ECLI:NL:RBROT:2026:12635

ECLI:NL:RBROT:2026:12635

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer C/10/714042 / JE RK 26-174
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de rechtbank over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing, voor een kortere periode dan verzocht. Minderjarige is al langere tijd toe aan uitstroom. De GI heeft de regie en de verantwoordelijkheid om samen met de jeugdhulpaanbieder en de moeder de nodige (extra) ondersteuning te regelen voor de komende terugplaatsing bij de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/714042 / JE RK 26-174

Datum uitspraak: 25 augustus 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De rechtbank merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. S. Epema, kantoorhoudende in Capelle aan den IJssel.

1. Het verdere verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 15 mei 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de briefrapportage van de GI van 13 augustus 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 14 augustus 2026.

Op 25 augustus 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] verblijft bij iHub, locatie Bergse Bos.

Bij beschikking van 6 februari 2026 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 10 februari 2027. Ook is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 3 april 2026. Het overige verzochte is aangehouden.

Bij beschikking van 20 maart 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 3 juni 2026, waarbij het overige verzochte is aangehouden. De behandeling van het resterende deel van het verzoek is verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.

Bij beschikking van 15 mei 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 1 september 2026, waarbij het overige verzochte is aangehouden.

3. Het aangehouden verzoek

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 10 februari 2027, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en verwijst daarbij naar de briefrapportage van 13 augustus 2026. De GI licht het verzoek als volgt nader toe. Needed People is in juni dit jaar gestart en is positief over de opvoedsituatie bij de moeder. De moeder kan [voornaam minderjarige] goed aansturen en biedt [voornaam minderjarige] wat hij nodig heeft. Er is warm contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. Needed People geeft echter aan dat zij voor een advies over terugplaatsing meer tijd nodig hebben. De GI wacht dat advies af. Ook iHub, die verantwoordelijk is voor de aanmelding van [voornaam minderjarige] bij een school of dagbesteding in de omgeving van de moeder, wacht op het advies van Needed People. Begin september wordt een evaluatiegesprek gepland. Hopelijk geeft dat meer duidelijkheid over een mogelijke terugplaatsing. Als school in de omgeving van de moeder niet mogelijk blijkt voor [voornaam minderjarige] , moet worden onderzocht of Horses & Co of een andere aanbieder van dagbesteding daarin kan voorzien. Desgevraagd geeft de GI aan dat er weliswaar op verschillende punten vertraging is, maar dat er vanuit het beheerteam regie wordt gevoerd en al stappen zijn gezet.

4. Het standpunt van de moeder

Door en namens de moeder wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. Het is positief dat de begeleiding van Needed People op gang is gekomen. De moeder vindt het fijn dat [voornaam minderjarige] weer vaker bij haar is; de afgelopen vier weken verbleef hij ook bij haar thuis. Desondanks is deze vooruitgang nog onvoldoende en blijven zaken onnodig lang liggen. Er is geen vaste jeugdbeschermer betrokken en er wordt onvoldoende gecoördineerd. Horses & Co heeft in mei dit jaar al gemaild met iHub, maar daarop is niet gereageerd. Inmiddels is er spijtig genoeg een wachtlijst van zes maanden. Ook moet er nog school of dagbesteding en taxivervoer voor [voornaam minderjarige] worden geregeld. Iemand moet de regie pakken. Hoewel de moeder [voornaam minderjarige] het liefst zo snel mogelijk weer thuis heeft, is zij realistisch in haar verwachtingen. Omdat zij overdag werkt, kan [voornaam minderjarige] niet thuis worden geplaatst voordat school of dagbesteding en de daarvoor nodige ondersteuning zijn geregeld. In het belang van [voornaam minderjarige] moet daar vaart achter gezet worden.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de rechtbank van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding, maar slechts voor een kortere periode. De rechtbank legt hieronder uit waarom.

[voornaam minderjarige] verblijft al ruim drie jaar bij iHub, locatie Bergse Bos. Zijn verblijf daar is al langere tijd inhoudelijk afgerond; de doelen zijn behaald. Voortzetting van [voornaam minderjarige] verblijf bij Bergse Bos sluit niet meer aan bij zijn ontwikkelingsbehoeften. Dat is zeer zorgelijk. In eerdere beschikkingen is al benadrukt dat [voornaam minderjarige] toe is aan uitstroom en dat er duidelijkheid moet komen over zijn perspectief. Daarbij was de kernvraag of [voornaam minderjarige] , zonder eerst naar een andere plek te hoeven verhuizen, naar huis kan en, zo ja, op welke termijn en onder welke voorwaarden.

De afgelopen periode zijn er stappen gezet. Het contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder is hervat en verloopt goed. [voornaam minderjarige] heeft de afgelopen vier weken bij de moeder verbleven en ook dat is goed gegaan. Needed People is gestart en is positief over de opvoedsituatie bij de moeder. De moeder kan [voornaam minderjarige] goed aansturen en biedt hem wat hij nodig heeft. De thuissituatie bij de moeder wordt als veilig en passend beschreven. Daarnaast laat de moeder al langere tijd zien dat zij meewerkt met de hulpverlening en heeft zij eerder negatieve urinecontroles aangeleverd. Dit zijn positieve ontwikkelingen in het licht van een toekomstige terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder. De oorspronkelijke gronden voor de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] , te weten een ernstige ontwikkelingsbedreiging en zorgen over de opvoedsituatie bij en de opvoedvaardigheden van de moeder, gelden daarom niet meer onverkort.

Tegelijkertijd vinden alle betrokkenen en de rechtbank een zorgvuldige en gefaseerde opbouw naar een thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk. Daarvoor is het nodig dat er school en/of dagbesteding voor [voornaam minderjarige] wordt geregeld, zodat [voornaam minderjarige] overdag opvang en structuur heeft. Op dit moment is dat nog niet geregeld. De rechtbank vindt het daarom niet in het belang van [voornaam minderjarige] om hem nu van de ene op de andere dag terug te plaatsen bij de moeder, ondanks alle positieve ontwikkelingen. [voornaam minderjarige] is namelijk al geruime tijd uit huis geplaatst en een te plotselinge terugplaatsing zonder adequate voorbereiding en ondersteuning kan voor hem te belastend zijn en zijn ontwikkeling opnieuw in gevaar brengen. Het is daarom belangrijk dat de komende periode wordt gebruikt om zowel school en/of dagbesteding als de daarvoor nodige (extra) ondersteuning te regelen en om de terugplaatsing zorgvuldig voor te bereiden. De GI heeft de regie en de verantwoordelijkheid om dit samen met iHub en de moeder te regelen. De GI moet ervoor zorgen dat er een concreet plan komt voor school en/of dagbesteding. Als school niet lukt, zal uitkomst moeten worden geboden door Horses & Co, een uitbreiding van de reeds ingezette ondersteuning vanuit Sterk in Regie en/of via een andere aanbieder. De rechtbank benadrukt dat hierbij voortvarend moet worden gehandeld, nu een langere dan de hierna vermelde verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing niet in het belang van [voornaam minderjarige] is.

Gelet op het voorgaande verlengt de rechtbank de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] tot 24 oktober 2026 en wijst zij het resterende deel van het verzoek af.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De rechtbank:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 24 oktober 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, voorzitter en kinderrechter, en

mr. M.A. van der Laan-Kuijt en mr. R. van der Wal, kinderrechters,

in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en

op schrift gesteld op 9 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.A.J. de Nijs

Griffier

  • mr. L.E. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand