RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12098923 CV EXPL 26-293
Vonnis van 15 september 2026
in de zaak van
AIG Europe S.A.
statutair gevestigd te Luxemburg, Luxemburg, tevens kantoorhoudende te Rotterdam,
eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen AIG,
advocaat: mr. L.H. Gundlach en mr. T. Giesbertz, Rotterdam,
tegen
1. KJM Mobiel B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudend te Hengelo,
2. [partij A],
wonend te [woonplaats],
verwerende partij in conventie, eisende partij in reconventie,
hierna samen te noemen KJM,
zelfstandig procederend.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 – 11,- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties 1 – 9,
- de conclusie van antwoord in reconventie 12 – 13,
- de mondelinge behandeling van 17 juli 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De zaak in het kort
AIG vordert de kosten die zij heeft gemaakt in verband met onderzoek naar verzekeringsfraude. KJM heeft zich bij een verzekeringsclaim beroepen op stukken waarvan zij wist dat die niet echt waren en KJM beschikte nooit over de 59 iPads die zij stelt ter verzending aan DHL te hebben aangeboden. Door bij DHL desondanks schade te claimen voor een pakket dat verloren zou zijn gegaan, heeft zij onrechtmatig gehandeld. De kosten die verzekeraar AIG daardoor heeft gemaakt, moet KJM betalen. De registratie in het EVR hoeft niet ongedaan te worden gemaakt.
3. De feiten
DHL Express Netherlands B.V. (Hierna: DHL) is een bedrijf dat in opdracht van haar klanten koeriersdiensten verzorgt. Gelijktijdig met het boeken van vervoer kunnen waardevolle zendingen worden verzekerd tegen schade of verlies. In DHL’s online verzendapplicatie kan de klant de verzekerde waarde aangeven.
DHL neemt deze verzekeringen (als verzekeringnemer) af bij AIG.
KJM is een onderneming die zich bezighoudt met in- en verkoop van met name smartphones en iPads. KJM Holding B.V. is de enig aandeelhouder en bestuurder van KJM, van welke besloten vennootschap [bedrijf] enig aandeelhouder en bestuurder is.
KJM heeft regelmatig opdrachten aan DHL verstrekt voor het leveren van pakketten aan klanten.
In april/mei 2022 heeft KJM aan DHL opdracht gegeven om een pakket met 77 iPads te leveren aan IT Rental Solutions (hierna: IT) in België (zending 1). Het pakket is niet aangekomen bij IT en DHL heeft daarom aan KJM een schadevergoeding uitgekeerd ter waarde van het gewicht van de verloren gegane zaak.
IT heeft in het najaar van 2022 KJM in kort geding gedagvaard en gevorderd dat KJM alsnog tot levering overgaat tot levering van 77 iPads op verbeurte van een dwangsom. De vordering van IT is bij vonnis van de Rechtbank Overijssel van 1 november 2022 toegewezen (ECLI:NL:RBOVE:2022:3187).
Op 25 oktober 2022 heeft KJM aan DHL een nieuwe opdracht gegeven om 59 iPads te leveren aan IT (zending 2). Het pakket met pakketnummer [nummer 1] is door KJM verzekerd voor € 24.000,00.
Op 27 oktober 2022 haalt een chauffeur DHL het pakket op bij KJM. Nadat hij het label heeft gescand en het pakket in de bus heeft gezet, nemen twee medewerkers van KJM het pakket weer korte tijd mee naar binnen om – zoals zij stellen - nog een vergeten item toe te voegen aan de verzending. Nadat zij het pakket weer aan de chauffeur hebben gegeven heeft deze het label niet opnieuw gescand. Bij het scannen van het label in het distributiecentrum blijkt dat het pakket niet verder kan worden verwerkt omdat het label op het pakket betrekking heeft op een al afgehandelde zending. Het pakket wordt opzij gezet om te retourneren naar KJM.
Op 28 oktober 2022 heeft DHL twee pakketten afgeleverd bij KJM. Voor het eerste pakket wordt voor ontvangst getekend. De medewerkster van KJM weigert voor ontvangst te tekenen voor het tweede pakket, een retour pakket. De koerier heeft zelf voor ontvangst getekend en het pakket achtergelaten bij KJM. Op 1 november 2022 wordt bij DHL in het systeem geregistreerd dat er iets niet in de haak is met de zending met pakketnummer [nummer 1] en dat het vermoeden bestaat van fraude of een mogelijk valse claim.
Op 3 november 2022 meldt KJM aan DHL dat het pakket niet bij IT is afgeleverd.
Ook wordt betwist dat de zending zou zijn terugbezorgd.
Op 4 november 2022 wordt binnen DHL de afdeling Security ingeschakeld. De afdeling adviseert na onderzoek om de claim van KJM af te wijzen. Op 6 januari 2023 wijst DHL de claim van KJM af omdat de zending volgens DHL niet door haar in ontvangst is genomen.
Op 16 januari 2023 stelt KJM DHL aansprakelijk voor de verzekerde waarde van
€ 24.000,00 plus verzendkosten. Op 13 maart 2023 heeft DHL de claim overgedragen aan haar verzekeraar, die op haar beurt onderzoeksbureau [naam 1] heeft ingeschakeld.
[bedrijf] heeft verklaringen afgelegd op 5 juli 2023, 18 december 2023 en 13 maart 2024.
Op 22 april 2024 bericht DHL aan KJM dat zij de schadeclaim afwijzen vanwege misleiding van de verzekeraar en dat aangifte zal worden gedaan van valsheid in geschrifte. Op 10 februari 2025 is namens AIG aangifte gedaan van fraude, dan wel valsheid in geschrifte, door [naam 3].
KJM is een bodemprocedure gestart waarbij wordt gevorderd om DHL te veroordelen tot betaling aan KJM van € 24.285,91 omdat de zending als verloren moet worden beschouwd en DHL de waarde moet vergoeden.
[naam 1] heeft op 6 februari 2025 een Rapport van Onderzoek verstuurd aan AIG. In de samenvatting op pagina’s 26-27 staat:
Samenvatting
• Door DHL is intern een vermoeden van fraude gemeld waarna er een onderzoek heeft plaatsgevonden. Het vermoeden is ontstaan dat het originele verzendlabel van een pakket met 59 iPads door KJM is verwisseld voor een oud verzendlabel. Dit zou bij het ophalen van het pakket moeten zijn gebeurd op 27 oktober 2022.
• DHL concludeert in hun onderzoek dat het verzendlabel van de zending met de iPads ([nummer 1]) moedwillig zou zijn omgewisseld voor een oud verzendlabel ([nummer 2]), om bewijsmateriaal te verzamelen voor een rechtszaak tussen KJM en IT Rental Solutions.
• Koerier [naam 2] verklaart het betreffende pakket met de iPads op 28 oktober 2022 te hebben geretourneerd aan KJM. Het retourdocument heeft hij zelf ondertekend omdat de aanwezige medewerkers van KJM dit zelf niet wilden doen.
• KJM is verwikkeld in een rechtszaak met IT Rental Solutions. De rechtszaak gaat om de levering van 77 iPads aan IT Rental Solutions. KJM stelt dat de iPads door problemen bij de verzending niet zijn geleverd. In kort geding vordert IT Rental Solutions de levering van de iPads. De vordering is door KJM niet betwist en is toegewezen.
• Uit openbronnenonderzoek ontstaat een bepaald beeld over de achtergrond van KJM.
• De heer [naam 3] verklaart niet persoonlijk aanwezig te zijn geweest bij het ophalen van het pakket op 27 oktober 2022, hij weet niet precies hoe dit is verlopen. Bij zijn weten waren er geen bijzonderheden. Ook heeft hij geen verklaring voor het feit dat een oud verzendlabel op het pakket zou zijn geplakt en verklaart dit voor het eerst te hebben gehoord in het gesprek. De heer [naam 3] weet niet of er op 28 oktober 2022 retouren zijn aangeboden door DHL en weet niet wie er voor een retour zending van Refurbished Market heeft getekend.
• Bovenstaande komt niet overeen met wat de heer [naam 3] heeft gecommuniceerd aan DHL.
• De heer [naam 3] kan zich niet herinneren hoe het ophalen van het pakket op 27 oktober 2022 is verlopen. In eerste instantie weet hij niet meer of er items misten in het pakket met de 59 iPads. Dat zou wel kunnen want het komt wel eens voor maar hij weet het niet meer zeker.
• Er wordt geen duidelijke verklaring gegeven over het ontvangen van een retour met een onbekend label op 28 oktober 2022. De definitie van "onbekend label" van de heer [naam 3] blijft onduidelijk. Hij kan niet verklaren hoe hij het pakket niet heeft kunnen herkennen als zijnde een belangrijk pakket welke hij de dag ervoor heeft laten ophalen.
• Op camerabeelden is te zien dat het pakket met de iPads intact aankomt bij het SVC in Apeldoorn op 27 oktober 2022. Het pakket wordt gescand en weggezet waarna het bij het 'exception handling area' terechtkomt zodat het pakket de dag erna geretourneerd kan worden. Op camerabeelden is te zien dat het pakket intact op 28 oktober 2022 wordt opgehaald en in het DHL voertuig wordt gezet.
• In het systeem van DHL is te zien dat er op 28 oktober 2022 een pakket retour wordt aangeboden voor Refurbished Market, hiervoor is ondertekend met de naam [naam 3]. Gekoppelde GPS-gegevens komen overeen met het adres: [adres].
• KJM had geen toestemming om 'dangerous goods' te vervoeren. KJM wist van tevoren dat het pakket met de 59 iPads afgekeurd zou worden door de aanwezigheid van 'dangerous goods'.
• Uit analyse van de overgelegde inkoopfacturen blijkt dat deze niet overeenkomen met betalingsbewijzen. Daarnaast komt de order op de overgelegde factuur van ENO Telecom niet overeen met de order die in het systeem staat bij ENO Telecom.
• Volgens KJM zijn de iPads uiteindelijk niet bij ENO Telecom in gekocht maar bij een partij via Marktplaats en contant betaald.
Bij vonnis van 6 augustus 2025 van de Rechtbank Noord-Holland (procedurenummer 10780265 CV EXPL 23-7193) zijn de vorderingen van KJM afgewezen.
4. Het geschil
In conventie
AIG Europe S.A. vordert dat de kantonrechter:
i. KJM en [naam 3], althans één van hen, veroordeelt tot betaling aan AIG van € 532,- te vermeerderen met rente;
ii. KJM en [naam 3], althans één van hen, veroordeelt tot betaling aan AIG van € 15.720,11,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de facturen;
iii. KJM en [naam 3], althans één van hen, veroordeelt in de kosten van deze procedure, vermeerderd met nakosten.
Ter onderbouwing van de vordering voert AIG het volgende aan. In de procedure tussen KJM en DHL heeft DHL als verweer aangevoerd dat er sprake is van verzekeringsfraude door KJM, dat KJM in werkelijkheid geen 59 iPads voor vervoer heeft aangeboden aan DHL en dat er dus geen sprake is van verlies van goederen. AIG heeft voorafgaand aan die procedure interne kosten gemaakt in het kader van de claim van KJM. De facturen van [naam 1] bedragen in totaal € 15.720,11. Ook heeft AIG zelf kosten gemaakt voor intern onderzoek, deze bedragen € 532,-. In deze procedure wordt vergoeding van de gemaakte kosten gevorderd. De grondslag van de vorderingen is het onrechtmatig handelen van KJM (art. 6:162 BW). KJM heeft gehandeld in strijd met art. 225 Sr (valsheid in geschrifte), art. 326 lid 1 Sr ((poging tot) oplichting) en art. 21 Rv (waarheidsplicht tijdens een civiele procedure).
KJM concludeert tot afwijzing van de vorderingen. In het vonnis van de Rechtbank Noord-Holland is niet vastgesteld dat sprake is van fraude of valsheid in geschrifte, alleen dat de vordering jegens DHL onvoldoende is onderbouwd. Toch baseert AIG haar vorderingen op de stelling dat KJM zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte in de zin van artikel 225 Sr. Dat KJM opzettelijk stukken heeft vervalst met het oogmerk om die als echt te gebruiken, is niet aangetoond. Ook voor oplichting ontbreekt het vereiste oogmerk tot wederrechtelijke bevoordeling. Er is trouwens niets uitbetaald en dus is er geen schade geleden. Als KJM in de procedure had gehandeld in strijd met de waarheidsplicht van artikel 21 Rv - zoals wordt gesteld - had de rechtbank sancties kunnen opleggen.
Er is ook geen reden om [naam 3] als natuurlijke persoon aansprakelijk te stellen. Bestuurdersaansprakelijkheid vereist een ernstig persoonlijk verwijt, en dat is niet vastgesteld. De stelling dat de schermafbeeldingen van een Marktplaats-gesprek met de verkoper van 60 iPads vervalst zou zijn, klopt ook niet. Dat het aangegeven batterijpercentage niet consistent zou zijn zegt niets; batterijen vertonen sprongsgewijze fluctuaties en zijn gevoelig voor onder meer temperatuurschommelingen.
Bij de vorderingen ontbreekt het causaal verband tussen de verweten gedragingen en de kosten waarvan vergoeding wordt gevorderd; het was de eigen keuze van AIG om het onderzoek te laten doen.
In reconventie
KJM vordert om
I voor recht te verklaren dat de registratie van KJM in het Extern Verwijzingsregister onrechtmatig is;
II AIG te veroordelen om deze registratie binnen 48 uur na betekening van dit vonnis te (laten) verwijderen, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat AIG daarmee in gebreke blijft;
III AIG te veroordelen tot betaling van een materiele schadevergoeding van € 25.000 en een immateriële schadevergoeding van € 15.000,
IV AIG te veroordelen tot betaling van rente over de toegewezen bedragen en in de proceskosten.
De vermelding van KJM in het frauderegister van de verzekeringssector is een zware maatregel met verstrekkende gevolgen. Omdat de fraude niet vaststaat is de maatregel disproportioneel. Het register is feitelijk door AIG gebruikt als pressiemiddel in een civiel geschil. Het bewijs tegen KJM is onvoldoende zwaarwegend en het onderzoek was niet zorgvuldig uitgevoerd.
KJM voert verweer. De gedragingen van [naam 3] kunnen een bedreiging vormen voor AIG en de continuïteit en integriteit van de financiële sector. Door het Incidentenwaarschuwingssysteem kunnen risico’s tijdig worden gesignaleerd. Het proportionaliteitsbeginsel wordt in acht genomen, omdat gekozen is voor een termijn van vier jaar, terwijl acht jaar het maximum is. het onderzoek door AIG is zorgvuldig uitgevoerd. Aangezien [naam 3] onrechtmatig heeft gehandeld is er geen aanleiding tot schadevergoeding.
5. De beoordeling
In conventie
AIG heeft haar vordering gebaseerd op onrechtmatige daad; zij stelt dat KJM onrechtmatig heeft gehandeld en daarom schadeplichtig is jegens AIG. AIG heeft haar stelling onder meer onderbouwd met de bevindingen in het onderzoek van [naam 1]. De conclusies van het rapport zijn hierboven onder 3.15 geciteerd.
Anders dan KJM kennelijk meent heeft zij de bevindingen van [naam 1] naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd bestreden.
Zo heeft KJM ook in deze procedure geen verklaring kunnen geven waarom er op cruciale punten zo veel wisselende verklaringen zijn gegeven. Dat de gesprekken bij [naam 1] plaatsvonden in juli en december 2023, dus enige tijd na de gebeurtenissen eind oktober 2022, verklaart naar het oordeel van de rechtbank niet dat [naam 3] niet meer zou weten hoe één en ander is gegaan, terwijl hij op het moment van ophalen door DHL wel op de zaak aanwezig was. De verzending van het pakket naar IT, waartoe hij onder verbeurte van een dwangsom was veroordeeld, was immers belangrijk. Bovendien zou er kennelijk juist bij dat pakket nog een item vergeten zijn, waardoor de doos na het inladen weer mee terug naar binnen zou zijn gegaan. Niet aannemelijk is dat [naam 3] wel aanwezig was bij het bedrijf, maar van deze gang van zaken geen duidelijke herinneringen heeft.
Er is ook geen verklaring gegeven voor het feit dat een pakket met een oud verzendlabel van KJM bij het distributiecentrum werd aangetroffen. Ook niet over hoe een vergeten item in de doos is gedaan, zonder de doos te openen.
DHL/AIG heeft KJM vervolgens gevraagd om te bewijzen dat zij beschikte over 50 iPads op het moment dat deze zouden zijn verzonden. In eerste instantie stelt KJM: Alle verloren iPads zijn ingekocht bij Belsimpel. Deze factuur hebt u al in uw bezit.
Op 10 augustus 2023 worden inkoopfacturen van ENO Telecom en NLightened verstrekt en op 21 februari 2024 bijbehorende betalingsbewijzen. Geconfronteerd met het feit dat de factuur van ENO niet authentiek blijkt te zijn en de gegevens op de verschillende documenten niet met elkaar overeenkomen, heeft KJM geen afdoende verklaring kunnen geven. Vervolgens is KJM met het verhaal over de aankoop van iPads via Marktplaats tegen contante betaling gekomen, maar ter ondersteuning daarvan zijn opnieuw documenten verstrekt waarvan de authenticiteit twijfelachtig is.
Zoals hiervoor genoemd heeft KJM de bevindingen van [naam 1] onvoldoende gemotiveerd betwist en dat leidt tot de conclusie dat KJM kennelijk geprobeerd heeft DHL te misleiden met het doel om aanspraak te maken op verzekeringsgeld waar zij geen recht op heeft. Dit levert ook een toerekenbare onrechtmatige daad op jegens AIG, die tot schadevergoeding verplicht.
Ten aanzien van de gevorderde onderzoekskosten geldt het volgende. Gelet op de aard en ernst van de in het geding zijnde feiten en de wisselende verklaringen van KJM acht de rechtbank het redelijk dat AIG een extern bureau heeft ingeschakeld voor het doen van onderzoek dat is gericht op het vaststellen van schade en aansprakelijkheid. AIG heeft uitgebreid onderzoek ingesteld naar de achtergrond van deze kwestie. Uit de bijlagen bij de dagvaarding en uit het rapport van [naam 1] blijkt dat de kosten van € 15.720,11 redelijk zijn. Hetzelfde geldt voor de interne kosten van € 532,-. De gevorderde bedragen zullen daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over die bedragen vanaf 22 januari 2026 tot aan de dag van betaling.
[naam 3] heeft aangevoerd dat hij niet in persoon kan worden aangesproken, maar dit verweer zal worden gepasseerd. [naam 3] is immers enig aandeelhouder en bestuurder van KJM en bovendien ook steeds persoonlijk betrokken geweest bij de onderhavige kwestie. Evident is dat [naam 3] hier een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. De veroordeling zal worden uitgesproken tegen zowel KJM als [naam 3].
In reconventie
Aan de orde is de vraag of is voldaan aan de vereisten voor proportionaliteit en subsidiariteit ten aanzien van de registratie in het EVR. Dat wil zeggen dat de inbreuk op de belangen van KJM niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het te bereiken doel en dat dit niet op een andere, minder belastende wijze, kan worden bereikt. De rechtbank is van oordeel dat AIG bij de in dit kader te maken belangenafweging doorslaggevend gewicht heeft kunnen toekennen aan het belang om fraude en/of benadeling in de financiële sector te kunnen voorkomen. Omstandigheden die tot een kortere duur van de maatregel zouden moeten leiden zijn niet gebleken. De gevorderde verklaring voor recht is niet toewijsbaar en de vordering om de registratie op te heffen zal worden afgewezen. Voor een schadevergoeding aan KJM is geen aanleiding en ook de vorderingen die daarop zien zullen worden afgewezen.
Proceskosten in conventie en in reconventie
KJM Mobiel B.V. en [naam 3] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Voor salaris gemachtigde worden 3 punten gerekend (conventie en reconventie).
De proceskosten van AIG Europe S.A. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
129,54
- griffierecht
€
1.504,00
- salaris gemachtigde
€
1.296,00
(3 punten × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
3.073,54
6. De beslissing
De kantonrechter
In conventie en in reconventie
veroordeelt KJM Mobiel B.V. en [naam 3] om aan AIG Europe S.A. te betalen een bedrag van 16.252,11, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 januari 2026 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt KJM Mobiel B.V. en [naam 3] in de proceskosten van € 3.073,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als KJM Mobiel B.V. en [naam 3] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.