ECLI:NL:RBROT:2026:12637

ECLI:NL:RBROT:2026:12637

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer C/10/713037 / JE RK 26-39 en C/10/724266 26-1534
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken en vervangende toestemming voor medische behandeling

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummers: C/10/713037 / JE RK 26-39 en C/10/724266 26-1534

Datum uitspraak: 25 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken en vervangende toestemming voor medische behandeling

in de zaken van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland Zuid,

gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats 1], hierna te noemen [minderjarige 1],

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats 2], hierna te noemen [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 1],

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 2],

bijgestaan door advocaat mr. P.A. van Lange, kantoorhoudende in Dordrecht,

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[naam grootouder 1] en [naam grootouder 2],

hierna te noemen de grootouders vaderszijde (vz), wonende in [woonplaats 3].

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

inzake C/10/713037 / JE RK 26-39:

- de beschikking van 9 maart 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

de briefrapportage van de GI met bijlagen van 17 juli 2026, ingekomen op diezelfde datum;

het wijzigingsverzoek van de GI van 17 juli 2026, ingekomen op diezelfde datum;

inzake C/10/724266 26-1534:

- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 31 juli 2026 , ingekomen op diezelfde datum.

Op 25 augustus 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A];

- de grootouders vz.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 januari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 27 januari 2027.

3. De (aangehouden) verzoeken

Het aangehouden verzoek van de GI van 9 januari 2026 (C/10/713037 / JE RK 26-39):

De GI heeft verzocht een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen voor de duur van zes maanden, waarin de vader de ene week begeleid contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] heeft voor de duur van twee uur en de vader de andere week op maandag de hele dag en nacht aansluit bij de grootouders van vaderszijde als de kinderen daar aanwezig zijn. De GI heeft verzocht de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De kinderrechter heeft, op verzoek van de GI, de beslissing bij beschikking van 9 maart 2026 aangehouden.

De GI heeft op 17 juli 2026 schriftelijk te kennen gegeven het aangehouden verzoek te wijzigen en te verzoeken een zorgregeling vast te stellen in de zin dat er geen omgang bestaat, in ieder geval tot de tijd dat de vader in contact treedt met de GI, inzicht geeft in zijn eigen problematiek en behandeling en open staat om passende veiligheidsafspraken te maken over hoe de begeleide omgang weer veilig opgestart kan worden in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

Het verzoek van de GI van 31 juli 2026 (C/10/724266 26-1534):

De GI verzoekt vervangende toestemming te verlenen voor de noodzakelijke diagnostiek en medische behandeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in GGZ-kader. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI heeft het verzoek ter zitting verduidelijkt in die zin dat zij verzoekt vervangende toestemming voor de aanmelding voor diagnostisch onderzoek van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in GGZ-kader en de daaruit geadviseerde medische behandeling.

4. De standpunten

De GI handhaaft de verzoeken ter zitting. Ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken licht de GI haar verzoek als volgt toe. De GI heeft geprobeerd samen met de ouders een veilige omgangsregeling in te richten, maar dat is niet gelukt. De kinderen missen hun vader en geven aan graag contact met hem te willen. Tegelijkertijd is onduidelijk wat nodig is om de omgang veilig te laten verlopen. Vader kan zijn emoties niet reguleren en is onberekenbaar in zijn gedrag. De vader weigert de hulpverlening inzicht te geven in zijn psychische gesteldheid. Onder deze omstandigheden acht de GI het onverantwoord om de omgang tussen de vader en de kinderen op te starten. Eerst zal duidelijkheid verkregen moeten worden over de psychische situatie van de vader en zullen veiligheidsafspraken gemaakt moeten worden. Ten aanzien van de vervangende toestemming licht de GI toe dat een speltherapeut heeft geadviseerd om diagnostiek en behandeling in te zetten voor beide kinderen. [minderjarige 1] start binnenkort met onderwijs. Het is fijn als er daarnaast ook behandeling komt. Ook voor [minderjarige 2] moet worden gekeken wat nodig is.

Door en namens de moeder wordt ter zitting ingestemd met de verzoeken van de GI en als volgt toegelicht. Er moet diagnostiek en behandeling komen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Zij vindt het jammer dat daar nog geen voortgang in zit. Met betrekking tot de omgang begrijpt de moeder dat contact met de vader goed is voor de kinderen, maar als het niet veilig kan, dan moet het maar eindigen. Zowel de moeder als [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben duidelijkheid nodig. De moeder maakt zich zorgen over wat de kinderen al hebben meegemaakt in het verleden met de vader. Zij verwijst naar het incident tijdens de vorige zitting, waarbij beveiliging nodig was. Haar grootste zorg is dat wanneer de kinderen met de vader bij de grootouders zijn bij de vader iets knapt. De vader moet eerst de diagnose en medische hulp krijgen om stabiel te zijn. Als de vader later alsnog een regeling wenst, waarbij hij openheid van zaken wil geven, dan kan hij een verzoek indienen.

