RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/725164 / JE RK 26-1646
Datum uitspraak: 28 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming medische behandeling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[persoon A] en [persoon B] ,
hierna te noemen: de oom mz en de partner oom mz, tezamen te noemen: de pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 19 augustus 2026;
het bericht van de GI met verklaring van de psychiater van 26 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon C] ;
- de oom mz.
De moeder en de partner van oom mz zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] verblijft bij de pleegouders.
Bij beschikking van 2 juni 2026 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 17 juni 2027. Bij die beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 17 juni 2027.
3. Het verzoek
De GI verzoekt vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [voornaam minderjarige] . Deze medische behandeling betreft de traumabehandeling vanuit Basic Trust en de inzet van ADHD-medicatie. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] wordt in zijn dagelijks functioneren belemmerd door zijn trauma en ADHD. De speltherapeut, Mentaal Beter en andere betrokkenen signaleren dat [voornaam minderjarige] hulp en ondersteuning nodig heeft. De behandeling bij Basic Trust richt zich op het verwerken van zijn trauma en het versterken van zijn gehechtheidsrelatie. Daarnaast is ADHD-medicatie nodig.
4. Het standpunt van de oom mz
De oom mz stemt in met het verzoek. [voornaam minderjarige] ervaart veel onrust, waardoor hij al langere tijd vastloopt in zijn ontwikkeling. Deze onrust hangt samen met zijn trauma en ADHD. Ook op school zien zij dat [voornaam minderjarige] een slimme jongen is, maar dat zijn onrust en concentratieproblemen hem belemmeren. Het is van belang dat [voornaam minderjarige] al voor de start van zijn traumabehandeling begint met ADHD-medicatie. De medicatie kan zorgen voor meer rust in zijn hoofd, waardoor meer ruimte ontstaat om de behandeling op te pakken. De oom mz hoopt dat [voornaam minderjarige] leert wat er van hem wordt verwacht, hoe hij met zijn explosiviteit kan omgaan en zich beter laat aansturen.
5. De beoordeling
De kinderrechter kan vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert.
Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken is gebleken dat [voornaam minderjarige] vastloopt in zijn ontwikkeling. Zijn trauma, ADHD en de daarmee samenhangende onrust en concentratieproblemen belemmeren hem in zijn ontwikkeling. Zowel thuis als op school komt dit tot uiting. De kinderrechter acht de traumabehandeling bij Basic Trust noodzakelijk om [voornaam minderjarige] te helpen zijn trauma verwerken en zijn ontwikkeling weer op gang te brengen. Daarnaast acht de kinderrechter het van belang dat [voornaam minderjarige] start met ADHD-medicatie. Deze medicatie kan zorgen voor meer rust in zijn hoofd, waardoor meer ruimte ontstaat om zich te kunnen ontwikkelen. Deze rust is van belang om de traumabehandeling goed te kunnen volgen en de behandeling voldoende te laten beklijven. De kinderrechter heeft daarbij kennisgenomen van de verklaring van de psychiater, waaruit blijkt dat bij [voornaam minderjarige] psychiatrisch onderzoek is verricht en er een indicatie bestaat voor het starten met ADHD-medicatie.
De traumabehandeling door psychologen en het voorschrijven van ADHD-medicatie door de huisarts vallen onder de uitleg van het begrip medische behandeling omschreven in de geneeskundige behandeling.
Tot op heden is het niet gelukt om toestemming van de gezaghebbende moeder te verkrijgen omdat zij sinds december 2025 uit het contact met de GI is getreden en ook de oom mz geen contact met haar krijgt. Nu het in het belang is van [voornaam minderjarige] dat hij spoedig ADHD-medicatie krijgt, bij voorkeur al voor de start van de behandeling bij Basic Trust, zal de kinderrechter vervangende toestemming verlenen voor het starten met ADHD-medicatie. Daarnaast zal de kinderrechter vervangende toestemming verlenen voor de traumatherapie bij Basic Trust.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent, ter vervanging van de toestemming van de gezaghebbende moeder, toestemming voor de medische behandeling van [voornaam minderjarige] , te weten voor de traumabehandeling vanuit Basic Trust en de inzet van ADHD-medicatie;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026 door mr. K.T.F. Chocolaad - de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 2 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.