ECLI:NL:RBOVE:2026:5884

ECLI:NL:RBOVE:2026:5884

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 03-10-2026
Zaaknummer 12269153 \ EJ VERZ 26-175
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Enschede

Samenvatting

Ontbinding arbeidsovereenkomst met een aantal tegenverzoeken.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer / rekestnummer: 12269153 \ EJ VERZ 26-175

Beschikking van 22 september 2026

in de zaak van

LIONIX INTERNATIONAL B.V.,

te Enschede,

verzoekende partij,

verwerende partij in het tegenverzoek,

hierna te noemen: LioniX,

gemachtigde: mr. G.A.G. Warfman,

tegen

[partij A] ,

te [woonplaats],

verwerende partij,

verzoekende partij in het tegenverzoek,

hierna te noemen: [partij A],

procederend in persoon.

De zaak in het kort

In deze zaak verzoekt LioniX om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [partij A]. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding. Die redelijke grond bestaat in een dusdanig verstoorde arbeidsverhouding, dat van LioniX als werkgever niet verwacht hoeft te worden dat zij de arbeidsovereenkomst met [partij A] laat voortduren.

[partij A] heeft verschillende tegenverzoeken ingediend. De kantonrechter wijst alleen zijn tegenverzoek toe dat ziet op de transitievergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover. Ook wordt het concurrentiebeding vernietigd. De rest wordt afgewezen, onder meer omdat de kantonrechter geen gronden ziet voor ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van LioniX.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 20;

- het verweerschrift met producties 1 tot en met 53, met een aantal tegenverzoeken;

- het bericht van LioniX van 25 augustus 2026 met aanvullende producties 21 tot en met 24;

- de mondelinge behandeling van 27 augustus 2026, waarbij namens LioniX de heer [naam 1] (CFO van LioniX) en mevrouw [naam 2] (HR-adviseur van LioniX) zijn verschenen, bijgestaan door mr. Warfman als gemachtigde, die gebruik heeft gemaakt van spreekaantekeningen. [partij A] is in persoon verschenen, bijgestaan door een tolk.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2. De feiten

LioniX is een technologisch bedrijf op het gebied van fotonisch geïntegreerde schakelingen en ‘microwave photonics’. Het bedrijf is gevestigd in Enschede. In het managementteam (MT) van LioniX zitten zes personen, bestaande uit de CEO, de CTO, de CFO, de CSS en twee divisieleiders.

[partij A], geboren op [geboortedatum] 1989, is sinds 11 november 2019 in dienst bij LioniX, eerst in de functie van MWP System Engineer. Vanaf 6 november 2025 is de functie van [partij A] Lead Engineer, met een loon van € 4.077,26 bruto per maand op basis van dertig uur per week. [partij A] werkt in het team ‘System Architecture’ dat valt onder de afdeling ‘Design & Architecture’. Zijn leidinggevende is mevrouw [naam 3].

Medio 2025 heeft LioniX een nieuw functiehuis ingevoerd waarbij voor alle functies bij LioniX nieuwe functieprofielen zijn opgesteld. LioniX heeft [partij A] ingedeeld in de functie van Medior Engineer. Die functie is [partij A] tijdens een ‘personeelsgesprek organisatieverandering’ op 25 juni 2025 aangeboden. Daarbij waren [partij A], [naam 3] en de heer [naam 4] aanwezig. Tijdens het gesprek heeft [partij A] ook uitleg gekregen over een eventuele ontwikkeling naar Senior Engineer. [partij A] heeft toen aangegeven dat hij het niet met zijn indeling eens was en dat hij, gelet op de functiebeschrijvingen en de werkzaamheden die hij uitvoert, al op Senior-niveau werkt. Daarop hebben [naam 4] en [naam 3] gezegd dat [partij A] aan de bovenkant van Medior-niveau zit en hebben hem gevraagd om na te denken over een functie als Lead Engineer.

Op 2 en op 24 september 2025 heeft [naam 3] verschillende verbeterpunten aan [partij A] teruggekoppeld over zijn functioneren.

Vervolgens heeft er op 4 november 2025 een overleg plaatsgevonden over het functieprofiel van [partij A] en zijn ontwikkeling naar Senior-niveau, waar [partij A], [naam 3], een divisieleider als MT-lid en de HR-adviseur bij aanwezig waren. Tegen [partij A] is toen gezegd dat Senior Engineer nog niet aan de orde was, maar is hem aangeboden om een ontwikkelplan op te stellen zodat hij zich naar die functie zou kunnen doorontwikkelen. Partijen hebben toen afgesproken dat [partij A] eerst zou worden ingezet als Lead Engineer, dat elke twee weken vergaderd zou worden om een ontwikkelplan op te stellen naar de functie van Senior Engineer en dat partijen daar vóór de eerstvolgende vergadering input voor zouden aanleveren.

[partij A] heeft op 6 november 2025 een addendum op zijn arbeidsovereenkomst met de functiewijziging naar Lead Engineer ondertekend.

Op 18 november 2025 heeft de eerste afgesproken vergadering plaatsgevonden. Tijdens dat gesprek werd [partij A] verweten dat hij geen ontwikkelpunten had aangeleverd. Daarop antwoordde [partij A] dat hij vond dat hij geen ontwikkeling nodig had en dat hij het niet eens was met de feedback c.q. verbeterpunten die hij van [naam 3] had gekregen. Zij heeft op haar beurt laten weten dat zij in september 2025 verbeterpunten heeft aangeleverd, omdat LioniX van mening was dat hij nog niet op Senior-niveau acteerde. Daarop hebben partijen afgesproken een verbeterplan op te stellen, waarmee [partij A] eerst zijn functioneren als Lead Engineer moest verbeteren en dat daarna de ontwikkeling naar Senior Engineer voortgezet zou worden.

[naam 3] heeft het verbeterplan en het ontwikkelplan op 23 december 2025 naar [partij A] gestuurd. Daarbij heeft zij opgemerkt dat het verbeterplan eerst de prioriteit heeft. In het verbeterplan staan meerdere feedbackpunten en zijn verschillende concrete verbeterpunten opgenomen. Over het gedrag van [partij A] staat (onder meer) dat hij niet ontvankelijk is voor feedback, weinig zelfreflectie laat zien en constant oorzaken buiten zichzelf zoekt. Voor het slagen van het verbeterplan is het belangrijk dat [partij A] inziet dat hij zichzelf moet verbeteren. Aan het eind van het verbeterplan staat dat wanneer [partij A] binnen drie maanden geen verbetering zou laten zien, er gekeken zou worden naar een andere functie binnen het bedrijf of dat zijn contract beëindigd zou kunnen worden.

Op 4 januari 2026 heeft [partij A] een e-mail naar alle MT-leden gestuurd, waarin hij zijn zorgen uit over de dreiging dat zijn contract beëindigd zou kunnen worden wanneer hij niet naar tevredenheid aan het verbeterplan zou voldoen. Ook schrijft hij dat hij vindt dat hij oneerlijk is behandeld door [naam 3] en de HR-adviseur, en vraagt hij het MT om ‘corrective actions’ te nemen.

Daarop heeft de CEO van LioniX op 7 januari 2026 gereageerd. Hij schrijft dat de wijze waarop [partij A] communiceert over het verbeterplan en over [naam 3] onacceptabel is, dat er geen vertrouwen meer is in het verbeterplan en dat er een mediationtraject opgestart zou worden.

Het mediationtraject is gestart, maar is op 26 maart 2026 zonder resultaat geëindigd.

Op 2 april 2026 heeft er een overleg plaatsgevonden tussen [partij A], de HR-adviseur en de CFO (de heer [naam 1]). Tijdens het overleg is aan [partij A] medegedeeld dat hij niet langer in zijn functie als Lead Engineer zou kunnen werken, omdat sprake was van een vertrouwensbreuk tussen hem en zijn leidinggevende. Daarop heeft [partij A] aangegeven dat hij zich gediscrimineerd heeft gevoeld rondom de toedeling van de nieuwe functie, dat hij het niet eens was het met verbetertraject, dat [naam 3] valse verklaringen op papier had gezet, dat hij zich slachtoffer voelt en dat hij het onterecht zou vinden als [naam 3] ‘ermee weg zou komen’. Vervolgens heeft de [naam 1] geconstateerd dat de verhouding tussen de leidinggevende en [partij A] onherstelbaar waren verstoord en zijn er in het kader van herplaatsing twee alternatieve functies aan [partij A] aangeboden.

Tijdens een gesprek op 13 april 2026 met de CFO en de HR-adviseur heeft [partij A] aangegeven dat de twee aangeboden functies niet op zijn expertise aansluiten en dat hij graag Lead Engineer wil blijven, met voortzetting van het ontwikkelplan tot Senior Engineer. Daarop heeft de CFO ervoor gekozen om [partij A] in de functie van Assembly en Quality Engineer te laten werken, omdat terugkeer in zijn oude functie geen optie meer was gelet op de onherstelbare vertrouwensbreuk met zijn leidinggevende. [partij A] is desondanks bij zijn standpunt gebleven en heeft de nieuwe functie niet geaccepteerd. Daarna heeft LioniX [partij A] vrijgesteld van werk, met behoud van loon.

3. Het verzoek, het verweer en de tegenverzoeken

LioniX verzoekt de arbeidsovereenkomst met [partij A] te ontbinden, primair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (de g-grond), subsidiair wegens een combinatie van omstandigheden (de i-grond).

[partij A] verweert zich tegen het verzoek en stelt primair dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen.

Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, vraagt [partij A] subsidiair:

I. een verklaring voor recht dat LioniX als werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld,

en verzoekt [partij A] daarnaast dat LioniX wordt veroordeeld tot betaling van:

II. € 15.412,00 aan transitievergoeding (inclusief verhoging wanneer de arbeidsovereenkomst op de i-grond zou worden ontbonden),

III. € 160.000,00 aan billijke vergoeding,

IV. € 236,00 aan achterstallige reiskosten met wettelijke verhoging,

V. € 4.555,00 aan 22,5 openstaande vakantiedagen, en

VI. € 5.000,00 aan outplacement- en opleidingsbudget, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag.

Verder verzoekt [partij A]:

VII. dat bij de bepaling van de ontbindingsdatum de volledige opzegtermijn in acht wordt genomen, met doorbetaling van het loon,

VIII. dat het concurrentie-, relatie- en boetebeding uit de arbeidsovereenkomst worden vernietigd, of dat LioniX daarvoor een vergoeding van € 4.403,00 per maand betaalt,

IX. dat LioniX een positief getuigschrift afgeeft op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag,

X. dat LioniX wordt veroordeeld om de daadwerkelijke en volledige kosten voor rechtsbijstand aan [partij A] te vergoeden, en

XI. dat LioniX de gevorderde bedragen op fiscaal-optimale wijze gespreid uitbetaalt over de jaren 2026 en 2027.

4. De beoordeling van het verzoek

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.

Er is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding

De kantonrechter is van oordeel dat de verhoudingen tussen partijen zodanig onherstelbaar zijn verstoord, dat van LioniX niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met [partij A] te laten voortduren. Daarin kan een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden gevonden. De kantonrechter licht deze beslissing als volgt toe.

Uit de in het geding gebrachte stukken en hetgeen partijen tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht maakt de kantonrechter op dat de verhoudingen tussen partijen verstoord zijn geraakt, in ieder geval sinds medio 2025. Vanaf dat moment, sinds de introductie van het nieuwe functiehuis van LioniX en de inschaling van [partij A] als Medior Engineer, is er verschil van inzicht ontstaan. [partij A] was van mening dat hij al op Senior-niveau acteerde, terwijl LioniX zich daar (nog) niet in kon vinden. Daarop heeft LioniX een ontwikkelplan aan [partij A] voorgesteld om hem de gelegenheid te bieden zich tot het gewenste Senior-niveau te ontwikkelen, maar in de periode die daarop volgt is LioniX ervan overtuigd geraakt dat [partij A] zich eerst zou moeten verbeteren in zijn functioneren als Lead Engineer, vóórdat hij zou kunnen promoveren tot Senior. Dat is in verschillende gesprekken aan de orde gekomen, maar [partij A] heeft meerdere keren aangegeven het daar niet mee eens te zijn.

Daarna zijn de verhoudingen steeds meer op scherp komen te staan, met de e-mail van [partij A] van 4 januari 2026 aan het hele MT als dieptepunt. Daarin zegt [partij A] min of meer openlijk het vertrouwen op in [naam 3] en de HR-adviseur. Deze mail is – niet onbegrijpelijk – bij het MT in het verkeerde keelgat geschoten. Dat blijkt uit de reactie van de CEO op de mail van [partij A] van 7 januari 2026, waarin de CEO schrijft dat sprake is van een onherstelbare vertrouwensbreuk met de leidinggevende. Dat [partij A] heeft laten weten dat dat niet zijn bedoeling is geweest, maar dat hij alleen de ontstane ontslagdreiging weg wilde nemen, doet daar niet aan af. Het kwaad – de onherstelbare vertrouwensbreuk met zijn leidinggevende – was toen al geschied.

Ook daarna, tijdens het herplaatsingstraject, is gebleken dat de situatie onwerkbaar was geworden. Op 2 april 2026 heeft LioniX in het kader van herplaatsing twee alternatieve functies voorgesteld aan [partij A] om hem binnen LioniX te houden. Die functies heeft [partij A] allebei geweigerd, omdat hij toch graag Lead Engineer wilde blijven en zich door wilde blijven ontwikkelen tot Senior Engineer. [partij A] zag echter niet in dat dat gelet op de onherstelbare vertrouwensbreuk met [naam 3] niet meer tot de opties behoorde. De kantonrechter leidt daaruit af dat er een onoverbrugbaar verschil van inzicht was ontstaan.

Ter zitting heeft LioniX desgevraagd laten weten dat het niet langer een optie is dat [partij A] nog bij haar werkzaam blijft. Ook het mediationtraject heeft niet tot een oplossing geleid. Op grond van voorgaande constateert de kantonrechter dat de arbeidsverhouding inmiddels zodanig is verstoord dat het voor LioniX als werkgever niet gevergd hoeft te worden de arbeidsovereenkomst met [partij A] te laten voortduren.

Herplaatsing

Herplaatsing van [partij A] binnen een redelijke termijn ligt, gelet op de gang van zaken rondom het herplaatsingstraject zoals hiervoor besproken, niet (langer) in de rede.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden

De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Het is niet gebleken dat sprake is van een opzegverbod dat aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg zou staan. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 november 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure, rekening houdend met een resterende termijn van minimaal een maand.

Geen mogelijkheid tot intrekking van het verzoek

LioniX hoeft geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken, omdat aan de ontbinding geen cumulatie van de transitievergoeding en geen billijke vergoeding wordt verbonden. Dat wordt hierna, bij de beoordeling van de tegenverzoeken van [partij A], uitgelegd.

Proceskosten worden gecompenseerd

De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft en geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

5. De beoordeling van de tegenverzoeken

Geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van LioniX

[partij A] heeft kennelijk bedoeld een aantal verzoeken te stoelen op de stelling dat LioniX ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, zoals toekenning van een billijke vergoeding, inachtneming van de volledige opzegtermijn in geval van ontbinding en veroordeling in de daadwerkelijke (proces)kosten voor rechtsbijstand.

Ernstige verwijtbaarheid in de zin van de wet is een strenge maatstaf. De lat hiervoor ligt dus hoog. Dat zal zich alleen voordoen in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt. Bij de beoordeling of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen.

Het is de kantonrechter niet gebleken dat aan de zijde van LioniX sprake zou zijn van dergelijk ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. De omstandigheden die [partij A] daartoe aanvoert zijn onvoldoende, of onvoldoende onderbouwd. Dat LioniX op enig moment heeft ingezet op een verbeterplan en niet (langer) op een ontwikkelplan naar Senior is (ook) niet ernstig verwijtbaar te noemen. Het is begrijpelijk dat een werkgever inzet op een verbeterplan als de werknemer kennelijk tekortschiet in zijn functioneren. Het is aan de werknemer om in de praktijk het tegendeel te bewijzen. De kantonrechter stelt vast dat LioniX geleidelijk aan van standpunt is veranderd. Waar zij eerst met [partij A] wilde werken aan een weg die tot promotie zou kunnen leiden, vond zij later dat hij in zijn eigen rol niet voldoende functioneerde. Deze verandering van opvatting is natuurlijk toegestaan, maar LioniX had dat expliciet met [partij A] moeten bespreken en hem wellicht meer tijd moeten gunnen om zich aan te passen aan de gedachte dat de ontwikkeling naar Senior Engineer van de baan was, zolang hij zich niet voldoende verbeterde in zijn rol als Lead Engineer. Maar dat levert geen ernstig verwijtbaar handelen van LioniX op, ook al omdat het aan de andere kant voor [partij A] wel duidelijk had kunnen zijn dat en waarom hij volgens LioniX (nog) niet voldoende functioneerde in zijn rol als Lead Engineer. Evenmin ernstig verwijtbaar is de conclusie in het verbeterplan dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst een optie zou kunnen zijn.

Uiteindelijk is de verstoorde arbeidsverhouding niet in overwegende mate aan één van beide partijen te wijten. Kortom: er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van de werkgever. De verzochte verklaring voor recht (tegenverzoek onder I.) is daarom niet toewijsbaar.

Voorgaande heeft tot gevolg dat er geen grond bestaat voor de door [partij A] verzochte billijke vergoeding (tegenverzoek onder III.). Een billijke vergoeding kan namelijk worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

Hetzelfde lot treft de verzochte inachtneming van de volledige opzegtermijn (tegenverzoek onder VII.) en het verzoek van [partij A] om LioniX te veroordelen in de daadwerkelijke (proces)kosten voor rechtsbijstand (tegenverzoek onder X.). (De omvang van) dat laatste verzoek heeft [partij A] overigens ook niet onderbouwd en is om die reden ook niet toewijsbaar. De kantonrechter gaat er uiteraard wel vanuit dat LioniX het loon van [partij A] overeenkomstig artikel 7:628 BW zal doorbetalen tot aan de ontbindingsdatum (1 november 2026), zoals [partij A] in zijn petitum (tegenverzoek onder VII.) heeft verzocht.

De transitievergoeding (tegenverzoek onder II.)

Partijen zijn het erover eens dat [partij A] recht heeft op een transitievergoeding en dat die vergoeding € 10.236,83 bruto is. Dit verzoek van [partij A] wordt daarom toegewezen. Er is geen aanleiding om de transitievergoeding op grond van artikel 7:671b lid 8 BW te verhogen, aangezien de arbeidsovereenkomst niet vanwege een cumulatie van omstandigheden (in artikel 7:669 lid 3 sub i BW) wordt ontbonden.

De kantonrechter zal LioniX verder overeenkomstig artikel 7:686a lid 1 BW veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de transitievergoeding, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 1 december 2026.

Geen sprake van achterstallige reiskosten (tegenverzoek onder IV.)

Verder verzoekt [partij A] dat LioniX vier maanden aan reiskostenvergoeding, samen voor een bedrag van € 236,00, aan hem betaalt. Niet is gebleken dat [partij A] vanaf mei 2026 (nadat LioniX hem had vrijgesteld van werk) nog heeft gewerkt en hij in die periode nog reiskosten heeft gemaakt. Daarom wordt dit verzoek afgewezen.

Uitbetaling van de openstaande vakantiedagen (tegenverzoek onder V.)

[partij A] verzoekt dat 22,5 vakantiedagen, samen voor een bedrag van € 4.555,00, aan hem worden uitbetaald. LioniX heeft ter zitting gesteld dat [partij A] 16,4 vakantiedagen heeft openstaan, uitgaande van 1 november 2026 als einddatum van de arbeidsovereenkomst.

Nu de kantonrechter de arbeidsovereenkomst per 1 november 2026 zal ontbinden en het in het domein van partijen ligt hoeveel vakantiedagen [partij A] open heeft staan, zal de kantonrechter de precieze berekening van de uitbetaling hiervan overlaten aan partijen zelf. LioniX heeft ter zitting toegezegd het aantal vakantiedagen waar [partij A] recht op heeft uit te betalen. De kantonrechter gaat er vanuit dat LioniX dat dan ook zal doen. Het is daarom niet nodig om dit tegenverzoek van [partij A] dan nog afzonderlijk toe te wijzen.

Geen grond voor een outplacement- en opleidingsbudget (tegenverzoek onder VI.)

[partij A] verzoekt dat LioniX hem een bedrag van € 5.000,00 aan outplacement- en opleidingsbudget betaalt, maar zoals LioniX heeft gesteld bestaat daar geen grondslag voor. Ook dit verzoek wordt afgewezen.

Het concurrentie-, relatie en boetebeding (tegenverzoek onder VIII.)

LioniX heeft bij akte van 25 augustus 2026 toegezegd dat zij [partij A] niet aan het concurrentiebeding zal houden. Dat heeft LioniX tijdens de mondelinge behandeling nog eens bevestigd. Om daarover geen twijfel te laten bestaan, zal de kantonrechter het concurrentiebeding vernietigen.

Dat geldt echter niet voor het relatiebeding. [partij A] heeft verzocht om ook dat beding (samen met het daaraan verbonden boetebeding) te vernietigen, of maakt althans aanspraak op een maandelijkse vergoeding voor het geval de bedingen in stand blijven. Hiervoor heeft de kantonrechter al geoordeeld dat LioniX niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten, dus biedt dat volgens artikel 7:653 lid 4 BW geen grond voor het oordeel dat LioniX geen rechten kan ontlenen aan het relatiebeding.

Verder heeft [partij A] in het geheel niets gesteld dat en in welke mate hij door (handhaving van) het relatiebeding onbillijk wordt benadeeld, dan wel dat het relatiebeding hem in belangrijke mate belemmert. De uiteenzetting in zijn verweerschrift ziet op (handhaving van) het concurrentiebeding, maar dat is al van de baan. [partij A] heeft met betrekking tot het relatiebeding niet voldaan aan zijn stelplicht. Dat heeft tot gevolg dat zijn verzoek om het relatie- en boetebeding te vernietigen, althans om een maandelijkse vergoeding aan hem toe te kennen zolang het relatiebeding in stand blijft, wordt afgewezen.

Afgifte positief getuigschrift (tegenverzoek onder IX.)

De verplichting om bij het einde van de arbeidsovereenkomst de werknemer op zijn verzoek een getuigschrift uit te reiken volgt uit artikel 7:656 BW. LioniX heeft ter zitting toegezegd een getuigschrift aan [partij A] te verstrekken dat aan de wettelijke vereisten, zoals genoemd in voornoemd artikel, voldoet en dat zij zich daarbij neutraal zal uitlaten. De kantonrechter acht het daarom niet nodig om dit tegenverzoek van [partij A] afzonderlijk toe te wijzen. Hetzelfde geldt voor de dwangsom die [partij A] daaraan heeft verbonden.

Uitbetaling op fiscaal-optimale wijze laten uitbetalen (tegenverzoek onder XI.)

Ten slotte heeft [partij A] verzocht dat LioniX wordt veroordeeld om de vergoeding(en) op fiscaal-optimale wijze gespreid uit te betalen over de jaargrens van 2026 en 2027. [partij A] wil dan graag dat LioniX 30% in december 2026 uitbetaalt en 70% in januari 2027. Ook hier bestaat geen grond voor, zodat dit verzoek wordt afgewezen.

Proceskosten

De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft en geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

6. De beslissing

De kantonrechter

op het verzoek

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 november 2026,

op de tegenverzoeken

veroordeelt LioniX om aan [partij A] een transitievergoeding te betalen van € 10.236,83 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2026, tot aan de dag van de gehele betaling,

vernietigt het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding,

op het verzoek en op de tegenverzoeken

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.

!

!

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand