RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/724350 / JE RK 26-1548
Datum uitspraak: 24 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] .
mr. G.E. van der Pols,
hierna te noemen: de bijzondere curator,
kantoorhoudende in Rotterdam.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] ;
- de bijzondere curator.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover in het bijzijn van de bijzondere curator een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij haar moeder.
Bij beschikking van 11 september 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 11 september 2026. Tevens is bij deze beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend voor de duur van een maand, met ingang van 11 september 2025, en aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier maanden, met ingang van 11 oktober 2025 tot 11 februari 2026.
Bij beschikking van 26 januari 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 11 september 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI heeft het verzoek ter zitting gewijzigd. De GI verzoekt om het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van zes maanden en de overige zes maanden aan te houden. Sinds 1,5 maand is er een nieuwe jeugdbeschermer betrokken. De jeugdbeschermer heeft met [minderjarige] , de moeder en de hulpverlening gesproken en het gaat goed thuis. Schoolgang is iets dat [minderjarige] samen met de moeder moet oppakken. Dat weet de moeder. Er kan wel hulpverlening ingezet worden om de moeder daarbij te ondersteunen. Daarnaast is het voor [minderjarige] nodig dat er een coach ingezet wordt, omdat de jeugdreclassering inmiddels is afgerond. Door middel van de coach komt er hopelijk meer zicht binnen het gezin en kan [minderjarige] geholpen worden aan een dagbesteding, naast school. Er is een wachtperiode bij het wijkteam, maar het is de bedoeling dat het gezin daarnaar overgedragen wordt. De GI stemt in met een eventuele herbenoeming van de bijzondere curator.
De bijzondere curator heeft ingestemd met het verzoek van de GI. De ondertoezichtstelling is nog nodig, omdat [minderjarige] en de moeder het nog niet alleen kunnen. Thuis gaat het goed in vergelijking met de periode daarvoor. Nu moeten de zaken eromheen geregeld worden en daar hebben [minderjarige] en de moeder hulp bij nodig. Helaas heeft de ondersteuning vanuit de ondertoezichtstelling enkele maanden stilgelegen door de wisseling van jeugdbeschermer. [minderjarige] wil graag naar school. Hier had maanden geleden al op ingezet moeten worden. Inmiddels start het nieuwe schooljaar alweer, dus de tijd dringt.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Sinds de terugkeer van [minderjarige] uit Schakenbosch verloopt het thuis goed. Er zijn momenteel geen signalen van wegloopgedrag, middelengebruik of acute onveiligheid binnen de thuissituatie. De zorgen zijn in belangrijke mate verminderd, maar de situatie is erg pril. Het is van belang dat de GI betrokken blijft om de ontwikkeling van [minderjarige] te monitoren. Daarbij is het voornaamste doel de komende periode dat [minderjarige] weer naar school gaat. Het is van belang dat de GI [minderjarige] en de moeder hierbij de nodige ondersteuning biedt. Nu het nieuwe schooljaar binnenkort start, zal dit zo snel mogelijk moeten gebeuren.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling, zoals verzocht, voor de duur van zes maanden en zal het restant aanhouden. De verwachting is dat de hulpverlening op termijn aan het vrijwillig kader kan worden overgedragen, als de positieve lijn wordt voortgezet.
Nu het verzoek voor de duur van zes maanden zal worden toegewezen en het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden, verzoekt de kinderrechter de GI om voor de hierna te noemen pro forma datum per brief te rapporteren over het verloop van de ondertoezichtstelling en de stand van zaken. Ook wordt de GI verzocht haar standpunt over het resterende deel van het verzoek kenbaar te maken en te berichten of de GI het resterende verzoek al dan niet handhaaft.
Herbenoeming bijzondere curator
De kinderrechter acht het van belang dat de bijzondere curator in de komende periode nog betrokken blijft om de minderjarige ter zake, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen.
De bijzondere curator heeft zich bereid verklaard de (her)benoeming tot bijzondere curator van [minderjarige] te aanvaarden. De kinderrechter benoemt mr. G.E. van der Pols daarom als bijzondere curator van [minderjarige] met als opdracht [minderjarige] in en buiten rechte te vertegenwoordigen en al het nodige te doen wat in het belang van [minderjarige] is.
De (her)benoeming geldt voor de duur van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] , te weten tot 11 maart 2027.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 11 maart 2027;
(her)benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige] : mr. G.E. van der Pols, kantoorhoudende aan de Schiedamsedijk 69a, 3011 EK te Rotterdam;
bepaalt dat de (herbenoeming) geldt voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 11 maart 2027;
en alvorens verder te beslissen:
houdt de beslissing ten aanzien van het resterende deel van het verzoek aan tot 1 februari 2027 pro forma en verzoekt de GI om voor deze datum per brief te rapporteren over het verloop van de ondertoezichtstelling en de stand van zaken en verzoekt de GI haar nadere standpunt over het resterende deel van het verzoek kenbaar te maken en te berichten of de GI het restantverzoek al dan niet handhaaft;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2026 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken als griffier, en op schrift gesteld op 22 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.