RECHTBANK Rotterdam
team handel en haven
zaaknummers / rekestnummers: C/10/723499 / KG RK 26-860 en C/10/723522 / KG RK 26-864
Beschikking van 22 september 2026
in de zaak met zaaknummer/rekestnummer C/10/723499 / KG RK 26-860
MAASDONCK BARGE SERVICE B.V.,
gevestigd te Ridderkerk,
advocaat: mr. W.E. Boonk,
tegen
1. BERGE REDERI AS,
gevestigd te Hitra (Noorwegen),
advocaat: mr. M. Wattel
2. [gedaagde 1],
en haar vennoten: 3. [gedaagde 2], en4. [gedaagde 3],
met adres en wonende te Wijk bij Duurstede,
advocaat: mr. R.C.A. van ’t Zelfde en mr. J. Blussé van Oud-Alblas
5. HOPPETOSSA B.V.,
gevestigd te Wormerveer,
advocaat: mr. A. van Hal.
6. VAN DE GRAAF & MEEUSEN RIVERTRANSPORT B.V.
gevestigd te Ridderkerk,advocaat: mr. J.P. Eckoldt
7. WILSON AGENCY B.V.
gevestigd te Rotterdam, advocaat: mr. E. Bulthuis
8. OMYA INTERNATIONAL AGgevestigd te Oftringen (Zwitserland),9. OMYA NETHERLANDS B.V.
gevestigd te Moerdijk,
advocaat: mr. D. Komen/mr. C.P. ten Bruggencate
en
in de zaak met zaaknummer/rekestnummer C/10/723522 / KG RK 26-864
1. [eiser 1],
en haar vennoten: 2. [eiser 2], en3. [eiser 3],
met adres en wonende te Wijk bij Duurstede,
advocaat: mr. R.C.A. van ’t Zelfde en mr. J. Blussé van Oud-Alblas
tegen
1. MAASDONCK BARGE SERVICE B.V.,
gevestigd te Ridderkerk,
advocaat: mr. W.E. Boonk,
2. HOPPETOSSA B.V.,
gevestigd te Wormerveer,
advocaat: mr. A. van Hal.
3. BERGE REDERI AS,
gevestigd te Hitra (Noorwegen),
advocaat: mr. M. Wattel
4. VAN DE GRAAF & MEEUSEN RIVERTRANSPORT B.V.
gevestigd te Ridderkerk,advocaat: mr. J.P. Eckoldt
5. WILSON AGENCY B.V.
gevestigd te Rotterdam, advocaat: mr. E. Bulthuis
6. OMYA INTERNATIONAL AGgevestigd te Oftringen (Zwitserland),7. OMYA NETHERLANDS B.V.
gevestigd te Moerdijk,
advocaat: mr. D. Komen/mr. C.P. ten Bruggencate
Partijen worden hierna Maasdonck, Berge Rederi, [gedaagde 1], Hoppetossa, G&M, Wilson en Omya c.s. genoemd.
De zaak met zaaknummer/rekestnummer C/10/723499 / KG RK 26-860 wordt hierna ook aangeduid als ‘de zaak van Maasdonck’.
De zaak met zaaknummer/rekestnummer C/10/723522 / KG RK 26-864 wordt hierna ook aangeduid als ‘de zaak van [eiser 1]’.
1. De procedure in beide zaken
In de zaak van Maasdonck is op 18 juli 2026 een verzoekschrift tot aanstelling van een maritieme gerechtsdeskundige ingediend, met bijlagen. Dit verzoek is op 18 juli 2026, gelet op de spoed, ex parte toegewezen en toegestaan als omschreven in het e-mailbericht van (eveneens) 18 juli 2026 van de voorzieningenrechter aan verzoekster.
In de zaak van [gedaagde 1] is op 19 juli 2026 een verzoekschrift benoeming maritieme gerechtsdeskundige ‘volledig’ zoals bedoeld in het rapport ‘Afkoersen op vaste maritieme deskundigen’ ingediend, met bijlagen. Dit verzoek is op 19 juli 2026, gelet op de spoed, ex parte toegewezen.
In beide zaken is bij de ex parte beschikkingen van 18 en 19 juli 2026 samengevat een gerechtelijk onderzoek gelast naar de oorzaak van het op 18 juli 2026 knikken en zinken van de aan Maasdonck toebehorende duwbak “MAASDAM” en is de heer J.P.E. Suijkerbuijk benoemd als deskundige.
De voorzieningenrechter heeft het bericht van de deskundige van 25 augustus 2026 ontvangen, waarin de deskundige vragen heeft voorgelegd over (onder meer) de bevoorschotting, alsmede de omstandigheid dat zich bij hem diverse partijen hebben gemeld die willen delen in de gedeelde en vergaarde informatie in verband met het onderzoek.
Naar aanleiding daarvan en om een en ander verder in goede banen te leiden, heeft de voorzieningenrechter een hybride zitting bepaald op 11 september 2026. De advocaten van partijen zijn bij bericht van 2 september 2026 voor die zitting opgeroepen.
Voor de zitting van 11 september 2026 heeft mr. Boonk namens Maasdonck een aanvullend verzoekschrift ingediend. De verzoeken strekken tot het vaststellen van een voorschot voor de deskundige en te bepalen dat de deskundige in de zaken van Maasdonck en [gedaagde 1] één rapport uitbrengt.
Op de mondelinge behandeling van 11 september 2026 in beide zaken van Maasdonck en [gedaagden] zijn de hierboven genoemde advocaten verschenen, met uitzondering van mr. R.C.A. van ’t Zelfde en mr. C.P. ten Bruggencate.
Vervolgens is beschikking in beide zaken bepaald.
2. De verdere beoordeling in beide zaken
de bevoorschotting van de deskundige
Maasdonck heeft in haar zaak niet verzocht om een voorschot vast te stellen. In die zaak heeft de voorzieningenrechter in de ex parte beschikking van 18 juli 2026 geen voorschot bepaald. In de zaak van [gedaagde 1] is het voorschot in overeenstemming met het verzoek van [gedaagde 1] op € 7.500,- vastgesteld.
Maasdonck heeft in haar aanvullende verzoekschrift betoogd dat de strekking van beide zaken in de kern ziet op een onderzoek naar de toedracht van het incident van 18 juli 2026 en dat dat reden is om de kosten van de deskundige voorlopig op 50/50 basis over Maasdonck en [gedaagde 1] (verzoekers in hun respectievelijke zaken) te delen.
Maasdonck heeft als bijlage bij het aanvullende verzoek een overzicht van de deskundige overgelegd met een totale begroting van de kosten voor het opstellen van een conceptrapport. Uit de overgelegde stukken van Maasdonck bij het aanvullende verzoek en uit de mededelingen van de deskundige ter zitting blijkt dat de kosten naar zijn inschatting € 32.500,- zullen bedragen. Maasdonck verzoekt daarom om het voorschot in haar zaak vast te stellen op de helft van dit bedrag, namelijk € 16.250,-.
De verschenen partijen hebben geen verweer gevoerd tegen dit aanvullende verzoek van Maasdonck. De voorzieningenrechter zal aldus bepalen dat Maasdonck een voorschot van € 16.250,- op de kosten van de deskundige moeten betalen.
Maasdonck heeft voorgesteld en [gedaagde 1] is ter zitting ermee akkoord gegaan dat zij het voorschot op de kosten van de deskundige voorlopig verdelen. Tijdens de zitting is met hen afgestemd dat zij in onderling overleg tot een dergelijke verdeling komen en dat wat de verdeling van het voorschot betreft geen beslissing van de voorzieningenrechter nodig is. De voorzieningenrechter verstaat dat Maasdonck en [gedaagde 1] ervoor zullen zorgen dat binnen 2 weken na heden voorschotten van in totaal € 32.500,- voor de deskundige beschikbaar worden gesteld. Voor zover dat in de zaak [gedaagde 1] zou betekenen dat, met het oog op de administratieve verwerking, toch een beslissing noodzakelijk is over een aanvullend voorschot (voor het verschil tussen € 32.500 en € 23.750) geldt deze beschikking als zodanig.
de deskundige zal één rapport uitbrengen in beide zaken
De deskundige heeft in zijn bericht aan de rechtbank van 25 augustus 2026 de vraag opgeworpen of hij beide dossiers als één kan zien en of hij kan volstaan met het uitbrengen van één rapport.
In haar aanvullende verzoek stelt Maasdonck voor, zowel uit praktische overwegingen als ter beperking van de kosten, dat de gerechtsdeskundige in de beide zaken één rapport uitbrengt.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben de overige partijen zich mogen uitlaten over de vraag of de deskundige één rapport in beide zaken kan uitbrengen. De verschenen advocaten hebben daarmee ingestemd.
De voorzieningenrechter zal daarom bepalen dat de deskundige één rapport zal uitbrengen in de zaken van Maasdonck en [gedaagde 1].
onderlinge uitwisseling informatie en de kring van partijen
De deskundige heeft in zijn e-mail aan de rechtbank van 25 augustus 2026 ook aangegeven dat hem niet duidelijk is wanneer een partij – die zich bij hem meldt – kan worden gezien als onderdeel van de gerechtsexpertise en hij met deze partij informatie kan delen. De deskundige heeft een overzicht in een tabel gedeeld met daarin de namen van de opgeroepen partijen. De namen van Wilson en Omya c.s. (de partijen die zich het meest recent bij de deskundige hebben gemeld) staan in het rood in de tabel van de deskundige.
De voorzieningenrechter heeft partijen op zitting in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten.
De advocaten zijn het erover eens dat de op deze zitting verschenen partijen (die ook alle in het overzicht van de deskundige staan) behoren tot de kring van belanghebbenden in de zaken van Maasdonck en [gedaagde 1]. Zij zijn het er ook onderling over eens dat alle partijen op basis van reciprociteit informatie met elkaar en met de deskundige delen in het lopende onderzoek.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de op deze zitting verschenen partijen behoren tot de kring van belanghebbenden in de zaken van Maasdonck en [gedaagde 1]. De voorzieningenrechter zal bepalen dat alle betrokken partijen gedurende het gerechtsonderzoek op basis van reciprociteit informatie met elkaar en met de deskundige zullen uitwisselen. Zij draagt partijen op om binnen twee weken zelf met de deskundige verdere afspraken over een praktische wijze van communiceren te maken. Zij zullen in gezamenlijk overleg een lijst aan de deskundige verstrekken met daarop vermeld de namen van advocaten en/of experts, zodat er geen twijfel over kan bestaan met wie de deskundige informatie kan delen.
de proceskosten worden gecompenseerd
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de proceskosten in beide zaken te compenseren zodat elke partij de eigen kosten draagt.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
bepaalt dat Maasdonck aan de griffier van deze rechtbank het voorschot dient te voldoen op de kosten van de deskundige, dat wordt bepaald op € 16.250,00;
bepaalt dat Maasdonck voornoemd bedrag dient te betalen overeenkomstig de betalingsinstructies van het LDCR;
verstaat dat Maasdonck en [gedaagde 1] ervoor zorg zullen dragen dat in totaal € 32.500 aan voorschotten beschikbaar komt, een en ander als hiervoor in 2.4 en 2.5 bepaald;
bepaalt dat de deskundige één rapport zal opmaken in de zaken C/10/723499 / KG RK 26-860 en C/10/723522 / KG RK 26-864, zulks verder in overeenstemming met de ‘Leidraad deskundigen in maritieme civiele zaken’;
bepaalt dat partijen op basis van reciprociteit informatie met elkaar en met de deskundige uitwisselen gedurende het onderzoek en dat partijen, ter praktische uitvoering daarvan, binnen twee weken na heden nadere afspraken maken als bedoeld in r.o. 2.13;
wijst mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten aan als rechter die beschikbaar is voor ruggenspraak en het nemen van een beslissing als tijdens het onderzoek geschillen rijzen tussen de deskundige en betrokken personen of partijen;
compenseert de proceskosten, wat betekent dat partijen elk hun eigen kosten dragen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
verwijst voor het overige met betrekking tot het onderzoek naar de ex parte beschikkingen van 18 en 19 juli 2026.
Deze beschikking is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.
[3266/106]