ECLI:NL:RBOVE:2026:5834

ECLI:NL:RBOVE:2026:5834

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 30-09-2026
Zaaknummer ZWO 25/3268
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Een bewonersvergunning kan worden verleend voor maximaal twee auto’s, maar is geldig voor één auto tegelijk en wel voor die auto waarvan het kenteken in het systeem is geactiveerd. De parkeerder dient vooraf zelf het juiste kenteken te activeren. Volgens de heffingsambtenaar bestaat de regeling dat met een bewonersvergunning het betaald parkeren voor niet meer dan één kenteken kan worden geactiveerd al lang en is die niet gewijzigd. Alle informatie hierover is te vinden in het ‘Parkeerloket’. Belanghebbende is hierover bovendien [..] per e-mail geïnformeerd. Belanghebbende had als vergunninghouder van de voorwaarden van de vergunning op de hoogte kunnen en moeten zijn. Beroep ongegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende

en

het hoofd van de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Zwolle,

de heffingsambtenaar.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende gericht tegen twee naheffingsaanslagen parkeerbelastingen. De aanslagen zijn op 25 en 26 september 2025 aan belanghebbende (kentekenhouder) opgelegd.

De heffingsambtenaar heeft met een besluit van 27 oktober 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar op 30 oktober 2025 een reactie op de uitspraak op bezwaar toegezonden.

De heffingsambtenaar heeft de reactie doorgestuurd naar de rechtbank. De rechtbank merkt de reactie aan als beroepschrift.

De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 24 september 2026 ter zitting behandeld.

Belanghebbende is verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich vooraf afgemeld.

Feiten

1. Op 25 september 2025 om 10:28 uur en op 26 september 2025 om 10:05 uur heeft een scanauto vastgelegd dat belanghebbende, kentekenhouder van de auto met kenteken [kenteken 1] , stond geparkeerd op een betaald parkeren plek aan de [adres] zonder dat aan de aangifteplicht was voldaan en/of het voertuig was aangemeld. Ter plaatse kan parkeerbelasting worden voldaan door betaling bij een parkeerautomaat, belparkeren of met een parkeervergunning.

2. Belanghebbende is tevens eigenaar van een tweede auto, met kenteken [kenteken 2] . Aan belanghebbende zijn twee naheffingsaanslagen opgelegd ter hoogte van telkens € 81,-, bestaande uit € 2,20 aan tariefkosten en € 78,80 aan kosten naheffing betreffende kenteken [kenteken 1] .

Beoordeling

3. Tussen partijen is niet in geschil dat uit foto’s gemaakt door de scanauto blijkt dat het voertuig van belanghebbende met kenteken [kenteken 1] op 25 september 2025 om 10.28 uur en op 26 september 2025 om 10.05 uur zonder parkeerrecht stond geparkeerd in de [adres] op een ‘betaald parkeren’ plek.

Beroepsgronden

4. Belanghebbende voert aan dat de naheffingsaanslagen ten onrechte zijn opgelegd en dat zijn bezwaar ten onrechte ongegrond is verklaard.

Belanghebbende stelt dat hij te goeder trouw was. Hij heeft in juni/juli 2025 zijn tweede auto aangemeld geregistreerd voor betaald parkeren op zijn bewonersvergunning. Belanghebbende was er niet van op de hoogte dat hij met zijn bewonersvergunning niet meer dan één kenteken kan activeren en volgens belanghebbende kon hij dat ook niet weten omdat de gemeente niet aan de informatieplicht heeft voldaan. Volgens belanghebbende is sprake geweest van een wijziging in het (digitale) parkeersysteem die zonder een deugdelijke bekendmaking is ingevoerd. Het bestreden besluit is daarom in strijd met de zorgvuldigheid, het vertrouwensbeginsel, het beginsel van fair play en de rechtszekerheid. Daarnaast is het besluit in strijd met het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in de artikelen 3:4, tweede lid en 6:2 van de Awb.

5. De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat ter plaatse door middel van bebording bij de parkeerplaats en/of in de naaste omgeving daarvan het geldende parkeerregime voldoende duidelijk is en hoe de parkeerder de verschuldigde belasting kan en moet voldoen (‘kenbaarheidsvereiste’).

6. Op grond van de Verordening parkeerbelastingen Zwolle 2025 (de Verordening) is voor parkeren op een parkeerplaats aan de [adres] parkeerbelasting verschuldigd. In de Regeling parkeervergunningen 2025 is bepaald dat een parkeervergunning voor bewoners (een ‘bewonersvergunning’) kan worden verstrekt voor het motorvoertuig waarvan het kenteken in de vergunning is vermeld.

7. Een bewonersvergunning kan worden verleend voor maximaal twee auto’s, maar is geldig voor één auto tegelijk en wel voor die auto waarvan het kenteken in het systeem is geactiveerd. De parkeerder dient dus vooraf zelf het juiste kenteken te activeren.

Volgens de heffingsambtenaar bestaat de regeling dat met een bewonersvergunning het betaald parkeren voor niet meer dan één kenteken kan worden geactiveerd al lang en is die niet gewijzigd. Alle informatie hierover is te vinden in het ‘Parkeerloket’. Belanghebbende is hierover tot driemaal toe per e-mail geïnformeerd (randnummer 3 in de uitspraak op bezwaar).

8. Belanghebbende had als vergunninghouder van de voorwaarden van de vergunning op de hoogte kunnen en moeten zijn. Dit blijkt (bijvoorbeeld) uit de aan hem verzonden e-mails van 8 en 31 augustus 2025, die de heffingsambtenaar als processtukken (bijlagen 5 en 6 in het digitale dossier) heeft overgelegd. Belanghebbende heeft het voorgaande niet, laat staan gemotiveerd betwist. De beroepsgrond slaagt niet.

9. Belanghebbende heeft onder meer in juni 2025 en op 26 juli, 8 augustus en 31 augustus 2025 bovendien online kentekenwijzigingen doorgegeven. Bij de wijziging op 31 augustus 2025 heeft hij het tweede kenteken toegevoegd en zelf het voertuig met kenteken [kenteken 2] op ‘actief’ gezet.

10. Aan de voorwaarden voor het opleggen van de twee achtereenvolgende naheffingsaanslagen parkeerbelasting is daarmee voldaan.

11. Van schending van de informatieplicht en/of strijd met de zorgvuldigheid, het vertrouwensbeginsel en het beginsel van fair play, het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel is geen sprake. De daarop gerichte stellingen van belanghebbende treffen in het licht van de vaste rechtspraak over naheffingsaanslagen parkeerbelasting geen doel. Ook die beroepsgronden slagen daarom niet.

12. De rechtbank merkt terzijde nog op dat een naheffingsaanslag parkeerbelasting (ten onrechte vaak aangeduid als ’parkeerboete’) geen strafrechtelijke boete is.

Opzet of schuld en/of verwijtbaarheid spelen geen rol. Overmacht in de zin van een (medische) noodsituatie is gesteld noch gebleken. Een (kennelijke) vergissing van een parkeerder komt dus voor rekening en risico van de kentekenhouder.

13. De naheffingsaanslagen parkeerbelasting zijn gelet op het voorgaande terecht aan belanghebbende opgelegd. Het beroep slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslagen parkeerbelasting in stand blijven. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding voor proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.M. van Westerlaak, griffier. Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026100712
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand