RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12193150 \ CV EXPL 26-1065
Vonnis van 22 september 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INFOMEDICS B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. Samenvatting van de zaak
[gedaagde] heeft in april en mei 2024 behandelingen gehad bij Mondzorg Enschede (hierna: de tandartsenpraktijk). Bij [gedaagde] is een bedrag van € 482,53 in rekening gebracht. De vordering is gecedeerd aan Infomedics Finance B.V. Infomedics heeft van Infomedics Finance B.V., als lastgever, de opdracht gekregen de vorderingen te incasseren. Aangezien [gedaagde] de factuur niet heeft betaald, is Infomedics deze procedure gestart.
De kantonrechter wijst de vordering van Infomedics toe.
2. De procedure 2.1 De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De feiten
[gedaagde] heeft tandheelkundige behandelingen ondergaan bij Mondzorg
Enschede (hierna; de tandartspraktijk). [gedaagde] heeft hiervoor van Infomedics Finance
B.V. een factuur ontvangen.
Infomedics heeft van Infomedics Finance B.V., als lastgever, de opdracht gekregen de vordering te incasseren.
Infomedics hanteert betaalvoorwaarden.
Bij de dagvaarding is een tweede aanmaning van 20 december 2024 overgelegd van
Infomedics aan [gedaagde] waarin [gedaagde] wordt verzocht het openstaande bedrag
te voldoen. Infomedics heeft eerder op 24 november 2024 een eerste aanmaning aan
[gedaagde] gestuurd. Daarin heeft Infomedics uitgelegd dat [gedaagde] extra kosten
moet betalen als zij niet binnen 15 dagen na het ontvangen van de eerste aanmaning de
openstaande rekening volledig betaalt.
4. Het geschil4.1 Infomedics vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:
Infomedics voert daartoe onder meer aan dat het gevorderde factuurbedrag ziet op behandelingen die de tandartspraktijk bij [gedaagde] heeft uitgevoerd. Het gaat om een consult voor een periodieke controle, een verdoving en het vullen van een tand/kies in de onderkaak op 30 april 2024, en het vullen van 2 tanden/kiezen in de bovenkaak, het vullen van 2 tanden/kiezen in de onderkaak en een gebitsreiniging op 14 mei 2024. [gedaagde] heeft de factuur niet betaald. De factuur en twee herinneringen (van 22 november 2024 en 2 december 2024) zijn per post aan [gedaagde] gestuurd. Daarnaast heeft een door Infomedics ingeschakeld incassobureau twee aanmaningen (op 20 september 2024 en 17 januari 2025) per post aan [gedaagde] gezonden. 4.3 [gedaagde] voert (onder meer) als verweer aan dat zij op 30 april 2024 niet bij de tandarts is geweest en dat de gefactureerde behandeling op 30 april 2024 door de tandarts nooit heeft plaatsgevonden. [gedaagde] was die dag namelijk thuis. Daarnaast voert [gedaagde] aan dat zij voorafgaand aan de behandeling nooit kennis heeft kunnen nemen van de totale kosten en dat zij geen prijsopgave van de tandarts heeft gehad, laat staan akkoord is gegaan met een prijsopgave. Als zij de kosten van tevoren had geweten dan had zij nooit ingestemd met de behandeling door de tandartspraktijk. 4.4 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling
Ambtshalve toetsing
Infomedics baseert haar vordering(en) op nakoming van de tussen de tandartsenpraktijk en [gedaagde] gesloten behandelingsovereenkomst. [gedaagde] is consument. Nu de onderhavige overeenkomst een geneeskundige behandelingsovereenkomst betreft, hoeft niet te worden getoetst of is voldaan aan de informatieverplichtingen van artikel 6:230l Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en verder.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de
daarop gehanteerde betaalvoorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
Een factuur, twee behandeldata
Allereerst moet de kantonrechter beoordelen of de behandeling op 30 april 2024 heeft plaatsgevonden nu gedaagde dat betwist. Daarna moet de kantonrechter beoordelen welk factuurbedrag Infomedics in rekening mocht brengen bij [gedaagde] voor de behandeling van 14 mei 2024. Het is aan Infomedics haar stellingen te onderbouwen. De kantonrechter bespreekt dit hieronder.
De eerste behandeldatum; 30 april 2024
Infomedics stelt dat [gedaagde] op 30 april 2024 bij de tandartspraktijk is geweest en daar een behandeling heeft ondergaan. Zij overlegt daartoe de producties 4 t/m 6 waaruit blijkt dat er afspraakbevestigingen naar twee verschillende e-mailadressen van [gedaagde] en per sms naar haar zijn verstuurd. Ook overlegt Infomedics de afspraakhistorie uit haar systeem waaruit zou blijken dat [gedaagde] op 30 april 2024 heeft plaatsgenomen in de wachtkamer/behandelkamer van de tandartspraktijk, dat behandeling heeft plaatsgevonden en dat de status na de behandeling in haar systeem op ‘gereed vertrekt’ is komen te staan. Ook heeft Infomedics de patiëntkaart van [gedaagde] overgelegd waarin is vastgelegd welke werkzaamheden de tandartspraktijk bij [gedaagde] heeft uitgevoerd. Infomedics vordert betaling voor de behandeling op 30 april 2024 ter hoogte van € 156,99.
[gedaagde] voert aan dat haar e-mailadressen zijn gehackt en zij geen toegang meer had tot haar e-mailadressen, dat zijn daarvan aangifte heeft gedaan bij de politie en daarom nooit een afspraakbevestiging heeft kunnen ontvangen van de tandartspraktijk. Zij was op 30 april 2024 thuis en is die dag niet bij de tandartspraktijk geweest.
De kantonrechter overweegt het volgende. Infomedics heeft haar stelling dat [gedaagde] op 30 april 2024 behandelingen heeft ondergaan bij de tandartspraktijk gemotiveerd en onderbouwd met de producties 4 t/m 6. In het licht van de gemotiveerde onderbouwing door Infomedics heeft [gedaagde] onvoldoende weersproken wat door Infomedics over de afspraak en uitgevoerde behandeling is aangevoerd. Het enkele verweer van [gedaagde] dat zij geen toegang had tot haar e-mailadressen betekent niet dat zij op 30 april 2024 niet kon plaatsnemen in de wachtkamer/behandelkamer van de tandartspraktijk en een behandeling heeft kunnen ondergaan. Geconcludeerd moet dan ook worden dat Infomedics voldoende heeft gesteld en [gedaagde] onvoldoende heeft weersproken dat [gedaagde] op 30 april 2024 behandelingen heeft ondergaan bij de tandartspraktijk. De behandelingen staan hiermee vast.
De kantonrechter wijst het door Infomedics gevorderde bedrag voor de behandeling op 30 september 2024 met een totaalbedrag van € 156,99 daarom toe.
De tweede behandeldatum; 14 mei 2024
Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] op 14 mei 2024 bij de tandartspraktijk is geweest en behandelingen heeft ondergaan. [gedaagde] betwist dat niet. Infomedics vordert van [gedaagde] betaling voor de behandeling op 14 mei 2024 ter hoogte van € 325,54. De kantonrechter moet beoordelen of het door Infomedics gevorderde factuurbedrag toewijsbaar is. Het volgende is daarvoor van belang.
Op grond van artikel 7:448 BW moet de tandartspraktijk de patiënt tijdig en, als de patiënt daarom vraagt, schriftelijk informeren over de voorgenomen behandeling en de redelijkerwijs relevante te verwachten kosten. Voor de behandeling is toestemming van de patiënt vereist (artikel 7:450 BW). De hulpverlener moet bovendien een dossier inrichten en bijhouden (artikel 7:454 BW).
Artikel 6 lid 1 van de Regeling mondzorg, een regeling die een nadere uitwerking geeft van het in artikel 7:448 BW bepaalde, bepaalt dat de tandartspraktijk vóór een behandeling die in totaal meer dan € 250,00 kost een vrijblijvende prijsopgave verstrekt. Die prijsopgave wordt schriftelijk of digitaal verstrekt. Als met de patiënt is afgesproken de prijsopgave mondeling te verstrekken, moet de tandartspraktijk de prijsopgave in de administratie vastleggen.
[gedaagde] betwist dat zij vóór de behandeling een prijsopgave heeft ontvangen en indien zij dit wel zou hebben ontvangen, nooit ingestemd zou hebben met de behandelingen. Infomedics stelt dat zij vooraf over de kosten is geïnformeerd en daarmee heeft ingestemd, maar heeft dat niet met concrete stukken onderbouwd. Het beroep op de privacy van [gedaagde] rechtvaardigt niet dat relevante informatie uit het patiëntendossier geheel buiten het geding blijft. Infomedics had een prijsopgave, een administratieve vastlegging daarvan of een zo nodig afgeschermd uittreksel kunnen overleggen. Dat heeft zij niet gedaan.
Daarom is niet komen vast te staan dat de tandartspraktijk heeft voldaan aan artikel 6 lid 1 van de Regeling mondzorg. Dat betekent echter niet zonder meer dat iedere betalingsverplichting vervalt. De regeling bepaalt niet uitdrukkelijk welk gevolg aan de schending moet worden verbonden. Beslissend is welk nadeel [gedaagde] door de ontbrekende prijsinformatie heeft geleden en welke betalingsverplichting in de omstandigheden redelijk is. Nu er voor de behandelingen op 14 mei 2024 volgens genoemde regeling een standaardbedrag uit Bijlage 1 (de lijst met prestatiecodes) in rekening is gebracht en [gedaagde] niet betwist dat de behandelingen zijn uitgevoerd, is zij gehouden de factuur te betalen.
Voorzover [gedaagde] een beroep doet op dwaling, geldt als volgt. Een beroep op dwaling kan niet worden gedaan tegenover de nieuwe schuldeiser (Infomedics), maar uitsluitend tegenover de oorspronkelijke wederpartij (de tandartspraktijk). Pas als dat beroep in een procedure tegen die partij, in dit geval de tandartspraktijk, is gehonoreerd kan [gedaagde] dat als verweer aan Infomedics tegenwerpen. Voorzover [gedaagde] een beroep op dwaling doet, kan dit in deze procedure daarom niet slagen.
Daarom is voor de behandeling van 14 mei 2024 het door Infomedics gevorderde bedrag van € 325,54 toewijsbaar.
Conclusie
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] voor beide behandeldata aan Infomedics een totaalbedrag (de toegewezen hoofdsom) van € 482,53 (eerste afspraak:
€ 156,99 + tweede afspraak € 325,54) dient te voldoen.
Buitengerechtelijke incassokosten
De kantonrechter wijst het toe te kennen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten toe over de toegewezen hoofdsom met inachtneming van het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. [gedaagde] moet deze kosten betalen.
Wettelijke rente
De kantonrechter oordeelt dat de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW toewijsbaar is
over de toegewezen hoofdsom van € 482,53. Op basis van de betaalvoorwaarden is de rente
pas verschuldigd vanaf de datum van de incassobrief. Niet gesteld door Infomedics is vanaf
wanneer deze termijn zou zijn aangevangen. De kantonrechter wijst de wettelijke rente
daarom toe vanaf de datum van de dagvaarding, te weten 19 maart 2026.
De proceskosten
[gedaagde] is (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Infomedics worden begroot op:- dagvaarding € 127,08 - griffierecht € 350,00 - salaris gemachtigde € 144,00 (2 punten x tarief € 72,00)
- nakosten € 72,00 (plus de kosten van betekening zoals
vermeld in de beslissing)Totaal € 693,08
6. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 482,53 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de datum van de dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 61,05 aan buitengerechtelijke incassokosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 693,08 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Beusekom en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.