5. De informatie van de grootouders vz

Ter zitting hebben de grootouders vz aangedragen de omgang tussen de kinderen en de vader eventueel te faciliteren bij hen thuis. De kinderen missen de vader enorm en de vader wenst geen begeleide omgang met de kinderen achter glas. Mogelijk zou door de omgang bij de grootouders vz te laten plaatsvinden alsnog omgang met de vader kunnen plaatsvinden, in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De grootouders vz zijn ervan overtuigd dat de vader niets zou doen als de kinderen bij hen zijn.

6. De beoordeling

inzake C/10/713037 / JE RK 26-39:

De kinderrechter beoordeelt of het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is dat een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld.

De kinderrechter stelt voorop dat contact tussen kinderen en hun ouders in beginsel in het belang van de kinderen is. Dat geldt ook voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Tegelijkertijd is de kinderrechter van oordeel dat de veiligheid van de kinderen, daaronder mede begrepen de bejegening en veiligheid van de moeder van de kinderen, prevaleert.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de vader zich in het verleden meermalen onvoorspelbaar, intimiderend en bedreigend heeft gedragen. Ook op de zittingen was dit gedrag te zien. Er heeft een ernstig incident plaatsgevonden waarbij de vader zich bedreigend opstelde tegenover de jeugdbeschermer, terwijl de kinderen hier getuige van waren. Dit is uiteindelijk de reden geweest de omgang helemaal te stoppen. De vader is vervolgens niet meer in gesprek gegaan met de GI en weigert enig inzicht te geven in zijn psychische problematiek, noch is hij bereid om veiligheidsafspraken te maken. Vader toont geen inzicht hoe schadelijk zijn gedrag is en daarmee ook impact heeft op zijn kinderen.

De kinderrechter begrijpt dat de grootouders vz graag een faciliterende rol willen hebben in de omgang. Zij zijn betrokken bij de kinderen en de kinderen verblijven maandelijks bij hen. De grootouders vz hebben de overtuiging dat de vader in de aanwezigheid van de kinderen niks zou doen. De kinderrechter waardeert de betrokkenheid van de grootouders vz, maar deelt de zorgen van de GI en de moeder. Het is niet bekend wat de actuele psychische situatie van de vader is. De vader heeft in het verleden laten zien dat hij zijn emoties niet goed kan reguleren en dat hij onberekenbaar is in zijn gedrag. Dit maakt dat er veiligheidsafspraken vereist zijn met betrekking tot de omgangsmomenten om de veiligheid te waarborgen.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat er bij ongewijzigde omstandigheden geen omgang tussen de kinderen en de vader kan plaatsvinden. Eerst zal de vader een samenwerking met de GI moeten aangaan, inzicht moeten geven in zijn actuele psychische gesteldheid en moeten er hele duidelijke (veiligheids)afspraken gemaakt worden. Het ligt bij de vader om daarin het voortouw te nemen.

De kinderrechter zal daarom de zorgregeling vastleggen in die zin dat er geen omgang is, totdat de vader in gesprek treedt met de GI, inzicht geeft in zijn actuele psychische situatie en behandeling en openstaat om passende veiligheidsafspraken te maken. De kinderrechter verwacht dat bij het opstarten van de omgang zowel de veiligheid van de kinderen, alsmede de veiligheid en bejegening van de moeder centraal staan.

inzake C/10/724266 26-1534:

De kinderrechter beoordeelt voorts of vervangende toestemming voor de medische behandeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zorgen bestaan over hun sociaal-emotionele en psychische ontwikkeling. [minderjarige 1] laat veel spanning en een sterke behoefte aan controle zien. Bij oplopende spanning raakt hij snel ontregeld en kan hij controlerend of agressief gedrag laten zien. Bij [minderjarige 2] uiten de zorgen zich meer in internaliserend gedrag. Er zijn signalen van een kwetsbaar zelfbeeld en een lage frustratietolerantie. De spanningen binnen het gezinssysteem lijken van invloed te zijn op het functioneren van beide kinderen. Een speltherapeut heeft geadviseerd om ontwikkelingsbreed psychodiagnostisch onderzoek te doen bij beide kinderen. Op basis van de uitkomsten kan vervolgens specialistische GGZ worden ingezet. De GI onderschrijft dit advies en wil de diagnostiek en behandeling zo snel mogelijk starten. De moeder stemt in met de inzet van diagnostiek en behandeling. De vader weigert toestemming te geven voor deze diagnostiek en behandeling. Omdat de vader met de moeder gezag heeft over de kinderen, is zijn toestemming vereist. Gelet op de weigering van de vader en het belang van de kinderen bij tijdige diagnostiek en behandeling, is vervangende toestemming nodig.

De kinderrechter is gelet op de zorgen van oordeel dat de diagnostiek en behandeling noodzakelijk zijn om ernstig gevaar voor de mentale gezondheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] af te wenden. De kinderrechter zal daarom vervangende toestemming verlenen voor de aanmelding voor diagnostisch onderzoek van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in GGZ-kader en de daaruit geadviseerde medische behandeling.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De kinderrechter:

inzake C/10/713037 / JE RK 26-39:

bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders dat er geen omgang is tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2];

inzake C/10/724266 26-1534:

verleent vervangende medische toestemming voor vervangende toestemming voor de aanmelding voor diagnostisch onderzoek van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in GGZ-kader en de daaruit geadviseerde medische behandeling;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 15 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.E. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand