ECLI:NL:RBOVE:2026:5718

ECLI:NL:RBOVE:2026:5718

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 15-09-2026
Datum publicatie 26-09-2026
Zaaknummer 12142240 \ CV EXPL 26-623
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Enschede

Samenvatting

Ontbinding aanemningsovereenkomst mbt schilderwerkzaamheden. Terugbetaling van het al betaalde bedrag en aanvullende schadevergoeding. Schending waarheidsplicht artikel 21 Rv.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12142240 \ CV EXPL 26-623

Vonnis van 15 september 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. G. P Smit, werkzaam bij Juriscon,

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf 1],

wonende en zaakdoende te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De zaak in het kort

Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] (schilder)werkzaamheden in de woning van [eiser] zou uitvoeren. Op 17 december 2024 is hij daarmee begonnen. Op 25 december 2024 hebben partijen afgesproken dat eerst de stukadoor herstel van het stucwerk zou aanpakken en [eiser] daarna weer contact zou opnemen met [gedaagde] om de werkzaamheden af te ronden. Nadat [eiser] vervolgens contact met [gedaagde] zocht, is [gedaagde] niet ingegaan op de geboden gelegenheid het werk af te maken/te herstellen.

Door het werk niet af te maken, is [gedaagde] tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. De kantonrechter ontbindt de overeenkomst en [gedaagde] moet het al door [eiser] betaalde bedrag aan [eiser] terugbetalen. Daarnaast moet [gedaagde] een schadevergoeding van € 459,43, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente aan [eiser] betalen.

Omdat – kort gezegd – meer dan de helft van de vorderingen van [eiser] wordt afgewezen en [eiser] heeft gehandeld in strijd met de waarheidsplicht ex artikel 21 van het Wetboek van Rv (hierna: Rv), worden de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.

2. De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de dagvaarding, uitgebracht op 6 maart 2026, en de (aanvullende) conclusie van antwoord.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2026. Partijen waren daarbij aanwezig. [eiser] werd bijgestaan door mr. G.P. Smit.

De beslissing wordt vandaag gegeven en toegelicht in dit vonnis.

3. De feiten

Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] (schilder)werkzaamheden in de – reeds door een stukadoor gestucte – woning van [eiser] zou uitvoeren.

Partijen zijn een bedrag van € 4.959,50 inclusief btw overeengekomen. Daarnaast zijn partijen overeengekomen dat [gedaagde] voor € 360,- de muren van de woonkamer zou schuren.

Nadat [eiser] een aanbetaling van € 1.327,50 had gedaan, is [gedaagde] op 17 december 2024 begonnen met de schilderwerkzaamheden.

Na enkele dagen heeft [eiser] aan [gedaagde] laten weten niet tevreden te zijn met de verrichte werkzaamheden. Partijen zijn vervolgens overeengekomen dat [gedaagde] de werkzaamheden op 25, 26 en 27 december 2024 zou herstellen/afmaken.

Op 25 december 2026 heeft [gedaagde] schilderwerkzaamheden verricht, maar is daar – in opdracht van [eiser] – na enkele uren mee gestopt.

Per WhatsAppbericht van 25 december 2024 (13.42 uur) schrijft [eiser] aan [gedaagde] :

“We komen samen overeen dat de fotos die wij hebben gemaakt door de stucadoor worden opgelost en dat daarna [gedaagde] [toevoeging rechtbank: [gedaagde] ] verder gaat met zijn werk.

De eerdere afspraak over het wegwerken van hoekjes en dergelijke kan hij niet nakomen. En [gedaagde] geeft aan dat het niet zijn werk is. Bepaald schuurwerk heeft hij mee aangetoond dat het de stuc aantast en het de muur erger maakt en niet mooier.

Al het schilderwerk gaat overnieuw omdat er op bepaalde plekken extra geschuurd is, de begane grond plafonds hebben banen, 1 muur in verkeerde kleur, lange muur heeft banen. Plekken die niet met de kwast of roller zijn geraakt gaan allemaal overnieuw. [gedaagde] beloofd uiteindelijk een strakke muur plafond lijn af te leveren.

(…)

Afspraak is dat ik de stucadoor zaken laat bij werken. En de stucadoor maakt het halletje af. Als dat is gebeurt bel ik [gedaagde] op om te komen en hij beloof binnen +/- 2 weken langs om het werk uit te voeren. Naar verwachting zal dit ongeveer eind januari of februari zijn afhankelijk van de stucadoor.

Met de gedane werkzaamheden komen we overeen dat ik het laatste tikkie betaal. Maar dat het laatste werk zoals hierboven beschreven dus nog wordt afgemaakt.”

Op 25 december 2024 heeft [eiser] een bedrag van € 1.951,- aan [gedaagde] betaald.

Per WhatsAppbericht van 21 januari 2025 heeft [eiser] het volgende aan [gedaagde] geschreven:

“Hey goeie dag [gedaagde] . Ik probeerde je te bereiken maar kreeg geen gehoor. Zou je mij willen terugbellen omdat ik namelijk tot de inkeer ben gekomen in samenspraak met anderen dat ik jou in gebreken zal stellen voor de gedane werkzaamheden omdat jij gemaakte afspraken niet hebt kunnen nakomen en beschadigingen die ik heb opgelopen door jullie toedoen. Daarop zullen we een nieuwe afspraak moeten maken met wat we wel hadden afgesproken en wat je niet kan leveren zoals het kitwerk en het bijwerken van plekken aan de muren. Daarnaast is het schuurwerk niet goed gedaan en heb ik van vrijwel alle mensen die bij mij thuis komen vernomen dat dit niet de kwaliteit is die je van een professionele schilder mag verwachten voor het geld dat ik jou betaald heb. Zou je mij willen terug bellen om een afspraak te maken.”

Nadat [gedaagde] terugschreef dat hij op dat moment in het buitenland was, heeft [eiser] [gedaagde] verzocht hem te bellen wanneer hij terug in Nederland is. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan.

Per brief van 29 april 2025 heeft [eiser] [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om binnen vijftien dagen na ontvangst van het bericht te laten weten of hij voornemens was de geconstateerde gebreken te verhelpen en de overeenkomst alsnog deugdelijk na te komen. [eiser] heeft daarbij ook een bijlage met 140 pagina’s meegestuurd met daarop de door hem geconstateerde gebreken. De brief is op 1 mei 2025 ook per WhatsApp – met de hiervoor genoemde bijlage en een offerte van een andere aannemer ten bedrage van € 3.950,00 – aan [gedaagde] gestuurd.

[gedaagde] reageerde diezelfde dag met:

“Volgens mij stuut je verkeerd!”

en

“Ik ga hiermee niet akkoord.”

[eiser] heeft diverse offertes opgevraagd voor het herstellen/afmaken van het werk van [gedaagde] . De goedkoopste was € 3.960,00 en de duurste € 15.000,00.

Voor het vervangen van deuren en twee ruiten is een bedrag geoffreerd van € 1.051,60.

4. Het geschil

[eiser] vordert dat de kantonrechter, samengevat:

voor recht verklaart dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst;

de aannemingsovereenkomst ontbindt;

en [gedaagde] veroordeelt tot:

terugbetaling van een bedrag van € 3.278,75;

betaling van een schadevergoeding ad € 7.289,60;

betaling van de buitengerechtelijke incassokosten;

betaling van de proceskosten (inclusief nakosten);

de wettelijke rente over de vorderingen onder c) tot en met f).

[eiser] voert daartoe aan dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Het werk is niet goed gedaan en het is niet afgemaakt.

Op 25 december 2024 zijn partijen tot de conclusie gekomen dat eerst de stukadoor weer aan het werk moest, voordat [gedaagde] zijn werkzaamheden kon afronden. Op het moment dat [eiser] een maand later weer contact zocht met [gedaagde] , zat [gedaagde] in het buitenland. [gedaagde] heeft daarna geen contact meer met [eiser] gezocht. [gedaagde] liet bovendien op 1 mei 2025 weten geen gevolg te zullen geven aan de schriftelijke ingebrekestelling.

[eiser] wil dat de aannemingsovereenkomst wordt ontbonden en hij het aan [gedaagde] betaalde bedrag terug krijgt. Daarnaast vordert [eiser] het bedrag dat het hem zou kosten om de schilderwerkzaamheden door een andere schilder te laten uitvoeren. [eiser] begroot die kosten op het gemiddelde bedrag aan offertes die hij van andere schilders heeft ontvangen, voor zover die zien op het schilderen van de woning (exclusief het schilderen van de deuren). Daarnaast vordert hij een bedrag voor het vervangen van deuren en van twee ruiten. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] die ruiten beschadigd. Tot slot voert [eiser] aan dat hij op 25 december 2024 de tweede (aan)betaling heeft gedaan met de afspraak dat de werkzaamheden door [gedaagde] zouden worden afgemaakt.

[gedaagde] voert als verweer dat partijen op 22 december 2024 zijn overeengekomen dat hij op 25, 26 en 27 december 2024 de opleverpunten af zou maken en de deuren en kozijnen zou schilderen. Op 25 december 2024 heeft [eiser] [gedaagde] gemaand te stoppen met de werkzaamheden. [gedaagde] heeft toen bedongen dat [eiser] het al afgemaakte/geleverde werk zou betalen. Dat heeft [eiser] vervolgens gedaan en daarmee was de kous af. Partijen hebben niet afgesproken dat [gedaagde] weer terug zou komen. Het bericht van 25 december 2024 heeft hij niet gelezen. Hij heeft ook niet de mogelijkheid gehad de werkzaamheden af te maken.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Ontbinding aannemingsovereenkomst

[eiser] wil dat de aannemingsovereenkomst wordt ontbonden. De kantonrechter zal hiertoe overgaan. De overwegingen die daaraan ten grondslag liggen, komen hieronder aan de orde.

[gedaagde] betwist dat partijen op 25 december 2024 zijn overeengekomen dat eerst de stukadoor (herstel)werkzaamheden zou komen verrichten en [eiser] daarna weer contact zou opnemen met [gedaagde] om de schilderwerkzaamheden af te maken. Deze ‘afspraak’ is per WhatsApp naar [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] verklaarde tijdens de zitting dat hij het bericht niet heeft gelezen. Hij heeft echter niet betwist dat het bericht door hem is ontvangen. Het zou ook onwaarschijnlijk zijn dat hij het WhatsAppbericht niet zou hebben ontvangen, aangezien partijen de dag daarvoor nog via datzelfde medium met elkaar correspondeerden. Of [gedaagde] het bericht al dan niet heeft gelezen, komt voor zijn rekening en risico. Uit het niet reageren van [gedaagde] mocht [eiser] afleiden dat de tekst goed weergaf wat partijen hadden afgesproken. De afspraak past bovendien binnen het feit dat [gedaagde] zelf ook tijdens de zitting vertelde dat de stukadoor het werk niet goed had gedaan en hij dat niet (volledig) kon herstellen.

Dat de kous af was met de betaling van [eiser] op 25 december 2024, daar gaat de kantonrechter niet in mee. In het bericht van 25 december 2024 staat dat het bedrag wordt betaald, maar met daarbij de opmerking dat het laatste werk nog moest worden afgemaakt. Het reeds verrichte werk was daarmee dus niet afbetaald.

Vaststaat dus dat partijen op 25 december 2024 hebben afgesproken dat [eiser] contact met [gedaagde] zou opnemen als de stukadoor klaar zou zijn met zijn (herstel)werk en dat [gedaagde] op dat moment het werk zou komen afmaken.

[eiser] heeft op 21 januari 2025 contact met [gedaagde] gezocht. Aangezien [gedaagde] vervolgens liet weten op dat moment in het buitenland te zijn, heeft [eiser] hem verzocht contact met hem op te nemen als hij weer in Nederland was. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. Ook heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt van de op 1 mei 2025 geboden gelegenheid om binnen vijftien dagen te laten weten of hij voornemens was het werk alsnog (deugdelijk) af te maken. [gedaagde] heeft het werk dus nooit afgemaakt, terwijl hij daartoe wel in de gelegenheid is gesteld. Daarmee is hij tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.

De kantonrechter ontbindt daarom de tussen partijen overeengekomen aannemingsovereenkomst.

Gevolgen ontbinding (terugbetaling en schadevergoeding)

Aangezien de overeenkomst wordt ontbonden, bestaat voor partijen een ongedaanmakingsverplichting. Dit houdt in dat [gedaagde] het door [eiser] betaalde bedrag moet terugbetalen. Dit betreft een bedrag van € 3.278,75.

Het geleverde (schilder)werk kan niet worden teruggeleverd. Daarom moet in dit geval worden bekeken welke waarde de door [gedaagde] verrichte werkzaamheden voor [eiser] heeft gehad. Daarnaast moet worden gekeken wat de schade van [eiser] is. Dit wordt hieronder gezamenlijk behandeld.

[eiser] vordert naast terugbetaling van het door hem betaalde bedrag, het volledige bedrag dat hij moet betalen om het werk door een andere schilder te laten herstellen/afmaken (inclusief nieuwe deuren en twee ruiten). Als de kantonrechter dat zou toewijzen, zou dat betekenen dat [eiser] een geschilderd huis heeft met nieuwe deuren, zonder dat hij daarvoor iets heeft hoeven betalen. Hier gaat de kantonrechter dus niet in mee.

[eiser] heeft bij diverse schilders offertes opgevraagd voor het laten afmaken/herstellen van de schilderwerkzaamheden. [eiser] vordert het gemiddelde bedrag van de ontvangen offertes (onder aftrek van de herstelkosten van de deuren), te weten € 6.238,00. Ter zitting bleek echter uiteindelijk – nadat de kantonrechter daarop doorvroeg – dat de schilderwerkzaamheden al door [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) zijn verricht in de zomer van 2025. Het door [bedrijf 2] geoffreerde bedrag betrof € 5.247,77, te weten een lager bedrag dan dat [eiser] vordert voor de werkzaamheden.

De kantonrechter overweegt dat niet is vast te stellen welk bedrag [eiser] daadwerkelijk aan [bedrijf 2] heeft betaald. [eiser] heeft namelijk niet alleen een verkeerde voorstelling van zaken gegeven over de hoogte van de schade, zoals hierna bij het kopje ‘proceskosten’ nog aan de orde zal komen, maar hij heeft ook niet de factuur van [bedrijf 2] of een betalingsbewijs in het geding gebracht. De kantonrechter zal het bij het begroten van de schade daarom doen met de offerte van [bedrijf 2] . Niet gebleken is dat er op de offerte werkzaamheden zijn opgenomen die geen onderdeel vormden van de aannemingsovereenkomst met [gedaagde] .

Ten aanzien van de offerte neemt de kantonrechter echter wel in aanmerking dat door [bedrijf 2] een BTW-percentage van 21% is opgenomen, terwijl in dit geval (op binnenschilderwerk bij een woning van een ouderdom van dat van [eiser] ) slechts een BTW-bedrag van 9% van toepassing is. Ook bij de door [eiser] ontvangen offertes van andere schilders is het percentage van 9% gehanteerd, evenals bij de offerte van [gedaagde] .

De kantonrechter zal daarom het lagere btw-percentage in acht nemen en het offertebedrag corrigeren naar 9% BTW. Het bedrag ten aanzien van het schilderwerk komt daarmee uit op € 4.727,33.

Ten aanzien van de deuren heeft [eiser] voldoende onderbouwd gesteld dat het goedkoper is om de deuren te laten vervangen in plaats van opnieuw te laten schuren/schilderen. [gedaagde] heeft hier onvoldoende tegenin gebracht. Ook heeft [gedaagde] onvoldoende verweer gevoerd tegen de stelling dat twee ruiten door hem zijn beschadigd. Voor de deuren en ruiten is een bedrag geoffreerd van € 1.051,60.

Tijdens de zitting bracht de gemachtigde van [eiser] wel nog naar voren dat [eiser] er niet op vooruit gaat als hij alle vorderingen toegewezen krijgt, onder meer omdat de nieuwe deuren mogelijk nog geschilderd moeten worden. Het is echter de vraag of het aanschaffen van nieuwe deuren én die vervolgens laten schilderen dan nog steeds goedkoper is dan het schuren en schilderen van de bestaande deuren. Daarnaast neem de kantonrechter in aanmerking dat [eiser] er nieuwe deuren voor terug krijgt. De kantonrechter laat dit aspect daarom buiten beschouwing.

Het bedrag dat [eiser] aldus moet betalen om het werk af/hersteld te krijgen, is € 5.778,93 (€ 4.727,33 + € 1.051,60).

Als [gedaagde] niet tekort was geschoten in de nakoming van de overeenkomst, zou [eiser] € 5.319,50 aan [gedaagde] hebben moeten betalen.

[eiser] moet nu dus (€ 5.778,93 - € 5.319,50 =) € 459,43 meer betalen om het werk af te krijgen, dan dat hij had moeten betalen bij [gedaagde] . Dit is aldus de schade die [eiser] heeft.

Nu [eiser] meer moet betalen, kan hieruit gelijk worden afgeleid dat het door [gedaagde] verrichte werk geen waarde voor [eiser] heeft gehad, althans dat dit is meegenomen in voorgaande schadeberekening.

[gedaagde] wordt dan ook veroordeeld om een bedrag van € 3.278,75 terug te betalen en een bedrag van € 459,43 aan schadevergoeding aan [eiser] te betalen.

Wettelijke rente

De gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 3.278,75 wordt toegewezen vanaf de dag van dit vonnis, omdat de overeenkomst op deze dag wordt ontbonden en daarmee de ongedaanmakingsverplichting (de terugbetalingsverplichting) is ontstaan.

De wettelijke rente over de schadevergoeding van € 459,43 wordt toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding.

Buitengerechtelijke incassokosten

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 603,54 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

Proceskosten

De proceskosten tussen partijen zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De kantonrechter beslist op deze wijze, vanwege het volgende. Meer dan de helft van de vorderingen [eiser] worden afgewezen. [eiser] vordert namelijk ten onrechte zowel het volledig aan [gedaagde] betaalde bedrag als het bedrag dat hij aan een andere schilder moest betalen voor het afmaken/herstellen van het werk. Als de kantonrechter dit zou hebben toegewezen, dan zou [eiser] een geschilderd huis met nieuwe deuren hebben en hier niets voor hebben moeten betalen. Sterker nog, hij zou geld toe hebben gekregen. [eiser] heeft namelijk een verkeerde voorstelling van zaken gegeven over de schade en minder betaald voor de herstelwerkzaamheden dan hij aan schadebedrag vordert. Pas tijdens de zitting – na doorvragen van de kantonrechter – bleek dat de schilderwerkzaamheden al in de zomer van 2025 door [bedrijf 2] waren verricht en in oktober 2025 door [eiser] waren betaald. Al ver voor het indienen van de dagvaarding (maart 2026) was dus duidelijk dat het bedrag dat [eiser] voor de herstelwerkzaamheden had betaald, minder was dan het in de procedure gevorderde bedrag. Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn daarom te hoog voorgesteld.

Als de gemachtigde van [eiser] – zoals hij stelt – hier ten tijde van het indienen van de dagvaarding niet van op de hoogte was, had hij nadien een eisvermindering in moeten dienen. Dit is niet gebeurd en zelfs ter zitting is geen eisvermindering gedaan.

De kantonrechter acht dit in strijd met de waarheidsplicht van artikel 21 Rv en mag hier de gevolgtrekking aan geven die zij geraden acht. In dit geval heeft het voorgaande tot gevolg dat [gedaagde] niet in de proceskosten van [eiser] wordt veroordeeld, maar partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

6. De beslissing

De kantonrechter

verklaart voor recht dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de op hem rustende verbintenissen, voortvloeiende uit de tussen partijen gesloten overeenkomst;

ontbindt de tussen partijen gesloten overeenkomst;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.278,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 459,43 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 603,54 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026. (JK)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand