RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 12287492 EJ VERZ 185/26
Datum : 24 september 2026
Beschikking op een verzoek ex artikel 4:149 lid 2 BW
ingediend door
1. [verzoeker 1],
handelend als wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige dochter
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2012,
wonende te [woonplaats 1],
hierna te noemen [verzoeker 1],
2. [verzoeker 2],woonplaats kiezende te [woonplaats 2],
hierna te noemen: [verzoeker 2],
verzoekers,
gemachtigde: mr. M. Tijken, advocaat te Oldenzaal,
tegen
1. [verweerder 1],in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van wijlen [erflaatster], hierna te noemen: [verweerder 1],
2. [verweerder 2],wonende te [woonplaats 3],
hierna te noemen: [verweerder 2],
verweerders,
beiden woonplaats kiezende te [woonplaats 4],
gemachtigde: mr. M.A. Schurink, advocaat te Almelo.
1. De procedure:
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift ex artikel 4:149 lid 2 BW met producties 1 tot en met 26, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 24 juni 2026;
het verweerschrift met producties 1 tot en met 9, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 26 augustus 2026;
aanvullend verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 31 augustus 2026;
de e-mail van mr. Schuring d.d. 31 augustus 2026;
producties 27 tot en met 36 van de zijde van verzoekers, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 2 september 2026;
de aantekeningen van de griffier van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht ter mondelinge behandeling van 3 september 2026;
Beschikking is nader bepaald op heden.
2. De feiten:
Op [overlijdensdatum] 2025 is te Enschede overleden [erflaatster], laatstelijk wonende te [adres 1], hierna te noemen: erflaatster. Erflaatster was ten tijde van haar overlijden buiten gemeenschap van goederen gehuwd met [betrokkene], hierna te noemen: [betrokkene].
Erflaatster is eerder gehuwd geweest met [verzoeker 1], verzoeker sub 1. Uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren [verzoeker 2], verzoeker sub 2, en [minderjarige], hierna te noemen: [minderjarige]. [minderjarige] is na het overlijden van haar moeder onmiddellijk gaan wonen bij haar vader [verzoeker 1].
Erflaatster heeft bij testament, op 22 november 2012 verleden voor notaris mr. R. Wiechers, notaris te Enschede, over haar nalatenschap beschikt. In dit testament is onder meer het navolgende opgenomen:
[… .]
Erfstelling
Ik benoem mijn kinderen tot mijn enige erfgenamen, ieder voor een gelijk deel.
[… .]
Bewind
1. Instelling bewind
Ik stel een bewind in over hetgeen mijn kinderen (hierna zowel tezamen als ieder afzonderlijk te noemen: de rechthebbende) uit mijn nalatenschap verkrijgen.
Ten aanzien van het bewind geldt het volgende:
2. Benoeming (opvolgend) bewindvoerder
Ik benoem tot bewindvoerder:
mevrouw [verweerder 2] [… .], dan wel, indien deze persoon het bewindvoerderschap niet wil of niet kan aanvaarden dan wel de hoedanigheid van bewindvoerder om welke reden dan ook eindigt:
de heer [verweerder 1] [… .].
De bewindvoerder is bevoegd bij notariële akte een opvolgend bewindvoerder te benoemen.
3. Aanvang bewind
Het bewind treedt in werking op het tijdstip van mijn overlijden.
[… .]
6. Boedelbeschrijving
De bewindvoerder moet zo spoedig mogelijk, uiterlijk acht maanden na mijn overlijden, een notariële dan wel onderhandse beschrijving opmaken van de goederen waarop het bewind betrekking heeft
13. Loon
De bewindvoerder heeft voor zijn werkzaamheden geen recht op loon.
[… .]
20. Einde van het bewind
[… .]
Het bewind eindigt door het overlijden van de rechthebbende en voordien indien en zodra de desbetreffende rechthebbende de leeftijd van vier en twintig (24) jaar bereikt.
Ontzegging ouderlijk vruchtgenot
Ik ontzeg de vader van mijn kinderen het ouderlijk vruchtgenot ten aanzien van hetgeen deze kinderen uit mijn nalatenschap verkrijgen.
[… .]
AFWIKKELING NALATENSCHAP
Executeur
1. Benoeming executeur
Ik benoem tot executeur:
de heer [verweerder 1] [… .], indien deze persoon het executeurschap niet wil of niet kan aanvaarden dan wel de hoedanigheid van executeur om welke reden dan ook eindigt:
mevrouw [verweerder 2] [… .]
[… .]
9. Toevoegen, in de plaats stellen, vervangen
Ik ken de executeur de bevoegdheid tot een of meer executeurs aan zich toe te voegen of in zijn plaats te stellen; indien een benoemde executeur komt te ontbreken, is de kantonrechter op verzoek van een belanghebbende bevoegd een vervanger te benoemen.
10. 10. Boedelbeschrijving
De executeur moet met bekwame spoed een boedelbeschrijving met inbegrip van een voorlopige staat van de schulden der nalatenschap opmaken [… .]
13. 13. Informatieplicht
De executeur moet aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven.
[… .]
[betrokkene] heeft op 31 juli 2025 de banksaldi op naam van [minderjarige], te weten een tweetal bedragen van respectievelijk € 48.470,03 en € 1.180,13, overgeboekt naar de bankrekening van erflaatster.
Namens [minderjarige] is de nalatenschap van erflaatster door haar beneficiair aanvaard.
Op 2 september 2025 stuurt notaris Hordijk aan notariskantoor Ter Braak Willems een e-mail met onder meer de navolgende inhoud:[… .]
Namens de heer [verzoeker 1] verzoek ik u hem [… .] een kopie van de huwelijkse voorwaarden van de heer [betrokkene] en mevrouw [erflaatster] te doen toekomen. Mogelijk bevatten deze een of meer nog uit te voeren verrekenbedingen,
[… .]
Op 7 november 2025 e-mailt [verweerder 1] aan [verzoeker 1] onder meer het navolgende:
[… .]
Via de notaris kreeg ik een verzoek om contact met jou.
[… .]
Recent na het overlijden van [erflaatster] ben ik bij de notaris in Almelo geweest en daarna heb ik [minderjarige] en [betrokkene] bezocht.
Daarna ging er best wat tijd overheen vanuit de notaris vanwege o.a. vakantie van de betrokken notaris.
In de tussentijd heb ik een lelijke val met de fiets mijn been en enkel op een heftige manier gebroken.
Vandaag heb ik net mijn derde operatie gehad. [… .]
Toen ik de benodigde papieren ter legalisatie ontving was ik helaas bedlegerig.
Dat heb ik de notaris medegedeeld.
[… .]
Het wachten is nu op een verklaring van beëdigd executeur, zodat ik de afwikkeling en overdracht van de nalatenschap in gang kan zetten.
Ik kan me voorstellen dat je vragen hebt, stel ze gerust via e-mail of telefoon.
[… .]
Op 19 november 2025 heeft [verweerder 1] in zijn hoedanigheid van executeur verklaard dat de goederen van de nalatenschap van erflaatster ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen.
Op 4 december 2025 is de verklaring van erfrecht opgesteld en afgegeven door notariskantoor Ter Braak Willems.
Op 11 december 2025 schrijft de toenmalig gemachtigde van verzoekers aan [verweerder 1], onder meer het navolgende:
[… .]
Bijgaand ontvangt u een brief [… .] gericht aan [… .] [betrokkene], waaruit blijkt dat er onrechtmatige overschrijvingen zijn verricht ná het overlijden van mevrouw [erflaatster] vanaf de bankrekeningen van [minderjarige] [verzoeker 1]. Cliënt wenst te vernemen of u deze transacties reeds heeft gesignaleerd in uw hoedanigheid van executeur. [… .]
De onrechtmatige overgemaakte bedragen zijn geen onderdeel gaan uitmaken van de gezamenlijke boedel. [… .]
Verzoek om actie en informatie
[… .]
Graag wordt een boedelbeschrijving ontvangen inclusief overzicht van goederen en schulden van de nalatenschap.
Volgens opgave van de heer [betrokkene] zijn huwelijkse voorwaarden van toepassing.
[… .] De huwelijkse voorwaarden zijn ondanks meerdere verzoeken nog steeds niet aangeleverd.
[… .]
Op 30 januari 2026 zijn de hiervoor onder 2.4. genoemde bedragen van de bankrekening van erflaatster teruggeboekt naar de bankrekeningen van [minderjarige].
Op 28 april 2026 schrijft mr. Tijken aan mr. Schuring onder meer het navolgende:
[… .]
Derhalve sommeer ik uw cliënt om uiterlijk binnen vijf dagen na heden integraal en zonder voorbehoud de volgende stukken en informatie aan mij te doen toekomen: 1. de volledige boedelbeschrijving van de nalatenschap per overlijdensdatum;
2. een volledig overzicht van de activa en passiva van de nalatenschap;
3. […. .]
4. De relevante financiële bescheiden [… .];
5. Een (gewaarmerkt) afschrift van de volledige huwelijkse voorwaarden van erflaatster en de heer [betrokkene];
[… .]
Mijn cliënten zijn van mening dat de wijze waarop de executeur tot op heden heeft geopereerd ernstig tekortschiet. [… .]
Op 20 juli 2026 schrijft [naam], de door [verweerder 1] ingeschakelde fiscaal jurist, hierna te noemen: [naam], aan mr. Tijken onder meer het navolgende:
[… .]
De heer Jeroen [verweerder 1] heeft mij verzocht hem [… .] te begeleiden bij de fiscale afwikkeling van de nalatenschap van wijlen [erflaatster]. In dat kader zijn inmiddels de volgende conceptstukken opgesteld.
de aangifte inkomstenbelasting 2025 (F-biljet) [… .]
de aangifte erfbelasting [… .]
de boedelbeschrijving [… .]
Cliënt acht het wenselijk dat de erfgenamen, alsmede de voogd van de minderjarige erfgenaam, voorafgaand aan de definitieve indiening van de fiscale stukken in de gelegenheid worden gesteld kennis te nemen van deze conceptstukken. Indien uw cliënten hiervan gebruik wensen te maken, zal ik u de stukken via uw kantoor doen toekomen.
[… .]
Voor zover de conceptstukken niet eerder beschikbaar konden worden gesteld vindt dit zijn oorzaak in het feit dat cliënt voor de benodigde fiscale gegevens afhankelijk was van de door Eshuis Belastingadviseurs op te stellen aangifte inkomstenbelasting 2025 (F-biljet) en de daarvoor benodigde informatie. Hierdoor was eerdere afronding feitelijk niet mogelijk.
Indien uw cliënten prijs stellen op een nadere toelichting, ben ik graag bereid de conceptstukken tijdens een gezamenlijke bespreking op een neutrale locatie in Enschede toe te lichten. [… .].
Op 19 augustus 2026 schrijft mr. Tijken aan [naam] onder meer het navolgende:
[… .]
Cliënten stemmen ermee in dat de door u genoemde conceptstukken via mijn kantoor worden toegezonden, te wetende conceptaangifte inkomstenbelasting 2025, de conceptaangifte erfbelasting en de concept-boedelbeschrijving.[… .]
3. Het verzoek en de beoordeling
Verzoekers vragen de kantonrechter primair om ontslag te verlenen aan [verweerder 1], in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van erflaatster op grond van gewichtige redenen. In dat kader stellen verzoekers dat [verweerder 1] heeft verzuimd om met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te maken en om de erfgenamen alle gewenste inlichtingen te verschaffen. Meer concreet stellen verzoekers dat zij structureel zonder inzicht zijn gelaten in de samenstelling van de nalatenschap, de stand van de afwikkeling en zijn feitelijke werkzaamheden. Dit nalaten levert een ernstige tekortkoming op in de uitoefening van het executeurschap. Verzoekers stellen voorts dat van een executeur mag worden verwacht dat hij, zodra hij bekend werd met de overboekingen vanaf de rekeningen op naam van [minderjarige], zelfstandig een voortvarend onderzoek zou doen naar de aard en bestemming van die gelden en naar de vraag of deze al dan niet in de boedel van erflaatster zijn terechtgekomen.
Verzoekers stellen dat het vertrouwen in [verweerder 1] als executeur volledig is verdwenen en hebben er geen vertrouwen meer in dat hij de nalatenschap op een zorgvuldige, onafhankelijke en voortvarende wijze zal afwikkelen, reden waarom zij de kantonrechter verzoeken de heer Robin Heuten als opvolgend executeur te benoemen.
Verzoekers vragen voorts om [verweerder 2] in haar hoedanigheid van bewindvoerder, over hetgeen [verzoeker 2] en [minderjarige] uit de nalatenschap van hun moeder zullen verkrijgen, te ontslaan. Verzoekers voeren daartoe aan dat het testamentaire bewind van rechtswege is ingegaan na overlijden en dat de bewindvoerder zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen acht maanden na overlijden, een beschrijving dient op te maken van de goederen waarop het bewind betrekking heeft. De bewindvoerder is hiermee in gebreke gebleven en dit klemt temeer nu het testament uitdrukkelijk ruimte biedt om de opvoeding, opleiding en vorming van de kinderen uit inkomen en zo nodig uit vermogen te bekostigen.
Bij aanvullend verzoekschrift vragen verzoekers voorts dat de kantonrechter bij voorlopige voorziening onder meer bepaalt dat, hangende de beslissing op het inleidende verzoekschrift, de juridische en feitelijke status quo rond de executele en het testamentaire bewind wordt gehandhaafd.
Subsidiair vragen verzoekers dat de kantonrechter [verweerder 1] beveelt in zijn hoedanigheid van executeur om binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking aan hen en hun gemachtigde te verstrekken:
a. de volledige boedelbeschrijving van de nalatenschap per overlijdensdatum;
b. een volledig overzicht van de activa en passiva van de nalatenschap;
c. een overzicht van alle door de executeur sinds het overlijden verrichte handelingen in het kader van beheer en afwikkeling:
d. de relevante financiële bescheiden, waaronder de bankafschriften van alle
bankrekeningen van erflaatster over een periode van 24 maanden voorafgaand aan haar overlijden en vanaf het overlijden tot heden, alsmede alle overige stukken die
noodzakelijk zijn om de omvang van de nalatenschap vast te stellen;
e. een schriftelijke toelichting op de na het overlijden verrichte overboekingen vanaf de
rekeningen van [minderjarige], voor zover deze gelden op of via rekeningen van erflaatster of de nalatenschap zijn terechtgekomen, inclusief vermelding van de betrokken rekeningen en ontvangende rekeninghouders voor zover bij de executeur bekend;
f. een gewaarmerkt afschrift van de volledige huwelijkse voorwaarden van erflaatster en [betrokkene];
g. een schriftelijke toelichting op de actuele stand van de afwikkeling, inclusief de nog te
nemen stappen en de termijn waarbinnen afronding wordt voorzien;
h. een opgave van wie op grond van het testament als bewindvoerder optreedt.
i. een schriftelijke verklaring of en wanneer de heer [verweerder 1] het executeurschap en voor zover van toepassing, het testamentair bewind heeft aanvaard;
j. een overzicht van de actuele status van de woning aan de [adres 2]
en het recht van eigendom met kadastrale aanduiding [locatie], waaronder de
status van de huurder, huurpenningen, verzekeringen, lasten, staat van onderhoud,
eventuele beheerhandelingen sinds overlijden en een toelichting op de op 24 december 2025 ingeschreven Kadastermutatie;
k. een overzicht van de inboedel, voertuigen en overige roerende zaken van erflaatster,
inclusief vermelding waar deze zaken zich bevinden, welke mutaties sinds overlijden
hebben plaatsgevonden, een toelichting op de RDW-mutaties betreffende de twee
voertuigen en hoe een en ander in de boedelbeschrijving is of wordt verwerkt;
Verzoekers vragen voorts dat de kantonrechter de bewindvoerder beveelt om binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking aan hen en hun gemachtigde te verstrekken:
l. de boedelbeschrijving/beschrijving van de onder bewind staande goederen;
m. een schriftelijke bevestiging van aanvaarding van het bewind;
n. een overzicht van de wijze waarop het bewind sedert overlijden is gevoerd;
o. rekening en verantwoording over de periode vanaf overlijden tot heden, en dat de kantonrechter bepaalt dat, indien niet volledig aan voormelde bevelen wordt voldaan, verzoekers gerechtigd zijn zich opnieuw tot de kantonrechter te wenden met het verzoek tot onmiddellijke ontslagverlening. dan wel reeds nu een nadere zitting te bepalen teneinde het ontslagverzoek te behandelen,
en meer subsidiair, dat de kantonrechter een zodanige beslissing te neemt als zij in het belang van een behoorlijke afwikkeling van de nalatenschap en een zorgvuldig bewind geraden acht,
primair, subsidiair en meer subsidiair met veroordeling van de [verweerder 1] in de kosten van deze procedure, met bepaling dat deze kosten niet ten laste van de nalatenschap komen.
[verweerder 1] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de in het geding zijnde verzoeken, omdat redenen om hem te ontslaan er niet zijn. [verweerder 1] stelt, voor het geval hij toch wordt ontslagen als bewindvoerder, het van belang is dat niet de door verzoekers aangedragen vervangend executeur wordt aangesteld. Dit is volledig niet in lijn met de wensen van erflaatster.
[verweerder 2] concludeert tot niet ontvankelijkheid van verzoekers in hun verzoek, omdat zij besloten heeft om de functie van testamentair bewindvoerder niet te accepteren. Reden hiervoor is dat over de omvang van het vermogen dat onder de nalatenschap valt geen volledige duidelijkheid bestaat omdat er sprake is van een verhuurde woning. Daarbij komt dat de bewindvoering nog vele jaren zal duren en zij een deel van het jaar woonachtig is in Portugal.
Nu de kantonrechter een eindbeslissing geeft op het verzoek van verzoekers, kan de bespreking van het aanvullende verzoek met betrekking tot de verzochte voorziening voor de duur van de procedure achterwege worden gelaten.
Op grond van het testament (hfdst. IV, § 13) en de wet (art. 4:148 BW) moet de executeur aan de erfgenamen alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven. Voorts dient de executeur met bekwame spoed een boedelbeschrijving met inbegrip van een voorlopige staat van schulden van de nalatenschap op te maken
(art. 4:146 lid 2 BW).
Op grond van de artikelen 4:149 lid 2 BW kan de kantonrechter op verzoek van een erfgenaam als sprake is van gewichtige redenen een executeur ontslaan. Volgens de parlementaire geschiedenis is er sprake van gewichtige redenen als de executeur in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen. Volgens vaste rechtspraak kan ook een niet aanstonds weg te nemen ernstig wantrouwen jegens de executeur onder gewichtige redenen vallen.
Bij schrijven d.d. 20 juli 2026 van [naam] (zie 2.12.) is aan de gemachtigde van verzoekers in concept de aangifte inkomstenbelasting 2025, de aangifte erfbelasting en de
de boedelbeschrijving aangeboden. Bij brief van mr. Tijken d.d. 19 augustus 2026 aan [naam] heeft eerstgenoemde aangegeven dat de conceptstukken via zijn kantoor kunnen worden ingediend. Kennelijk is hier om welke reden dan ook door [naam] geen gevolg gegeven omdat tijdens de mondelinge behandeling genoemde conceptstukken nog steeds niet in het bezit waren van verzoekers.
Zoals hiervoor aangegeven dient de executeur met bekwame spoed een boedelbeschrijving met inbegrip van een voorlopige staat van schulden van de nalatenschap opmaken. Dat de executeur met bekwame spoed een boedelbeschrijving moeten opmaken wil zeggen dat bij de beoordeling van zijn handelingssnelheid rekening wordt gehouden met de eventuele behoefte aan enig beraad of onderzoek (MvA II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 162). [verweerder 1] heeft meerdere redenen genoemd waarom de
(concept-)boedelbeschrijving eerst medio juli 2026 voor de erfgenamen beschikbaar is gekomen. Hem is na het overlijden van erflaatster een ongeluk overkomen waarbij hij zijn been en enkel heeft gebroken. Voorts diende hij, nadat bekend was geworden dat [minderjarige] de nalatenschap beneficiair had aanvaard, een verklaring af te leggen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend waren om alle schulden van de nalatenschap te voldoen. De meeste tijd is verstreken met de aangifte inkomstenbelasting 2025. Deze aangifte diende gezamenlijk met [betrokkene] te gebeuren met wie erflaatster was gehuwd. [betrokkene] is ondernemer en voor de aangifte was het noodzakelijk dat de jaarstukken van de onderneming ook afgerond werden.
Sinds het overlijden van erflaatster op [overlijdensdatum] 2025 en de brief van [naam] 20 juli 2026 zijn bijna 13 maanden verstreken. [verweerder 1] heeft voor deze tijdsspanne naar het oordeel van de kantonrechter een deugdelijke verklaring gegeven, zodat [verweerder 1] aan het vereiste met ‘bekwame spoed vereiste’ heeft voldaan. De bij [naam] aanwezige conceptstukken dienen per omgaande [verzoeker 1] aan verzoekers ter beschikking worden gesteld.
Conclusie uit het vorenstaande is dat niet kan worden geoordeeld dat de executeur zijn taak van executeur niet naar behoren heeft uitgevoerd, laat staan dat sprake zouden zijn van gewichtige redenen die dat ontslag zouden kunnen rechtvaardigen.
Wat betreft het gestelde wantrouwen van verzoekers in [verweerder 1] overweegt de kantonrechter als volgt. Uit de tijdens de mondelinge behandeling door partijen gegeven toelichting is gebleken dat het wantrouwen jegens [verweerder 1] voornamelijk gestoeld op de, in de visie van verzoekers, onrechtmatige handelingen die zijn verricht met de bankrekening van [minderjarige]. Verzoekers hebben niets gesteld waaruit zou kunnen volgen dat [verweerder 1] op de hoogte was van de handelwijze van [betrokkene]. Overigens was de handelwijze van [betrokkene], zo is gesteld van de zijde van [verweerder 1], ingegeven door een handelen van [verzoeker 1] in 2013/2014 ten aanzien van de bankrekening van zijn zoon [verzoeker 2] waarbij het saldo op de rekening in contanten is opgenomen. Wat daarvan ook zij, alle gelden die door [betrokkene] zijn gestort op de bankrekening van erflaatster zijn inmiddels door [verweerder 1] teruggestort op de bankrekening van [minderjarige]. Tegen deze achtergrond en gelet op het feit dat niet is komen vast te staan dat [verweerder 1] in ernstige mate tekort is geschoten in de vervulling van zijn taken, is de kantonrechter van oordeel dat het wantrouwen dat verzoekers tegen [verweerder 1] hebben geuit, niet gefundeerd is. Ook deze grond is geen reden voor toewijzing van het primaire verzoek.
Onweersproken staat vast dat [verweerder 2] haar benoeming tot testamentair bewindvoerder niet heeft aanvaard. Zij kan dan ook niet worden ontslagen, zodat verzoekers op dit punt niet ontvankelijk zullen worden verklaard in hun verzoek.
Ten aanzien van het subsidiaire verzoek overweegt de kantonrechter het navolgende. De verzoeken onder a. tot en met d. zijn toewijsbaar. Deze stukken liggen sinds 20 juli 2026 klaar bij [naam].
Het verzoek onder e. zal worden afgewezen. Aan de overboekingen van de bankrekening van [minderjarige] heeft [verweerder 1] part noch deel gehad en worden geheel op het conto van [betrokkene] geschreven. Daarbij komt dat deze gelden geen onderdeel uitmaken van de nalatenschap van erflaatster.
Het verzoek onder f. is toewijsbaar, met uitzondering van het waarmerken. Niet valt in te zien waarom dit een gewaarmerkt afschrift zou moeten zijn. De huwelijkse voorwaarden van erflaatster en [betrokkene] maken onderdeel uit van de nalatenschap en een afschrift hiervan komen de erfgenamen toe. Ook onderdeel g. is toewijsbaar. Zoals hiervoor in 3.12 omschreven is inmiddels ruim een jaar verstreken sinds het overlijden van erflaatster. De erfgenamen hebben recht op een schriftelijke toelichting van de stand van zaken. Overigens zijn de erfgenamen hiervoor reeds uitgenodigd bij brief van 20 juli 2026 van [naam].
Onderdeel h. zal worden afgewezen. Zoals hiervoor reeds aangegeven heeft [verweerder 2] het bewindvoerderschap niet geaccepteerd. In dat geval is het testament van erflaatster, welk testament voor de kantonrechter bij de beoordeling van de verzoeken steeds leidend geweest, voor wat de vervanging betreft volkomen duidelijk: [verweerder 1]. Weliswaar staat in het testament dat het bewind direct in werking treedt na het overlijden van erflaatster, doch feitelijk neemt het bewind eerst zijn aanvang wanneer bekend is welke goederen uit de nalatenschap van erflaatster de kinderen zullen verkrijgen en onder het testamentaire bewind zullen vallen. Tegen die tijd zal [verweerder 1] een beslissing dienen te nemen over het aanvaarden van het testamentair bewindvoerderschap. Overigens heeft [verweerder 1] reeds aangegeven voornemens te zijn het bewindvoerderschap te aanvaarden.
Onduidelijk is wanneer [verweerder 1] zijn taak als executeur heeft aanvaard. Buiten kijf staat dat hij dit heeft gedaan. In ieder geval is door de afgifte van de ruimschoots toereikend verklaring door [verweerder 1] duidelijk dat hij de taak van testamentair executeur heeft aanvaard. [verweerder 1] zal hebben aan te geven met ingang van welke datum hij het testamentaire executeurschap heeft aanvaard. Het hierop gebaseerde verzoek (i.) zal worden toegewezen.
De verzoeken onder j. en k. zijn toewijsbaar. Artikel 4:148 BW stelt buiten twijfel dat de executeur een uitgebreide informatieplicht heeft ten opzichte van de erfgenamen, waaronder de door verzoekers gevraagde informatie.
De verzoeken onder l., m., n. en o. zullen worden afgewezen. Zoals aangegeven heeft [verweerder 2] het testamentair bewindvoerderschap niet aanvaard en is er tot op heden geen invulling gegeven aan de hierdoor ontstane leemte. In het testament van erflaatster staat weliswaar dat het bewind in werking treedt op het moment van overlijden, doch feitelijk neemt het bewind eerst zijn aanvang wanneer bekend is welke goederen uit de nalatenschap van erflaatster de kinderen zullen verkrijgen. Hierover bestaat nog geen duidelijkheid.
Verzoekers zullen als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld tot op heden aan de zijde van [verweerder 1] en [verweerder 2] begroot en gevallen op € 577,00 aan salaris gemachtigde.
4. De beslissing:
de kantonrechter:
verklaart verzoekers niet ontvankelijk in hun verzoek tegen [verweerder 2];
wijst het primaire verzoek af;
beveelt [verweerder 1], in zijn hoedanigheid van executeur, om binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking aan verzoekers en hun gemachtigde te verstrekken:
de volledige boedelbeschrijving van de nalatenschap per overlijdensdatum;
een volledig overzicht van de activa en passiva van de nalatenschap;
een overzicht van alle door de executeur sinds het overlijden verrichte handelingen in het kader van beheer en afwikkeling:
de relevante financiële bescheiden, waaronder de bankafschriften van alle
bankrekeningen van erflaatster over een periode van 24 maanden voorafgaand aan haar overlijden en vanaf het overlijden tot heden, alsmede alle overige stukken die
noodzakelijk zijn om de omvang van de nalatenschap vast te stellen;
een afschrift van de volledige huwelijkse voorwaarden van erflaatster en [betrokkene];
een schriftelijke toelichting op de actuele stand van de afwikkeling, inclusief de nog te
nemen stappen en de termijn waarbinnen afronding wordt voorzien;
een schriftelijke verklaring wanneer de heer [verweerder 1] het executeurschap en voor zover van toepassing, het testamentair bewind heeft aanvaard;
een overzicht van de actuele status van de woning aan de [adres 2]
en het recht van eigendom met kadastrale aanduiding [locatie], waaronder de
status van de huurder, huurpenningen, verzekeringen, lasten, staat van onderhoud,
eventuele beheerhandelingen sinds overlijden en een toelichting op de op 24 december 2025 ingeschreven Kadastermutatie;
een overzicht van de inboedel, voertuigen en overige roerende zaken van erflaatster,
inclusief vermelding waar deze zaken zich bevinden, welke mutaties sinds overlijden
hebben plaatsgevonden, een toelichting op de RDW-mutaties betreffende de twee
voertuigen en hoe een en ander in de boedelbeschrijving is of wordt verwerkt;
veroordeelt verzoekers in de kosten van deze procedure, die aan de kant van [verweerder 1] en [verweerder 2] tot vandaag worden vastgesteld op € 577,00;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Aldus gegeven door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.