ECLI:NL:RBOVE:2026:5700

ECLI:NL:RBOVE:2026:5700

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 25-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer ZWO 26/316
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank volgt de beoordeling van het UWV.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

Samenvatting

Zittingsplaats Almelo

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 26/316

en

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV),

gemachtigde: [gemachtigde].

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van een aanvraag om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 17 april 2024. [eiseres] is het met de afwijzing niet eens. Zij heeft een aantal argumenten (beroepsgronden) aangevoerd, aan de hand waarvan de rechtbank het beroep beoordeelt.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. [eiseres] krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

[eiseres] heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering met ingang van 17 april 2024. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 9 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 december 2025 op het bezwaar van [eiseres] is het UWV bij de afwijzing per 17 april 2024 gebleven.

[eiseres] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiseres] en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

[eiseres] heeft tot november 2019 gemiddeld 31,38 uur per week gewerkt als [functie]. Nadien heeft zij uitkeringen ontvangen op grond van de Werkloosheidswet (WW) en de Ziektewet (ZW), afgewisseld met periodes waarin zij werkte. [eiseres] heeft zich op 20 april 2022 ziek gemeld. Zij was op dat moment 20 uur per week werkzaam voor Olympia Services B.V.. Na de wachttijd van 104 weken heeft ze een WIA-uitkering aangevraagd per 17 april 2024. Deze aanvraag is afgewezen. De afwijzing is na een bezwaarschriftprocedure gehandhaafd.

Het standpunt van eiseres

Volgens [eiseres] is de primaire medische beoordeling onzorgvuldig. Er heeft namelijk geen face-to-face spreekuur plaatsgevonden, terwijl dit wel op zijn plaats zou zijn geweest vanwege de ernst van de meervoudige psychische problematiek in combinatie met fysieke klachten (o.a. hernia L5- S1 en het Raynaudfenomeen). Een fysiek onderzoek is volgens [eiseres] essentieel voor een correcte oordeelsvorming. Dit verzuim is in de

bezwaarfase onvoldoende hersteld.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft wel de diagnoses borderline en vermijdende persoonlijkheidsstoornis (met paranoïde en antisociale kenmerken) erkend, maar deze niet juist vertaald naar de functionele mogelijkhedenlijst (FML). De ernst van de persoonlijkheidsstoornissen maakt dat [eiseres] structureel beperkt is in sociale interactie en samenwerken door diep wantrouwen en angst voor afwijzing. Er is alleen een beperking op 'conflicthantering' aangenomen. Dat doet geen recht aan de werkelijke medische situatie op de datum in geding. Op de zitting heeft [eiseres] toegelicht dat ze op de datum in geding net 8 dagen uit de detox kwam. Haar lichaam was op en ze was niet in staat om 40 uur te werken, al helemaal niet omdat ze ook de internist meermalen moest bezoeken.

Volgens [eiseres] is er ook ten onrechte geen urenbeperking aangenomen, die noodzakelijk is vanwege chronische psychische druk en een intensief behandeltraject. [eiseres] wijst op de brief van haar GZ-psycholoog en regiebehandelaar van Dimence van 9 januari 2025.

Het standpunt van het UWV

Het is juist dat er in de primaire fase geen persoonlijk contact met [eiseres] is geweest, maar dit is hersteld in bezwaar. Op 21 oktober 2025 is [eiseres] gezien op het spreekuur van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Bij dat onderzoek werden de lichamelijke klachten en ervaren belemmeringen besproken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in een lichamelijk onderzoek op dat moment geen meerwaarde gezien, omdat de datum in geding anderhalf jaar in het verleden lag. Het vertalen van actuele bevindingen bij lichamelijk onderzoek zou dus al niet meer betrouwbaar zijn. Er was bovendien uitvoerige informatie voorhanden over de rugklachten, het Raynaudfenomeen en de psychische problematiek. Op basis van deze schriftelijke informatie, in combinatie met de rapportage van SMZ van juni 2024 en de anamnestische bevindingen bij het medisch onderzoek in bezwaar, kon de belastbaarheid op de datum in geding volgens het UWV voldoende betrouwbaar worden beoordeeld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft bij het onderzoek wel vastgesteld dat de medische situatie na de datum in geding is veranderd, omdat [eiseres] vanaf 28 mei 2025 een aantal malen langere tijd is opgenomen geweest in een kliniek. Vanaf die datum is er sprake van een situatie van ‘geen benutbare mogelijkheden’.

Beoordeling

Allereerst overweegt de rechtbank dat werkgever Olympia Services B.V. ten onrechte op de voet van artikel 8:26 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) als partij is toegelaten tot het geding over de WIA-aanspraken. Olympia was weliswaar de actuele werkgever op het moment van ziekmelding, maar eiseres had op dat moment ook WW-rechten. De rechtbank maakt de voorlopige toelating ongedaan.

De medische beoordeling

Op het punt van de bestreden medische beoordeling overweegt de rechtbank het volgende. Het primaire verzekeringsgeneeskundige onderzoek is gebaseerd op een anamnese, dossierstudie en een telefonisch contact met beeldverbinding met [eiseres] op 6 juni 2024. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de bezwaarschriftprocedure dossierstudie verricht, informatie uit de behandelend sector bestudeerd en [eiseres] medisch onderzocht op 21 oktober 2025. Anders dan [eiseres] stelt, heeft het totale onderzoek daarmee op voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden. De rechtbank deelt het standpunt van het UWV dat een lichamelijk onderzoek op 21 oktober 2025 niet van toegevoegde waarde zou zijn geweest.

Het gaat in deze zaak om de medische situatie van [eiseres] op de datum 17 april 2024. Op deze datum was zij niet meer opgenomen wegens haar verslavingsproblematiek en was er ook anderszins geen sprake van een situatie waarin er in het geheel geen benutbare mogelijkheden waren. De verzekeringsartsen hebben daarom een FML opgesteld. De vraag is of de beperkingen van [eiseres] op de datum 17 april 2024 juist in deze FML zijn weergegeven. De rechtbank beziet in dit kader de beroepsgrond van [eiseres] dat zij vanwege problemen met sociale interactie en samenwerken en haar verminderde duurbelastbaarheid aanvullend beperkt moet worden geacht.

De rechtbank concludeert dat de rapporten van de verzekeringsarts van 7 juni 2024 en de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 7 november 2025 voldoende gemotiveerd en duidelijk zijn. Uit de rapporten blijkt ook dat de artsen een volledig beeld hebben gehad van de medische situatie van [eiseres] op de datum in geding. De door haar naar voren gebrachte klachten, zowel fysiek als psychisch, zijn uitvoerig besproken en gewogen. Ook het dagverhaal is in de overwegingen betrokken. De artsen hebben terecht relevant geacht dat uit dat dagverhaal blijkt dat [eiseres] op de datum 17 april 2024 in staat was de kinderen naar school te brengen en op te halen, korte afstanden in de auto te rijden, het huishouden te doen en bezoeken af te leggen. De verzekeringsartsen hebben hieruit mogen concluderen dat [eiseres] op dat moment tot activiteiten kwam en zelfredzaam was in zelfzorg. Ook de rapportages van Dimence en Tactus zijn kenbaar bij de beoordeling betrokken. Die informatie heeft ertoe geleid dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in bezwaar de diagnoses heeft aangepast. [eiseres] is van mening dat deze aanpassing ook had moeten leiden tot een aanscherping van de aangenomen beperkingen op het psychische vlak, zoals voor onderdeel 2.9 van de FML, ‘samenwerken’. De rechtbank merkt in de eerste plaats op dat een diagnose op zichzelf niet bepalend is, maar de vraag of de aandoening leidt tot objectieve beperkingen. In het rapport van 12 februari 2026, dat in de beroepsprocedure is ingebracht, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend uiteengezet waarom met de huidige FML voldoende aan de beperkingen is tegemoetgekomen, ondanks de aanwezige persoonlijkheidsstoornissen. In de informatie van Tactus van 19 november 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep juist een bevestiging gezien dat [eiseres] in staat is tot samenwerken. Hierin is bijvoorbeeld beschreven dat [eiseres] in haar werk als monteur cleanroom bij [bedrijf] een fijn contact had met collega's. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat in de informatie uit de behandelende sector het beeld naar voren komt van iemand die misschien snel een emotionele lading ervaart, maar die over het algemeen wel in staat is om tot adequate sociale interacties te komen. De rechtbank ziet in de aanwezige informatie en hetgeen is besproken op de zitting geen aanleiding om de verzekeringsarts bezwaar en beroep hierin niet te volgen.

[eiseres] is beperkt geacht voor overwerken en onregelmatigheidsdiensten. Volgens [eiseres] is een verdergaande urenbeperking om preventieve redenen aan de orde, vanwege de gestelde diagnose ‘persoonlijkheidsstoornis cluster C’ en het feit dat zij haar eigen grenzen overschrijdt. De rechtbank kan [eiseres] hierin niet volgen. Volgens de Standaard "Duurbelastbaarheid in arbeid” is een urenbeperking op preventieve gronden aangewezen in geval van aandoeningen die gepaard gaan met een patroon van overschrijding van de eigen grenzen, zelfoverschatting en een beperkt ziektebesef, leidend tot recidiveren of verergeren van ziekteverschijnselen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van februari 2026 echter inzichtelijk gemotiveerd waarom een urenbeperking op preventieve gronden in de specifieke situatie van [eiseres] niet aan de orde is. Het standpunt komt erop neer dat er zeker sociaal-emotionele kwetsbaarheden zijn, maar dat de arbeidsduur op zichzelf geen risico geeft op overbelasting. Uit hetgeen [eiseres] naar voren heeft gebracht, volgt niet dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep hierin niet kan worden gevolgd. Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat het UWV terecht geen verdergaande urenbeperking heeft aangenomen.

De rechtbank komt tot de conclusie dat de beroepsgronden tegen de medische beoordeling niet slagen en dat de beperkingen van [eiseres] op de datum 17 april 2024 juist zijn vastgesteld. [eiseres] heeft geen afzonderlijke gronden gericht tegen de door de arbeidsdeskundige voor haar per datum in geding geselecteerde functies en de op basis daarvan berekende resterende verdiencapaciteit. De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van deze vaststelling.

Conclusie en gevolgen

5. De rechtbank volgt het UWV in het standpunt dat [eiseres] met ingang van 17 april 2024 geen recht op WIA-uitkering heeft. Het beroep is daarom ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hoekstra, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Ernens, griffier.

De rechter is verhinderd te tekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand