ECLI:NL:RBOVE:2026:5770

ECLI:NL:RBOVE:2026:5770

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 28-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer ZWO 26/2163
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening kort gesloten en uitspraak gedaan op beroep. Besluit van 30 april 2026 van verweerder waarin eiser is bericht dat hij op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO 2015) in aanmerking komt voor ‘begeleid wonen’ voor de periode van 11 april 2026 tot en met 10 augustus 2026 en dat hij daarna uitstroomt uit de begeleid wonen locatie en er dan geen verlenging meer mogelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

[eiser], uit [woonplaats], eiser

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle, het college

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummers: ZWO 26/2163 en 26/2426

uitspraak van de voorzieningenrechter op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

en

(gemachtigde: [gemachtigde]).

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of het verschoonbaar is dat eiser zijn bezwaarschrift tegen het besluit van 30 april 2026 te laat heeft ingediend. Eiser stelt dat dit het geval is en dat het college zijn bezwaar daarom inhoudelijk had moet behandelen. Hij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij voert een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de voorzieningenrechter de rechtmatigheid van het bestreden besluit waarin eisers bezwaarschrift niet-ontvankelijk is verklaard.

De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de termijnoverschrijding van het bezwaarschrift niet verschoonbaar is. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Procesverloop

2. Het college heeft met het besluit van 30 april 2026 (primair besluit) eiser bericht dat hij op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO 2015) in aanmerking komt voor ‘begeleid wonen’ voor de periode van 11 april 2026 tot en met 10 augustus 2026 en dat hij daarna uitstroomt uit de begeleid wonen locatie en er dan geen verlenging meer mogelijk is.

Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt op 5 augustus 2026 en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Met het bestreden besluit van 24 augustus 2026 op het bezwaar van eiser heeft het college zich op het standpunt gesteld dat het bezwaar te laat is ingediend en dat eiser niet heeft onderbouwd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het bezwaar is daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van het college en [naam 1] en [naam 2], beiden werkzaam bij het Sociaal Wijkteam. Eiser is zonder bericht vooraf niet verschenen.

Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van eiser daartegen.

Totstandkoming van het bestreden besluit voor zover thans van belang

3. Aan eiser is bij besluit van 10 augustus 2023 door de GGD IJsselland met ingang van 11 juli 2023 een beschermd wonen voorziening toegekend op grond van de WMO 2015. Deze voorziening is sindsdien meerdere keren verlengd, voor zover thans van belang laatstelijk bij besluit van 9 oktober 2025 en 30 april 2026 (primair besluit).

Gedurende het beschermd wonen is bij herhaling door het Sociaal Wijkteam en zorgverlener Perspektiev vastgesteld dat eiser onvoldoende gebruik maakt van de begeleiding die een onlosmakelijk onderdeel vormt van het beschermd wonen. Hij is hier herhaaldelijk op aangesproken en er zijn afspraken met hem gemaakt om tot verbetering te komen, zie hiervoor de gespreksverslagen van 31 juli 2024, 12 februari 2025, 3 juli 2025, 2 oktober 2025 en 24 april 2026.

Hierna is het primaire besluit genomen.

Gronden van het verzoek 4.1 Eiser heeft aangevoerd dat sprake is van spoed omdat hij met ingang van 10 augustus 2026 geen indicatie beschermd wonen meer heeft en per die datum op straat kan komen te staan en dakloos zal worden. Hij weet niet wat er dan met zijn spullen zal gebeuren en waar hij naar toe moet.

Als reden voor het late indienen van zijn bezwaarschrift heeft eiser gesteld dat hij eerst juridische bijstand wilde inschakelen. Daarnaast was Perspectiev bezig met het regelen dat hij in zijn huidige woning zou kunnen blijven wonen.Hij voert voorts aan dat de begeleiding die hij ontving onvoldoende en passend bij zijn situatie was. Eiser stelt dat als hij strengere en duidelijkere begeleiding zou hebben gekregen, hij zich wel aan de gemaakte afspraken zou hebben gehouden. Met duidelijke verwachtingen, vaste afspraken en consequente begeleiding was voor hem duidelijker geweest wat er van hem werd verwacht en zouden zijn huidige problemen voorkomen kunnen worden.Zijn begeleiding heeft hem niet duidelijk geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij bezwaar kon maken en ook niet over de manier waarop hij dit bezwaar moest indienen. Hierdoor was hij zich er onvoldoende van bewust dat er een bepaalde termijn gold en welke stappen hij daarvoor moest ondernemen. Dat het bezwaar te laat is ingediend, is daarom mede het gevolg van onvoldoende en onduidelijke begeleiding, aldus eiser.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Bij een financieel geschil, is dat niet snel het geval. In beginsel kan namelijk na afloop van de bodemzaak het bedrag waarover het geschil gaat, alsnog worden (terug)betaald, zo nodig met vergoeding van de wettelijke rente. Als er geen onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld faillissement, of acute financiële nood is, neemt de voorzieningenrechter aan dat spoedeisend belang ontbreekt, zodat hij alleen al daarom geen voorlopige voorziening treft.

De voorzieningenrechter neemt spoedeisend belang aan. Eiser verblijft niet langer rechtmatig in de beschermd wonen locatie, waardoor dit verblijf ieder moment beëindigd zou kunnen worden. De voorzieningenrechter zal dan ook overgaan tot de inhoudelijke behandeling van het verzoek.

Toetsingskader

6. In een uitspraak van 30 januari 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) nieuwe uitgangspunten geformuleerd voor de beoordeling van termijnoverschrijdingen in bestuursrechtelijke procedures. Daaraan ligt mede ten grondslag dat met het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid “Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op zelfredzaamheid” uit 2017 en enkele rapporten van de Nationale ombudsman, een discussie op gang is gekomen over de vraag of in de rechtspraktijk niet te lichtvaardig het uitgangspunt wordt gehanteerd dat elke burger over voldoende ‘doe-vermogen’ beschikt om tijdig bezwaar te maken en beroep in te stellen (en om te voldoen aan de overige ontvankelijkheidsvoorwaarden). Die discussie is mede ingegeven door de opvatting dat het doel van het bestuurs(proces)recht is om rechtsbescherming te bieden door materiële beslechting van geschillen en dat ‘procederen over procederen’ zoveel mogelijk moet worden voorkomen. In hoofdlijnen, verkort weergegeven en voor zover hier van belang, komen de nieuwe uitgangspunten op het volgende neer.

Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Bij de toepassing van dit artikel moeten, naast toegang tot de rechter, ook de rechtszekerheid, voorspelbaarheid en rechtsgelijkheid worden betrokken. Dat geldt ook voor het belang van een goed uitvoerbare bestuurspraktijk en een efficiënte rechtspleging. Belangen die met het materiële geschil zijn gemoeid, zijn bij die beoordeling niet relevant.

Beoordeeld moet worden of het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift niet aan de indiener kan worden toegerekend. Daarvan is sprake als de termijnoverschrijding het gevolg is van bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen, als deze is veroorzaakt door het handelen of nalaten van het bestuursorgaan en mogelijk ook als sprake is van een andere reden die tot die overschrijding heeft geleid. Bij bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen kan in de eerste plaats gedacht worden aan persoonlijke omstandigheden aan de zijde van de indiener zelf, zoals psychisch onvermogen, ernstige ziekte of ongeval van de indiener, of ziekte of overlijden van diens naasten en de zorgtaken die daarmee gepaard gaan. In de tweede plaats valt te denken aan externe omstandigheden die voor overbelasting of stress bij de indiener zorgen.

Bij de beoordeling van de verschoonbaarheid in geval van een beroep op bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen wordt een op het individuele geval gerichte, contextuele benadering gevolgd. Dit betekent dat alle omstandigheden van het geval in hun samenhang moeten worden bezien. Als zich bijzondere omstandigheden voordoen, moet de indiener minder snel worden tegengeworpen dat deze zaken had kunnen organiseren om termijnoverschrijding te voorkomen.

Als onderdeel van de contextuele benadering kan bij de beoordeling van de vraag naar de toerekening aandacht worden besteed aan de hoedanigheid van de indiener, of de indiener zich heeft laten bijstaan door een rechtshulpverlener of andere derde, de omvang van de termijnoverschrijding, de partijconstellatie en de positie van het bestuursorgaan.

Als het gaat om het bewijs van bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen, bestaat aanleiding voor een minder strikte benadering dan uit vroegere rechtspraak volgt. Dit betekent onder meer dat aan de bewijsmiddelen en de daaraan te verbinden bewijskracht geen in de context van het geval onnodig hoge eisen mogen worden gesteld.

7. Gelet op het toetsingskader zoals weergegeven in rechtsoverweging 6 is de voorzieningenrechter van oordeel dat eiser geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar kan worden geacht. De voorzieningenrechter heeft hierbij het volgende betrokken. Eiser heeft in het verzoek om de voorlopige voorziening aangegeven dat hij juridische bijstand wilde inschakelen en dat Perspektiev volgens hem nog bezig was om hem in zijn huidige woning te laten blijven. Hieruit volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat sprake was van bijzonder omstandigheden, maar meer dat eiser het tijdig bezwaar maken heeft uitgesteld zonder de wettelijke termijn in acht te nemen.In zijn beroepschrift heeft eiser voorts gesteld dat zijn begeleiding onvoldoende en niet passend bij zijn situatie was en dat hij onvoldoende is begeleid en voorgelicht door begeleiding ten aanzien van de wettelijke termijnen en procedure ten aanzien van het instellen van bezwaar. De voorzieningenrechter volgt eiser hierin niet. Daartoe wordt als eerste opgemerkt dat hij in het verzoek om een voorlopige voorziening een andere reden heeft aangevoerd voor de termijnoverschrijding. Eiser is zelf verantwoordelijk voor het tijdig maken van bezwaar. Als hij niet weet welke procedure daarvoor gevolgd dient te worden dan wel welke termijnen daarvoor gelden, dan ligt het op zijn weg juridische bijstand te vragen. Ten slotte wordt opgemerkt dat op pagina 2 van het primaire besluit duidelijk staat dat binnen 6 weken bezwaar dient te worden gemaakt. Op pagina 3 en 4 staat vervolgens waar eiser bezwaar kan maken en bij wie hij daar om hulp kan vragen.Gelet op het voorgaande heeft het college het bezwaarschrift daarom terecht niet-ontvankelijk geacht vanwege termijnoverschrijding.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Er zijn geen kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.E.G.M. ten Kate, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand