RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/349686 / JE RK 26-1163
Datum uitspraak: 15 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Zwolle,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres
en [minderjarige].
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- [naam 1] en [naam 2] namens de GI.
[minderjarige] is uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter, maar heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om in een gesprek met de kinderrechter, of op een andere manier, zijn mening over het verzoek te geven.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 september 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 23 september 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar de overgelegde stukken.
Ter aanvulling heeft de GI tijdens de zitting naar voren gebracht dat een ondertoezichtstelling voor een kortere duur dan een jaar niet passend is. Er zijn met betrekking tot de omgang tussen [minderjarige] en de vader mooie stapjes gezet, maar er moeten nog wel stappen worden gezet voor een passende structurele omgang. De GI hoopt dat met negen maanden een besluit genomen kan worden of de situatie goed genoeg is. De GI evalueert met de ouders de voortgang. [minderjarige] vindt het fijn om weer contact met de vader te hebben, maar wil geen contact met de partner van zijn vader. Er zijn nog stappen te zetten, zoals het opstarten van het contact tussen [minderjarige] en zijn halfbroertje vaderszijde. Voor een structurele omgang met overnachting(en) bij de vader, is het belangrijk dat [minderjarige] ook kennis gaat maken met de partner van de vader. De GI gaat binnenkort in gesprek met opa Arie en oma Hennie om de mogelijkheden tot omgang te bekijken, omdat [minderjarige] weer contact met hen wil.
4. De standpunten
De moeder stemt in met een verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder vindt het belangrijk dat met regelmaat de voortgang wordt geëvalueerd. De moeder ziet de positieve ontwikkelingen. Zij vraagt ook aandacht over de wijze van communicatie tussen de ouders, aangezien zij nu ervaart dat [minderjarige] boodschappen tussen de ouders overbrengt. De moeder vraagt zich af of dit de bedoeling is van het Parallel Solo Ouderschap (hierna te noemen: PSO).
De vader stemt in met de verlenging van de ondertoezichtstelling. De vader vindt het fijn dat hij bij de jeugdbeschermer terecht kan om te overleggen. De vader wil [minderjarige] graag meer zien.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ouders hebben zich in het afgelopen jaar goed ingezet om de situatie rondom [minderjarige] te verbeteren. De vader en de moeder hebben een ouderschapstraject doorlopen, gericht op PSO. Ook [minderjarige] heeft hard gewerkt om zijn persoonlijke situatie te verbeteren. Door de speltherapie bij Praktijk Sterk heeft [minderjarige] geleerd om te spreken over zijn verdriet en boosheid en heeft hij de vader kunnen uitleggen hoe dingen in zijn beleving zijn gegaan. Hierdoor zijn [minderjarige] en de vader dichter naar elkaar gegroeid. Inmiddels is de omgang tussen [minderjarige] en de vader weer opgestart. De kinderrechter constateert een positieve ontwikkeling in de situatie van [minderjarige].
Ondanks deze mooie stappen is de kinderrechter nog wel van oordeel dat er sprake is van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige]. Hoewel [minderjarige] en de vader weer contact hebben moet er nog worden toegewerkt naar een passende structurele omgang. Dit zal niet van de ene op de andere dag mogelijk zijn. In stapjes, waarbij het tempo van [minderjarige] leidend is, moet er gewerkt worden aan het versterken van de band tussen [minderjarige] en de vader. Daarvoor is de ondersteuning van de jeugdbeschermer nog nodig. Om niet onnodig druk te leggen op deze ontwikkeling is naar het oordeel van de kinderrechter een verlenging voor de duur van een jaar passend. De ouders hebben ter zitting verklaard het hier mee eens te zijn. De kinderrechter vindt het mooi om te zien hoe beide ouders zich inzetten voor het verbeteren van de situatie voor [minderjarige].
De kinderrechter merkt ten overvloede nog het volgende op. De kinderrechter begrijpt de bezorgdheid van de moeder wat betreft het doorgeven van boodschappen via [minderjarige]. Binnen het PSO is het niet de bedoeling dat [minderjarige] belast moet worden met de communicatie tussen de ouders. Voor [minderjarige] is dit belastend en het veroorzaakt ruis tussen de ouders. De kinderrechter wil de ouders en de GI meegeven dat hier naar gekeken moet worden. Hierbij kan de hulp vanuit bijvoorbeeld Trias of het Relatie en Scheidingsteam worden ingeroepen om hier verder aan te werken.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar, te weten tot 23 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026 door mr. A.M. Mensink, kinderrechter, in aanwezigheid van J.G.J. Remeijsen als griffier, en op schrift gesteld op 1 oktober 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.