RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713795 / JE RK 26-142
Datum uitspraak: 31 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.A. Smits, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 11 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- een briefrapportage van de GI van 24 juli 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 4 augustus 2026.
Op 31 augustus 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] woont bij haar vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 november 2025 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 5 november 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 februari 2026 de machtiging verlengd [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de andere met gezag belaste ouder, te weten de vader, tot 5 september 2026.
3. Het aangehouden verzoek
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de andere met het gezag belaste ouder, te weten de vader, te verlengen voor de duur van de acht maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Van dit verzoek zijn bij beschikking van 11 februari 2026 reeds zes maanden toegewezen. Er resteert enkel een beslissing op het restant van het verzoek, te weten een verlenging van machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] voor de duur van twee maanden.
4. De standpunten
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Alle hulpverlening is inmiddels gestart. De vader gaat binnenkort kennismaken met de opvoedondersteuning. Ook de omgang met de moeder gaat worden ondersteund door Pameijer. Het is volgens de GI heel belangrijk dat deze omgang er is. De GI heeft ook geprobeerd bij het Openbaar Ministerie duidelijkheid te verkrijgen over de strafzaak tegen de moeder, maar zonder succes. Het OM zou hebben aangegeven dat de zaak nog bij de politie ligt, terwijl de politie aangeeft dat zij de zaak hebben ingestuurd bij het OM. Het is voor de GI daarom lastig om de volgende stappen te bepalen. De omgang zal nog wel gewoon doorlopen. Tot nu toe heeft de jeugdbeschermer het omgangsmoment iedere week zelf begeleid, anderhalf tot twee uur per keer, maar dit is niet langer haalbaar. De gemeente wil op dit moment niet meer dan één omgangsmoment per maand financieren. De omgang zal daarom nu van iedere week worden teruggebracht naar om de week. De omgang zal om en om begeleid worden door Pameijer en alsnog ook door de jeugdbeschermer zelf. Tot nu toe was de omgang iedere week en de GI zou graag willen dat de situatie anders was, maar helaas is dit de situatie waar de GI het mee moet doen. Over een tijdje zal hier weer opnieuw naar moeten worden gekeken. De behandeling van de moeder bij Fivoor loopt ook nog, maar daar weet de GI inhoudelijk nog niets over.
De moeder verzet zich niet tegen het verzoek van de GI. Door en namens de moeder wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De politie zegt dat de strafzaak door hen volledig is afgerond, dus de politie en het OM wijzen naar elkaar. Het is nog maar de vraag of er daadwerkelijk een strafzaak zal volgen. De moeder voelt zich ook in het kader van de lopende kinderbeschermingsmaatregelen overgeleverd aan het lopende onderzoek in de strafzaak. De moeder zou graag meer omgang willen en ook onbegeleide omgang, maar op dit moment is dat mede door dat onderzoek niet mogelijk. De advocaat van de moeder stelt voor om eventueel zelf ook soms een omgangsmoment te begeleiden. De moeder heeft bij Fivoor nu vier afspraken gehad. Dit waren nog ‘inleidende’ gesprekken, waarin er wordt bekeken wat er nodig is qua behandeling. Tot nu toe gaat het goed en de moeder heeft het gevoel dat er nu al meer stappen worden gezet dan de afgelopen jaren. De moeder zou in de toekomst haar kind weer terug willen. Daarbij zou de moeder het fijn vinden als [voornaam minderjarige] soms naar de vader zou kunnen, zodat er voor de moeder ook ruimte blijft om aan zichzelf te kunnen werken.
De vader verzet zich ook niet tegen het verzoek van de GI en brengt het volgende naar voren. Het gaat heel goed met [voornaam minderjarige] . Ze kan kind zijn en is iedere dag vrolijk. [voornaam minderjarige] luistert ook goed en het gaat ook goed op school. De vader denkt wel dat [voornaam minderjarige] het jammer gaat vinden dat ze haar moeder minder gaat zien. De vader vindt dat moeilijk, omdat hij haar zo min mogelijk wil belasten met de redenen waarom dit zo is. [voornaam minderjarige] belt ook soms met haar halfzus. De vader hoopt dat het snel beter gaat met de moeder, maar de vader zou in ieder geval in de toekomst altijd betrokken willen worden in de opvoeding van [voornaam minderjarige] . De vader zou het ook goed vinden als [voornaam minderjarige] altijd bij hem zou blijven.
5. De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de vader. Hier gaat het goed met [voornaam minderjarige] . Zij ontwikkelt zich goed en er is rust en stabiliteit. De moeder is gestart met hulpverlening, wat een goede ontwikkeling is, maar [voornaam minderjarige] kan nog niet terug naar de moeder. Ook de moeder begrijpt dit. Op dit moment acht de kinderrechter een voortzetting van [voornaam minderjarige] ’s verblijf bij de vader noodzakelijk voor de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter vindt het betreurenswaardig dat de begeleide omgang tussen [voornaam minderjarige] en de moeder nu wordt teruggebracht van iedere week naar om de week, omdat er slechts voor anderhalf uur begeleiding per maand financiering beschikbaar is van de gemeente. De kinderrechter ziet hierin de zorgen van de rechtspraak over de aanhoudende grote capaciteitstekorten in de jeugdketen bevestigd, zoals inmiddels in meerdere jaarverslagen van de rechtspraak vermeld. De begeleide omgangsmomenten zijn de afgelopen periode goed verlopen, waardoor een beperking van de contacten niet uit te leggen valt en eveneens in strijd is met de wet. De GI kan immers alleen de contacten met de moeder beperken indien dit noodzakelijk is in verband met de uithuisplaatsing en in het belang is van het kind. Alle betrokken partijen en ook de kinderrechter zijn het erover eens dat dit niet in het belang van [voornaam minderjarige] is. Zij verwachten zelfs dat [voornaam minderjarige] hier last van gaat hebben. De gemeente vervult daarmee haar wettelijke zorgplicht niet. Financiële overwegingen mogen namelijk niet ten grondslag liggen aan het weigeren van passende hulpverlening. De GI zal bij de gemeente moeten blijven aandringen op passende financiering, zodat de omgang in elk geval wekelijks, anderhalf tot twee uur, kan blijven plaatsvinden en indien mogelijk en nodig in het belang van [voornaam minderjarige] ook uitgebreid kan worden. Daarmee wil de kinderrechter niet afdoen aan de inzet van de jeugdbeschermer, die buiten haar taak om de afgelopen maanden de omgang heeft begeleid en zich hier de komende maanden nog een keer per maand voor zal gaan inzetten.
De kinderrechter wijst het restant van het verzoek toe en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] voor de duur van twee maanden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de andere met het gezag belaste ouder, te weten de vader, tot 5 november 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Korshuize als griffier, en op schrift gesteld op 14 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.