ECLI:NL:RBOVE:2026:5707

ECLI:NL:RBOVE:2026:5707

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 26-09-2026
Zaaknummer C/08/351249 / JE RK 26-1461
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De kinderrechter verleent een machtiging tot uithuisplaatsing bij een ouder (vader) met gezag. Het kind kan niet langer bij moeder verblijven. Diverse hulpverlening ontoereikend. Een 24/7 opname van moeder en kind bij OKC was het hoogst haalbare wat de GI kon inzetten. Het verblijf bij OKC geescaleerd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Almelo

Zaaknummer: C/08/351249 / JE RK 26-1461

Datum uitspraak: 11 september 2026

Beschikking machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

advocaat mr. R.F.P. Scheele, en

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2],

advocaat mr. L.L. van Dijk.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de tussenbeschikking van 7 september 2026;

het verzoekschrift (met bijlagen) van de GI, ontvangen op 7 september 2026.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 september 2026, gelijktijdig met de mondelinge behandeling in de zaken met zaaknummers 351256 en 350876. Verschenen en gehoord zijn:

- de vader (via Teams), bijgestaan door mr. Van Dijk;

- de moeder, bijgestaan door mr. Scheele;

- [naam 1] en [naam 2] namens de GI.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de begeleidster van moeder.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] verblijft samen met haar vader bij de Ouder-Kind Behandelgroep (OKB) van Ambiq in Almelo.

Bij beschikking van 7 september 2026 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd voor de duur van een jaar, tot 19 september 2027.

Bij beschikking van 7 september 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader met gezag voor de duur van twee weken, tot 21 september 2026 en heeft iedere verdere beslissing aangehouden.

Bij beschikking van 11 september 2026 heeft de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing van 5 augustus 2026 deels bekrachtigd.

3. Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij een ouder (vader) met gezag te verlenen voor de duur van vier weken, aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing bij een ouder (vader) met gezag te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor de onderbouwing van het verzoek wordt hier verwezen naar het verzoekschrift en de bijlagen.

Tijdens de mondelinge behandeling handhaaft de GI het verzoek. Sinds 7 september 2026 verblijft [minderjarige] samen met haar vader bij het OKB in Almelo. De plaatsing bij het OKB verloopt positief. Bij [minderjarige] wordt gezien dat zij positieve stapjes zet in haar ontwikkeling. De verwachting is dat de vader en [minderjarige] niet lang in het OKB hoeven te blijven, omdat de hulpverlening in de thuissituatie bij vader ambulant kan worden voortgezet.

4. De standpunten

De moeder heeft, met haar advocaat, verweer gevoerd. De moeder verzoekt primair om het verzoek van de Gl af te wijzen, en [minderjarige] op een zo kort mogelijke termijn weer bij de moeder te plaatsen. De moeder verzoekt subsidiair om, indien de rechtbank een uithuisplaatsing vooralsnog noodzakelijk acht, deze te bekorten tot een aanmerkelijk kortere periode, en de Gl daarbij op te dragen eerst zelf de eigen regie op orde te brengen door moeder per direct de juiste hulpverlening te bieden zodat ze zo snel als mogelijk haar kind weer terug heeft. De GI dient minder ingrijpende alternatieven te onderzoeken en de eigen inspanningsverplichting na te leven, voordat wordt overgegaan tot een verdergaande maatregel.

De vader kan zich vinden in het verzoek van de GI. De problemen rondom de emotieregulatie van de moeder spelen vanaf het begin af aan en waren al te zien in de thuissituatie waar moeder woonde met oma moederszijde. De moeder wijst vooral naar anderen als het niet goed gaat, maar ze heeft zelf ook een verantwoordelijkheid. Het gaat heel goed met de vader en [minderjarige] bij het OKB. Gelet op de positieve ontwikkeling is het in het belang van [minderjarige] om bij vader te verblijven. Dit is het minst ingrijpende alternatief. Gelet op de situatie bij moeder en oma thuis is het niet haalbaar om [minderjarige] daar naar terug te laten keren. De vader heeft zich altijd leerbaar, flexibel en afwachtend opgesteld. Hij houdt het belang van [minderjarige] voor ogen. Hij moet deze kans krijgen.

5. De beoordeling

De kinderrechter heeft bij beschikking van 7 september 2026 een spoedmachtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij een ouder (vader) met gezag voor de duur van twee weken, tot 21 september 2026. Iedere verdere beslissing is aangehouden. De inhoud van de tussenbeschikking van 7 september 2026 geldt als hier herhaald en ingelast.

De kinderrechter is van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.

De kinderrechter stelt vast dat er al over een langere periode zorgen zijn over de veiligheid in de opvoedomgeving van de moeder. Deze zorgen zijn in de beschikking tot ondertoezichtstelling uitvoerig beschreven. De ontwikkelingsbedreiging voor [minderjarige] staat vast. Zij is twee jaar oud en afhankelijk van haar ouders om tot ontwikkeling te komen. Daarvoor zijn rust, stabiliteit, veiligheid en voorspelbaarheid nodig.

Sinds de ondertoezichtstelling is uitgesproken, is veel gebeurd in het zeer jonge en kwetsbare leven van [minderjarige]. [minderjarige] verbleef sinds 9 juni 2026 met haar moeder bij het OKC van Ambiq in Enschede. Daar werd gezien dat moeder de basiszorg voor [minderjarige] op orde heeft, maar dat er nog steeds grote zorgen zijn over de emotieregulatie van de moeder. Op het moment dat moeder rustig en ontspannen is, ziet het OKC mooie dingen. Maar op het moment dat de moeder hoog in de spanning zit, meerdere keren per week, gaat ze uit contact. [minderjarige] loopt, zo neemt het OKC waar, dan doelloos rond en begint haar moeder te troosten. Ook zoekt [minderjarige] aandacht en hulp bij de begeleiding van het OKC en andere ouders. [minderjarige] heeft een ouder nodig die er continue voor haar is en dat kan de moeder bij oplopende spanning niet bieden. Op het moment dat de emoties bij de moeder oplopen ontstaan ook onrust en problemen in de verhouding van de moeder met de hulpverleners. Dit is bij het OKC zo hoog opgelopen dat de samenwerking tussen de moeder en het OKC onhoudbaar is geworden. Het OKC heeft de samenwerking beëindigd. De moeder kan niet meer bij het OKC blijven, omdat het OKC niet meer bereid is haar nog een plaats en kans te bieden. Dat betekent dat de moeder en [minderjarige] moeten vertrekken. De moeder heeft betoogd dat nog (door de GI) nog onvoldoende hulpverlening is ingezet, en dat de door GI verzochte uithuisplaatsing (nog) niet het ultimum remedium is.

De kinderrechter stelt vast dat vanaf maart 2025 door verschillende instanties intensieve hulpverlening is ingezet. Al in het vrijwillig kader is Curess betrokken, vanaf maart 2025. De omgang met de vader werd bemoeilijkt door eisen en wantrouwen vanuit moeder. In de verhouding tot de hulpverleners ontstonden spanningen door de opstelling van de moeder. Curess uit in de verslagen zorgen over de emotionele toestand van moeder.

Vanaf de zomer van 2025 is ASH ingezet. In dat traject is geconstateerd dat de opvoedomgeving onvoldoende stabiel is, dat sprake is van directe kind-onveiligheid (blijkend uit de ARIJ-taxatie) en dat het de moeder niet lukt haar emoties voldoende te reguleren. De omgangsmomenten geven veel spanning, afspraken over hoe om te gaan met emoties worden maar beperkt nagekomen en door de opstelling van moeder en oma kunnen in de thuissituatie geen observaties plaatsvinden.

Daarna volgt een raadsonderzoek en wordt door de raad verzocht om een ondertoezichtstelling voor [minderjarige] uit te spreken. Het lukt, aldus de raad, in het vrijwillig kader niet om hulpverlening bij moeder thuis in te zetten, want de hulpverlening komt niet of nauwelijks binnen. Dat heeft vermoedelijk te maken met onvermogen (geen onwil) van de moeder, die mogelijk voortkomt uit een symbiotische relatie met haar moeder (oma). De raad concludeert dat sprake is van een onrustige opvoedsituatie. De moeder kan haar emoties onvoldoende reguleren en er zijn zorgen over de leerbaarheid van de moeder. Er is geen stabiele basis voor [minderjarige] om op te groeien bij moeder. De moeder beëindigt hulpverlening voortijdig en heeft geen inzicht in de opvoedproblemen in de thuissituatie. Ook staat de moeder niet achter de omgang tussen de vader en [minderjarige]. Tevens zijn er zorgen over de zeer geringe bereidheid van moeder om hulpverlening te accepteren. De raad heeft in het onderzoeksrapport van 25 augustus 2025 geconcludeerd dat intensieve opvoedondersteuning noodzakelijk is om tot een positieve ontwikkeling te komen. Daarbij is expliciet vermeld dat, indien deze ondersteuning op korte termijn onvoldoende effect heeft of niet van de grond komt, een uithuisplaatsing van de moeder en [minderjarige] in een 24-uursvoorziening het enige resterende en passende alternatief is. De kinderrechter heeft een ondertoezichtstelling voor [minderjarige] uitgesproken.

Sinds de start van de ondertoezichtstelling is Inzicht Twente ingezet. Uit de rapportage van Inzicht Twente van 9 april 2026 volgt dat zij geen beeld hebben kunnen vormen van 14 punten Goed Genoeg Ouderschap. Zij zien dat moeder weerstand heeft tegen een tweede hulpverlener en dat sprake is van emotionele onrust waardoor omgang eerder wordt beëindigd. Inzicht Twente adviseert om naar een 24-uurs setting te gaan, om zodoende een beter beeld van moeder en haar opvoedvaardigheden te krijgen.

[minderjarige] en de moeder zijn vervolgens naar het OKC gegaan. Uit het hulpverleningsplan van het OKC van 4 juni 2026 blijkt dat Ambiq zicht wil krijgen op de opvoedvaardigheden van moeder. Ook wil men werken aan het vergroten van de zelfstandigheid van de moeder. De moeder heeft bezwaren geuit tegen haar verblijf bij het OKC. Zij heeft daarom een verzoek ingediend om de schriftelijke aanwijzing, die ziet op het verblijf binnen het OKC en de medewerking van de moeder, vervallen te verklaren. Eigenlijk wil de moeder niet bij het OKC verblijven en daarom is behandeling ook niet van de grond gekomen. De situatie bij het OKC is geëscaleerd, zoals hiervoor genoemd.

De kinderrechter stelt, gelet op het voorgaande, vast dat de problemen met de emotieregulatie en het wantrouwen van de moeder rond de omgang en richting hulpverleners een terugkerend thema zijn. Er zijn vier hulpverleningsinstanties betrokken geweest, die in hoofdlijn hetzelfde constateren, ook al in het vrijwillig kader. Dat de huidige situatie en escalatie zijn oorzaak zou vinden in de aanpak door de GI en het OKC acht de kinderrechter niet aannemelijk. Dat het geschetste patroon zou kunnen worden doorbroken door een plaatsing elders of wijziging van de GI acht de kinderrechter evenmin aannemelijk.

Samenvattend: de behandeling en zijn hulpverlening zijn niet van de grond gekomen. Een 24/7 opname bij het OKC was het hoogst haalbare wat de GI kon inzetten.

De kinderrechter moet nu vaststellen dat [minderjarige] op dit moment niet langer bij de moeder kan verblijven. De GI heeft voldoende onderbouwd dat minder ingrijpende alternatieven, zoals terugkeer naar de thuissituatie bij oma moederszijde met geïntensiveerde hulpverlening in de thuissituatie, ontoereikend worden geacht om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen. Dan moet worden gekeken naar de minst ingrijpende optie, en dat is plaatsing bij de vader. Het verblijf van de vader met [minderjarige] bij het OKB van Ambiq in Almelo verloopt goed. De verwachting is dat vader en [minderjarige] op korte termijn naar vader thuis kunnen, met inzet van hulpverlening in de thuissituatie. De huidige situatie is ingewikkeld, en voor alle betrokkenen verdrietig – en met name voor de moeder. Het is belangrijk dat de GI onderzoekt wat nog wel mogelijk is in het contact tussen de moeder en [minderjarige]. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat de moeder en [minderjarige] binnen enkele dagen na de zitting contact hebben.

Uit voorgaande volgt dat een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de volledige duur van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter ziet geen reden de machtiging voor een kortere duur te verlenen. Er is geen uitzicht dat de situatie van de moeder op korte termijn ingrijpend wijzigt. Zij kan niet met [minderjarige] terugkeren naar het OKC van Ambiq in Enschede. Bovendien heeft de moeder zich altijd verzet tegen de plaatsing bij het OKC. Hoewel de moeder stelt inmiddels zelf hulpverlening ingeschakeld te hebben (POH en aanmelding bij Trajectum) is voor die hulpverlening sprake van wachtlijsten en is niet gebleken dat deze hulpverlening op korte termijn resultaat zal hebben.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij een ouder (vader) met gezag voor de duur van de ondertoezichtstelling, met ingang van 21 september 2026 tot 19 september 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026 door

mr. J.L. Souman, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Albers als griffier, en op schrift gesteld op 24 september 2026.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.M. Albers als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand