ECLI:NL:RBOVE:2026:5933

ECLI:NL:RBOVE:2026:5933

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 06-10-2026
Zaaknummer C/08/344761 HA ZA 26-48
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Bewijsopdracht.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/344761 HA ZA 26-48

Vonnis van 16 september 2026

in de zaak van

[partij A] B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend te [plaats 1],

eisende partij in conventie verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [partij A],

advocaat: mr. R.M.H.H. Tuinstra,

tegen

1. [partij B 1] B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend te [plaats 2],2. [partij B 2] B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend te [plaats 3],gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: [partij B],

advocaat: mr. F.J.M. Kobossen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1-28,- de conclusie van antwoord met producties 1-10, tevens conclusie van eis in reconventie met producties Ia – Id,

- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 29-35

- de mondelinge behandeling van 18 mei 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[partij A] is officiële Mercedes-Benz personen- en bedrijfswagen dealer in [provincie]. Zij verkoopt zowel nieuwe als gebruikte Mercedes-Benz personenwagens, bestelwagens en trucks.

[partij B] is een groothandel in jong gebruikte voertuigen van diverse merken. In augustus 2025 heeft een juridische splitsing plaatsgevonden. De splitsende vennootschap is [bedrijf] B.V. en de verkrijgende vennootschap is [partij B 1] B.V.

[partij A] en [partij B] (voorheen Autobedrijf [bedrijf] BV, tegenwoordig [partij B 1] B.V.) doen al jaren zaken met elkaar, waarbij [partij A] auto’s koopt van [partij B].

In 2024 hebben partijen overleg gevoerd over aankoop van een grote partij auto’s.

Op 18 april 2024 schrijft [partij B] aan [partij A]:

Vanmorgen hebben we een gesprek gehad met onze leverancier. Mercedes-Benz haalt de broekriem stevig aan, en we kunnen niet meer dan 300 auto’s inzetten. Deze kunnen nog wel in 2024 toegelaten worden. Uitvoeringen kunnen we zelf, maar wel zsm , ingeven. Voorwaarden zijn echter nogal anders, om regels van Mercedes. (…)

Op 1 mei 2024 heeft [partij B] aan [partij A] een link gestuurd naar de Duitse Van Online Konfigurator voor Mercedes Benz bestelwagens (prod. 29). Op 10 mei 2024 heeft [partij B] daarmee en met de Nederlandse Configuatie een voorbeeld gemaakt en een prijsvergelijking doorgestuurd aan [partij A]. NL is +- 8900 euro duurder. 24,5% korting op de duitse nieuwprijs. Het verschil t.o.v. de NL prijs is dan volgens mij 34,5%, aldus [partij B] (prod 30).

De prijs in de configurator is de basisprijs plus geselecteerde opties.

In de op 28 mei 2024 ondertekende overeenkomst staat:

‘Deal [partij A] & [partij B]:

- inkoop 300 voertuigen

- in de mix 30% Vito’s en 70% Sprinters, uitvoeringen te bepalen door [partij A],

- inzetmaanden september / oktober / november / december 2024;

- looptijd 6 maanden, maximaal 28.000km;

- [partij B] maakt ze klaar, dus zijn dan 100% technisch en optisch in orde;

- bij aanlevering [partij A] zijn er voor [partij A] geen kosten (behalve wasstraat);

- de auto’s komen op Duits kenteken na 6 maanden inzet naar [partij A] toe;

- eerste batch van september 2024 + 6 mnd. komt in maart 2025 naar [partij A];

- zo snel mogelijk na inzet ontvangt [partij A] de chassisnummers en

datum 1e registratie via [partij B];

- adverteren mag op voorhand, alleen chassisnummer niet online weergeven tot

de leeftijd van 9 mnd:

- betaling door [partij A] 9 maanden na inzet, bij ontvangst factuur en Duitse papieren;

- [partij A] heeft de mogelijkheid om de stalling bij [partij B] te verlengen;

- dit gezien de parkeermogelijkheden bij [partij A] [plaats 4];

- aan deze stalling zijn voor [partij A] geen kosten verbonden;

- de verzekering loopt sowieso 9 maanden vanaf datum 1e toelating via de verhuurmaatschappij;

- inkoopcondities Vito = 23,5% korting op Duitse Netto Listenpreis van 1 juni 2024;

- inkoopcondities Sprinter = 25% korting op Duitse Netto Listenpreis van 1 juni 2024.’

Op 28 juni 2024 stuurt [partij A] een e-mail aan [partij B]:

Onderwerp: Bestelling “eerste Batch” van 4

Middag [naam],

In de bijlage de door ons samengestelde uitvoeringen:

(…)

AUB bij de Sprinters zorgdragen dat onderstaande 2 optiecodes ook ZEKER aanwezig zijn (door ons online in DE niet te selecteren, maar is in DE wel mogelijk):

FY1 alarm

CW2 Wegval voertuigverlaging

Momenteel kunnen we Parkeerpakket met 360gr Camera optiecode JB6 in NL niet bestellen, stel dit is in DE wel mogelijk, dan deze AUB toevoegen aan de Sprinter VOL uitvoeringen.

…

Totaal 75

Indien jij nog aparte zaken ziet op tegenkomt hoor ik het graag. Laten we tevens even contact houden op welke momenten we de ander 3 batches in gaan/moeten vullen.

In de bijlage bij de e-mail zijn PDF’s toegevoegd van de door [partij A] gemaakte configuraties (van de website van Mercedes Benz Duitsland).

Op 25 juli 2024 stuurt [partij A] aan [partij B] een e-mail met onderwerp “tweede Batch” van 4. Goedemiddag [naam], ik ben gekomen tot een 56 tal voertuigen. Wil jij ze aanvullen met enkele voertuigen uit de eerdere serie maar dan in andere kleuren?

[partij B] antwoordt: wij zijn er direct mee bezig, komt goed. (…) betreft de rest van de configuraties zou ik zeggen, houd het tempo er in.. want ze willen ook gemixed toelaten.

In een e-mail van 29 augustus 2024 heeft [partij B] een lijst met nog eens 33 configuraties doorgestuurd aan [partij A]. Per configuratie zijn meerdere auto’s besteld; in totaal betreft de laatste bestelling 166 auto’s. Op de lijst staat de Netto LP Dld per model/configuratie vermeld.

Samenvattend hebben partijen de bestelling dus als volgt uitgewerkt:

28 juni 2024, 75 voertuigen door [partij A] aangeleverd aan [partij B];

25 juli 2024, 56 voertuigen door [partij A] aangeleverd aan [partij B], met verzoek aan [partij B] dit verder aan te vullen;

29 augustus 2024, lijst van [partij B] met 166 voertuigen.

Op 20 december 2024 schrijft [partij B] aan [partij A]: Ze hebben het toelaten voor elkaar gekregen. Wacht nu alleen nog op een excel lijst en nieuwprijzen.

Op 23 januari 2025 stuurt [partij B] een lijst van 316 bestelde sprinters door aan [partij A]. Op de lijst staan onder meer het model, chassisnummer, datum toelating, kenteken en UPE-prijs vermeld.

Op 27 januari 2025 antwoordt [partij A] aan [partij B]:

Naar aanleiding van de vorige week donderdag ontvangen inzetlijst, heb ik steekproefsgewijs een vijftal voertuigen eruit gehaald. De in de lijst vermelde getallen onder kolom “UPE” zijn significant anders dan de “Fahrzeugpreis (exkl. Ust)” waarmee gecalculeerd is.

Con 5, UPE € 63.858, Fahrzeugpreis (excl. Ust) € 47.529,19

FY1 kon in de onlineconfiguratie niet geselecteerd worden, is wel besteld

(…)

Alles is gebaseerd op de “Fahrzeugpreis (excl. Ust)”, en van daaruit teruggerekend met de “inkoopcondities” voor Vito en Sprinter zoals door ons overeengekomen. Graag jouw reactie.

Op 27 januari 2025 antwoordt [partij B] aan [partij A]:

De verschillen in de configuraties en de Duitse nieuwprijzen zijn groot, dat zien wij ook vanzelfsprekend. Wij hebben met onze leverancier dezelfde werkwijze besproken als destijds met jullie, namelijk: korting op de Duitse nieuwprijs v.a. 1 juni ’24.

Dus we hebben het wel met deze UPE (huidige nieuwprijs Duitsland sinds 03-2024) te doen. Onder die voorwaarden hebben wij ook ingezet in Dld, zoals we dat al jaren doen. De nieuwprijzen hebben we nooit vooraf gehad, en kwamen altijd naderhand (na bestelling/toelating) bij ons binnen zoals vorige week.

Op 31 januari 2025 schrijft [partij A] aan [partij B]:

Afgelopen donderdag hebben wij de door uw organisatie opgestelde inzetlijst ontvangen, waarin onder andere de prijsstellingen en inzetdata van de betreffende voertuigen zijn opgenomen. Na controle constateren wij twee significante afwijkingen ten opzichte van de afspraken die wij op 28 mei 2024 met u hebben gemaakt en bevestigd.

1. inzetmaanden

wij zijn overeengekomen dat de voertuigen werden ingezet in de maanden september, oktober, november en december 2024. In de ontvangen inzetlijst constateren wij echter dat er slechts 54 toelatingen zijn ingezet vanaf 11 november 2024 en dat alle overige toelatingen in december 2024 hebben plaatsgevonden. Dat is niet conform afspraak! Nu de voertuigen later binnenkomen dan is afgesproken, lijden wij schade.

2 prijsstellingen

Wij hebben herhaald afgesproken en zijn uitdrukkelijk overeengekomen dat de prijsstellingen zijn gebaseerd op de “Duitse Netto Listenpreis van 1 juni 2024.” Ook in de bevestigingen over en weer spreken wij over dezelfde Duitse Netto Listenpreis. In uw mail blijkt u nu opeens andere prijzen te hanteren. Wij gaan er vanuit dat dat een misverstand is en dat u de overeengekomen prijsafspraken respecteert.

In een e-mail van 6 februari 2025 met als onderwerp Nakomen gemaakte afspraken eist [partij A] dat [partij B] de gemaakte afspraken nakomt, zowel wat betreft inzetmaanden als prijsstellingen. Bij niet nakomen zal [partij A] schadeloosstelling eisen.

Op 25 februari 2025 heeft (de advocaat van) [partij A] aan [partij B] een sommatiebrief gestuurd om ‘de gemaakt afspraken zoals die uit de genoemde schriftelijke overeenkomst van 28 mei 2024 blijken volledig, correct en tijdig na te komen.’

Op 18 maart 2025 schrijft [partij B] aan [partij A]:

U heeft van mij ontvangen op 29-08-2024 (zie hierboven 2.10) een e-mail met daarin een tabel. In overleg met de directie wil ik deze mail/tabel corrigeren.

In deze tabel staat de term “netto LP Dld.”

Ik heb hier de verkeerde term gebruikt.

Dit moest zijn “Duitse configuratieprijs”.

Op 25 maart 2025 antwoordt [partij A]:

Het is voor ons en jullie altijd duidelijk geweest dat werd uitgegaan van de Duitse online-configuratieprijs (Fahrzeugpreis excl. BTW) van 1 juni 2024, die ook in de overeenkomst en in de correspondentie over en weer Duitse Netto Listenpreis werd genoemd. In alle correspondentie waarin concrete prijzen werden genoemd was dat het geval!

(…)

Conform afspraak dient de eerste batch voertuigen in deze maand maart geleverd te worden. In de mail van jullie advocaat van 12 maart jl. is enkel algemeen en cryptisch het volgende opgemerkt: ‘in de contacten met [partij A] is al gesproken over de wijze waarop [partij B 2] zal nakomen”. Tot op heden is ons daarvan niets gebleken. Deze mail geldt derhalve tevens formeel als laatste verzoek en sommatie aan [partij B 2] om de met ons gesloten overeenkomst correct na te komen.

Bij brief van 20 mei 2025 heeft [partij A] gesteld de overeenkomst te ontbinden.

In een bericht van 30 april 2026 (prod. 32) schrijft Mercedes-Benz Deutschland aan [partij A]:

Gerne bestätigen wir Ihnen

NLP (Netto-Listenpreis) entspricht im Agenturmodell dem für Endkundinnen und Endkunden sichtbaren und undverbindlichen Online-Kaufpreis.

Die frühere UPE (unverbindlichen Preisempfehlung) wird im Agenturmodell tatsächlich nicht mehr verwendet, da die Preisstruktur grundlegend angepasst wurde.

3. Het geschil

In conventie

[partij A] vordert dat de rechtbank:

1. verklaart voor recht dat [partij A] de overeenkomst op 20 mei 2025 rechtsgeldig heeft ontbonden;

2 bepaalt zowel Autobedrijf [bedrijf] BV als [partij B 2] BV jegens [partij A] aansprakelijk is voor de nakoming van de verbintenis tot schadevergoeding;

3 Autobedrijf [bedrijf] BV en [partij B 2] BV hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [partij A] van € 1.641.044,- vermeerderd met de wettelijke rente;

4 Autobedrijf [bedrijf] BV en [partij B 2] BV hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [partij A] van € 6.775,- voor buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente;

5 Autobedrijf [bedrijf] BV en [partij B 2] BV hoofdelijk veroordeelt in de kosten van deze procedure.

Ter onderbouwing voert [partij A] het volgende aan. De achtergrond van deze grote bestelling was de aangekondigde wijziging in de Belastingtarieven voor auto’s met ingang van

1 januari 2025 (BPM). [partij A] wilde een partij auto’s bestellen die nog waren toegelaten in 2024 vanwege het te verwachten BPM-voordeel. [partij B] zou ze importeren uit Duitsland waarbij de verwachte levertijd drie maanden was. De auto’s mogen op grond van de voorwaarden van Mercedes niet eerder dan zes maanden na inzet worden doorverkocht als “jong gebruikte” bestelwagens. Vandaar dat in de overeenkomst (rekening houdend met drie maanden levertijd aan [partij B]) is uitgegaan van levering aan [partij A] 9 maanden na bestelling door [partij B].

Op grond van de overeenkomst moest [partij B] iedere maand een batch van 75 auto’s registreren (in september, oktober, november en december 2024) en gedurende zes maanden inzetten om deze steeds zes maanden later te leveren aan [partij A].

[partij A] heeft de bestelwagens geconfigureerd en in de periode juni-juli-augustus 2024 aan [partij B] doorgegeven. [partij A] ontving echter niet eerder dan in januari 2025 een inzetlijst met data en prijsstellingen. [partij B] bleek andere prijzen te hanteren, namelijk een UPE prijs in plaats van de NLP, met aanzienlijk verschil. Voor configuratie 5 bijvoorbeeld scheelt het

€ 7.298,26. Op 18 maart 2025 schreef [partij B] dat zij in de overeenkomst de verkeerde term had gebruik en dat wilde corrigeren, maar dat is uiteraard niet aanvaardbaar voor [partij A]. Ook blijkt dat pas in november 54 auto’s zijn geregistreerd en in december de overige 246. Als gevolg daarvan kon er in maart 2025 nog niets geleverd worden. Herhaald overleg tussen partijen leidde niet tot oplossingen. [partij B] hoopte andere inkoopprijsafspraken te maken of dat [partij A] van de deal af zou zien, maar [partij A] wenste dat [partij B] de afspraken zou nakomen.

Op 24 april 2025 zijn twee auto’s geleverd evenals op 7 mei 2025. Die laatste 2 auto’s zijn niet in ontvangst genomen omdat de facturen niet overeenkomstig de afspraken waren.

[partij B] is dus te kort geschoten in de nakoming van de overeenkomst door 1) afwijkende prijzen te hanteren, 2) de voertuigen niet tijdig te registreren en in te zetten, 3) te laat dan wel niet te leveren. Omdat duidelijk was dat [partij A] niet meer zou nakomen is de overeenkomst ontbonden. [partij A] heeft daardoor niet de beoogde marge kunnen maken op het doorverkopen van de auto’s en [partij B] dient de schade in dat verband te vergoeden.

De verkoop van de 300 voertuigen zou [partij A] een (netto) marge van € 1.641.044,- hebben opgeleverd, zoals nader toegelicht in de dagvaarding.

[partij B 1] B.V. en [partij B 2] B.V. voeren verweer.

In reconventie

[partij B] vordert dat de rechtbank:

Primair

[partij A] veroordeelt tot betaling van € 259.419,77 voor onbetaalde facturen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;

[partij A] veroordeelt tot betaling van € 9.500,00 voor incassokosten;

verklaart voor recht dat [partij A] op grond van toerekenbare tekortkoming dan wel de door haar ingeroepen buitengerechtelijk ontbinding, schadeplichtig is jegens [partij B];

[partij A] te veroordelen om aan [partij B] te betalen € 2.952.035,00 voor schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;

Subsidiair

- [partij A] te veroordelen om aan [partij B] te betalen een bedrag voor schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;

Meer subsidiair

- te verwijzen naar de schadestaatprocedure en te veroordelen tot betaling van het daar vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente.

Ter onderbouwing voert [partij B] het volgende aan.

[partij A] wist door de jarenlange ervaring dat [partij B] voor de levering afhankelijk is van de Duitse leverancier en dat het nooit om precies vier partijen van 75 zou gaan. Het ging erom dat 300 auto in een bepaalde periode zouden worden besteld. [partij A] wilde zelf van de overeenkomst af omdat bleek dat veel handelaren extra hadden ingekocht dus de marktwaarde van de auto’s was lager dan verwacht. [partij B] is niet in verzuim geraakt en ook nooit in gebreke gesteld. [partij A] is wel in verzuim na de ingebrekestelling van 14 mei 2025 (prod. 18 bij dagvaarding). [partij A] moest tijdig haar concrete bestellingen opgeven, maar [partij A] heeft pas eind juni de eerste bestellingen gedaan en de laatste pas eind augustus 2024. Dan kan [partij B] natuurlijk niet in september 2024 de eerste batch leveren. Daarom is [partij B] maar zelf gaan bestellen met goedkeuring van [partij A]. De eerste voertuigen zijn in november en december toegelaten.

[partij A] stelt ten onrechte dat [partij B] de prijsafspraak niet nakomt. UPE is echter hetzelfde als de Netto Liste Preise. Een configuratieprijs is voor consumenten en in de voorgaande jaren hebben partijen nooit met configuratieprijzen gewerkt.

[partij A] voert verweer.

4. De beoordeling

In conventie

[partij A] vordert in de eerste plaats verklaring voor recht dat de overkomst door haar rechtsgeldig is ontbonden. Zij stelt dat [partij B] te kort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst door 1) afwijkende prijzen te hanteren, 2) de voertuigen niet tijdig te registreren en in te zetten, 3) te laat dan wel niet te leveren.

Tijdig registreren, inzetten en leveren

Ten aanzien van de verplichting om tijdig te leveren stelt [partij A] in de ontbindingsbrief van 20 mei 2025 dat uit de overeenkomst volgt dat [partij B] moest leveren in 4 batches van telkens ca. 75 voertuigen in de periode maart t/m juni 2025.

Dit volgt naar het oordeel van de rechtbank niet uit de overeenkomst. Uit de stukken en uit hetgeen partijen ter zitting hebben verklaard volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het doel van [partij A] was om met het oog op de aanstaande wijziging BPM een grote partij auto’s in te kopen met inzetdata in 2024. [partij A] wilde het maximale aantal van 300 te bestellen auto’s afnemen om deze vervolgens verspreid over een aantal maanden in de markt te zetten. Dat de levering zou worden verdeeld over meerdere maanden had onder meer te maken met het feit dat [partij A] zelf niet over voldoende parkeerruimte beschikte om 300 bestelbussen te stallen en de omstandigheid dat het tijdrovend was voor [partij A] om de configuraties te maken van de gewenste modellen. Als dat laatste niet het geval was had [partij A] de configuraties immers ook gelijk na het tot stand komen van de overeenkomst in één keer aan kunnen leveren en had zij dit niet gedeeltelijk aan [partij B] over hoeven laten.

Dat [partij A] ook niet uitging van letterlijk 4 batches van telkens ca. 75 voertuigen blijkt ook uit de wijze waarop dat zij haar bestellingen heeft doorgegeven (zie hierboven onder 2.11). Het was juist ook [partij B] die er op 25 juli 2026 bij [partij A] op aandrong ’Betreft de rest van de configuraties zou ik zeggen, houd het tempo er in.. want ze willen ook gemixed toelaten.’

Gezien het voorgaande vormt het feit dat er vanaf in maart en april 2025 nog weinig auto’s konden worden geleverd dus geen tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst, die ontbinding van de overeenkomst zou rechtvaardigen, ook omdat er uit de ontvangen bestellijst met inzetdata november en december 2024 duidelijk was dat een groot aantal bestelbussen in mei en juni geleverd kon worden.

Afwijkende prijzen hanteren

[partij A] heeft daarnaast aan de ontbinding van de overeenkomst ten grondslag gelegd dat [partij B] prijzen heeft gehanteerd die afwijken van hetgeen is overeengekomen.

In de overeenkomst staat:

- inkoopcondities Vito = 23,5% korting op Duitse Netto Listenpreis van 1 juni 2024;

- inkoopcondities Sprinter = 25% korting op Duitse Netto Listenpreis van 1 juni 2024.

Partijen zijn dus als prijs een percentage van de Duitse Netto Listenpreis overeengekomen en [partij A] mag [partij B] aan deze afspraak houden.

In de overeenkomst is niet vastgelegd wie bepaalt of hoe kan worden vastgesteld wat per configuratie de Duitse Netto Listenpreis van 1 juni 2024 is. ([partij B] gebruikt ook wel het begrip De Duitse nieuwprijs.)

Partijen hebben beide bij de uitvoering van de overeenkomst configuraties gemaakt met behulp van de Duitse Mercedes configuratie. Dat [partij A] de bestellingen aanleverde in configuraties was ook de bedoeling van [partij B], zo blijkt uit de e-mail van 28 juni 2024 met instructies over het aanleveren van de PDF’s.

De prijzen die uit de Duitse configuraties naar voren kwamen heeft [partij B] onder het kopje Netto LP Dld op de lijst Con. 1 t/m 33 gezet die [partij B] op 29 augustus 2024 aan [partij A] heeft gestuurd.

De prijzen op de lijst die [partij B] heeft doorgestuurd op 23 januari 2025 zijn veel hoger dan de prijzen die uit de configuraties kwamen en die vermeld stonden op de lijst van 29 augustus 2024.

Op de lijst Con. 1 t/m 33 die [partij B] op 29 augustus 2024 aan [partij A] heeft verstuurd staat bijvoorbeeld voor configuratie 5 Fahrzeugpreis € 47.529,19 vermeld, dezelfde prijs als op configuratie 5 die als productie 3 bij de dagvaarding is gevoegd. Op de lijst die [partij B] op 23 januari 2025 aan [partij A] heeft gestuurd is de prijs voor configuratie 5 € 63.858,00.

Voor configuratie 33 is de prijs op de lijst Con. 1 t/m 33 € 51.293,66, net als in de configuratie (prod. 5). Op de lijst die [partij B] op 23 januari 2025 aan [partij A] heeft gestuurd is de prijs voor configuratie 33 € 63.021,00.

Op 24 april 2025 zijn twee auto’s geleverd.

Voor de Mercedes Sprinter 317 CDi, configuratie 31, stond op de lijst Con. 1 t/m 33 Netto LP Dld € 49.100,59. Op de lijst van 23 januari 2025 stond een UPE van € 65.798,00.

Op de factuur van 24 april 2025 staat € 49.911,00 (€ 60.392,31 incl. 21% BTW).

In de discussie tussen partijen over de prijzen stelt [partij B] in een e-mail van 27 januari 2025 dat de prijzen op de lijst van 23 januari 2025 juist zijn. Zij voert er daarbij aan dat het – ook bij eerdere voor [partij A] gedane bestellingen – gebruikelijk is dat de exacte prijzen pas na bevestiging van de bestelling door de leverancier van [partij B] duidelijk worden. [partij B] stelt dat zij met haar leverancier dezelfde werkwijze heeft besproken als met [partij A], namelijk korting op de Duitse nieuwprijs v.a. 1 juni 2024.

Het is aan [partij B] om aan te tonen dat de prijzen die zijn vermeld op de lijst van 23 januari 2025 in overeenstemming zijn met de prijsafspraak en gebaseerd op de Netto Listenpreis van 1 juni 2024. [partij B] heeft een uitdrukkelijk bewijsaanbod gedaan, in het bijzonder door het aanleveren van stukken. [partij B] zal worden toegelaten het bewijs te leveren.

Zij dient daartoe in de eerste plaats inzicht te geven in de prijzen die haar leverancier aan haar in rekening heeft gebracht en daarbij toe te lichten en met stukken te onderbouwen hoe deze prijzen tot stand zijn gekomen en waaruit blijkt dat die prijzen overeenstemmen met de Duitse Netto Listen Preis per 1 juni 2024.

Ook dient [partij B] inzichtelijk te maken wat de prijzen voor de configuraties op de lijst van 23 januari 2025 na toepassing van de afgesproken korting zijn en wat zij dus daadwerkelijk aan [partij A] in rekening zou hebben moeten brengen bij de geplande leveringen.

[partij B] wordt in de gelegenheid gesteld om opgaaf te doen van de wijze waarop zij het bewijs wil leveren, waaronder de namen van de te horen getuigen. De zaak wordt daartoe verwezen naar de rol van 7 oktober 2026.

In reconventie

Gezien de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de rechtbank eerst de uitkomst van de bewijsopdracht in conventie afwachten, alvorens een beoordeling in reconventie zal plaatsvinden.

In conventie en in reconventie

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

In conventie

draagt [partij B] op te bewijzen dat de prijzen die staan genoemd op de lijst van

23 januari 2025 (prod. 6 bij dagvaarding) overeenkomen met de Duitse Netto Listenpreis per 1 juni 2024, op de wijze zoals omschreven hierboven onder 4.7.;

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 7 oktober 2026 voor uitlating door [partij B] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

bepaalt dat, als [partij B] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,

bepaalt dat, als [partij B] getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november 2026 tot en met maart 2027 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. M.M. Verhoeven, in het gerechtsgebouw te Almelo, Egbert Gorterstraat 5,

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken die zij nog in het geding willen brengen aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

In conventie en recomventie

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand