RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 september 2026 in de zaak tussen
[naam verzoekster] , uit [plaats 1] , verzoekster
de burgemeester van Molenlanden
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/7371
(gemachtigde: mr. T.P. van der Eerden),
en
(gemachtigde: [persoon A] ).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Woningcorporatie [naam woningcorporatie] uit [plaats 2] .
De burgemeester heeft verzoeksters woning gesloten voor 4 weken nadat er bij de woning een explosie heeft plaatsgevonden. Er lijkt sprake te zijn van een gerichte actie vanwege een conflict van verzoeksters ex-partner, die ook in de woning verbleef. De sluiting loopt in beginsel over een paar dagen af en verzoekster en haar minderjarige dochter hebben op dit moment nog steeds onderdak. De burgemeester mocht het algemeen belang en het belang van de buren daarom zwaarder laten wegen dan de belangen van verzoekster en haar dochter. Het verzoek wordt afgewezen.
Procesverloop
1. De burgemeester heeft verzoeksters woning op 28 augustus 2026 met spoed gesloten, nadat er bij de woning een explosie heeft plaatsgevonden. De burgemeester heeft de spoedsluiting op 31 augustus 2026 schriftelijk bevestigd. Met het bestreden besluit van 7 september 2026 heeft de burgemeester besloten om de woning voor 4 weken te sluiten. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, de gemachtigde van de burgemeester, [persoon B] en [persoon C] (beiden namens de burgemeester).
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is er gebeurd?
4. Verzoekster staat in de basisregistratie personen (brp) ingeschreven op het adres [adres] in Arkel. Zij woonde hier met haar ex-partner en hun minderjarige dochter. Het gezin huurt deze woning van Woningcorporatie [naam woningcorporatie] .
5. De politie heeft in juni 2026 een melding ontvangen van een contactpersoon van het gezin. Volgens deze contactpersoon is het gezin meerdere keren benaderd door schuldeisers en is er sprake van een toenemende dreiging. Verzoekster en de dochter verblijven om die reden niet meer in de woning. Op 11 juli 2026 zijn meerdere mannen de woning binnengedrongen. Volgens verzoeksters ex-partner waren de mannen naar de woning gekomen om hem te vermoorden vanwege openstaande schulden. In de nacht van 26 op 27 augustus 2026 heeft er een explosie plaatsgevonden bij verzoeksters woning. Er zijn vuurwerkresten gevonden en de woning had schade. Dit alles blijkt uit bestuurlijke rapportages van de politie van 27 augustus en 5 september 2026.
Waar gaat het in deze zaak om?
6. De burgemeester heeft verzoeksters woning met spoed gesloten en bepaald dat de woning voor 4 weken gesloten moet blijven. Verzoekster is het daar niet mee eens. Zij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening primair bereiken dat de burgemeester tijdelijk passende huisvesting regelt voor haar en haar dochter. Subsidiair vraagt zij om schorsing van het bestreden besluit, zodat zij (met passende veiligheidsmaatregelen) kan terugkeren naar de woning.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
7. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is de sluiting onrechtmatig?
8. Verzoekster heeft op 28 augustus 2026 mondeling te horen gekregen dat haar woning wordt gesloten. Volgens verzoekster is het niet mogelijk om een sluitingsbevel op grond van artikel 174a van de Gemeentewet mondeling te geven. Zij kent ook geen jurisprudentie waarin dit aan de orde is geweest. Zij stelt daarom dat de sluiting onrechtmatig is.
9. De voorzieningenrechter overweegt dat artikel 174a, vierde lid, van de Gemeentewet de burgemeester de bevoegdheid geeft om in spoedeisende situaties een woning te sluiten, zonder dat de mogelijkheid wordt geboden om een zienswijze in te dienen. Daarnaast is het voorstelbaar dat de burgemeester niet altijd de mogelijkheid heeft om zo’n besluit gelijk op schrift te stellen. Het is de voorzieningenrechter ambtshalve bekend dat dit vaker gebeurt. In dit geval was sprake van een explosie bij verzoeksters woning, waarbij er aanwijzingen waren dat dit te maken had met een escalerend conflict. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester daarom de bevoegdheid toekwam om gelijk te handelen en zijn besluit later op schrift te stellen.
10. De explosie heeft plaatsgevonden op donderdag 27 augustus 2026 en de spoedsluiting is bevestigd op maandag 31 augustus 2026. De voorzieningenrechter is van oordeel dat die brief een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekster heeft op 2 september 2026 bezwaar gemaakt tegen dat besluit en de burgemeester zal daar dus ook nog op moeten beslissen.
11. De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester bij de spoedsluiting heeft besloten om de woning voor 4 weken te sluiten. De burgemeester heeft tijdens de zitting verklaard dat dit conform zijn beleid is. Verzoekster is vervolgens op 28 augustus 2026 (telefonisch) en op 31 augustus 2026 (schriftelijk) in de gelegenheid gesteld om te reageren op die sluiting. Verzoekster heeft hiervan gebruik gemaakt. De burgemeester heeft tijdens de zitting verklaard dat deze reacties zijn meegenomen in de beoordeling of de sluiting tussentijds opgeheven of verkort moest worden. Hiervoor bestond echter geen aanleiding, gelet op de ernst van de situatie.
12. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het bestreden besluit niet onrechtmatig.
Heeft de burgemeester de woning voor 4 weken kunnen sluiten?
13. De burgemeester heeft voldoende onderbouwd waarom er een noodzaak is om de woning te sluiten. Er is sprake van een conflict over schulden, waarbij de ex-partner van verzoekster is betrokken. In juni 2026 is een dreiging gemeld en in juli 2026 zijn meerdere mannen de woning binnengedrongen, waarbij de ex-partner bedreigd zou zijn met de dood. De situatie lijkt dus te escaleren. Op basis van de beschikbare informatie mocht de burgemeester ervan uitgaan dat de explosie in augustus 2026 mogelijk een gerichte actie was op de woning van verzoekster. Er is daarom sprake van een ernstige situatie. Als er nu niet wordt opgetreden, dan is het risico aanwezig dat er nog een aanslag zal volgen. Een zichtbare sluiting zorgt ervoor dat eventuele opdrachtgevers weten dat de bewoners niet meer in de woning verblijven. Voor een lichter middel hoefde de burgemeester geen aanleiding te zien. Helaas leert de ervaring dat lichtere maatregelen zoals extra surveillance of cameratoezicht niet helpen om dergelijke aanslagen te voorkomen. Er hingen immers al camera’s bij verzoeksters woning en de dader heeft zich hierdoor niet laten weerhouden om een explosief te plaatsen bij verzoeksters woning.
14. Verzoekster en haar dochter hebben de woning vanwege de (toenemende) dreiging verlaten. Op het moment van de explosie verbleven zij al enige tijd niet meer in de woning. Zij hebben onderdak gevonden buiten de regio, maar verzoekster heeft aangevoerd dat zij hier niet langer kunnen verblijven. Tijdens de zitting heeft verzoekster verklaard dat zij elke dag te horen krijgen dat ze moeten vertrekken. Verzoekster verwijt de burgemeester dat hij onvoldoende heeft gedaan om het tijdelijke huisvestingsprobleem op te lossen. Ook heeft zij erop gewezen dat haar dochter niet meer naar school gaat.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester in de gegeven omstandigheden het algemeen belang en het belang van de buren zwaarder heeft mogen wegen dan de door verzoekster naar voren gebrachte belangen. Op dit moment worden verzoekster en haar dochter nog steeds opgevangen buiten de regio en de woningsluiting loopt in beginsel over een paar dagen af. Dit betekent dat verzoekster en haar dochter dan terug kunnen keren naar hun eigen woning. Dat verzoeksters dochter nu niet naar school gaat, lijkt bovendien verband te houden met de dreiging en niet (alleen) met de woningsluiting. Zij ging namelijk al enige tijd voorafgaand aan de explosie niet meer naar school. Voor zover verzoekster en haar dochter vervangende huisvesting willen voor de langere termijn, overweegt de voorzieningenrechter dat dit buiten de omvang van haar beoordeling valt.
Conclusie en gevolgen
15. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning gesloten mag houden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2026.
De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te tekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: