ECLI:NL:RBROT:2026:12761

ECLI:NL:RBROT:2026:12761

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 27-09-2026
Zaaknummer C/10/724657 / JE RK 26-1587 en C/10/724658 / JE RK 26-1588
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor kortere duur dan verzocht in verband met onduidelijkheid over de haalbaarheid van het plan van aanpak en onderzoek naar mogelijkheid voor alternatieve (gesloten) plekken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummers: C/10/724657 / JE RK 26-1587 en C/10/724658 / JE RK 26-1588

Datum uitspraak: 27 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,

advocaat mr. E. Kafa, kantoorhoudende in Rotterdam.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

mr. G.E van der Pols,

hierna te noemen: de bijzondere curator,

kantoorhoudende in Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de verzoekschriften met bijlagen, ontvangen op 10 augustus 2026;

een brief van de GI, ontvangen op 25 augustus 2026;

een brief van de GI met bijlagen, ontvangen op 26 augustus 2026;

een rapportage van de bijzondere curator, ontvangen op 26 augustus 2026;

een mail van de moeder met bijlagen, ontvangen op 27 augustus 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] & [persoon B] ;

de advocaat van [voornaam minderjarige] ;

de bijzondere curator.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon C] , de stiefvader van [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter, waarbij haar advocaat en de begeleider van haar groep ( [persoon D] ) ook aanwezig waren. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [voornaam minderjarige] heeft na het gesprek met de kinderrechter besloten niet bij de behandeling van de zaken aanwezig te zijn, nu de GI heeft aangekondigd het verzoek tot een machtiging voor gesloten jeugdhulp niet te handhaven.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] verblijft op een groep van iHub.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 juni 2026 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 11 juni 2027.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 juni 2026 de machtiging verlengd [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 20 september 2026.

3. De verzoeken

Zaaknummer C/10/724657 / JE RK 26-1587

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Op 25 augustus 2026 heeft de rechtbank een brief ontvangen van de GI waarin staat dat de GI bovenstaand verzoek intrekt.

Zaaknummer C/10/724658 / JE RK 26-1588

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Ter zitting heeft de GI bovenstaand verzoek gewijzigd in die zin dat wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

4. De standpunten

De GI licht ter zitting het verzoek als volgt toe. Er is recent een overleg geweest en daarin is het gegaan over de punten van zorgen omtrent [voornaam minderjarige] en hoe die aangepakt moeten worden. iHub was daar ook bij aanwezig en zij waren wel sceptisch. Volgens iHub zijn de aangedragen oplossingen al eerder geprobeerd. De conclusie uit dit overleg is geweest dat er met name ingezet gaat worden op 1-op-1 begeleiding van [voornaam minderjarige] volgens de ‘JIM-benadering’, wat staat voor ‘jouw ingebrachte mentor’. [voornaam minderjarige] kan dan zelf een mentor aandragen en deze persoon komt dan als een laagdrempelig ‘maatje’ naast haar te staan. Van daaruit wil de GI kijken naar wat er bij [voornaam minderjarige] past, hoe we kunnen zorgen dat ze veilig is en hoe we de verbinding aan kunnen gaan met haar netwerk. [voornaam minderjarige] heeft sinds kort een vriendin en die lijkt een positieve invloed te hebben. De GI wil ook de wijkagent betrekken. Een probleem blijft dat [voornaam minderjarige] zelf niet behandeld wil worden. Er zal dus moeten worden bekeken hoe we dat gaan vormgeven, aangezien zij nu op een behandelgroep verblijft. Een plaatsing bij Schakenbosch acht de GI niet in het belang van [voornaam minderjarige] en een gesloten plaatsing elders kan volgens de GI niet. Schakenbosch is de enige plek in deze regio waar de GI kinderen op een gesloten groep kan plaatsen. De GI wil dus gaan inzetten op 1-op-1 begeleiding De GI geeft wel aan begrip te hebben voor een eventuele kortere verlenging dan wordt verzocht. Er gebeurt namelijk veel en dan is er tussentijds opnieuw de mogelijkheid om te evalueren en te bekijken wat er passend is.

De moeder brengt ter zitting het volgende naar voren. De moeder heeft pas de dag voor de zitting te horen gekregen dat het verzoek tot gesloten plaatsing is ingetrokken. De plek waar [voornaam minderjarige] zit is niet de juiste plek voor haar. De GI lijkt voorbij te gaan aan alle incidenten die er zijn voorgevallen. [voornaam minderjarige] heeft dan misschien tien dagen haar best gedaan, maar door nu het verzoek tot gesloten plaatsing in te trekken krijgt [voornaam minderjarige] het signaal dat zij gewoon door mag gaan met wat zij doet. De moeder is bang wat er met [voornaam minderjarige] zal gaan gebeuren of wat zij anderen aan zal doen. De moeder leeft momenteel in angst voor weer een volgend moment waarop de telefoon gaat en er weer iets is voorgevallen met [voornaam minderjarige] . De moeder zou ook graag zien dat de communicatie met de GI verbetert en dat zij meer betrokken wordt door de GI. De moeder heeft de hoop dat als [voornaam minderjarige] wél gesloten zou worden geplaatst dat haar ogen worden geopend. [voornaam minderjarige] is namelijk onderzocht en toen is geconcludeerd dat [voornaam minderjarige] grenzen en kaders nodig heeft, anders zou zij gedragsstoornissen kunnen ontwikkelen. De moeder wil wel aannemen dat Schakenbosch geen geschikte plek is, maar er moet wel iets gaan veranderen. Als [voornaam minderjarige] achttien wordt denkt de moeder dat zij [voornaam minderjarige] helemaal kwijtraakt. De moeder ziet [voornaam minderjarige] nu al langere tijd afglijden en de moeder voelt zich hierin niet serieus genomen. Het idee van de GI om een JIM voor [voornaam minderjarige] aan te stellen is ook al eerder geprobeerd.

De bijzondere curator brengt ter zitting het volgende naar voren. De bijzondere curator is het eens met het intrekken van het verzoek tot gesloten plaatsing bij Schakenbosch, maar is van mening dat een gesloten plaatsing elders wél in het belang van [voornaam minderjarige] zou kunnen zijn. De bijzondere curator heeft zijn twijfels over de haalbaarheid van het huidige plan. De bijzondere curator geeft aan dat hij de situatie van [voornaam minderjarige] ingewikkeld vindt. [voornaam minderjarige] lijkt heel goed te weten wat ze op welk moment tegen wie moet zeggen en op die manier weet [voornaam minderjarige] zelf de regie te houden. Als groepsleiding moet je er dan heel erg strak op zitten om daar doorheen te prikken. Een gesloten plaatsing zou daarin dus kunnen helpen, maar Schakenbosch sluit niet aan bij wat [voornaam minderjarige] nodig heeft. De bijzondere curator hoort dat de GI zegt dat er geen andere gesloten plek mogelijk is, maar de GI zal toch echt hard op zoek moeten naar het juiste alternatief. Er zijn kinderen waarbij het aanbod binnen de regio niet aansluit bij hun behoeften en [voornaam minderjarige] is er daar mogelijk één van. De bijzondere curator noemt Pluryn als een alternatief voor Schakenbosch. Er zal echt een stevig plan moeten komen voor [voornaam minderjarige] . Als de gemeente bepaalde zorg niet heeft ingekocht, dan moeten zij deze gaan inkopen.

De advocaat van [voornaam minderjarige] sluit zich aan bij wat er gezegd is door de bijzondere curator en licht dit als volgt toe. Een ‘kale’ verlenging gaat op dit moment niets veranderen aan de situatie. Er zal inderdaad breder moeten worden gekeken naar een geschikte plek voor [voornaam minderjarige] .

5. De beoordeling

Zaaknummer C/10/724657 / JE RK 26-1587

De kinderrechter wijst het verzoek om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden af. De GI heeft dit verzoek ingetrokken, waardoor de gronden daarvan niet verder kunnen worden onderzocht.

Zaaknummer C/10/724658 / JE RK 26-1588

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.

Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Er is sprake van traumaproblematiek en hechtingsproblematiek. [voornaam minderjarige] houdt zich niet aan afspraken, laat ernstige gedragsproblemen zien en er zijn zorgen over mogelijk middelengebruik, wegloopgedrag en wat zij al dan niet doet met meerderjarige vrienden. [voornaam minderjarige] bagatelliseert haar eigen gedrag en lijkt heel goed te weten tegen wie ze wat moet zeggen, wat maakt dat het moeilijk is om door te dringen tot haar binnenwereld. [voornaam minderjarige] heeft in het verleden geregeld suïcidale uitingen gedaan. [voornaam minderjarige] heeft behandeling nodig, maar tot op heden heeft [voornaam minderjarige] geweigerd hieraan mee te werken. Desondanks verblijft zij op een behandelgroep, omdat er geen passende plek elders voor haar is. Sinds eind juli verblijft [voornaam minderjarige] op een nieuwe groep, nadat er een ernstig incident heeft plaatsgevonden op de vorige groep, waarbij ook politie ter plaatse moest komen. Ook is [voornaam minderjarige] mogelijk betrokken geweest bij een geweldsincident met een minderjarig slachtoffer in augustus. Zij moet zich hiervoor verantwoorden bij de kinderrechter.

Er is eind augustus een plan gemaakt voor [voornaam minderjarige] met het Expertise Team Passende Hulp. De vraag is of dit afdoende gaat zijn voor [voornaam minderjarige] , of dat een (gesloten) plaatsing elders toch moet worden heroverwogen. De vraag is echter wat daarin mogelijk is en op welke manier ook [voornaam minderjarige] meegenomen kan worden in deze beslissing. Volgens de GI zou Schakenbosch de enige beschikbare gesloten plek zijn die gefinancierd wordt door de gemeente. Alle belanghebbenden zijn het erover eens dat Schakenbosch geen geschikte plek is voor [voornaam minderjarige] . Dit roept logischerwijs de vraag op welke plek dan wél de juiste is. Op dit moment ziet de kinderrechter geen andere optie dan de huidige machtiging te verlengen, omdat er geen beter alternatief beschikbaar is voor [voornaam minderjarige] . De kinderrechter zal de machtiging verlengen voor een kortere duur dan is verzocht. Er loopt ook een strafzaak van [voornaam minderjarige] , welke eind november gepland staat. De kinderrechter wil kort na de strafzaak weer bijeenkomen om te kijken hoe de situatie op dat moment is. Mogelijk kan er vanuit het strafrechtelijk kader naar alternatieven worden gezocht. De komende maanden zijn tegelijkertijd een kans voor [voornaam minderjarige] om te bewijzen dat zij ook vanuit een open groep stappen kan zetten en voor langere tijd bereid is om met zichzelf aan de slag te gaan, zoals zij tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft aangegeven.

De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] verlengen tot 25 december 2026 en het resterende deel van het verzoek aanhouden tot de nader te noemen zittingsdatum.

De kinderrechter draagt zowel de GI als de bijzondere curator op om uiterlijk veertien dagen voor de volgende zittingsdatum te rapporteren over de huidige stand van zaken. Daarnaast dienen zij in de rapportage hun visie te geven over het restant van het verzoek. Mocht de financiering van de gemeente de belemmering zijn om hetgeen te kunnen doen wat [voornaam minderjarige] nodig heeft, dan wil de kinderrechter dat de GI en/of de bijzondere curator in hun rapportage opnemen welke gemeente hiervoor verantwoordelijk is. De kinderrechter kan dan besluiten de gemeente ook op te roepen als informant voor de volgende zitting.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

Zaaknummer C/10/724657 / JE RK 26-1587

wijst het verzoek af;

Zaaknummer C/10/724658 / JE RK 26-1588

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 25 december 2026;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek aan en roept de GI, de moeder en de bijzondere curator op te verschijnen tijdens de zitting van mr. R. van den Wildenberg van de rechtbank Rotterdam, op 21 december 2026 te 16:00 uur, in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100-125 te Rotterdam, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;

vraagt de griffier [voornaam minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek;

vraagt de GI en de bijzondere curator uiterlijk veertien dagen voor bovengenoemde zittingsdatum aan de rechtbank te rapporteren zoals onder 5.6 is beschreven. Een afschrift van de rapportage dient ook te worden vertrekt aan de andere belanghebbenden.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Korshuize als griffier, en op schrift gesteld op 10 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J. Korshuize als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand