ECLI:NL:RBOVE:2026:5662

ECLI:NL:RBOVE:2026:5662

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 21-09-2026
Datum publicatie 24-09-2026
Zaaknummer ZWO 26/2506
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening. Woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. Grote hoeveelheden diverse soorten harddrugs. Geen drugsgerelateerde toeloop of overlast. Afwijzing verzoek op grond van voorlopig rechtmatigheidsoordeel.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

de burgemeester van Deventer

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 26/2506

(gemachtigde: mr. J.J.A.P. van Breukelen),

en

(gemachtigde: [gemachtigde 1]).

Als derdepartij heeft aan het geding deelgenomen: Woonbedrijf IederI te Deventer

(gemachtigden: mr. M. Douwenga en [gemachtigde 2]).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de door [verzoeker] gehuurde en bewoonde woning aan de [adres] te sluiten voor een periode van drie maanden vanwege drugshandel.

[verzoeker] heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Volgens hem is sluiting van de woning niet evenredig. [verzoeker] wist niet van de aanwezigheid van drugs in zijn woning. Voor wat betreft de drugshandel is er misbruik gemaakt van zijn vertrouwen en is hij onder druk gezet door een kennis die tijdelijk bij hem verbleef. Van toeloop naar de woning en overlast was geen sprake. Ook heeft [verzoeker] zwaarwegende persoonlijke belangen bij het kunnen behouden van zijn woning.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af op grond van een voorlopige rechtmatigheidstoets. De burgemeester is bevoegd om de woning te sluiten en mag ook gebruikmaken van die bevoegdheid. Dat heeft tot gevolg dat de woning mag worden gesloten. Dit oordeel wordt hierna nader toegelicht.

Procesverloop, relevante feiten en bevindingen uit bestuurlijke rapportage

[verzoeker] huurt een woning van woonbedrijf Ieder1 (verhuurder) aan de [adres].

[verzoeker] is op 17 juni 2026 door agenten van de Eenheid Landelijke Expertise en Operaties aangehouden vanwege de handel in verdovende middelen waarna de politie een onderzoek heeft ingesteld en de woning heeft doorzocht.

De onderzoeksbevindingen zijn door de politie vastgelegd in een bestuurlijke rapportage van 9 juli 2026.

In de bestuurlijk rapportage staat het volgende.

Op 17 juni 2026 heeft de politie op het parkeerterrein van de Mc Donalds gelegen aan de Deventerweg te Deventer, een overdracht waargenomen tussen twee voertuigen, namelijk een BMW en een Mercedes. De agenten zagen dat de BMW op de voornoemde parkeerplaats stond. Hier kwam de Mercedes aangereden en parkeerde naast de BMW. Daarop zagen de agenten dat er vanuit de BMW een Lidl tas in de Mercedes geplaatst werd. Vanuit de Mercedes werd er door een persoon witte enveloppen overgedragen aan de bestuurder van de BMW. De bestuurder van de BMW verstopte vervolgens de enveloppen in zijn broek bij zijn kruis. Beide voertuigen zijn door de agenten afzonderlijk van elkaar gecontroleerd. In de Mercedes is de overgedragen Lidl tas aangetroffen met hierin drie vacuüm gesealde witte bollen (3 kilogram), die naar later bleek 4-MMC bevatten. Tijdens het doorzoeken van de BMW trof de politie een tweetal witte enveloppen aan met hierin in totaal € 8.500. De bestuurder van de BMW, [verzoeker], gaf vrijwillig toestemming voor het doorzoeken van zijn woning aan de [adres].

In de woning aan de [adres] is vervolgens door de politie een

onderzoek ingesteld. Op een verstopplek in de keuken (tussen een koof en een keukenkast) is een enveloppe aangetroffen met hierin € 6.300. Ook werden in een slaapkamer harddrugs en andere stoffen aangetroffen (125,97 gram 2-MMC en 35,51 gram natriumsulfaat- magnesiumsulfaat en een boterhamzak met 40 gram kristallen, die niet zijn getest).

In de afgesloten kelderbox behorende bij de woning werd aangetroffen:

19 kilogram amfetamine;

84,94 kilogram 4-MMC en 2-MMC;

2,39 kilogram strafbaar gestelde geneesmiddelen;

19,46 kilogram nog onbekende substantie, vermoedelijk verdovende middelen.

In de woning werden op het televisiemeubel diverse poststukken en medicatie aangetroffen waaruit de regelmatige aanwezigheid van [verzoeker] blijkt. Op deze poststukken stond veelvuldig grote geldbedragen geschreven. Ook stonden er veelvuldige notities op geschreven waarin gesproken werd over 3-MMC, brok, pep. Het is de politie ambtshalve bekend dat dergelijke aantekeningen een administratie betreft van de handel in verdovende middelen.

Bij brief van 21 juli 2026 is [verzoeker] op de hoogte gebracht van het voornemen van de burgemeester om de woning voor drie maanden te sluiten.

[verzoeker] heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze.

Met het bestreden besluit van 31 augustus 2026 heeft de burgemeester de woning van [verzoeker] met ingang van 17 september 2026 om 14.00 uur gesloten voor de duur van drie maanden.

[verzoeker] heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 september 2026 ter zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [verzoeker], de gemachtigde van [verzoeker] en namens de burgemeester zijn gemachtigde. Namens Woonbedrijf Ieder1 zijn de gemachtigden verschenen.

Beoordeling van de voorzieningenrechter

Spoedeisend belang

Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in een eventuele beroepsprocedure, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter verricht daarvoor een voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid van het onderliggende besluit of de onderliggende besluiten en daarmee van de kans van slagen van het bezwaarschrift en zij weegt de belangen van de partijen bij een schorsing. Daarbij geldt dat hoe zekerder de voorzieningenrechter is over de rechtmatigheid van het bestreden besluit, hoe minder ruimte er is om gewicht toe te kennen aan de belangen bij een schorsing. De beoordeling door de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele beroepsprocedure niet.

De voorzieningenrechter is van oordeel [verzoeker] spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat hij als gevolg van het besluit zijn woning

17 september 2026 om 14.00 uur voor drie maanden moet verlaten.

De burgemeester heeft het spoedeisend belang ook niet betwist.

Bevoegdheid tot sluiting

De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang – zoals een woningsluiting – indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Uit de toepasselijke beleidsregel volgt dat in het geval van harddrugs van een handelshoeveelheid wordt gesproken bij een hoeveelheid van 0,5 gram of meer.

Niet in geschil is dat er in de woning en daarbij behorende kelderbox van [verzoeker] een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen, zodat de burgemeester in beginsel bevoegd is de woning te sluiten.

Evenredigheid

Als de burgemeester bevoegd is om een pand te sluiten, is de volgende vraag of de sluiting, in dit geval mede gelet op het tijdsverloop, geschikt is en zo ja, of er een noodzaak bestaat om een pand te sluiten.

Is sluiting van de woning een geschikt middel?

Tijdsverloop tussen het constateren van de overtreding en het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, kan in zijn algemeenheid ertoe leiden dat sluiting van een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Door tijdsverloop kan zich de situatie voordoen dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en beëindiging van de overtreding en de negatieve effecten daarvan en het voorkomen van herhaling niet meer aan de orde zijn of niet meer in die mate dat de woning moet worden gesloten.

Zoals de burgemeester ter zitting heeft gemotiveerd, is het tijdsverloop tussen de doorzoeking van de woning op 17 juni 2026 en de sluitingsdatum van de woning van

3 maanden niet zo groot, dat hiervan sprake is. Een dergelijk tijdsverloop is ook niet ongebruikelijk in het kader van zorgvuldige besluitvorming. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan de burgemeester zich terecht op het standpunt stellen dat – ook nu de handelsvoorraad is weggehaald en de woning sinds 17 juni 2026 niet meer wordt bewoond de woning nog niet aan het drugscircuit is onttrokken. Dit maakt het middel van sluiting nog steeds geschikt om de doelen te bereiken.

Noodzakelijkheid

Bij beoordeling of sluiting van een woning noodzakelijk is, is de vraag aan de orde of de burgemeester gegeven zijn bevoegdheid om bestuursdwang uit te oefenen met een minder ingrijpend middel had kunnen en dus moeten volstaan omdat het doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Een minder ingrijpend middel dan woningsluiting is het opleggen van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing.

Bij de beoordeling of het noodzakelijk is om tot sluiting van de woning over te gaan en zo ja, voor hoe lang, zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de aard en de hoeveelheid aangetroffen drugs. De burgemeester mag daarbij een onderscheid maken tussen hard- en softdrugs. Ook is relevant of de drugs feitelijk in of vanuit de woning worden verhandeld en of de woning feitelijke bekendheid heeft als drugspand.

Verder kan sluiting van de woning noodzakelijk zijn als op grond van concrete feiten en omstandigheden aannemelijk is dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel als professionele teeltlocatie, handelslocatie, opslaglocatie voor handel elders of omdat toegang tot de woning wordt verschaft aan derden om er te gebruiken.

Met de sluiting wordt de woning aan de keten van drugshandel onttrokken. Wanneer een woning ten slotte eerder betrokken is geweest bij overtreding van artikel 13b van de Opiumwet en dus sprake is van een situatie van herhaling, kan ook dit relevant zijn bij de beslissing om tot sluiting van de woning over te gaan, met het oog op het structureel beëindigen van de overtreding en de effecten ervan en op voorkomen van nieuwe overtredingen.

De burgemeester vindt het noodzakelijk dat de woning wordt gesloten. Handel in drugs leidt volgens de burgemeester tot verstoring van de openbare orde en aantasting van het woon- en leefklimaat. Dat de aangetroffen drugs zijn weggehaald is onvoldoende om de relatie van de woning met het drugscircuit te doorbreken en een nieuwe overtreding te voorkomen. Daarbij is volgens de burgemeester van belang dat drugshandel vaak gepaard gaat met ernstige openbare ordeverstoringen in de vorm van zwaar geweld en de bewoners de betreffende wijk als onveilig ervaren. De sluiting is daarom volgens de burgemeester noodzakelijk om de openbare orde te herstellen en ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning. Daarbij betrekt de burgemeester dat het in dit geval om een aanzienlijke hoeveelheid drugs gaat.

[verzoeker] stelt dat er geen noodzaak is om de woning te sluiten omdat niet gebleken is van ’loop’ naar de woning en van drugsgerelateerde overlast.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester voldoende gemotiveerd dat hij in dit geval niet kon volstaan met een minder ingrijpend middel en dat sluiting van de woning noodzakelijk is. Daarbij is van belang dat er in de woning en kelderbox zeer grote hoeveelheden van verschillende soorten harddrugs zijn aangetroffen alsmede een grote som geld en aantekeningen die duiden op een administratie betreft de handel in drugs. Dat niet is gebleken van meldingen van drugshandel-gerelateerde toeloop en overlast doet daarom niet af aan de noodzaak van de sluiting.

Is sluiting van de woning evenwichtig?

Als de sluiting geschikt en noodzakelijk is, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenwichtig moet zijn. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid moeten de voor bewoners nadelige gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de doelen die de burgenmeester met de sluiting wil bereiken.

Het ontbreken van iedere betrokkenheid bij de overtreding kan afzonderlijk of tezamen met andere omstandigheden maken dat de burgemeester niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik kan maken. Een betrokkene kan (enkel) geen verwijt worden gemaakt, als hij niet op de hoogte was en ook niet redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen drugs in het pand. Daarvan is in dit geval geen sprake.

[verzoeker] stelt in dat verband dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van drugs in de logeerkamer en de kelderbox van de woning en van de in de keuken aangetroffen geldsom.

De drugs en het geld waren volgens [verzoeker] van ene ‘[naam]’, een kennis die gedurende zo’n 10 dagen, tot en met 14 juni 2026 bij [verzoeker] op de logeerkamer verbleef en die met een sleutel toegang had tot de woning en de kelderbox.

[verzoeker] is als huurder en hoofdbewoner verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op wat er in de woning gebeurt. Hoewel [verzoeker] stelt dat hij niet bekend was met de aanwezigheid van drugs in de woning, is dat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk.

De drugs zijn niet alleen in de logeerkamer maar ook in de kelderbox aangetroffen, Daarnaast is in de keuken op een verborgen plek een grote som geld gevonden en in de woonkamer op het televisiemeubel (open en bloot) een ‘administratie’ betreffende de handel in drugs. Ook heeft de politie een drugsdeal waargenomen waarbij [verzoeker] betrokken was.

Van een situatie dat [verzoeker] niet wist en ook redelijkerwijs niet kon weten dat er drugs en drugshandel gerelateerde zaken in zijn woning aanwezig waren is dan ook geen sprake.

Dat de aanwezigheid van drugs en aanverwante zaken is toe te schrijven aan ‘[naam]’ die [verzoeker] meende te kunnen vertrouwen en [verzoeker] onder druk heeft gezet, komt, wat daar verder ook van zij, voor zijn rekening en risico.

Ten aanzien van de nadelige gevolgen voor [verzoeker] is aangevoerd dat hij een progressieve aandoening heeft (postpoliosyndroom) en dat hij, hoewel hij schuldenvrij is, nog steeds onder bewind staat. [verzoeker] is in het verleden dakloos geweest en de reclassering acht het blijkens het reclasseringsrapport van 27 juli 2026 van belang dat hij zijn woning kan behouden. Indien de voorlopige hechtenis van [verzoeker] conform het advies van de reclassering op de pro forma-zitting van 29 september wordt opgeheven staat hij op straat.

Het gaat moeilijk worden om vervangende woonruimte te vinden ook omdat hij op de zogenaamde zwarte lijst zal worden geplaatst.

De voorzieningenrechter heeft onder 3.13 vastgesteld dat de sluiting noodzakelijk is. Daaruit volgt reeds dat de burgemeester een zwaarwegend belang heeft om de woning te sluiten. Dit betekent dat er heel wat tegenover moet staan om de balans toch in het voordeel van [verzoeker] te doen doorslaan.

De voorzieningenrechter overweegt hierover verder dat het inherent is aan een woningsluiting dat de bewoner vervangende woonruimte moet zoeken en dat dit impact op de bewoner heeft. Deze omstandigheden maken op zichzelf nog niet dat de sluiting onevenwichtig is. Zoals door de gemachtigde van verhuurder ter zitting is toegelicht is van een zwarte lijst geen sprake. Weliswaar kan [verzoeker] de komende jaren geen nieuwe woning huren binnen het regionale samenwerkingsverband van verhuurders en is hij aangewezen op huurwoningen buiten de regio of van particuliere verhuurders, maar dat betekent niet dat hij niet meer in aanmerking komt voor een huurwoning. Dit heeft [verzoeker] feitelijk ook niet weersproken.

Aldus heeft de burgemeester naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldoende oog en aandacht gehad voor de woonsituatie van [verzoeker]

Niet gebleken is dat [verzoeker] vanwege zijn medische situatie specifiek is gebonden aan deze woning. De enkele stelling dat [verzoeker] een progressieve aandoening (het postpoliosyndroom) heeft is hiervoor onvoldoende.

Conclusie en gevolgen

Naar oordeel van de voorzieningenrechter heeft het bezwaar van [verzoeker] geen redelijke kans van slagen. De burgemeester was bevoegd om de woning de sluiten en heeft ook gebruik kunnen maken van die bevoegdheid. Om die reden bestaat geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen.

Het gevolg hiervan is dat de woning aan de [adres] voor een periode van drie maanden wordt gesloten ingaande op donderdag 17 september 2026 om 14.00 uur.

Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Landstra, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Landstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand