ECLI:NL:RBROT:2026:12829

ECLI:NL:RBROT:2026:12829

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 25-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer 11130239 CV EXPL 24-13731
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Internationale agentuurovereenkomst. De Mexicaanse principaal (gedaagde) heeft het exclusiviteitsrecht van de Duitse agent (eiseres) geschonden en de principaal is daarmee naar Duits recht aansprakelijk. Toepasselijk recht. Verschuldigdheid van wettelijke rente. Art. 12 Rome I. Wettelijke rentevoet. Duitse wettelijke rente. Duitse wettelijke rentevoet.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11130239 CV EXPL 24-13731

datum uitspraak: 25 september 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

KLAUS BÖCKER GmbH,

gevestigd te Buxtehude, Duitsland,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigden mrs. M.R. Ruygvoorn en Q. Schier te Utrecht,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

COLIMA PROCESSORS S. DE R.L. DE C.V.,

gevestigd te Tecomán, Colima, Mexico,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde aanvankelijk mr. F.D.P. Nobel te Rotterdam, nadien vertegenwoordigd door [persoon A] .

Partijen zullen hierna Klaus en Colima genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 9 januari 2026 alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

het e-mailbericht van Colima van 14 juni 2026, met bijlagen;

de akte eiswijziging, tevens houdende in het geding brenging producties van Klaus, met producties;

de bij de mondelinge behandeling van 25 juni 2026 overgelegde spreekaantekeningen van Klaus;

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 juni 2026;

de akte van Colima van 30 juli 2026;

de akte uitlaten productie van Klaus van 30 juli 2026.

Mr. Nobel heeft de kantonrechter op 18 mei 2026 laten weten dat hij zich als gemachtigde van Colima onttrekt. Er heeft zich vervolgens geen nieuwe gemachtigde namens Colima gesteld.

Op 25 juni 2026 is de zaak (via een digitale beeld- en geluidsverbinding) tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:

- namens Klaus de heer [persoon B] en mw [persoon C] bijgestaan door de gemachtigden;

- namens Colima de heer [persoon A] en de heer [persoon D] , met bijstand van de heer [persoon E] , tolk in de Spaanse taal.

Wegens een niet functionerende geluidsverbinding hebben de vertegenwoordigers van Colima de mondelinge behandeling niet geheel kunnen bijwonen.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het gevorderde in de hoofdzaak

in conventie

Klaus vordert na eiswijziging dat de kantonrechter, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

voor recht verklaart dat Colima toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de Cooperation Agreement door de daaronder aan Klaus verleende exclusiviteit te schenden en dat Colima dientengevolge aansprakelijk is voor de hierdoor door Klaus geleden en nog te lijden schade;

Colima veroordeelt om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan Klaus te betalen primair een bedrag ad € 1.246.197,83, subsidiair een bedrag ad € 1.001.460,13 en meer subsidiair een bedrag ad € 236.499,37, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals beschreven in randnummers 3.27 en 3.28 van de dagvaarding en randnummer 2.17 van de akte eiswijziging, althans een door de kantonrechter in goede justitie vast te stellen rentepercentage vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de volledige betaling;

Colima veroordeelt tot voldoening van de beslag- en deurwaarderskosten ad € 14.621,68, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de laatste overbetekening, althans vanaf de dag van de dagvaarding, althans vanaf het in dezen te wijzen vonnis, althans vanaf een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum;

Colima veroordeelt tot voldoening van de buitengerechtelijke incassokosten, berekend overeenkomstig artikel 2 Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten over de onder ii) toegewezen hoofdsom en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen, althans vanaf een door de kantonrechter redelijk geachte termijn, na het in dezen te wijzen vonnis, indien en voor zover Colima deze kosten niet voordien heeft voldaan;

Colima veroordeelt in de proceskosten (de nakosten daaronder inbegrepen), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen, althans vanaf een door de kantonrechter redelijk geachte termijn, na het in dezen te wijzen vonnis, indien en voor zover Colima deze kosten niet voordien heeft voldaan.

Colima voert verweer en concludeert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van Klaus afwijst, met veroordeling van Klaus primair in de (gedeeltelijke) daadwerkelijke proceskosten dan wel subsidiair kosten rechtens.

Op de stellingen van partijen wordt hierna bij de beoordeling, voor zover relevant, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

Colima vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Klaus veroordeelt tot terugbetaling aan Colima van alle bedragen die Colima heeft

voldaan aan Klaus in het kader van het tussenvonnis van 5 september 2025 en eventuele

latere tussenvonnissen in deze procedure dan wel verklaart dat deze bedragen verrekend

worden met in conventie aan Klaus toegewezen bedragen;

II. voor recht verklaart dat de Cooperation Agreement per 28 augustus (de kantonrechter begrijpt: 2021) is geëindigd dan wel in goede justitie bepaalt dat de overeenkomst op een later tijdstip is opgezegd of opgeschort zoals uiteengezet in randnummer 10.2 van de conclusie van antwoord tevens inhoudende voorwaardelijke eis in reconventie alsmede inhoudende incidentele vordering (hierna kortweg: de conclusie van antwoord);

III. de beslagen ten laste van Colima opheft;

IV. Klaus veroordeelt tot betaling aan Colima van de schade als gevolg van het onrechtmatig beslag nader op te maken conform de wet en te begroten bij staat;

V. Klaus primair veroordeelt in de (gedeeltelijke) daadwerkelijke proceskosten subsidiair

kosten rechtens.

Klaus voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna bij de beoordeling, voor zover relevant, nader ingegaan.

3. De beoordeling in de hoofdzaak

in conventie

Eiswijziging

Klaus heeft haar eis gewijzigd. Colima heeft daarop niet meer gereageerd. Artikel 130 Rv bepaalt dat eiseres bevoegd is haar eis te wijzigen zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen. De eiswijziging is dan ook tijdig gedaan. Nu tegen de eiswijziging geen bezwaar is gemaakt en deze ook niet in strijd is met de goede procesorde, zal de rechtbank recht doen op de gewijzigde eis.

Weergave van de grondslag van de vorderingen van Klaus

Aan haar vorderingen legt Klaus – samengevat – het volgende ten grondslag. Klaus en Colima hebben met ingang van 1 januari 2019 een overeenkomst gesloten, de zogenaamde ‘Cooperation Agreement’. Met deze overeenkomst, die door Duits recht wordt beheerst, heeft Klaus het exclusieve verkooprecht van de producten van Colima verkregen. Klaus heeft over de verkopen die zij (voor Colima) verricht recht op 4% van de verkoopprijs. Daarmee is sprake van een agentuurovereenkomst. Vanaf 1 april 2022 heeft Colima de levering van haar producten aan Klaus gestaakt en heeft Colima deze producten rechtstreeks aan derden geleverd. Hiermee handelt Colima in strijd met de Cooperation Agreement, waardoor Klaus schade lijdt. Klaus tracht de door haar geleden en nog te lijden schade via de onderhavige procedure op Colima te verhalen.

Weergave van het verweer van Colima

In de kern genomen voert Colima tot haar verweer aan dat de Cooperation Agreement is beëindigd. Daarvoor heeft zij achtereenvolgens de volgende vijf argumenten:

i) Op 28 augustus 2021 is de Cooperation Agreement door Klaus beëindigd dan wel met inachtneming van de in de Cooperation Agreement opgenomen opzegtermijn, per 31 december 2021;

ii) Subsidiair heeft Colima de Cooperation Agreement opgezegd tijdens de besprekingen van 20 tot 23 september 2021, derhalve uiterlijk 23 september 2021, wegens gewichtige redenen dan wel, met inachtneming van de in de Cooperation Agreement opgenomen opzegtermijn, per 31 december 2021;

iii) Meer subsidiair heeft Colima de Cooperation Agreement opgezegd per e-mail van 4 oktober 2021 wegens gewichtige redenen dan wel, met inachtneming van de in de Cooperation Agreement opgenomen opzegtermijn, per 31 december 2021;

iv) Nog meer subsidiair heeft Colima tijdens de besprekingen van 20 tot 23 september 2021, subsidiair per e-mail van 4 oktober 2021, kenbaar gemaakt haar verplichtingen uit de Cooperation Agreement op te schorten;

v) Uiterst subsidiair heeft Colima de Cooperation Agreement opgezegd wegens gewichtige redenen op 10 augustus 2023 respectievelijk 7 september 2023 dan wel, met inachtneming van de in de Cooperation Agreement opgenomen opzegtermijn, per 31 december 2023.

Toepasselijk recht

Hier is sprake van een internationale zaak. Tussen partijen is niet in geschil dat Duits recht van toepassing is op de agentuurovereenkomst. De kantonrechter sluit zich daarbij aan.

‘Inhoudelijke’ beoordeling van het geschil

1. inleiding

De kantonrechter gaat uit van het volgende vaststaande feiten en juridische uitgangsposities:

i) Partijen hebben de Cooperation Agreement gesloten;

ii) Klaus heeft op grond van de Cooperation Agreement een exclusief verkooprecht;

iii) Klaus heeft gedurende de looptijd van de Cooperation Agreement over haar verkopen recht op commissie;

iv) Het exclusieve verkooprecht van Klaus vervalt op het tijdstip waarop de Cooperation Agreement tot een einde is gekomen;

v) Klaus heeft vanaf dat tijdstip geen recht meer op commissie;

vi) Ingeval Colima in strijd handelt met het exclusieve verkooprecht van Klaus, heeft Klaus recht op schadevergoeding ter hoogte van de gederfde commissie.

Colima betwist weliswaar niet dat zij haar producten rechtstreeks aan derden is gaan leveren, maar zij stelt wél dat zij dit pas is gaan doen na de opzegging van de Cooperation Agreement en dat zij daarom is bevrijd van haar verbintenis om commissie te betalen aan Klaus.

2. de ingangsdatum van de Cooperation Agreement

In de Cooperation Agreement staat 1 januari 2019 als ingangsdatum:

“This agreement is running for a one year’s period, beginning on 01 January 2019.”

Dit is ook bevestigd door Klaus in randnummer 2.3 van de dagvaarding en door Colima in randnummer 8.1 van de conclusie van antwoord, zij het dat Klaus later in deze procedure is gaan betogen dat de Cooperation Agreement dateert van augustus 2018.

De Cooperation Agreement is weliswaar ondertekend in augustus 2018, maar zij houdt de verklaring van Klaus in dat Klaus (pas) vanaf 1 januari 2019 als agent zal optreden:

“We will act from 01 January 2019 onwards as your exclusive sales agent for the whole

global market.”

Het betoog van Klaus dat de Cooperation Agreement desondanks niet pas is ingegaan op 1 januari 2019, maar al in augustus 2018 faalt dus.

De Cooperation Agreement is dus gaan gelden vanaf 1 januari 2019.

3. de einddatum van de Cooperation Agreement

Van de Cooperation Agreement maakt de volgende bepaling deel uit:

“The validity will extend automatically for a one year’s period unless notice of

termination is announced to one of the parts by the other three months in advance.”

Tussen partijen is in geschil op welk tijdstip de Cooperation Agreement tot een einde is gekomen. Klaus heeft de hiervoor in r.o. 3.3 genoemde vijf alternatieve tijdstippen waarop de Cooperation Agreement volgens Colima is geëindigd gemotiveerd betwist. Kort samengevat is de Cooperation Agreement volgens Klaus op een later tijdstip geëindigd dan volgens Colima.

Het primaire standpunt van Colima is dat de Cooperation Agreement door Klaus is opgezegd (beëindigd) op 28 augustus 2021. Dat standpunt van Colima faalt. Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.

Zoals de kantonrechter ook al in het tussenvonnis van 5 september 2025 heeft overwogen, bevindt een formele opzegging door Klaus met inachtneming van de in de Cooperation Agreement opgenomen opzeggingsvoorwaarden, waaruit 28 augustus 2021 als einddatum kan worden afgeleid, zich niet bij de processtukken. De overige door Colima aangedragen feiten en omstandigheden bieden voor haar standpunt evenmin voldoende aanknopingspunten. Uit het e-mailbericht van [persoon F] (Klaus) aan [persoon A] (Colima) (productie 23 van Colima) van 21 augustus 2021 waarin hij vermeldt: “yes, we want to stop our partnership” kan in ieder geval niet met voldoende zekerheid worden afgeleid dat partijen overeenstemming hebben bereikt over het beëindigen van de Cooperation Agreement, laat staan over de einddatum daarvan. De omstandigheid dat in de daarop volgende maanden kennelijk niet of minder is geleverd, biedt, ook in samenhang met voormeld e-mailbericht, evenmin voldoende grond voor de stelling dat de Cooperation Agreement reeds in 2021 is beëindigd. Ook het standpunt van Colima dat partijen na 17 november 2021 nieuwe afspraken hebben gemaakt met uitsluiting van exclusiviteit voor Klaus, overtuigt niet. Uit het door Colima aangehaalde e-mailbericht van [persoon G] (Klaus) aan [persoon A] (Colima) van 10 december 2021 en nadien gedane betalingen door Klaus kan wellicht worden opgemaakt dat partijen nieuwe betalingsafspraken hebben gemaakt, maar niet dat zij nadere afspraken hebben gemaakt over exclusiviteit, zoals Colima betoogt.

Het subsidiaire standpunt van Colima is dat zij de Cooperation Agreement heeft opgezegd tijdens de besprekingen van 20 tot 23 september 2021. Ook dat standpunt van Colima faalt. Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.

Een formele opzegging door Colima met inachtneming van de in de Cooperation Agreement opgenomen opzeggingsvoorwaarden, waaruit een einddatum in de periode 20-23 september 2021 kan worden afgeleid, bevindt zich niet bij de processtukken. Dat er in deze periode besprekingen zijn geweest tussen partijen is weliswaar niet in geschil, maar wél dat Colima de Cooperation Agreement toen heeft opgezegd.

Ter onderbouwing van haar stelling dat zij tijdens de besprekingen in de periode 20-23 september 2021 de Cooperation Agreement heeft opgezegd, beroept Colima zich op de door haar als producties 26-29 in het geding gebrachte getuigenverslagen van deze besprekingen. (Het gaat hier om op schrift gestelde verklaringen in het Engels die buiten rechte zijn afgelegd.) De kantonrechter kan Colima niet volgen in haar standpunt (zoals verwoord in randnummer 7.2 conclusie van antwoord) dat uit deze getuigenverslagen “duidelijk” blijkt dat de opzegging tijdens deze besprekingen “meerdere keren” is bevestigd.

In het bijzonder wijst Colima in dit verband op de volgende passages uit twee van deze getuigenverslagen (overgelegd als producties 26 en 25 aan de zijde van Colima):

“13. Henning got angry and said that per each sale there must be 400 to 500 pages of contracts and that they don’t have the people to do it.

14. [persoon A] told [persoon F] that Klaus Böcker GmbH was breaking the Cooperation Agreement by not sharing the information and that Colima Processors was not going to continue with it.”

en

“9. [persoon F] got angry that we were stopping the agreement and told my brother that he cannot take a personal decision like this.

10. My brother [persoon A] said that as the CEO of Colima Processors he can do it and it was done.”

Uit deze verklaringen volgt ontegenzeggelijk dat partijen het tijdens deze besprekingen met elkaar oneens waren en dat van de zijde van Colima daarbij zelfs dreigende bewoordingen zijn geuit in de richting van personen aan de zijde van Klaus. Bovendien lijkt toen van de zijde van Colima de wens uitgesproken te zijn om dan maar te ‘stoppen’ met de Cooperation Agreement. Niettemin wijst niets in deze getuigenverslagen er zonder meer op dat Klaus moest begrijpen dat Colima zojuist de Cooperation Agreement had opgezegd. Dat Colima wilde stoppen met de Cooperation Agreement was veeleer alleen maar dreigende taal in de richting van Klaus. Van inachtneming van de in de Cooperation Agreement opgenomen opzeggingsvoorwaarden was in ieder geval geen sprake.

Het meer subsidiaire standpunt van Colima is dat zij de Cooperation Agreement heeft opgezegd met de e-mail van 4 oktober 2021 van [persoon A] (Colima) aan [persoon F] (Klaus).

Ook dat standpunt faalt, aangezien dit bericht helemaal geen opzeggingsmededeling bevat, maar hooguit een mededeling dat de uitvoering van de overeenkomst wordt opgeschort (“paused”). De e-mail luidt immers als volgt:

“Dear [persoon F] ,

The commercial contract with Nestlé is direct with Colima Processors. The agreement of Colima Processors and Klaus Böcker is paused because of the next reasons:

The agreement was broken when you did not deliver any information of any sale documentation since the beginning.

You want the product to be invoiced at a price below cost.

The lack of a unique communication with a sale agent from the side of Böcker, and the informal communication we had in the past create a big legal uncertainty.

These 3 reasons above created negative numbers to Colima Processors.

Once again the legal relation is between Nestlé and Colima Processors.

Best regards,

[persoon A] ”

Het nog meer subsidiaire standpunt van Colima is dat zij tijdens de besprekingen van 20 tot 23 september 2021, subsidiair per e-mail van 4 oktober 2021, kenbaar heeft gemaakt haar verplichtingen uit de Cooperation Agreement op te schorten.

Ook dat standpunt van Colima faalt. Zie wat betreft de besprekingen van 20-23 september 2021 hetgeen de kantonrechter hiervoor in r.o. 3.16 heeft overwogen. Weliswaar wijst Colima Klaus er in de hiervoor in r.o. 3.19 aangehaalde e-mail van 4 oktober 2021 op dat de Cooperation Agreement “is paused”, maar Colima laat na aan te geven vanaf wanneer de Cooperation Agreement dan precies wordt opgeschort en welke juridische en/of feitelijke gevolgen die opschorting dan heeft voor de relatie van Klaus met Colima. Bovendien is gesteld noch gebleken dat Colima dat wél heeft gedaan op een later moment na deze e-mail. Ten slotte wijst niets erop dat Colima meteen na deze e-mail haar leveringen aan Klaus volledig heeft stopgezet. Zie r.o. 3.13 hiervoor.

Het uiterste standpunt van Colima is dat Colima de Cooperation Agreement heeft opgezegd wegens gewichtige redenen op 10 augustus 2023 respectievelijk 7 september 2023. Daarover overweegt de kantonrechter als volgt.

Vast staat dat Colima per brief van 29 augustus 2023 de Cooperation Agreement per de eerst mogelijke datum heeft opgezegd. Klaus heeft deze opzegging op 7 september 2023 ontvangen.

De Cooperation Agreement is dus rechtsgeldig opgezegd op 29 augustus 2023. De kantonrechter volgt Colima in haar betoog dat vanwege de opzegtermijn van drie maanden in de Cooperation Agreement deze overeenkomst dus niet meer gold vanaf 1 januari 2024. De kantonrechter kan Klaus niet volgen in diens betoog dat in dit geval de wettelijke opzegtermijn van ten minste zes maanden moet worden toegepast omdat sprake is van een overeenkomst die langer dan vijf jaar heeft geduurd. Zie § 89 Handelsgezetzbuch (HGB). De Cooperation Agreement is, als gezegd, gaan gelden vanaf 1 januari 2019 en gold niet meer op 1 januari 2024, zodat hier geen sprake is van een overeenkomst die langer dan vijf jaar heeft geduurd.

Gelet op het hiervoor overwogene kan in het midden blijven of Colima de Cooperation Agreement reeds op 10 augustus 2023 heeft opgezegd, nu dit niet tot een andere uitkomst zou leiden.

4. toerekenbare tekortkoming van Colima

Colima heeft niet betwist dat zij (kort) na 31 maart 2022 de levering van haar producten aan Klaus heeft gestaakt en die producten vanaf 1 april 2022 rechtstreeks is gaan leveren aan derden. Colima beroept zich nog op opschorting, maar zij heeft ook daaraan niet het rechtsgevolg verbonden dat zij het exclusiviteitsrecht van Klaus mocht schenden. Voor zover Colima zich in haar hiervoor in 1.1 genoemde akte van 30 juli 2026 (haar reactie op het proces-verbaal van de mondelinge behandeling) beroept op ontbinding van de Cooperation Agreement omdat Klaus weigerde haar informatie te verstrekken, kan dit verweer wegens gebrek aan onderbouwing niet slagen. Uit niets blijkt dat Colima de Cooperation Agreement rechtsgeldig heeft ontbonden op grond van een tekortkoming van Klaus.

Colima is dus toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de Cooperation Agreement. Vordering (i) zal dus worden toegewezen.

5. recht van Klaus op gederfde commissie

Uit het voorgaande volgt dat Klaus op grond van de Cooperation Agreement vanaf 1 april 2022 tot 1 januari 2024 recht heeft op gederfde commissie.

6. berekening van de door Klaus gederfde commissie en overige schade

In het tussenvonnis van 5 september 2025 heeft de kantonrechter Colima bevolen Klaus in kennis te stellen van alle rechtstreekse verkopen aan derden (anders dan Klaus en waaronder begrepen maar niet beperkt tot Nestlé) sinds de ingangsdatum van de Cooperation Agreement tot aan het einde van de Cooperation Agreement. Colima heeft daarop als productie 45 een uit elf bladzijdes bestaande lijst van achtereenvolgende leveringen door haar aan derden in het geding gebracht. Colima heeft deze productie niet van enige toelichting voorzien; zij volstaat met het aanduiden van deze productie als “Verkoopopgave conform gebod vonnis 5 september 2025”.

Klaus heeft voldoende onderbouwd dat deze door Colima aangeleverde lijst onbruikbaar is voor de begroting van de door Klaus geleden schade. Het had, gelet op bovengenoemde opdracht van de kantonrechter, op de weg van Colima gelegen om deugdelijke inzage te geven in haar rechtstreekse leveringen en niet te volstaan met een niet controleerbare lijst. Bij deze lijst is namelijk geen enkele informatie gevoegd aan de hand waarvan de op de lijst vermelde aard en omvang van de leveringen kan worden getoetst. Het enige wat Colima op deze lijst heeft vermeld zijn een datum, waarbij bovendien onduidelijk is om welk soort datum het gaat (bijvoorbeeld een besteldatum, een leveringsdatum of een verzenddatum), de betreffende klant en de FOB-prijzen. Klaus heeft bovendien, onderbouwd met producties 28 tot en met 31, aangevoerd dat de door Colima overgelegde lijst onvolledig en onjuist is, wat door Colima niet inhoudelijk is weerlegd. Gebleken is tot slot dat Klaus Colima op 16 oktober 2025 om aanvullende informatie heeft gevraagd, maar dat Colima heeft geweigerd deze aanvullende informatie te geven.

De kantonrechter zal daarom bij de berekening van de door Klaus gederfde commissie verder geen acht slaan op productie 45 van Colima. Teruggevallen moet dus worden op een begroting van de door Klaus geleden schade aan de hand van de aanknopingspunten in het procesdossier over hoeveel Colima produceert/verkoopt. Daarover overweegt de kantonrechter verder als volgt.

Over het door Klaus als productie 14 bij dagvaarding in het geding gebrachte productieverslag van Colima over de periode 2 januari tot 4 maart 2023 merkt Colima op dat zij in die periode ongeveer 2,2 ton per uur produceerde (randnr. 4.2 conclusie van antwoord). Klaus heeft dat vervolgens bij akte eiswijziging niet weersproken. Uit de door Colima overgelegde productie 39, die een vertaling is van bovengenoemde productie 14 van Klaus, blijkt dat de hier aangeduide productiehoeveelheden “verpakt volume” betreffen. De kantonrechter begrijpt hieruit dat het dus gaat om verkoopbaar product.

Colima heeft zélf gesteld dat ze 24 uur per dag produceert (zie randnummers 4.2-4.3 conclusie van antwoord). Weliswaar heeft Colima vervolgens in haar laatste akte aangevoerd dat dat niet klopt omdat er in ploegendienst wordt gewerkt, maar het werken in ploegendiensten sluit een doorlopende productie van 24 uur per dag geenszins uit.

De omvang van de productie van Colima per etmaal (24 uur) komt dus (in beginsel) uit op 52,8 (= 24 x 2,2) ton verpakt product. Colima heeft gesteld dat op haar productie nog capaciteitsverlies door schoonmaak, onderhoud en reparaties in mindering komt. Klaus heeft de noodzaak tot schoonmaak bij de productie van mango’s erkend tijdens de laatste mondelinge behandeling in deze zaak. Dat er periodiek onderhoud en reparaties nodig zijn als de machines 24 uur per etmaal draaien en er dan dus productieverlies optreedt, acht de kantonrechter ook aannemelijk. De kantonrechter gaat voorbij aan de stelling van Colima in haar laatste akte dat het reinigingsproces zes uur per dag in beslag neemt. Die stelling van Colima is namelijk in tegenspraak met haar eerdere stelling op dit punt en niet nader onderbouwd.

De kantonrechter stelt de aftrek door capaciteitsverlies in redelijkheid vast op 20%. De productie per etmaal komt daarmee uit op (4/5 x 52,8 ton verpakt volume =) 42,24 ton. Per maand is dat afgerond (30 x 42,24 =) 1.267 ton. Over de periode 1 april 2022 tot 1 januari 2024 gaat de kantonrechter voor de begroting van de gederfde commissie dus uit van een totale productie van (21 maanden x 1.267 ton per maand=) 26.611 ton.

Daarmee komt de kantonrechter toe aan de vraag welke prijs moet worden gehanteerd voor de begroting van de gederfde commissie. Colima heeft weliswaar aangevoerd dat de commissie moet worden berekend aan de hand van de productprijs exclusief vracht-, opslag- of andere kosten, maar zij heeft dit standpunt niet onderbouwd, zodat de kantonrechter dit standpunt niet volgt.

In de Cooperation Agreement is over de berekening van de commissie de volgende overweging opgenomen:

“The commission will be 4% on the sales price”.

Hieruit volgt dat de commissie wordt vastgesteld aan de hand van de verkoopprijs. Dit wordt ook ondersteund door productie 31 van Klaus, waarvan Colima de juistheid niet heeft weersproken. De kantonrechter zal de begroting van de gederfde commissie daarom begroten aan de hand van de door partijen gehanteerde verkoopprijs.

Klaus stelt het niet expliciet, maar kennelijk is de verkoopprijs volgens haar $ 666,66 per ton. Die verkoopprijs volgt namelijk uit de berekening in randnummer 3.2 van de dagvaarding ($ 8.000.000,-- : 12.000 ton) en de berekening in randnummer 2.8 van de akte eiswijziging ($ 12.848.000,-- : 19.272 ton). Colima heeft dit niet weersproken. De kantonrechter zal daarom uitgaan van deze verkoopprijs.

Tussen partijen is niet in geschil dat Klaus recht had op 4% commissie over de verkoopprijs. De door Klaus gederfde commissie moet gelet op het bovenstaande daarom worden begroot op een bedrag in US-dollars van $ 709.619,57 (= 4% x 26.611 ton x $ 666,66).

Daarnaast stelt Klaus dat zij wegens leveringen door Colima aan Nestlé schade heeft geleden ter hoogte van $ 25.996,81. Colima heeft dit niet betwist. Deze schade ter hoogte van $ 25.996,81 staat dus vast.

Daarmee komt de totale schade van Klaus in US-dollars uit op $ 735.616,38 (= $ 709.619,57 + $ 25.996,81). Klaus vordert echter schadevergoeding in euro’s. De kantonrechter gaat uit van de actuele omrekenkoers van $ 1 = € 0,87 (afgerond), en dus van een schadevergoedingsbedrag van € 639.986,25 (= 0,87 x 735.616,38). Dat bedrag zal dus worden toegewezen als onderdeel van vordering (ii).

7. (hoogte van) de door Colima verschuldigde wettelijke rente

Over bovengenoemde schadevergoeding vordert Klaus “wettelijke rente”. Ter onderbouwing van die vordering wijst Klaus op randnummers 3.27 en 3.28 van de dagvaarding en randnummer 2.17 van de akte eiswijziging. Uit die randnummers volgt dat Klaus inderdaad (slechts) wettelijke rente op het oog heeft, en dus niet (tevens) wettelijke handelsrente.

De onderhavige zaak is, als gezegd, een internationale zaak. De vraag rijst dus welk recht van toepassing is op deze vordering van Klaus tot vergoeding van wettelijke rente.

Het leerstuk van de wettelijke rente valt uiteen in twee aspecten: het aspect van de verschuldigdheid van wettelijke rente, onder welk aspect ook de looptijd en het aanvangsmoment van de looptijd van de verschuldigde wettelijke rente moet worden geschaard, en het aspect van de wettelijke rentevoet.

Welk recht in een procedure voor de Nederlandse rechter toepasselijk is op een contractuele rechtsverhouding volgt in beginsel alleen maar uit de verwijzingsregels van Rome I (Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst).

Het gegeven dat met het toekennen van wettelijke rente beoogd wordt te late betaling te voorkomen en, voor het geval toch te laat betaald wordt, de schade die daaruit voortvloeit te vergoeden, past geheel binnen het werkingsgebied van de lex causae, in dit geval het recht dat van toepassing is op de rechtsverhouding zoals dat is verwoord in artikel 12 Rome I. Zie daarvoor het eerste lid, sub c., van dat artikel:

1. Het recht dat ingevolge deze verordening op de overeenkomst van toepassing is, beheerst met name:

[…]

c. de gevolgen van gehele of gedeeltelijke tekortkoming, daaronder begrepen de vaststelling van de schade voor zover hiervoor rechtsregels gelden, een en ander binnen de grenzen welke het procesrecht van de rechter aan diens bevoegdheden stelt.

Duits recht is in deze zaak dus van toepassing op de verschuldigdheid van wettelijke rente, en daarmee, als gezegd ook op de looptijd en het aanvangsmoment van de looptijd van de verschuldigde wettelijke rente.

De wettelijke rentevoet valt buiten het toepassingsgebied van Rome I. Het daarop toepasselijke recht wordt geregeld door het Nederlandse commune internationale conflictenrecht. In deze zaak wordt de contractuele rechtsverhouding tussen de partijen geregeld door, als gezegd, Duits recht. Bovendien is de schuldeiser, Klaus, gevestigd in Duitsland. Dat alles is voor de kantonrechter (ruim) voldoende aanleiding voor de toepasselijkheid van Duits recht op de wettelijke rentevoet.

Over de vraag of Colima naar Duits recht wettelijke rente is verschuldigd oordeelt de kantonrechter als volgt.

Klaus maakt in deze zaak aanspraak op schadevergoeding in de vorm van gederfde commissie. De kantonrechter is, zoals door Klaus subsidiair betoogd, van oordeel dat Colima in verzuim is vanaf het moment dat Colima de gelden bij de klanten heeft geïnd. Dit valt namelijk te kwalificeren als een weigering van de nakoming van de gemaakte afspraken. Klaus inde de commissie over de verkopen namelijk zélf door de vorderingen rechtstreeks bij de afnemers te innen, zo is niet in geschil. Doordat Colima de vorderingen op afnemers zelf is gaan innen, heeft Colima dus gefrustreerd dat Klaus aanspraak zou kunnen maken op commissie. Dit moet worden opgevat als een weigering van de nakoming van de gemaakte afspraken.

De misgelopen commissie is onderworpen aan de specifiek in de wet geregelde

wettelijke rente voor commissievorderingen. Zie § 353 HGB:

Kaufleute untereinander sind berechtigt, für ihre Forderungen aus beiderseitigen Handelsgeschëften vom Tage der Fälligkeit an Zinsen zu fordern.

Naar Duits recht is de schuldenaar, Colima dus, wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment dat hij in verzuim is. Zie de eerste volzin van lid 1 van § 288 Bürgerliches Gesetzbuch (BGB):

Eine Geldschuld ist während des Verzugs zu verzinsen.

Voor het moment waarop Colima in verzuim is geraakt, is dus bepalend het moment waarop Colima de gelden bij de klanten heeft geïnd. Mede gelet op de door Colima als productie 45 bij haar conclusie van antwoord in het geding gebrachte lijst van achtereenvolgende leveringen door haar aan derden gaat de kantonrechter ervan uit dat Colima het hele jaar door producten levert. In de periode waar het hier om gaat, vanaf 1 april 2022 tot 1 januari 2024, raakte Colima dus (bijvoorbeeld) iedere volgende maand opnieuw in verzuim.

De in deze zaak toepasselijke Duitse wettelijke rentevoet bestaat uit twee gedeeltes, namelijk enerzijds een rente van 9% en anderzijds een basisrente. Zie lid 2 van § 288 BGB:

Bei Rechtsgeschäften, an denen ein Verbraucher nicht beteiligt ist, beträgt der Zinssatz für Entgeltforderungen neun Prozentpunkte über dem Basiszinssatz.

De basisrente wordt elk jaar door de Deutsche Bundesbank vastgesteld. De basisrentetarieven die golden in de periode 1 januari 2022-31 december 2023 zijn de volgende:

De totaal door Colima verschuldigde rentevoet bedraagt in deze vier tijdvakken dus respectievelijk 8,12 %, 8,12%, 10,62% en 12,12%.

De kantonrechter gaat er, mede om executieproblemen te voorkomen, van uit dat Colima aan het eind van elk van deze vier tijdvakken in verzuim is geraakt ten aanzien van een vierde gedeelte van de in totaal door Colima verschuldigde commissie met inbegrip van de leveringen aan Nestlé, dus steeds voor een gedeelte van € 159.996,56 (= € 639.986,25 : 4).

Deze wettelijke rente zal worden toegewezen als onderdeel van vordering (ii).

8. beslag- en deurwaarderskosten

Het gaat hier om kosten die gemaakt zijn voor de in deze zaak gelegde beslagen ter verzekering van de vorderingen van Klaus. Klaus vordert in totaal een bedrag van € 14.621,68. Colima heeft deze kosten niet weersproken. Zij zullen dan ook worden toegewezen op de wijze als hierna in het dictum vermeld.

9. buitengerechtelijke incassokosten

Klaus maakt ook nog aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

De buitengerechtelijke incassokosten betreffen geen kosten die voortvloeien uit verbintenissen uit een overeenkomst als bedoeld in artikel 1 Rome I. De vordering tot betaling van deze kosten dient daarom naar Nederlands recht te worden beoordeeld op grond van artikel 10:3 BW.

De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Namens Klaus is op 28 maart 2023 een aanmaning gestuurd naar Colima (productie 15 Klaus) die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Conform de staffel van het Besluit is daarom over de toegewezen hoofdsom van € 639.986,25 een bedrag van € 6.019,97 aan buitengerechtelijke incassokosten (inclusief btw) toewijsbaar. De vordering zal worden toegewezen op de wijze als hierna in het dictum vermeld.

10. proceskosten

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Colima in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van Klaus worden tot aan deze uitspraak begroot op:

dagvaardingskosten € 129,14

griffierecht € 1.384,00

salaris advocaat € 8.646,00 (6 punten in tarief XIII)

nakosten € 144,00

Totaal € 10.303,14.

De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen op de wijze als hierna in het dictum vermeld.

in voorwaardelijke reconventie

Colima heeft haar vorderingen in reconventie ingesteld voor het geval de kantonrechter vast zou stellen dat de Cooperation Agreement reeds in 2021 is geëindigd en daarmee de vorderingen van Klaus in conventie zouden moeten worden afgewezen. Zie randnummers 15.2 en 15.4 van de conclusie van antwoord.

Zoals volgt uit hetgeen hierboven is geoordeeld in conventie, is aan die voorwaarde niet voldaan. Dat betekent dat de vorderingen van Colima in reconventie zullen worden afgewezen.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Colima in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van Klaus worden tot aan deze uitspraak begroot op:

salaris advocaat € 1.155,00 (1 punt in tarief XV)

Totaal € 1.155,00.

11. uitvoerbaar bij voorraadverklaring

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Klaus dat eist en Colima daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

verklaart voor recht dat Colima toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de Cooperation Agreement door de daaronder aan Klaus verleende exclusiviteit te schenden en dat Colima dientengevolge aansprakelijk is voor de hierdoor door Klaus geleden en nog te lijden schade;

veroordeelt Colima om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan Klaus te betalen een bedrag € 639.986,25, te vermeerderen met de Duitse wettelijke rente van 8,12 % vanaf 1 juli 2022, van 8,12% vanaf 1 januari 2023, van 10,62% vanaf 1 juli 2023 en van 12,12% vanaf 1 januari 2024, steeds over een bedrag van € 159.996,56, tot de dag van de volledige betaling;

veroordeelt Colima tot voldoening van de beslag- en deurwaarderskosten van € 14.621,68, te vermeerderen met de Nederlandse wettelijke rente vanaf de laatste overbetekening tot de dag van de volledige betaling;

veroordeelt Colima tot voldoening van de buitengerechtelijke incassokosten van € 6.019,97, te vermeerderen met de Nederlandse wettelijke rente vanaf 14 dagen vanaf de dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt Colima in de proceskosten van € 10.303,14, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten vanaf veertien dagen na dit vonnis tot de dag van algehele betaling;

verklaart bovengenoemde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in voorwaardelijke reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Colima in de proceskosten van € 1.155,00;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.

463/45830

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand