit echter niet gedaan.

[gedaagde] vindt verder dat de persoon die de auto bestuurde het schadebedrag moet betalen aan FBTO, maar hier gaat de kantonrechter niet in mee. [gedaagde] heeft namelijk niet aan FBTO laten weten wie de auto heeft bestuurd, zodat FBTO ook niet heeft kunnen onderzoeken op welke personen zij de schade kan verhalen. Omdat het nadelig is voor FBTO dat [gedaagde] geen informatie heeft gegeven over, onder andere, de bestuurder van de auto, moet [gedaagde] op grond van de polisvoorwaarden de schade terugbetalen aan FBTO.

Dit betekent dat [gedaagde] € 23.067,71 aan FBTO moet betalen. FBTO heeft namelijk voldoende onderbouwd dat dit het bedrag aan schade is dat zij aan de eigenaren van de beschadigde auto’s heeft uitgekeerd. [gedaagde] heeft dit niet tegengesproken.

[gedaagde] moet incassokosten van € 1.216,87 betalen

De incassokosten van € 1.216,87 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).

[gedaagde] moet rente betalen

De rente wordt toegewezen, omdat FBTO genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. In het totaalbedrag dat wordt toegewezen, is daarom de rente tot 23 april 2026 meegenomen. Dit is een bedrag van € 715,42.

Geen oneerlijke bepalingen

De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan FBTO moet betalen op € 153,77 aan dagvaardingskosten, € 1.504,00 aan griffierecht, € 1.154,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 577,00) en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 2.955,77. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat FBTO dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan FBTO te betalen € 25.000,00 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 23.067,71 vanaf 23 april 2026 tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van FBTO worden begroot op € 2.955,77;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

64363

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand