RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/342682 / KG ZA 25-307
Vonnis in kort geding van 2 september 2026
in de zaak die door
[deurwaarder] , als gerechtsdeurwaarder verbonden aan het kantoor
[bedrijf] ,
gevestigd in [vestigingsplaats 1] ,
optredend als executerend deurwaarder,
op grond van artikel 438 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aanhangig is gemaakt in de zaak van
LICENSE PARTNERS CLOUD SOLUTIONS B.V.,
te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: LPCS,
advocaten: mrs. B.W. Brouwer, T.G.H. Coppens en H.R. Pleiter,
tegen
1. [gedaagde 1] ,
te [woonplaats 1] , hierna te noemen: [gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2] B.V.,
te [vestigingsplaats 2] , hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1+2] ,
advocaat: mr. J.P.C. van Ruiven,
en
3. [gedaagde 3] ,
te [woonplaats 2], hierna te noemen: [gedaagde 3] ,4. JCAT B.V.,
te Zeist, hierna te noemen: JCAT,
5. NAVIGANTES B.V.,
te Zeist, hierna te noemen: Navigantes,
6. [gedaagde 4],
te [woonplaats 3], hierna te noemen: [gedaagde 4],
7. GEWOONGOEDE B.V.,
te Apeldoorn, hierna te noemen: GewoonGoede,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Navigantes c.s.,
advocaat: mr. Y. Bayram.
1. De procedure
Op 11 juli 2025 heeft LPCS ten laste van [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. bewijsbeslag laten leggen op kort gezegd correspondentie en computerbestanden. Vanaf het moment van beslaglegging heeft IT-specialist DigiJuris B.V. (hierna te noemen: DigiJuris), die als bewaarder optreedt, de beslagen gegevens onder zich.
Bij vonnis van 19 september 2025 zijn de inzagevorderingen van LPCS op de in dat vonnis vermelde wijze toegewezen, waarbij onder meer het volgende is overwogen:
(...)
Om te voorkomen dat op basis van de toegestane zoektermen inzage wordt verkregen in bedrijfsgevoelige informatie, dient de deurwaarder na de uitgevoerde dataselectie eerst een kopie van de geselecteerde stukken aan [gedaagde 1+2] en
Navigantes c.s. te verstrekken. Zo mogelijk kan ook worden volstaan met de verstrekking van een lijst van de geselecteerde bescheiden waaruit voldoende duidelijk blijkt om welke bescheiden het gaat. [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. krijgen vervolgens veertien dagen de tijd om bezwaar te maken tegen de verstrekking van concrete in de selectie opgenomen bescheiden. Indien er bezwaar wordt gemaakt, moeten partijen proberen in onderling overleg tot een oplossing te komen, bijvoorbeeld door samen een onafhankelijke derde – wellicht de deurwaarder – te benaderen die de stukken in kwestie kan beoordelen. Lukt dit niet, dan kunnen zij de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle benaderen om te voorkomen dat bepaalde concrete bescheiden in afschrift worden verstrekt.
(...)
De in beslag genomen bescheiden zijn door DigiJuris gefilterd op basis van de in het vonnis vermelde criteria. De uiteindelijke selectie is door de deurwaarder per item beoordeeld. Vervolgens is de selectie van bescheiden aan de advocaten van [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. verstrekt, die op 7 november 2025 bezwaar hebben gemaakt tegen de verstrekking van diverse bescheiden aan LPCS. Na beoordeling van de deurwaarder (die het merendeel van de bezwaren ongegrond verklaarde) hebben partijen eind november 2025 nogmaals bezwaar gemaakt tegen verstrekking van de bescheiden.
De deurwaarder is naar aanleiding van (de discussie over) de gerezen bezwaren onderhavige procedure gestart, waarin hij in zijn proces-verbaal van 18 december 2025 te kennen heeft gegeven:
(...)
In bovengenoemde zaak stuit ik als gerechtsdeurwaarder op een bezwaar waarbij er geen overeenstemming kan worden bereikt met de wederpartij t.a.v. de selectie van bescheiden vanuit een gelegd bewijsbeslag.
Een van de argumenten van de advocaten van de wederpartij is dat er sprake is van bedrijfsgevoelige informatie (...).
Na een op 16 februari 2026 gehouden zitting is vonnis gewezen op 6 maart 2026. Daarin is onder meer overwogen:
(...)
Zoals de deurwaarder terecht opmerkt, zijn in het dictum geen beperkingen opgenomen met betrekking tot bedrijfsgevoelige informatie. Dit betekent dat hij de beslagen correspondentie moest (laten) doorzoeken op de zoektermen, zonder (voorafgaande) beperking voor zover het gaat om bedrijfsgevoelige informatie. Dit laat onverlet dat het [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. vervolgens vrijstond om bezwaar te maken tegen inzage in c.q. afgifte van de geselecteerde bescheiden wegens “gewichtige redenen” (zoals hier omdat het zou gaan om bedrijfsgevoelige informatie).
De stelling van [gedaagde 1+2] dat alleen zij kunnen beoordelen of van bedrijfsgevoelige informatie sprake is (en zij dat inmiddels, naar aanleiding van de door de deurwaarder overgelegde lijst) hebben gedaan), gaat (uiteraard) niet op. Van een objectieve beoordeling hunnerzijds kan, gelet op hun belangen ter zake, immers geen sprake zijn.
De vraag of gewichtige redenen zich verzetten tegen geheimhouding is zonder kennisneming van die bescheiden (en de bezwaren) niet te beantwoorden. Hoewel
[gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. lijken te veronderstellen dat de voorzieningenrechter in deze procedure de beschikking heeft gekregen over zowel de geselecteerde bescheiden als de door hen in concreto (per geselecteerd bestand) geuite bezwaren tegen inzage, is dat niet het geval. (Alleen) de deurwaarder en de beslagen partijen beschikken daarover, LPCS en de voorzieningenrechter niet.
Om op dit punt te kunnen oordelen is het dan ook nodig dat de rechter – of een onafhankelijke derde (zoals al geopperd in het vonnis van 19 september 2025) – kennis neemt van de desbetreffende bescheiden (en de bezwaren). Mocht vervolgens worden geoordeeld dat geheimhouding om gewichtige redenen gerechtvaardigd is (en (bijvoorbeeld) niet kan worden volstaan met het weglakken van (een) passage(s)), dan vervalt de verplichting tot het overleggen van die stukken.
De voorzieningenrechter zal dan ook, alvorens op dit punt nader te beslissen, partijen de gelegenheid geven om binnen twee weken na dit vonnis gezamenlijk een onafhankelijke derde te benoemen om een en ander te boordelen, waarbij de deurwaarder, in overleg met deze derde en partijen, ofwel een afschrift van de bescheiden aan deze derde moet verstrekken of deze derde inzage moet verschaffen. Indien partijen er niet in slagen gezamenlijk tot benoeming van een onafhankelijke derde te komen, kan deze vraag (benoeming van een onafhankelijke derde) worden voorgelegd aan de voorzieningenrechter dan wel kan worden verzocht dat de voorzieningenrechter oordeelt. In dat laatste geval dient de deurwaarder de voorzieningenrechter afschrift dan wel inzage (ter beoordeling van de voorzieningenrechter, na informatie ter zake van de deurwaarder) te verschaffen. (...)
Partijen zijn het niet eens geworden over een (gezamenlijk of door de voorzieningenrechter te benoemen) onafhankelijke derde, waarna de voorzieningenrechter heeft besloten zelf te oordelen over de bezwaren tegen inzage omdat het zou gaan om bedrijfsgevoelige informatie. Zij heeft in overleg/samenwerking met de deurwaarder en DigiJuris inzage gekregen in zowel de (op 7 november 2025 geuite en eind november 2025 herhaalde) bezwaren als de bescheiden waarop deze bezwaren betrekking hebben. Het later ingekomen stuk (een mail van mr. Van Ruiven d.d. 11 mei 2026, met “per bestand een toelichting”) is buiten beschouwing gelaten.
2. De beoordeling
Vooropgesteld wordt het volgende.
Een beroep op (geheimhouding in verband met) gewichtige redenen (bijvoorbeeld omdat het zou gaan om bedrijfsgevoelige informatie/bedrijfsgeheimen) kan (slechts) slagen indien in de concrete omstandigheden van het geval de belangen bij geheimhouding zwaarder wegen dan het – zwaarwegende – maatschappelijk belang dat in rechte de waarheid aan het licht komt. Daarbij is het de taak van de partij die zich beroept op dergelijke gewichtige redenen om haar belangen zo feitelijk mogelijk te benoemen en te onderbouwen. Bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing zal geen behoorlijke afweging kunnen worden gemaakt.
In casu moet allereerst worden beoordeeld of [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. voldoende hebben onderbouwd dat de beslagen bestanden bedrijfsgevoelige informatie (in de zin van bedrijfsgeheimen) bevatten. Om als zodanig te kwalificeren moet de informatie niet algemeen bekend of gemakkelijk toegankelijk zijn voor anderen die zich gewoonlijk bezighouden met dergelijke informatie, moet de informatie handelswaarde hebben en moet de rechtmatige houder van het bedrijfsgeheim redelijke maatregelen hebben getroffen om de informatie geheim te houden. Vervolgens moet worden beoordeeld of deze kwalificatie (als bedrijfsgeheim) maakt dat het belang van [gedaagde 1+2] respectievelijk Navigantes c.s. bij bescherming van dit bedrijfsgeheim/deze bedrijfsgeheimen zwaarder zou moeten wegen dan het belang van LPCS bij inzage in de informatie, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat het mogelijk is om (bijvoorbeeld) geheim te houden onderdelen van een bepaald bestand onzichtbaar te maken (door deze weg te lakken/zwart te maken). Het is daarbij bij uitstek aan de beslagene om dergelijke oplossingen voor te stellen.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de bezwaren van [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. onvoldoende zijn onderbouwd. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde 1+2]
heeft over de beslagen bescheiden met (volgens haar) bedrijfsgevoelige informatie van haarzelf (slechts) in algemene zin aangevoerd dat LPCS daaruit zou kunnen afleiden welke werkwijze [gedaagde 2] erop na zal gaan houden, op welke klanten zij zich mogelijk wil gaan richten en welke diensten zij voornemens is te gaan verrichten. Over onder haar in beslag genomen bescheiden met (gesteld) bedrijfsgevoelige informatie van Navigantes c.s. en/of andere partijen heeft zij aangevoerd dat, kort samengevat, LPCS daarmee inzicht zou kunnen krijgen in klanten, prijzen, werkwijzen en ketenpartners van Navigantes c.s.
Daarmee heeft zij haar belangen bij geheimhouding (van zowel haar bedrijfsgevoelige informatie als die van Navigantes c.s.) onvoldoende onderbouwd. Het is niet aan [gedaagde 1+2] om (zelf) te oordelen over de bedrijfsgevoeligheid van de informatie en de in verband daarmee te maken belangenafweging en alleen dit oordeel mee te delen. Voor zover zij meent dat naar aanleiding van haar algemene bezwaar de deurwaarder/een (andere) onafhankelijke derde/de rechter vervolgens de (vele; 109) bezwaarde bestanden zou moeten onderzoeken om te beoordelen of en zo ja, in hoeverre, haar algemene bezwaar opgaat, gaat dit betoog niet op. Het was aan haar geweest om per bezwaard bestand aan te geven dat (en waarom) het gaat om bedrijfsgeheimen en waarom het gehele bestand volgens haar geheim is (en niet zou kunnen worden volstaan met het weglakken van (een) volgens haar geheim te houden passage(s)). In de enkele gevallen dat er wel een toelichting is gegeven bij een bestand is die toelichting te summier (namelijk bestaande uit slechts enkele woorden) om als deugdelijke onderbouwing aan te merken.
Navigantes c.s.
Navigantes c.s. heeft haar bezwaren weliswaar per concreet bestand (ruim 400) kenbaar gemaakt, maar is daarbij (te) summier c.q. algemeen gebleven in haar onderbouwing waarom het zou gaan om bedrijfsgeheimen als hiervoor bedoeld. Als voorbeelden: Navigantes c.s heeft het in een bezwaar met betrekking tot een bepaald bestand over “strategische adviezen en prijsinformatie wat kwalificeert als bedrijfsgevoelige informatie” en in een ander bezwaar over “de technische informatie is bedrijfsgevoelig”. Daarbij geldt ook voor haar dat zij niet heeft aangegeven waarom de diverse bestanden, ondanks de aanwezigheid van (een) zoek(term)en, in hun geheel geheim zouden moeten blijven. Waar zij bij herhaling meldt dat “inzage in deze vorm zou neerkomen op ongerechtvaardigde openbaarmaking van bedrijfsgevoelige informatie” geldt dat het op haar weg had gelegen om een oplossing aan te dragen voor inzage in een beperktere vorm ((bijvoorbeeld) door de geheim te houden passage(s) aan te geven). Mocht het volgens haar gaan om een bestand waarvan de gehele inhoud geheim moet blijven, dan had zij moeten onderbouwen waarom, ondanks de in het betreffende bestand aangetroffen zoekterm(en), de te maken belangenafweging tussen waarheidsvinding en geheimhouding in haar voordeel zou moeten uitvallen.
Ook voor Navigantes c.s. geldt dus dat zij haar beroep op gewichtige redenen onvoldoende heeft onderbouwd.
In aanvulling op het voorgaande wordt, wellicht ten overvloede, opgemerkt dat aan een specifieke beschrijving van de bedrijfsgeheimen niets in de weg stond, nu kennisname daarvan was voorbehouden aan de deurwaarder(/een (andere) onafhankelijke derde/de rechter). Alleen de uitkomst van de beoordeling van de bezwaren (wel (al dan niet beperkte) inzage of geen inzage) komt ter kennis van LPCS, waarop zij vervolgens de aldus ter inzage vrijgegeven informatie kan onderzoeken. Nu deze voorzieningenrechter heeft geoordeeld over de bezwaren, zal zij geen verdere beslissing in dezelfde zaak nemen.
De conclusie is dat de deurwaarder LPCS inzage dient te verlenen in/afschrift dient te verstrekken van (ook) de beslagen bescheiden tegen inzage waarvan [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. zich met een beroep op gewichtige redenen in verband met bedrijfsgevoelige informatie hebben verzet.
[gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van LPCS betalen. De proceskosten van LPCS worden begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.
3. De beslissing
bepaalt dat de deurwaarder LPCS inzage dient te verlenen in/afschrift dient te verstrekken van (ook) de beslagen bescheiden tegen inzage waarvan [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. zich met een beroep op gewichtige redenen in verband met bedrijfsgevoelige informatie hebben verzet,
veroordeelt [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. hoofdelijk in de proceskosten van
€ 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s. hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken door
mr. G.W.G. Wijnands op 2 september 2026.