RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/723641 / JE RK 26-1434
Datum uitspraak: 24 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 20 juli 2026, ontvangen op 21 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .
Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de taal Dari, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van K. Barak, tolk in de taal Dari. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige] was aanwezig bij het uitspreken van de beslissing.
2. De feiten
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij Opticazorg.
Bij beschikking van 31 oktober 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 2 september 2026. Bij de beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 2 september 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en ligt dit als volgt toe. [minderjarige] heeft een hoop mee gemaakt in het verleden en heeft dit nog onvoldoende verwerkt. Zij wil graag weer bij de vader wonen, zodat zij voor hem kan zorgen. De vader is analfabeet en er bestaat bovendien een vermoeden van dementie. Het is niet de taak van [minderjarige] om de zorg voor haar vader op zich te nemen. Daarnaast spelen er complexe familieverhoudingen die [minderjarige] belasten. Een verblijf bij de vader is daarom niet wenselijk.
4. Het standpunt van de vader
De vader voert verweer tegen het verzoek. De vader heeft de hulp van [minderjarige] nodig. Hij is analfabeet en spreekt de Nederlandse taal niet, hierdoor heeft hij moeite om zich zelfstandig in Nederland te redden.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft in haar jonge leven al veel meegemaakt en heeft deze gebeurtenissen nog onvoldoende verwerkt. Daarnaast voelt [minderjarige] zich verantwoordelijk voor haar vader en wil zij hem ondersteunen. Deze verantwoordelijkheid ligt niet bij [minderjarige] . Het is wel van belang dat zij een duurzame omgang met elkaar krijgen. De betrokkenheid en sturing vanuit de GI blijft nodig om benodigde hulpverlening in te zetten en de omgang met vader verder vorm te geven.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [minderjarige] verblijft bij een jeugdhulpaanbieder waar zij het goed doet en waar zij zich prettig voelt. De kinderrechter begrijpt dat [minderjarige] graag bij haar vader wil wonen en dat vader dit ook zou willen. Dit is alleen niet in haar belang. [minderjarige] heeft nu rust, structuur en begeleiding nodig. Bij een terugkeer naar de vader bestaat de kans dat [minderjarige] onvoldoende toekomt aan haar eigen ontwikkeling en een zorgende rol richting haar vader gaat innemen. Dat acht de kinderrechter op dit moment zeer onwenselijk.
De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 2 september 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 31 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.