ECLI:NL:RBROT:2026:12801

ECLI:NL:RBROT:2026:12801

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer C/10/724036 / JE RK 26-1497
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/724036 / JE RK 26-1497

Datum uitspraak: 28 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam – Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,

bijgestaan door advocaat mr. R. Haze, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam oma] ,

hierna te noemen de oma, wonende in [woonplaats] ,

bijgestaan door mr. F. van Schaik, kantoorhoudende in Berkel en Rodenrijs.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de Raad van 28 juli 2026 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;

de brief van de advocaat van de moeder met bijlage, ingekomen op 24 augustus 2026;

de brief van de advocaat van de oma met bijlagen van 25 augustus 2026, ingekomen op diezelfde datum.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

de advocaat van de moeder;

de oma met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven bij de oma.

3. Het verzoek van de Raad

De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij de oma te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad licht het verzoek ter zitting als volgt toe. De Raad spreekt waardering uit voor het feit dat de oma de zorg voor de kinderen op zich neemt. Er zijn echter al langere tijd zorgen over jarenlange instabiliteit in de opvoedingssituatie en de gevolgen daarvan voor de kinderen. Het wijkteam heeft beperkt zicht op de opvoedingssituatie van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] omdat de oma geen huisbezoeken toestaat. Ook bestaat onzekerheid over de duur van de detentie van de moeder en het perspectief van de kinderen na een toekomstige vrijlating. Gelet op de hulpverlening van Forta Jeugd die al loopt in het vrijwillig kader en de goede behandelrelatie met de oma, heeft de Raad echter twijfels over de effectiviteit van een ondertoezichtstelling.

4. De standpunten

De GI onderkent de inzet van de oma en complimenteert haar voor energie die zij in het belang van de kinderen aan de zorg besteedt. De GI vraagt zich af of een ondertoezichtstelling toegevoegde waarde heeft nu de oma en de moeder in vrijwillig kader doen wat nodig is. Hoewel volledig zicht ontbreekt nu de oma geen huisbezoeken toestaat, heeft Forta Jeugd wel degelijk een beeld van de kinderen en hun ontwikkeling.

De moeder verzoekt ter zitting het verzoek van de Raad af te wijzen. Subsidiair verzoekt de moeder indien een ondertoezichtstelling wordt verleend, de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor een netwerkplaatsing bij de oma. De moeder begrijpt dat de kinderen het beste op hun plek zijn bij de oma. De gehele opvoeding verloopt in onderling overleg en de moeder heeft volmachten afgegeven aan de oma om beslissingen te nemen over de kinderen. Zo hebben de moeder en de oma op vrijwillige basis hulpverlening van Forta Jeugd opgestart voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , die al 1,5 jaar loopt. Ook de contacten met het wijkteam verlopen goed.

De oma stelt zich op het standpunt dat het verzoek van de Raad moet worden afgewezen. De oma ontkent niet dat er bij de kinderen problemen zij. Zij is een van de eersten geweest die die problematiek onderkend heeft. Zij zet zich al jaren in om passende hulpverlening voor de kinderen te krijgen. De oma heeft met hulp van het wijkteam een persoonsgebonden budget verkregen en professionele begeleiding door een GZ-psycholoog bij Forta Jeugd ingeschakeld. In het kader van schoolgang en dagbesteding zal [voornaam minderjarige 2] aankomend schooljaar starten bij De Piloot in Cluster 4-onderwijs. [voornaam minderjarige 1] volgt een traject bij Stubb. De oma voert verder ter zitting aan dat voor een ondertoezichtstelling niet alleen noodzakelijk is dat de minderjarige in zijn opvoeding ernstig wordt bedreigd, maar ook dat de zorg die in verband met het wegnemen van die bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders door deze niet of onvoldoende wordt geaccepteerd. Hieraan wordt niet voldaan. De oma heeft met veel moeite deze vrijwillige zorg tot stand gebracht met ondersteuning van het wijkteam. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben baat bij de hulpverlening en de samenwerking met de oma verloopt, zoals ook door Forta Jeugd onderstreept, goed. Omdat het vrijwillig en gedwongen kader niet naast elkaar kunnen bestaan, zal het wijkteam bij een ondertoezichtstelling terugtreden. Dit betekent dat ook de georganiseerde hulpverlening zal komen te vervallen. Mocht een ondertoezichtstelling toch worden verleend, dan verzoekt de oma de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering te belasten met de uitvoering daarvan.

5. De beoordeling

De kinderrechter overweegt het volgende. De Raad heeft zorgen over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . De kinderen zijn opgegroeid met veel instabiliteit en een onrustige thuissituatie. Er zijn zorgen over de ontwikkeling van beide kinderen als gevolg van de onrustige thuissituatie. Ook bestaan er zorgen over de moeder, die op dit moment gedetineerd is. De kinderrechter erkent deze zorgen.

Voor een ondertoezichtstelling is niet alleen noodzakelijk dat de minderjarige in zijn opvoeding ernstig wordt bedreigd, maar ook dat de zorg die in verband met het wegnemen van die bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders door deze niet of onvoldoende wordt geaccepteerd.

Aan dit criterium is niet voldaan. De kinderrechter stelt vast dat de oma met veel inzet en ondersteuning van het wijkteam passende vrijwillige hulpverlening voor de kinderen heeft georganiseerd. Er is sprake van professionele begeleiding voor de kinderen door een GZ-psycholoog bij Forta Jeugd. Zoals Forta Jeugd ook in de stukken bevestigt, is sprake van een goede samenwerkingsrelatie tussen de hulpverlening en de oma. De moeder, die met het gezag belast is, staat volledig achter de maatregelen die de oma heeft genomen. De moeder heeft volmachten afgegeven aan de oma om beslissingen te nemen over de kinderen. De hulpverlening verloopt in goed onderling overleg.

De kinderrechter heeft waardering voor de manier waarop de oma de zorg voor haar kleinkinderen op zich heeft genomen en is van oordeel dat een ondertoezichtstelling in deze situatie geen meerwaarde heeft. Hoewel de zorgen over de kinderen nog niet volledig zijn weggenomen, verloopt de hulpverlening in het vrijwillig kader goed en wordt er vooruitgang geboekt. De weg die 1,5 jaar geleden is ingeslagen met vrijwillige hulpverlening, werpt inmiddels voorzichtig zijn vruchten af. Het inzetten van een gedwongen kader naast dit vrijwillige kader zou in dit geval contraproductief werken en niet in het belang van de kinderen zijn. Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 1 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.E. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand