ECLI:NL:RBROT:2026:13039

ECLI:NL:RBROT:2026:13039

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer C/10/704788 / HA ZA 25-662
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Kwaliteit stucwerkzaamheden in nieuwbouwwoning. Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2026:5416. Benoeming deskundige.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

1. [eiser 1] ,

2. [eiser 2] ,

team handel en haven

Zaaknummer: C/10/704788 / HA ZA 25-662

Vonnis van 30 september 2026

in de zaak van

te [plaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eiser 1] c.s., en afzonderlijk: [eiser 1] en [eiser 2] ,

advocaat: mr. J. Schutrups,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] BOUW- EN AANNEMINGSBEDRIJF B.V.,

te Ouderkerk aan den IJssel,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. I. van Leusden-Willemse.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 6 mei 2025 alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

- de akte uitlating deskundigenbericht van [eiser 1] c.s.;

- de (antwoord)akte uitlaten deskundigenbericht van [gedaagde] ;

- het bericht van de rechtbank van 16 juli 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

In het tussenvonnis van 6 mei 2026 is overwogen dat er behoefte bestaat aan voorlichting door een onafhankelijke deskundige. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan deze deskundige te stellen vragen. Beide partijen hebben zich vervolgens bij akte uitgelaten.

Partijen zijn het erover eens dat volstaan kan worden met één deskundige. De rechtbank sluit zich daarbij aan. Naar aanleiding hiervan wordt het aangekondigde deskundigenonderzoek in dit vonnis bevolen.

[eiser 1] c.s. geven de voorkeur aan benoeming van een deskundige met specifieke expertise op het gebied van afbouw en stukadoorswerk, bij voorkeur afkomstig uit of aantoonbaar bekend met het Technisch Bureau Afbouw (TBA). Hun primaire keuze is dan ook om als deskundige [persoon A] te benoemen, die is verbonden aan TBA. [gedaagde] , daarentegen, kan niet instemmen met de benoeming van een deskundige die is verbonden aan TBA, omdat TBA al betrokken is bij de onderhavige zaak. De rechtbank volgt [gedaagde] daarin. TBA heeft al eerder onderzoek gedaan in deze zaak, zodat dat bureau ‘besmet’ is. Het benoemen van een andere aan TBA verbonden deskundige dan degene die eerder onderzoek heeft gedaan, biedt onvoldoende soelaas. In dat geval blijft het risico bestaan dat de ene TBA-deskundige het eerdere werk van de andere TBA-deskundige moet beoordelen. Dat is onwenselijk.

Tegen de als tweede keuze voorgestelde deskundige heeft [gedaagde] ook bezwaar. Als derde keuze stellen [eiser 1] c.s. voor Peter Elfrink tot deskundige te benoemen dan wel een onafhankelijke deskundige die is aangesloten bij het Landelijke Register van Gerechtelijke Deskundigen (LRGD). [gedaagde] kan instemmen met de heer Elfrink, die volgens hen een bewezen expert op het gebied van stukadoorswerkzaamheden is.

Gelet hierop kan aangenomen worden dat beide partijen instemmen met de heer Elfrink als deskundige.

De rechtbank heeft de heer Elfrink benaderd en deze heeft zich in staat en bereid verklaard om in deze zaak als deskundige op te treden. Hij heeft bevestigd geen banden met betrokkenen te hebben (gehad) en onpartijdig ten opzichte van dit geschil te staan.

De rechtbank zal daarom de heer Elfrink als deskundige benoemen.

De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 15.814,70 inclusief btw. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Partijen hebben uiteindelijk te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen de kostenbegroting van de deskundige. De rechtbank zal het voorschot daarom vaststellen op € 15.814,70 inclusief btw. Daarnaast heeft de deskundige te kennen gegeven algemene voorwaarden te willen hanteren. Partijen hebben daar eveneens geen bezwaar tegen gemaakt.

Beide partijen hebben voorstellen gedaan voor aan de deskundige te stellen vragen. Met inachtneming van die voorstellen zal de rechtbank de in het dictum opgenomen vragen formuleren. Specifiek voor wat betreft de peildatum van de kosten van eventueel noodzakelijke herstelwerkzaamheden geldt dat de rechtbank zal aansluiten bij de datum met ingang waarvan [gedaagde] (eventueel) in verzuim is geraakt. Dit sluit aan bij de vordering en op dit punt heeft de rechtbank al in het tussenvonnis beslist dat [gedaagde] in verzuim is geraakt (als zij is tekort geschoten). De gevolgen van eventuele prijsstijgingen nadien gelden als schade die het gevolg is van vertraging in de betaling van een geldsom en worden dus geacht door de wettelijke rente te worden gedekt.

Zoals al beslist in het tussenvonnis dienen [eiser 1] c.s. het voorschot van de deskundige te voldoen. Dat laat onverlet dat bij eindvonnis een beslissing zal worden genomen over de vraag wie van partijen de kosten van de deskundige uiteindelijk dient te dragen.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

beveelt een onderzoek voor de beantwoording van de volgende vragen:

(Beoordelingskader en kwaliteit) Is het uitgevoerde stukadoorswerk in overeenstemming met hetgeen partijen zijn overeengekomen (meer specifiek: de oppervlaktebeoordelingscriteria groep/klasse 1 conform de toepasselijke TBA-richtlijn (oppervlakte beoordelingscriteria stukadoorswerk binnen) en de toepasselijke normen uit de Woningborg-garantieregeling)? Wilt u dit per ruimte en per eventueel gebrek specificeren en in uw antwoord benoemen hoe u de richtlijnen van TBA (oppervlaktebeoordelingscriteria en beoordelingsmethoden oppervlakken), alsook de toepasselijke normen uit de Woninggarantieregeling hebt gebruikt om tot uw beoordeling te komen? Wilt u er bij het onderzoek rekening mee houden het stukadoorswerk voorzien is van sauswerk dat niet door [gedaagde] is aangebracht en dit zo nodig bij uw antwoord betrekken?

Indien sprake is van scheurvorming in het stukadoorswerk , wilt u dan gemotiveerd aangeven of deze scheuren zijn ontstaan door stukadoorswerk dat niet voldoet aan hetgeen partijen zijn overeengekomen? Wilt u per scheur de locatie, grootte en zichtbaarheid onder normale gebruiksomstandigheden beschrijven?

De volgende vragen behoeven alleen te worden beantwoord als u bij de vragen 1 en 2 tot de conclusie komt dat het stukadoorswerk niet voldoet aan de overeengekomen normen.

3. ( (Oorzaak) Wat is de meest waarschijnlijke (technische) oorzaak of wat zijn de oorzaken van de door u geconstateerde gebreken?

3. ( (Omvang en wijze van herstel) Welke herstelmaatregelen zijn noodzakelijk om het stukadoorswerk alsnog in overeenstemming te brengen met de overeengekomen normen? Is plaatselijk herstel verantwoord? Zo ja, waarom en hoe dient dit herstel plaats te vinden?

3. ( (Blijvende kwaliteits- of waardevermindering) Indien (volledig of gedeeltelijk) herstel technisch of economisch niet proportioneel wordt geacht, dan wel leidt tot aanzienlijke nevenschade, wilt u dit dan toelichten? Kunt u tevens aangeven of de geconstateerde gebreken in dat geval leiden tot een blijvende vermindering van de visuele kwaliteit, gebruikswaarde of esthetische eigenschappen, en zo ja, hoe deze waardevermindering financieel kan worden begroot?

3. ( (Herstelkosten door een derde) Welke kosten zijn gemoeid met de noodzakelijke herstelwerkzaamheden, uitgevoerd door een redelijk handelend en redelijk bekwaam derde-aannemer tegen het prijspeil per 1 oktober 2024? Wij verzoeken u deze kosten te specificeren en daarbij een onderscheid te maken tussen:

A. De zuivere herstelkosten van het stucwerk en het noodzakelijke (her)sauswerk/schilderwerk.

B. De bouwkundige voorbereidingskosten die inherent zijn aan herstel in een afgebouwde (maar ongemeubileerde) woning, zoals het zorgvuldig afdekken van de vaste vloer, het demonteren en hermonteren van plinten, deuren, vensterbanken, schakelmateriaal en dergelijke, voor zover nodig en niet al inbegrepen in de onder A genoemde prijs.

C. Indien nodig, de kosten voor het uitruimen en opslaan van de losse inrichting en (maatwerk)meubels. (Het is voor het vervolg van de procedure van belang dat u deze categorie kosten afzonderlijk benoemt.)

D. Hebben de noodzakelijke herstelwerkzaamheden gevolgen voor de aansluitingen op de bestaande maatwerkmeubels, zodanig dat daar aanvullende maatregelen nodig zijn? Zo ja, wilt u deze specificeren in omvang en kosten?

7. ( (Duur van de werkzaamheden) Hoeveel tijd zal naar verwachting gemoeid zijn met noodzakelijke herstelwerkzaamheden? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag zo mogelijk specificeren naar de verschillende fasen van de werkzaamheden: uitruimen van de woning/verplaatsen van inrichting, herstelwerk, inruimen/terugplaatsen, eventuele bijkomende werkzaamheden als bedoeld in vraag 6D.

7. ( (Overig) Heeft u verder nog opmerkingen of technische bevindingen die voor de beoordeling van dit geschil door de rechtbank van belang kunnen zijn?

benoemt tot deskundige:

de heer ing. P.B.J.M. Elfrink

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden;

het voorschot

stelt de hoogte van het voorschot voor de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 15.840,70 inclusief btw;

bepaalt dat [eiser 1] c.s. een bedrag van € 15.840,70 inclusief btw aan voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak;

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;

het onderzoek

bepaalt dat [eiser 1] c.s. hun procesdossier in afschrift aan de deskundige dienen te doen toekomen;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door hem in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;

wijst de deskundige erop dat:

- hij voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),

- hij het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,

- hij het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,- hij bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat hij in het schriftelijk bericht moet vermelden of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken;

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als hij daarom vraagt, hem toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en hem ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten;

het schriftelijke rapport

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie;

wijst de deskundige erop dat:

- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken zijn oordeel is gebaseerd,

- hij een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij hem opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat hij in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;

bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;

overige bepalingen

verwijst de zaak naar de parkeerrol;

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken, of

- na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiser 1] c.s. op een termijn van vier weken, waarna [gedaagde] een antwoordconclusie kan nemen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

901/1980

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand