ECLI:NL:RBNNE:2026:4224

ECLI:NL:RBNNE:2026:4224

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 04-08-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer 11971342 / CV EXPL 25-4744
Rechtsgebied Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

IE-recht. Inbreuk op handelsnaamrecht. Volledige proceskostenvergoeding ex artikel 1019h Rv deels toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Assen

Zaaknummer: 11971342 \ CV EXPL 25-4744

Vonnis van 4 augustus 2026

in de zaak van

DE GRAZERIJ,

te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: De Grazerij,

gemachtigde: mr. A. Melsen,

tegen

[gedaagde] , THANS H.O.D.N. GRAASHOEVE [plaats] , VOORHEEN H.O.D.N. NATUURGRAZERIJ,

te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;- de mondelinge conclusie van antwoord van 25 november 2025;

- de aanvullende mondelinge conclusie van antwoord van 24 december 2025;

- de overgelegde producties aan de zijde van [gedaagde] , door de griffie ontvangen op 18 januari 2026;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;

- de akte overlegging producties aan de zijde van De Grazerij, door de griffie ontvangen op 17 maart 2026;

- de handreiking proceskostenoverzicht 1019h Rv met daarbij een actueel proceskostenoverzicht, door de griffie ontvangen op 23 juni 2026;

- de mondelinge behandeling van 24 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De Grazerij is een maatschap. Zij exploiteert sinds 2001 een boerderijwinkel waar vlees wordt verkocht van haar eigen kudde runderen, samen met enkele andere (streek)producten. De winkel is gevestigd in [plaats] . De Grazerij heeft zich in 2020 ingeschreven in het handelsregister met de handelsnaam “De Grazerij”.

[gedaagde] exploiteert via een eenmanszaak een boerderijwinkel waarin onder andere vlees wordt verkocht van zijn eigen kudde runderen. De winkel is gevestigd in [plaats] . [gedaagde] heeft in 2024 in het handelsregister de handelsnaam “De Natuurgrazerij” ingeschreven.

Per brief van 10 maart 2025 heeft De Grazerij [gedaagde] gesommeerd om te stoppen met het gebruik van de handelsnaam “De Natuurgrazerij” omdat door dit gebruik volgens haar verwarringsgevaar ontstaat.

Per brief van 29 maart 2025 heeft [gedaagde] hierop gereageerd. In de brief is het standpunt ingenomen dat de twee ondernemingen naar hun aard niet verwarrend zijn zodat het gebruik van de handelsnaam niet ontoelaatbaar is.

De Grazerij heeft zich hierop tot haar gemachtigde gewend. De gemachtigde heeft per brief van 19 mei 2026 voorgesteld om de zaak minnelijk op te lossen. [gedaagde] is verzocht om vóór 26 mei 2025 te bevestigen dat iedere inbreuk op het intellectueel eigendomsrecht van De Grazerij zou worden gestaakt en dat de kosten voor juridische bijstand van € 1.250,00 zouden worden vergoed.

Nadien hebben de toenmalige gemachtigde van [gedaagde] en de gemachtigde van De Grazerij met elkaar gecorrespondeerd over een termijn waarbinnen de inbreuk zou kunnen worden beëindigd. Daarnaast is namens [gedaagde] het standpunt ingenomen dat de kosten voor juridische bijstand niet zouden worden vergoed omdat [gedaagde] de handelsnaam niet heeft gekozen om De Grazerij dwars te zitten en hij aanzienlijke investeringen heeft moeten doen voor de naamswijziging.

[gedaagde] heeft zijn handelsnaam op 11 juli 2025 in het handelsregister gewijzigd.

Per brief van 24 juli 2025 schreef de gemachtigde van De Grazerij aan [gedaagde] dat hij inmiddels grotendeels had voldaan aan het staken van de inbreuk, met uitzondering van het domeinnaamgebruik. [gedaagde] is verzocht om ook dat gebruik per direct te staken. Daarnaast is [gedaagde] gesommeerd om de juridische kosten van € 1.250,00 te voldoen. [gedaagde] is erop gewezen dat deze kosten zullen oplopen bij een gerechtelijke procedure.

Op voornoemde brief heeft (de gemachtigde van) [gedaagde] niet gereageerd.

3. Het geschil

De Grazerij vordert de kantonrechter om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

te verklaren voor recht dat [gedaagde] inbreuk maakt en heeft gemaakt op de handelsnaamrechten van De Grazerij;

[gedaagde] te veroordelen om iedere inbreuk op de handelsnaamrechten van De Grazerij te staken en gestaakt te houden, op straffe van en dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of deel van een dag dat de veroordeling wordt overtreden;

[gedaagde] primair te veroordelen in de (proces)kosten ex artikel 1019h Rv, ten tijde van de mondelinge behandeling € 9.825,25, en subsidiair in de gewone proceskosten;

[gedaagde] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het gedeelte van de juridische kosten waarvoor zij al was aangemaand (€ 1.250,00) en ten aanzien waarvan zij per 27 mei 2025 in verzuim is geraakt, tot aan de dag der algehele voldoening, alsook de wettelijke rente over de rest van de proceskosten in het geval van te late betaling per datum dagvaarding.

Aan deze vorderingen legt De Grazerij – kort samengevat – ten grondslag dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt en maakt op haar handelsnaamrechten door de handelsnaam “De Natuurgrazerij” te gebruiken. Het gebruik van de naam “De Natuurgrazerij” leidt tot verwarringsgevaar. Vanwege die inbreuk is [gedaagde] gehouden om de volledige binnen- en buitengerechtelijke kosten van De Grazerij te voldoen op grond van artikel 1019h Rv. De Grazerij verwijst ten onderbouwing van die kosten naar het proceskostenoverzicht van haar gemachtigde.

[gedaagde] verweert zich tegen de gevorderde proceskosten en concludeert tot afwijzing daarvan. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij niet is gehouden om de proceskosten van De Grazerij te voldoen. [gedaagde] voert in dat kader – kort samengevat – aan dat hij zich welwillend heeft opgesteld en hij zijn handelsnaam heeft gewijzigd vóór de termijn die door De Grazerij was gesteld. Ook heeft hij contact opgenomen met derden om de handelsnaam te laten aanpassen. Het was daarom onnodig van De Grazerij om hem te dagvaarden. Tegen de overige vorderingen wordt geen verweer gevoerd. [gedaagde] is voornemens om alle nog bestaande inbreuken ongedaan te maken.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Inbreuk handelsnaam

De kantonrechter ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op het handelsnaamrecht van De Grazerij. [gedaagde] heeft daartegen geen verweer gevoerd. Naar het oordeel van de kantonrechter is daar sprake van. Dit wordt hierna toegelicht.

Tussen partijen is niet in geschil dat “De Grazerij” een handelsnaam is in de zin van artikel 1 van de Handelsnaamwet (hierna: Hnw) en dat De Grazerij die handelsnaam eerder voerde dan [gedaagde] de handelsnaam ‘Natuurgrazerij’ is gaan voeren. De handelsnaam van De Grazerij wordt door artikel 5 Hnw beschermd. Op grond van artikel 5 Hnw kan De Grazerij het voeren van een jongere handelsnaam, die identiek is aan haar handelsnaam of slechts in geringe mate daarvan afwijkt, verbieden indien door dat voeren van die handelsnaam bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen te vrezen is. Volgens vaste rechtspraak moeten bij die beoordeling alle relevante omstandigheden worden betrokken.

Naar het oordeel van de kantonrechter wijkt de naam “De Natuurgrazerij” in geringe mate af van de naam “De Grazerij” aangezien het onderscheidende bestandsdeel “Grazerij” volledig is overgenomen. Met het gebruik van de handelsnaam “De Natuurgrazerij” is verwarringsgevaar bij het publiek te vrezen. Hierbij acht de kantonrechter van belang dat het gaat om ondernemingen die een vergelijkbaar product aanbieden. Beide ondernemingen exploiteren een boerderijwinkel waar vlees wordt verkocht van een eigen kudde runderen. Daarmee is de aard van de ondernemingen hetzelfde. Ook is niet gebleken dat zij zich ieder op een ander publiek richten. Tot slot acht de kantonrechter relevant dat de ondernemingen op slechts 15 km van elkaar gevestigd zijn.

Gelet op het voorgaande heeft [gedaagde] inbreuk gemaakt op de handelsnaam van De Grazerij. De gevorderde verklaring voor recht wijst de kantonrechter dus toe. Daarnaast zal [gedaagde] worden veroordeeld om iedere inbreuk op de handelsnaamrechten van De Grazerij te staken en gestaakt te houden. Weliswaar heeft [gedaagde] zijn handelsnaam al voorafgaand aan deze procedure gewijzigd, maar tijdens deze procedure bleek dat “De Natuurgrazerij” nog steeds diverse keren op internet zichtbaar is geweest bij derden en via Google. Daarom wijst de kantonrechter ook de gevorderde dwangsom toe. Wel zal de kantonrechter bepalen dat De Grazerij [gedaagde] bij een geconstateerde inbreuk eerst dient aan te schrijven, waarbij aan hem een termijn van zeven dagen wordt geboden om de overtreding te (laten) beëindigen. Indien [gedaagde] de inbreuk niet binnen die zeven dagen beëindigt, wordt de dwangsom opeisbaar. De hoogte van de dwangsom zal worden bepaald op een bedrag van € 50,00 voor iedere dag of deel van de dag dat de inbreuk na een termijn van zeven dagen niet wordt beëindigd. Het maximum per inbreuk wordt bepaald op

€ 250,00.

Proceskostenvergoeding

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in het standpunt dat hij geen proceskosten is verschuldigd omdat hij onnodig zou zijn gedagvaard. Weliswaar heeft [gedaagde] voorafgaand aan de dagvaarding zijn handelsnaam gewijzigd en derden daarover ingelicht, maar het staat De Grazerij vrij om de kosten die zij daartoe heeft moeten maken, en die zij ook daarna nog heeft gemaakt, in een procedure vergoed te krijgen. Bovendien werd het handelsnaamgebruik ten tijde van de dagvaarding nog steeds gesignaleerd. Gelet op het voorgaande heeft De Grazerij belang bij de gevorderde staking van de handelsnaaminbreuk en proceskostenvergoeding en is geen sprake van nodeloos dagvaarden.

De Grazerij maakt aanspraak op vergoeding van de daadwerkelijk door haar gemaakte proceskosten op grond van artikel 1019h Rv. Volgens dat artikel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de redelijke en evenredige gerechtskosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten gaat de kantonrechter uit van de door de rechtbank gehanteerde Indicatietarieven in IE-zaken (versie 1 februari 2026). Naar het oordeel van de kantonrechter betreft dit een eenvoudige bodemzaak, waardoor er maximaal € 9.600 aan proceskosten toegewezen kunnen worden. Hierbij betrekt de kantonrechter dat de intellectuele eigendomsrechtelijke aspecten van deze zaak van eenvoudige aard zijn en de omvang van het verweer zeer beperkt is (er wordt slechts verweer gevoerd tegen de proceskosten), net zoals de omvang van het feitencomplex zeer beperkt is.

De kantonrechter ziet in de omstandigheden van deze zaak aanleiding om niet het maximaal te vergoeden bedrag van € 9.600,00 voor rekening van [gedaagde] te laten komen.

De proceskosten van De Grazerij zijn sinds het uitbrengen van de dagvaarding opgelopen van € 5.020,02 naar € 9.825,25 en dus bijna verdubbeld. De reden hiervoor zou volgens De Grazerij zijn gelegen in de omstandigheid dat het verweer en de overgelegde producties door haar gemachtigde moesten worden bestudeerd in combinatie met de duur van de procedure en het onderzoek naar (nieuwe) inbreuken. Naar het oordeel van de kantonrechter rechtvaardigen die omstandigheden geen verdubbeling van de proceskosten.

Artikel 1019h Rv heeft als doel de bescherming van IE-rechten te bevorderen door te voorkomen dat een rechthebbende vanwege de kosten ervan wordt weerhouden om naar de rechter te stappen. In deze zaak bleek al voordat de procedure werd gestart dat [gedaagde] voornemens was om de inbreuk te stoppen en daartoe ook al diverse stappen had gezet. [gedaagde] heeft ook geen verweer gevoerd tegen de inbreuk op het intellectuele eigendomsrecht, maar slechts tegen de gevorderde proceskosten. Wat betreft de inbreuken die tijdens de procedure nog door De Grazerij zijn gesignaleerd, heeft [gedaagde] aangegeven deze te zullen (laten) verwijderen. Het gevoerde IE-rechtelijke debat is daardoor zeer beperkt gebleven. Die omstandigheid maakt dat het overgrote deel van deze procedure in feite slechts betrekking heeft op de proceskostenvergoeding. In feite zijn de proceskosten van De Grazerij opgelopen als gevolg van een procedure over (hoofdzakelijk) die proceskosten. Met inachtneming daarvan acht de kantonrechter het niet redelijk om de volledige urenverantwoording na dagvaarding toe te wijzen.

Verder acht de kantonrechter het volgende van belang. [gedaagde] is door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om zijn verweer nader toe te lichten en daartoe stukken te overleggen en ook is de zitting op initiatief van de kantonrechter verplaatst. De Grazerij lichtte ter zitting toe dat haar gemachtigde hierdoor twee keer een verweer heeft moeten beoordelen en twee keer een zitting heeft moeten voorbereiden. Dit is echter het gevolg van beslissingen van de kantonrechter en daarmee omstandigheden die buiten de invloedsfeer van partijen liggen. De kantonrechter acht het niet redelijk om de uit die beslissing voortvloeiende kosten volledig bij [gedaagde] te leggen, mede gelet op het zeer beperkte IE-rechtelijke debat dat in deze zaak aan de orde is. Wel acht de kantonrechter het voorstelbaar dat de gemachtigde van De Grazerij na het uitbrengen van de dagvaarding nog tijd heeft besteed aan onderzoek naar nieuwe inbreuken en/of het al dan niet eindigen van oudere inbreuken. De kosten die daarvoor in rekening zijn gebracht acht de kantonrechter dan ook redelijk.

Gelet op voornoemde omstandigheden, tezamen met de beperkte aard en omvang van de inbreuk, acht de kantonrechter een volledige vergoeding tot het maximale bedrag niet redelijk en evenredig. Aangezien naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake is van een bewuste inbreuk (kwade trouw), verzet ook de billijkheid zich daartegen. De kantonrechter zal een bedrag van € 7.000,00 toewijzen. [gedaagde] wordt tot betaling daarvan veroordeeld, samen met een bedrag van € 123,73 voor de kosten van de dagvaarding, € 543,00 aan griffierecht en € 144,00 aan nakosten.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. De gevorderde rente over € 1.250,00 vanaf 27 mei 2025 wijst de kantonrechter af omdat de redelijke en evenredige proceskosten ex artikel 1019h Rv pas bij dit vonnis zijn vastgesteld, zodat [gedaagde] nog niet in verzuim verkeerde.

5. De beslissing

De kantonrechter

verklaart voor recht dat [gedaagde] inbreuk maakt en heeft gemaakt op de handelsnaamrechten van De Grazerij;

veroordeelt [gedaagde] om iedere inbreuk op de handelsnaamrechten van De Grazerij te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 50,00 voor iedere dag of deel van de dag dat de inbreuk na een termijn van zeven dagen na aanschrijving door De Grazerij niet wordt beëindigd, met een maximum van € 250,00 per inbreuk,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten ex artikel 1019h Rv van € 7.810,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekent, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. van Baalen en in het openbaar uitgesproken op4 augustus 2025.

56558/NS

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand