ECLI:NL:RBNNE:2026:4150

ECLI:NL:RBNNE:2026:4150

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 01-10-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer 18/157290-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Veroordeling voor mensenhandel (273f Sr) en gekwalificeerde opzetverkrachting in vereniging (243 jo 254 Sr); verklaringen aangeefster betrouwbaar; gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in [Instelling] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 september 2026. Het onderzoek is gesloten ter terechtzitting van 1 oktober 2026.

Ter terechtzitting van 9 september 2026 is verschenen verdachte, bijgestaan door mr. M. Eekhout, advocaat te Amsterdam, en is het openbaar ministerie vertegenwoordigd door officier van justitie mr. D.P. Menting.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 3 april 2025, althans in 2025, te Oldehove en/of Winschoten en/of Groningen en/of Amsterdam en/of Lelystad en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen (A)

een ander, te weten [slachtoffer] ,

oogmerk van uitbuiting van die ander, te weten die [slachtoffer] (sub 1), en/of

- gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

van seksuele aard, dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat die ander, te weten die [slachtoffer] , zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten van seksuele aard

(sub 4), en/of

- gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn medeverdachte(n) te bevoordelen uit de

opbrengst van diens/haar seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9),

en/of (B)

- ( ( telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een of meer ander(en), te weten [slachtoffer] en/of een of meer ander(en)

(sub 6),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte, tezamen en in vereniging met een ander/elkaar, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- door de (vertrouwenwekkende) houding en wijze van optreden van verdachte [verdachte]

jegens die [slachtoffer] bij die [slachtoffer] verliefde en/of aanhankelijke en/of afhankelijke gevoelens opgewekt en/of waardoor die [slachtoffer] weinig weerstand bood of kon bieden aan de wensen

van verdachte(n), en/of (aldus)

- tussen verdachte [verdachte] en die [slachtoffer] een (intieme) relatie geschapen en/of onderhouden en/of doen voorkomen dat verdachte [verdachte] en die [slachtoffer] een liefdesrelatie

onderhielden en/of (aldus) een afhankelijkheidsrelatie gecreëerd en/of in stand gehouden door zich voor te doen als bonafide verliefde partner, en/of (vervolgens)

- terwijl die [verdachte] wist dat die [slachtoffer] financiële problemen had, (in dat relationele

verband) er bij die [slachtoffer] (herhaaldelijk en/of dringend) op aangedrongen of van die [slachtoffer] verlangd om (samen) geld te gaan verdienen door tegen betaling seksuele diensten door die [slachtoffer] aan derden aan te bieden en/of te doen/gaan verlenen, en/of (ook daartoe)

- ( ( die [verdachte] ) op een of meer websites een of meer (seks)advertentie(s) (aan)gemaakt

en/of gepubliceerd met een aanbod van diensten van seksuele aard door die [slachtoffer] en/of (daarbij) ook erotische fotos van die [slachtoffer] gepubliceerd, en/of

- ( ( vervolgens) (die [verdachte] ) met een of meer klant(en) contact opgenomen en/of

onderhouden en/of (tevens) die [slachtoffer] contact doen/laten opnemen en/of doen/laten onderhouden en/of (met verdacht(n) en/of klant(en)) en/of een of meer (prijs)afspraken gemaakt en/of (door die [slachtoffer] ) doen/laten maken, en/of

- ( ( die [verdachte] ) instructies gegeven aan die [slachtoffer] en/of (anderszins) met haar en hem

gecommuniceerd over (de inhoud en uitvoering van) de seksafspraak en/of prostitutie door die [slachtoffer] , en/of (daarbij)

- die [slachtoffer] gedreigd, indien die [slachtoffer] niet toegaf aan de wensen van verdachte, om haar

ouders en/of werkgever(s) te bezoeken en/of op de hoogte te stellen van haar sekswerk en/of (ook) daadwerkelijk heeft gebeld met/via een of meer van haar werkgever(s) met (dreigende) verzoeken om geld, en/of (anderszins) die werkgever(s) en/of ouders

(telefonisch) heeft lastiggevallen in verband met die [slachtoffer] en/of (mede) om druk te zetten op die [slachtoffer] , en/of

- ( ( anderszins) door de (onberekenbare of dominante) houding en/of wijze van optreden van

verdachte jegens die [slachtoffer] bij die [slachtoffer] (ook) een dreigende sfeer gecreëerd en/of de vrees opgewekt dat verdachte die [slachtoffer] zou verlaten en/of geweld op haar zou (doen/laten) toepassen, al dan niet door een derde, indien die [slachtoffer] niet zou (blijven) voldoen aan de wensen van verdachte(n), en/of

haar de nachtrust onthield en/of (waardoor) die [slachtoffer] zeer vermoeid raakte en/of haar weerstand (verder) ondermijnd raakte, en/of

en/of

- medeverdachte [medeverdachte] betrokken in de wijze van uitvoering van seksuele diensten door

die [slachtoffer] en/of overleg gehad over de verdiensten en vergoeding voor die [medeverdachte] , en/of

- ( ( waarbij) verdachte [medeverdachte] die [slachtoffer] heeft vervoerd en/of overgebracht of doen vervoeren en/of overbrengen naar en/of gehuisvest en/of opgenomen of doen huisvesten en/of opnemen in een woning in een voor haar vreemde omgeving, te weten de woning van

[medeverdachte] te [plaats 2] , en/of een hotel te [plaats 2] , en/of (tevens)

[medeverdachte] , heeft vervoerd naar een of meer plaatsen in Nederland, om een of meer klanten (in diens woning of op andere plaats) te (kunnen) ontmoeten, voor die (uitbuitings)doeleinden, en/of

- ( ( een deel van) door die [slachtoffer] verworven gelden ingenomen en/of ontvangen (al dan niet

via tikkies) en/of behouden, en/of (tevens) die [slachtoffer] verzocht en/of bewogen om (onverplicht) extra door die [slachtoffer] verdiend geld aan verdachte [verdachte] af te staan, en/of

- die [slachtoffer] (een deel van de) verdiensten in rekening gebracht als schuld aan verdachte [verdachte] indien een klantafspraak niet doorging,

(zulks) terwijl dat/die bovengenoemde feit(en) zijn gepleegd

wie verdachte(n) misbruik heeft/hebben gemaakt van die positie, te weten een verliefde en/of volgzame dispositie (mede) waardoor die [slachtoffer] (aldus) van verdachte(n) afhankelijk was gemaakt, en/of aan welke door verdachte(n) jegens die [slachtoffer] gecreëerde situatie of positie die [slachtoffer] zich niet of (zeer) moeilijk kon onttrekken en/of geen of (zeer) weinig weerstand kon bieden, en/of

- zijnde voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld;

2.

hij op of omstreeks 14 februari 2025, althans in of omstreeks de periode van 14 tot en met 15 februari 2025, te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

met een persoon, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht,

te weten het brengen van de penis van medeverdachte [medeverdachte] in de

vagina en/of mond van die [slachtoffer] en/of het in de mond doen/laten nemen van de penis van medeverdachte [medeverdachte] door die [slachtoffer] ,

terwijl verdachte en/of zijn medeverdachte [medeverdachte] wist(en) dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd

door dwang, geweld en/of bedreiging,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte [medeverdachte] , tezamen en in vereniging een ander/elkaar, althans alleen,

slaapkamer (in die woning), slechts gekleed in een onderbroek, alwaar verdachte [verdachte] en die [slachtoffer] zich dus reeds bevonden, en/of

het kruis van die [medeverdachte] , en/of (vervolgens) die [slachtoffer] bij de polsen of armen heeft beetgepakt en/of vastgehouden, en/of (aldus)

- bij die [slachtoffer] , die (stevig) werd beetgepakt en/of vastgehouden door verdachte [verdachte] ,

door de houding en/of wijze van optreden van verdachte [verdachte] en/of zijn medeverdachte [medeverdachte] jegens die [slachtoffer] een bedreigende sfeer voor die [slachtoffer] gecreëerd en/of

- waardoor de weerstand en/of het verzet van die [slachtoffer] werd gebroken en/of de vrees bij die [slachtoffer] werd opgewekt dat verdachte(n) (ernstiger) geweld zou(den) toepassen op die

[slachtoffer] , indien die [slachtoffer] niet zou toegeven aan de wensen van verdachte en/of zijn medeverdachte;

althans, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

dat hij op of omstreeks 14 februari 2025, althans in of omstreeks de periode van 14 tot en met 15 februari 2025, te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met zijn

medeverdachte, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

met een persoon, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht,

te weten het brengen van de penis van medeverdachte [medeverdachte] in de

vagina en/of mond van die [slachtoffer] en/of het in de mond doen/laten nemen van de penis var die medeverdachte [medeverdachte] door die [slachtoffer] ,

terwijl verdachte en/of zijn medeverdachte ernstige reden had(den) om te vermoeden dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feit 1 en feit 2 primair.

Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie het volgende aangevoerd. Alle tenlastegelegde subs, te weten 1, 4, 6 en 9, kunnen worden bewezen. Verder kunnen alle tenlastegelegde dwangmiddelen worden bewezen, met uitzondering van geweld, afpersing, fraude en misleiding.

Ten aanzien van feit 2 primair heeft de officier van justitie aangevoerd dat opzetverkrachting, voorafgegaan door en vergezeld van dwang en in vereniging gepleegd, kan worden bewezen.

Ook het medeplegen zoals ten laste gelegd in feit 1 en feit 2 primair kan worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verweer gevoerd op de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), omdat deze volgens haar niet steeds authentiek en op sommige punten inconsistent zijn. Zij verzoekt de verklaringen daarom terughoudend te gebruiken voor het bewijs van feit 1 en niet te gebruiken voor het bewijs van feit 2.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 het volgende aangevoerd. De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde gedragingen van sub 1 en de ten laste gelegde dwangmiddelen dwang, (dreiging met) geweld, fraude en misbruik van een kwetsbare positie. Zij heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft een bewezenverklaring van de ten laste gelegde gedragingen van sub 4, 6 en 9 en de overige ten laste gelegde dwangmiddelen. Verder heeft zij verzocht een kortere pleegperiode bewezen te verklaren, namelijk een periode van 11 februari 2025 tot en met 31 maart 2025. Tot slot heeft zij verzocht verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde medeplegen.

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2 primair en subsidiair. Primair zijn de verklaringen van [slachtoffer] onbetrouwbaar en kunnen zij niet voor het bewijs worden gebruikt. Subsidiair wordt haar verklaring onvoldoende ondersteund door ander bewijs. Meer subsidiair, is onvoldoende komen vast te staan dat [slachtoffer] haar wil zodanig kenbaar heeft gemaakt, dat het voor verdachte en [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) duidelijk moest zijn dat zij geen instemming verleende. Meest subsidiair, is niet komen vast te staan dat verdachte en/of [medeverdachte] daaraan opzettelijk zou(den) zijn voorbijgegaan.

Daarbij komt dat de raadsvrouw op basis van de Vidgen-jurisprudentie heeft verzocht om de verklaring van [medeverdachte] niet voor het bewijs te gebruiken. Een bewezenverklaring van het bestanddeel dwang zou uitsluitend dan wel in beslissende mate gebaseerd zijn op de (twijfelachtige) verklaring van [medeverdachte] . De verdediging heeft hem echter niet kunnen ondervragen, omdat hij zich op zijn verschoningsrecht heeft beroepen. Er zijn geen compenserende factoren. Dit betekent dat het gebruik van zijn verklaring voor het bewijs in strijd is met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), omdat het proces als geheel dan niet als eerlijk kan worden bezien.

Oordeel van de rechtbank

Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer]

De verdediging heeft verweer gevoerd op de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] .

De rechtbank stelt ten aanzien van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen het volgende voorop.

De rechter die over de feiten oordeelt, beslist wat hij van het beschikbare bewijsmateriaal betrouwbaar en bruikbaar vindt. Bij de beoordeling van het beschikbare bewijsmateriaal kan de feitenrechter betekenis toekennen aan onder meer de onderlinge samenhang van dit bewijsmateriaal en de mate waarin bewijsmateriaal steun vindt in ander bewijsmateriaal.1

In de jurisprudentie van rechtbanken en gerechtshoven wordt de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen beoordeeld op basis van criteria als consistentie (telkens hetzelfde verhaal vertellen), accuraatheid (verklaring strookt met de werkelijkheid) en volledigheid (gedetailleerdheid). Het enkele feit dat in verklaringen op punten tegenstrijdigheden voorkomen, maakt deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Dat kan immers te wijten zijn aan de feilbaarheid van het menselijk geheugen, teweeggebracht zijn door emoties, schaamte of middelengebruik dan wel ontstaan door het delict of tijdsverloop. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop zij zijn afgelegd.2

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer] consistent, accuraat en volledig -en daarmee betrouwbaar- zijn. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

[slachtoffer] is meermalen door de politie en eenmaal door de rechter-commissaris gehoord en heeft telkens in grote lijnen hetzelfde verhaal verteld. De rechtbank heeft oog voor de door de verdediging aangehaalde passages uit de verklaringen van [slachtoffer] , maar die passages maken haar verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Zij heeft in grote lijnen en op essentiële onderdelen telkens hetzelfde verhaal verteld. Bovendien moet de rechtbank kijken naar de totale indruk die de verklaringen maken, de onderlinge samenhang van haar verklaringen en de mate waarin haar verklaringen steun vindt in ander bewijsmateriaal.

De rechtbank is van oordeel dat haar verklaringen stroken met andere bewijsmiddelen in het dossier, waaronder ook de verklaringen van verdachte en [medeverdachte] . Verder wijst de rechtbank op de getuigenverklaringen van de mannen die seksuele handelingen met [slachtoffer] hebben verricht en personen uit het sociale netwerk van [slachtoffer] , alsook de bevindingen van de politie. De rechtbank wijst ten aanzien van feit 1 in het bijzonder op de verklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3]

en [getuige 4] , maar ook op het onderzoek naar de chatgesprekken tussen verdachte met [slachtoffer] , [medeverdachte] en klanten, de aangetroffen seksadvertentie, boekinggegevens bij [locatie] [plaats 2] en rekeninggegevens van [slachtoffer] en verdachte. Ten aanzien van feit 2 wijst de rechtbank in het bijzonder op de getuigenverklaringen van [getuige 1] en het onderzoek naar de chatgesprekken tussen verdachte en [medeverdachte] , waarin hun plan om een trio met [slachtoffer] te hebben wordt besproken. De rechtbank zal daar later bij de bewijsoverwegingen nader op ingaan.

Tot slot zijn haar verklaringen gedetailleerd. Zo weet zij ten aanzien van feit 1 te verklaren over bijvoorbeeld plaatsnamen, verrichte seksuele handelingen en de verdeling van het door haar verdiende geld. Ten aanzien van feit 2 verklaart zij bijvoorbeeld over dat [medeverdachte] onverhoeds in zijn onderbroek in de kamer stond, de door wie verrichte seksuele handelingen en dat geen condoom werd gebruikt.

Bij dit alles heeft de rechtbank ook laten meewegen dat [slachtoffer] het aandeel van verdachte en [medeverdachte] in de feiten niet groter maakt dan dat zij zijn en dat [slachtoffer] ook belastend over zichzelf heeft verklaard, door aan te geven dat zij samen met verdachte klanten heeft opgelicht.

Het voorgaande maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de verklaringen van [slachtoffer] voor zowel feit 1 als feit 2 betrouwbaar en daarmee bruikbaar zijn.

Bruikbaarheid verklaringen [medeverdachte]

De rechtbank bestempelt de verklaring van [medeverdachte] over feit 2, afgelegd bij de politie en inhoudende dat verdachte het hoofd van [slachtoffer] naar het geslachtsdeel van [medeverdachte] duwde, als een belastende verklaring. De verdediging heeft verweer gevoerd op de bruikbaarheid van die verklaringen van [medeverdachte] , omdat de verdediging [medeverdachte] vanwege een beroep op het verschoningsrecht daarover niet heeft kunnen ondervragen.

Gelet op de uitspraken van het EHRM3 en de jurisprudentie van de Hoge Raad4 hieromtrent geldt het volgende. Dat de verdediging [medeverdachte] feitelijk niet heeft kunnen ondervragen, staat niet in de weg aan het gebruik van de verklaring van [medeverdachte] , mits de procedure in het geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Van belang hierbij zijn het gewicht van de verklaring binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek voor de bewezenverklaring van het feit (sole or decisive) en

het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid.

In onderhavige zaak heeft de verdediging [medeverdachte] niet kunnen ondervragen over zijn belastende verklaring, omdat [medeverdachte] zich op zijn verschoningsrecht heeft beroepen. De rechtbank is echter van oordeel dat, mede gelet op wat de rechtbank hierna zal overwegen over het steunbewijs, een bewezenverklaring van feit 2 niet uitsluitend of in beslissende mate berust op de verklaring van [medeverdachte] . De verklaring van [medeverdachte] is niet het enige en/of doorslaggevende (sole or decisive) bewijs voor feit 2. Dit maakt dat de rechtbank de verklaring van [medeverdachte] , anders dan de verdediging, wel degelijk bruikbaar vindt voor het bewijs.

Bewijsmiddelen

De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen, die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende -zakelijk weergegeven- vast.5

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Feit 1

Verklaring [slachtoffer]

6 ( hierna: [slachtoffer] ) heeft het volgende verklaard, zakelijk weergegeven.

[slachtoffer] kreeg contact met verdachte vanaf eind 2024.7 [slachtoffer] vond verdachte een leuke jongen en werd verliefd op hem.8 Op een gegeven moment heeft verdachte voorgesteld om in de prostitutie te gaan werken. Hij wist dat [slachtoffer] financiële problemen had. Hij begon erover dat zij met zijn tweeën wel geld konden verdienen. [slachtoffer] zei in eerste instantie dat zoiets voor haar niet hoefde, maar toen zij veel bij verdachte was, is dat balletje toch gaan rollen.9 Als verdachte er niet was geweest, had zij het sekswerk nooit gedaan. Zij is erg verliefd op hem geworden, waardoor hij meer macht over haar had dan zij zelf.10

[slachtoffer] heeft ongeveer 2 à 3 maanden sekswerk gedaan. [slachtoffer] deed voornamelijk escortwerk,11 maar heeft ook een tijd in een hotel in [plaats 2] klanten ontvangen.12 Zij is voor sekswerk naar Amsterdam, Groningen, Friesland13 en Lelystad geweest.14 Zij gingen bijna altijd met zijn drieën naar een klant.15

Verdachte regelde de afspraken en deed het klantcontact. Dit ging via de websites [website 1] , [website 2] en [website 3] .16 [slachtoffer] heeft nooit zelf een account aangemaakt, dat werd voor haar gedaan.17 Zij kreeg een bericht van verdachte als er een klant voor haar was. Soms moest zij van verdachte ook een klant regelen, maar verdachte was daar sneller in.18 Verdachte bepaalde waar zij naartoe ging en wat zij moest doen.19 [slachtoffer] kon niet zelf bepalen welke seksuele handelingen zij met een klant zou doen, want dat bepaalde verdachte, die sprak dat af met de klant.20 Verdachte zei dat het altijd onveilig gedaan moest worden, omdat zij dan meer geld zouden verdienen. Daar had [slachtoffer] niet veel keuze in.21 Hij bepaalde ook de prijzen.22 Als [slachtoffer] bij een klant naar binnenging, had zij verdachte vaak aan de telefoon. Verdachte wilde altijd meeluisteren.23

Wanneer [slachtoffer] naar klanten ging, was [medeverdachte] haar chauffeur.24 [medeverdachte] reed en bemoeide zich niet met het regelen van klanten. Dat liep allemaal via verdachte.25 [medeverdachte] wist wel van het sekswerk dat zij deed.26 De verhoudingen waren dat verdachte boven [medeverdachte] stond.27 Een keer zat [slachtoffer] alleen met [medeverdachte] in de auto. Zij kreeg ruzie met verdachte. Verdachte zei dat zij nu naar een klant moest gaan. Toen zei [medeverdachte] op een gegeven moment dat zij gewoon moest gaan. [slachtoffer] is toen wel naar de klant gegaan.28

Ze verbleef veel in het huis van [medeverdachte] in [plaats 2] .29 [slachtoffer] kreeg eigenlijk nooit een dag vrij van verdachte, dat zij iets voor zichzelf kon doen.30 Zij had weinig bewegingsvrijheid.31 Overdag werkte zij bij de [werk] en bijna elke avond en ieder weekend werkte zij in de prostitutie. [slachtoffer] moest daar s avonds gelijk na haar werk heen. Vaak had zij dan nog niet eens gegeten en moest zij gelijk naar een klant.32 Zij moest soms om 00:00 uur of 01:00 uur nog naar een klant toe, terwijl zij ook gewoon om 09:00 uur weer moest werken. Daar werd geen rekening mee gehouden.33 Door de dag heen kreeg [slachtoffer] veel berichten van verdachte, dat zij haar werk moest skippen (de rechtbank begrijpt: overslaan) of zich ziek moest melden omdat een klant per se dan wilde afspreken.34 [slachtoffer] dronk iedere avond en nacht wodka met Red Bull als ze met hen was. Eten deed zij bijna niet.35 Ze kwam in die periode nog wel op haar werk, maar dat ging niet goed. Zij had haar hoofd er niet bij, zag er niet meer verzorgd uit en stonk naar drank en sigaretten.36 Zij was gewoon uitgeput.37

[slachtoffer] ontving het geld vooral contant, maar ook wel via tikkies. Vervolgens ging het geld via een tikkie naar verdachte toe.38 Verdachte wilde de helft van het door [slachtoffer] verdiende geld, omdat hij

de klanten had geregeld.39 [medeverdachte] kreeg ook altijd een deel voor zijn benzine.40 Meestal was het geld snel op aan verdachte, want hij had overal smoesjes voor.41 Er was altijd wel wat, dus het was vaak zo dat haar geld naar verdachte ging.42 Verdachte zei dan dat hij het wel weer terug zou geven, maar zij heeft het nooit teruggezien. Zij heeft er eigenlijk niks aan overgehouden.43

Als zij klanten niet accepteerde, werd verdachte boos en agressief.44 Zij kreeg dreigementen van verdachte dat hij een jongen op haar zou afsturen.45 Als zij klanten niet wilde doen, kwamen er bedreigingen. Zij moest van hem geld terugbetalen, omdat zij klanten heeft laten lopen. Hij heeft die klanten geregeld en als zij niet wilde, dan was dat een schuld die zij bij hem had. Er kwamen daardoor ook bedreigingen binnen op haar werk.46 De ouders van [slachtoffer] wisten niet dat zij sekswerk deed. Daar zat een stuk angst.47 Hij dreigde om naar haar ouders te gaan, om daar geld op te halen.48 [slachtoffer] heeft verdachte ook geld betaald om die schuld af te betalen,49 omdat zij anders die dreigementen -ook naar haar werk en familie- allemaal kreeg en dat wilde zij niet.50

Verklaring verdachte

Verdachte heeft het volgende verklaard, zakelijk weergegeven.

Verdachte sprak er met [slachtoffer] over dat zij bij haar werkgevers niet veel verdiende en dat zij wel sekswerk kon gaan doen. [slachtoffer] schrok daar eerst van, maar wilde dit op enig moment toch wel. Het sekswerk is begin februari 2025 begonnen.

Verdachte heeft van een vrouw een [website 3] overgenomen en vervolgens klanten voor [slachtoffer] geregeld. Hij zat dan vaak bij [medeverdachte] thuis en chatte dan met klanten via [website 3] , soms ook samen met [slachtoffer] . Verdachte was daar dag en nacht mee bezig. Daarna gingen zij met de auto naar de mannen toe. Hij heeft ook een [website 2] voor [slachtoffer] aangemaakt. Verdachte ging bijna altijd mee naar de seksafspraken van [slachtoffer] , samen met [medeverdachte] . [medeverdachte] deed het vervoer. Hij reed [slachtoffer] naar seksafspraken.51 Het klopt wel dat zij klanten in een hotel in [plaats 2] heeft ontvangen.52 Het sekswerk is gestopt toen de politie met hem via de telefoon van [slachtoffer] een stopgesprek voerde.53

Toen verdachte het account beheerde, was de afspraak om het verdiende geld 50/50 tussen [slachtoffer] en verdachte te verdelen. Uiteindelijk is echter het grootste gedeelte van het geld naar verdachte gegaan. Dit kwam omdat verdachte [slachtoffer] met smoesjes vroeg om extra geld. Als verdachte een afspraak met een klant had geregeld en die door [slachtoffer] niet doorging, moest [slachtoffer] verdachte alsnog de helft van het misgelopen bedrag betalen. Verdachte heeft wel eens tegen [medeverdachte] gezegd om [slachtoffer] ten aanzien van het geld te controleren. Hij vindt wel dat hij misbruik van [slachtoffer] heeft gemaakt.

Verdachte heeft wel tegen [slachtoffer] gezegd om seks zonder condoom te hebben en heeft tegen haar gescholden. Het klopt dat hij wel tegen [slachtoffer] dreigementen heeft geuit. Het klopt ook dat hij de werkgevers van [slachtoffer] meerdere keren heeft gebeld omdat hij geld wilde.54

Verklaring [medeverdachte]

heeft het volgende verklaard, zakelijk weergegeven.

Hij heeft [slachtoffer] leren kennen via verdachte.55 [slachtoffer] was stapelverliefd op verdachte.56 Op de bank van [medeverdachte] zat [slachtoffer] vaak bij verdachte op schoot, te flikflooien.57 Ze was een gemakkelijke prooi voor verdachte. Verdachte zei dat zij gemakkelijk geld voor hem kon verdienen.58

Verdachte was haar manager die de afspraken regelde en haar appjes regelde. Hij zat op die website59 en hij regelde voor [slachtoffer] de klanten.60 Verdachte heeft wel tegen [slachtoffer] gezegd: “Als je dit niet doet, dan zal ik je ouders inlichten.”.61

[medeverdachte] bracht [slachtoffer] naar de klanten en weer terug.62 Voor klanten zijn zij een keer naar Amsterdam, Friesland,63 een hotel in [plaats 2] en Groningen geweest.64 Op het moment dat [slachtoffer] in de auto kwam, gaf zij het geld aan verdachte, die het ging verdelen.65 [medeverdachte] sprak met verdachte over dat hij recht had op benzinegeld.66

[slachtoffer] verbleef ook wel bij [medeverdachte] thuis. Dan sliep ze met verdachte in het bed van [medeverdachte] .67 [slachtoffer] was ook altijd wel wat onder invloed.68 Ze was bijna haar baan kwijtgeraakt, omdat zij te vaak te laat kwam en helemaal vermoeid overkwam.69

Bevindingen politie

Op 4 april 2026 heeft de politie via de telefoon van [slachtoffer] tegen verdachte gezegd dat hij moest stoppen met het bedreigen van [slachtoffer] en haar werkgevers.70

De politie heeft een onder verdachte inbeslaggenomen telefoon onderzocht. In de telefoon werd een Whatsapp-chat aangetroffen tussen verdachte en [medeverdachte] .71 In die chatgesprekken staat het volgende, zakelijk weergegeven.

Op 6 februari 2025 stuurt verdachte dat hij [slachtoffer] als hoertje heeft en dat zij geld wil verdienen. Hij heeft afgesproken dat ze gaat “wiepen” voor 350 euro voor een half uurtje.72

Op 14 februari 2025 stuurt verdachte dat [medeverdachte] moet zorgen dat hij met haar meegaat naar de locaties en dat hij moet zorgen dat ze niet worden geschuind (de rechtbank begrijpt: opgelicht).73

Op 20 februari 2025 stuurt verdachte dat haar pauze maximaal 15 minuten mag duren en dat ze dan wel weer door moeten, omdat het vanavond druk wordt.74

De politie heeft de telefoon van [slachtoffer] onderzocht. In de telefoon werd een Whatsapp-chat aangetroffen tussen verdachte en [slachtoffer] .75 In die chatgesprekken staat het volgende, zakelijk weergegeven.

Op 19 februari 2025 vraagt [slachtoffer] wat de klant precies wil. Daarop stuurt verdachte dat [bijnaam 1] 45 minuten voor 200 (de rechtbank begrijpt: euro) wil, [bijnaam 2] “wilt lekker neuken en chillen” en [bijnaam 3] “wilt beetje als een verliefd stel doen”.76

Op 22 februari 2025 stuurt verdachte dat als zij deze klant verneukt, zij ervoor opdraait. Vervolgens stuurt hij: “Hij zit in de auto. Jij moet naaaat de kkk [locatie] nou. Gvd. Als je deze verkloot betaal je uit je eigen kkk zak.” [slachtoffer] reageert dan dat zij daar bijna is en of verdachte de volledige reservering voor haar heeft. Daarop reageert verdachte bevestigend.77

Op 23 februari 2025 stuurt [slachtoffer] dat zij straks naar huis gaat omdat zij heel moe is. Verdachte stuurt daarop: “Ja niks gek klanten komen zoo allemaal.”78

Op 29 maart 2025 stuurt verdachte: “Mijn geld vandaag.79Ben in Groningen wooosh kkk naar de kk osso (de rechtbank begrijpt: huis) van je. Of je zegt het zelf je vader boeit mij niet.”. [slachtoffer] reageert dan dat haar vader daar niet woont. Verdachte zegt dan dat het hem niet boeit, hij het dan bij haar moeder

haalt, hij geld haalt bij wie daar is, hij zijn geld vandaag wil en “anders social media”.80

Op 30 maart 2025 stuurt verdachte dat hij haar nu online gaat zetten. Vervolgens wordt door verdachte een foto van [slachtoffer] verstuurd met daarop de tekst: “ . 600 betalen, melden als je haar ziet en als jij geld regelt, mooie vergoeding die je krijgt!”. Verdachte zegt dat het geen moeite is om haar adres er ook bij te zetten. Vervolgens stuurt verdachte: “IK KNAL DIE KKK HUIS IN. Of je pakt die man nu of ik stuur hem naar je adres. PAK DEZE KLANT SNEL. MIJN GELD NU. IK ZWEER [slachtoffer] . IK DRAAI DE KK NEKKEN OM VAN DIE MENSEN DAAR ALS IK ME KK BORG KOM HALEN.”81. Op 4 maart 2025 stuurt

verdachte een bericht dat [slachtoffer] een klant niet mag verneuken omdat dat haar gaat kosten dat hij wil dat ze met [naam] uit [plaats 3] gaat praten want dan “weet ik zeker dat je nooit weer een grote bek hebt”.82 En op 5 maart 2025 stuurt verdachte: “KLANT GEMIST, JIJ GAAT BETALEN, 125 OP MIJN BANK NU”.83

Feit 2

Verklaring [slachtoffer]

84 heeft het volgende verklaard, zakelijk weergegeven.

[slachtoffer] verbleef veel in het huis van [medeverdachte] in [plaats 2] .85 Verdachte en zij hadden regelmatig gemeenschap in dat huis. Verdachte maakte toen een keer een opmerking van “laten we [medeverdachte] erbij halen”. [slachtoffer] heeft aangegeven dat zij dat niet wilde. Verdachte bleef daarover aandringen. 86 [slachtoffer] vond [medeverdachte] geen aantrekkelijke jongen en ze heeft het daar ook wel eens met [medeverdachte] over gehad. Toen heeft zij ook tegen [medeverdachte] gezegd dat ze dat niet gingen doen.87

Op 14 februari 202588 in het huis van [medeverdachte] ,89 stond [medeverdachte] plotseling in de slaapkamer, toen verdachte en [slachtoffer] gemeenschap hadden. terwijl zij meerdere keren had aangegeven dat zij geen seks met hun beiden wilde. Verdachte hield haar toen gelijk vast op het bed.90 [slachtoffer] kon geen kant op en dacht “Ik blijf maar liggen dan”.91 Verdachte trok de hele tijd de hand van [slachtoffer] naar [medeverdachte] zijn geslachtsdeel toe. [slachtoffer] trok haar hand telkens terug, omdat zij niet wilde. Verdachte wist echter hoe dan ook haar hand bij het geslachtsdeel van [medeverdachte] te brengen. [slachtoffer] heeft zich verder niet verzet, want ze wist dat dat toch geen zin had. Er is vervolgens geneukt. Zowel de penis van [medeverdachte] als die van verdachte is in het geslachtsdeel van [slachtoffer] gegaan. [slachtoffer] heeft [medeverdachte] en verdachte ook gepijpt.92 Verdachte wilde dat [slachtoffer] dingen met [medeverdachte] deed en drukte haar hoofd naar [medeverdachte] zijn kruis.93

Verklaring verdachte

Verdachte heeft het volgende verklaard, zakelijk weergegeven.

[medeverdachte] vond [slachtoffer] altijd leuk, maar hij is heel onzeker. Verdachte wil hem altijd helpen.94 In de nacht van 15 februari is het gebeurd. Ze hadden allemaal een beetje gedronken en waren boven.95 Verdachte heeft op enig moment [medeverdachte] geappt. [medeverdachte] kwam naar boven, ging ernaast liggen96 en heeft toen [slachtoffer] geknald (de rechtbank begrijpt: gepenetreerd).97 Verdachte lag voor [slachtoffer] met zijn geslachtsdeel, zo dat zij hem kon pijpen.98 Ze hebben werkelijk seks gehad. Het is pijpen geweest en [medeverdachte] gaf haar van achter (de rechtbank begrijpt: penetratie).99

Verklaring [medeverdachte]

heeft het volgende verklaard, zakelijk weergegeven.

Op 14 februari 2025 kwam [medeverdachte] in zijn boxer in het pikkedonker de slaapkamer binnen, omdat verdachte hem een appje had gestuurd. [medeverdachte] is op zijn eigen bed, ernaast gaan liggen. [slachtoffer] lag in het midden. [medeverdachte] had toen zoiets van: “Wat doe ik hier?”, want ze waren alleen maar met elkaar bezig.100 Verdachte duwde het hoofd van [slachtoffer] naar het geslachtsdeel van [medeverdachte] . [slachtoffer] heeft [medeverdachte] gepijpt.101

Daarvoor was het zo dat ze zei dat ze liever vrienden wilde blijven.102 [medeverdachte] was maar het sulletje, ze zag hem niet staan.103 [medeverdachte] heeft ook nog wel gezegd: “Misschien moet ze meer drinken, dan zou ze wel wat losser worden.”.104

Bevindingen politie

De politie heeft een onder [medeverdachte] in beslag genomen telefoon onderzocht. In de telefoon werd een Whatsapp-chat aangetroffen tussen verdachte en [medeverdachte] .105 In die chatgesprekken staat het volgende, zakelijk weergegeven.

Verdachte stuurt op 31 januari 2025: “Ga haar zo geil maken. Dan neuken we die hoer. Denk alleen dat 1 van ons alleen met haar moet zijn en daarna dat de andere komt.”.106

[medeverdachte] stuurt op 3 februari 2025 dat ze weet dat ze al vier dagen willen. Daarop stuurt verdachte dat ze er niet van afkomt.107

De politie heeft de telefoon van verdachte onderzocht. In de telefoon werd een Whatsapp-chat aangetroffen tussen verdachte en [medeverdachte] .108 In die chatgesprekken staat het volgende, zakelijk weergegeven.

Op 1 februari 2025 stuurt verdachte: “Plan bedenken. Ze doet sws broooo, alleen ze moet beetje meer zuipen. Of moet nu proberen haar geil te maken en dan bootje sturen als je kan komen. Nuuuu gaat het gebeuren anders hang ik me echt op.”

Daarop stuurt [medeverdachte] : “Hoop ut, anders focking 2de dag niks ofso. Ja valt me tegen qwa drank wat ze doet.”109

Op 15 februari 2025 rond kwart over 4 s nachts stuurt verdachte: “Bro wil je haar alleen doen of pakken we m met zen twee. Nu zeggen. Ik praat met haar. Kom.”110

Bewijsoverwegingen

Feit 1

Inleiding

Mensenhandel is strafbaar gesteld in artikel 273f Sr. Dit artikel staat in titel XVIII, de titel die ziet op de misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid. Het belang van het individu staat voorop, namelijk het behoud van zijn of haar lichamelijke of geestelijke integriteit en vrijheid.111 De opbouw van de aan verdachte ten laste gelegde sub-onderdelen van artikel 273f Sr, te weten sub 1, 4, 6 en 9, is als volgt.

Er is telkens een gedraging beschreven. Bij sub 1 is dat het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en opnemen. Bij sub 4 is dat het dwingen, bewegen of enige handelingen ondernemen met het doel dat de ander zich beschikbaar stelt voor het verrichten van arbeid of diensten. Bij sub 6 is dat het voordeel trekken uit uitbuiting en bij sub 9 is dat dwingen of bewegen te bevoordelen uit de opbrengsten van seksuele handelingen.

In het geval van sub 1, 4 en 9 is vereist dat de verdachte daarbij gebruik heeft gemaakt van een dwangmiddel. In deze zaak zijn ten laste gelegd dwang, (dreiging met) geweld, (dreiging met) een andere feitelijkheid, afpersing, fraude, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie. Daarbij dient er een causaal verband te bestaan tussen het gebruik van het dwangmiddel en de gedraging: de handelingen worden mogelijk gemaakt door het gebruik van (één van de) dwangmiddelen.

Bovendien moet sprake zijn van uitbuiting en opzet. De rechtbank is van oordeel dat deze onderdelen bewezen kunnen worden en zal daaraan geen nadere overwegingen wijden, nu de verdediging daarop geen verweer heeft gevoerd.

Medeplegen

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen. De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Ook wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de (mede)verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte en [medeverdachte] bij feit 1 het volgende af. Verdachte onderhield het contact met klanten en [slachtoffer] en regelde de seksafspraken. [medeverdachte] bracht [slachtoffer] vervolgens naar de klanten. Afgesproken was dat [medeverdachte] alleen zijn benzinegeld vergoed zou krijgen. Verdachte zou de helft van het door [slachtoffer] verdiende geld krijgen. Verdachte stond in hiërarchie boven [medeverdachte] en bepaalde wat er ging gebeuren. [medeverdachte] had daarin niets in te brengen.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] niet is komen vast te staan. De bijdrage van [medeverdachte] aan feit 1 is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht om te spreken van “nauwe en bewuste samenwerking”. Daarom zal verdachte, zoals bepleit door de verdediging, worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.

Gedragingen

De raadsvrouw heeft verzocht verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde gedragingen van sub 1. De rechtbank acht deze gedragingen echter wel wettig en overtuigend te bewijzen en overweegt daartoe als volgt. Verdachte heeft [slachtoffer] geworven, omdat hij [slachtoffer] heeft voorgesteld om sekswerk te gaan doen en hij heeft dit bovendien vervolgens ook mogelijk gemaakt, door het regelen van een account en advertentie op [website 2] , het onderhouden van contact met klanten en het maken van seksafspraken. Verdachte heeft [slachtoffer] vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen, omdat hij [medeverdachte] heeft ingeschakeld om [slachtoffer] rond te rijden, daar hij zelf geen rijbewijs had, en in [medeverdachte] huis of een hotel te laten verblijven.

De rechtbank acht de gedragingen van sub 4, 6 en 9 ook wettig en overtuigend bewezen en zal daaraan geen nadere overwegingen wijden, omdat daartegen geen verweer is gevoerd.

Dwangmiddelen

De raadsvrouw heeft verzocht verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde dwangmiddelen dwang, (dreiging met) geweld, fraude en misbruik van een kwetsbare positie. Volgens de officier van justitie kunnen alle tenlastegelegde dwangmiddelen worden bewezen, met uitzondering van geweld, afpersing, fraude en misleiding.

De rechtbank stelt ten aanzien van het juridisch kader van dwangmiddelen het volgende voorop. Het gebruik van een middel dient ertoe te leiden dat een persoon in een uitbuitingssituatie terechtkomt dan wel dat een persoon ervan wordt weerhouden om zich aan een dergelijke situatie te onttrekken. Het slachtoffer zal door aanwending van het middel te allen tijde tegen zijn zin in een situatie van uitbuiting moeten zijn gebracht, dat wil zeggen waarin hij, als hij daaraan weerstand had kunnen bieden, niet terecht zou zijn gekomen.112

De rechtbank stelt in het bijzonder ten aanzien van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en van een kwetsbare positie het volgende voorop.

Ten aanzien van het dwangmiddel misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht overweegt de rechtbank dat dit veelal uit de omstandigheden kan worden afgeleid. In de wetsgeschiedenis wordt hierbij de vergelijking gemaakt met de mogelijkheid zich op te stellen als een mondige Nederlandse prostitué(e)113, die zelf bepaalt waar, wanneer, met wie en onder welke omstandigheden zij werkt.114In de jurisprudentie wordt ook genoemd dat de situatie waarin een slachtoffer zodanig verliefd op de verdachte was dat zij bereid was tegen haar wil naar zijn uitdrukkelijke wens te handelen, een uit de feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht van de verdachte oplevert.115

Met betrekking tot het dwangmiddel misbruik van een kwetsbare positie geldt dat dit begrip in lid 6 van artikel 237f Sr is gedefinieerd in die zin dat daaronder mede wordt begrepen “een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.”.116

Bij beide dwangmiddelen gaat het in de kern om het ontbreken van vrijwilligheid.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte voornoemde bewezen gedragingen van sub 1, 4, 6 en 9 heeft bewerkstelligd door het gebruik van dwangmiddelen.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte heeft gedreigd met geweld en andere feitelijkheden, zoals het op [slachtoffer] afsturen van een jongen, het online zetten (exposen) van [slachtoffer] en het opzoeken van de ouder(s) van [slachtoffer] . Verdachte heeft ook daadwerkelijk [slachtoffer] online gezet en meerdere keren gebeld naar de werkgevers van [slachtoffer] , zodat “andere feitelijkheden” ook kunnen worden bewezen.

Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte misbruik van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft gemaakt. Uit de verklaringen van [slachtoffer] en de chats blijkt wel dat [slachtoffer] niet zelf bepaalt waar, wanneer, met wie, onder welke omstandigheden en welke seksuele handelingen plaatsvonden, maar dat verdachte daarin het voortouw nam en instructies gaf. Ook maakte verdachte de prijsafspraken. Daarbij is sprake van een situatie waarin [slachtoffer] zodanig verliefd was op verdachte, dat zij bereid was om tegen haar wil en naar zijn uitdrukkelijke wens te handelen. Ook speelt mee dat verdachte inspeelde op de behulpzaamheid en het gemoed van [slachtoffer] , door met meelijwekkende smoesjes te komen waardoor [slachtoffer] hem (nog meer) geld overmaakte.

Gelet op wat hiervoor is overwogen maar ook gelet op het volgende, acht de rechtbank ook dwang bewezen. Verdachte controleerde [slachtoffer] via [medeverdachte] en via de telefoon wanneer zij bij een klant was. Daarnaast dwong verdachte [slachtoffer] om hem geld te betalen, wanneer [slachtoffer] een klant had geweigerd.

Door het gebruik van voornoemde dwangmiddelen heeft [slachtoffer] tegen haar zin seksuele handelingen met anderen verricht en/of geld afgestaan aan verdachte, wat zij, wanneer zij weerstand had kunnen bieden, niet had gedaan.

Anders dan de officier van justitie, en met de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat misbruik van een kwetsbare positie niet kan worden bewezen nu onvoldoende is gebleken dat [slachtoffer] in een kwetsbare positie verkeerde toen zij in contact kwam met verdachte. De rechtbank heeft bij dit oordeel meegewogen dat [slachtoffer] een paar jaar ouder dan verdachte is en werk, een eigen inkomen en verblijfplaats bij haar ouders had. Dit betekent dat de rechtbank verdachte vrijspreekt van dit dwangmiddel.

Van de overige ten laste gelegde dwangmiddelen zal de rechtbank verdachte eveneens vrijspreken, zoals gevorderd door de officier van justitie en bepleit door de verdediging, nu hiervoor onvoldoende bewijs is.

Pleegperiode

De raadsvrouw heeft verzocht de pleegperiode te beperken tot 11 februari 2025 tot en met 31 maart 2025. De rechtbank vindt echter de hele ten laste gelegde periode te bewijzen. [slachtoffer] en verdachte hebben elkaar eind 2024 leren kennen, waarna de verliefde gevoelens bij [slachtoffer] zijn opgewekt en verdachte met het idee om sekswerk te doen is gekomen. Dit was voordat het sekswerk in februari 2025 is begonnen. Daarnaast heeft verdachte zelf verklaard dat het sekswerk is gestopt vanaf het moment dat de politie hem belde via de telefoon van [slachtoffer] . Dat was op 4 april 2025.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel en komt tot een bewezenverklaring van sub 1, 4, 6 en 9.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte [slachtoffer] heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest, opgenomen (sub 1), bewogen om zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele diensten (sub 4), bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengsten van haar seksuele handelingen met anderen (sub 6) en opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van [slachtoffer] (sub 9). Deze handelingen zijn mogelijk gemaakt doordat verdachte dwangmiddelen heeft gebruikt, namelijk door dwang, andere feitelijkheden, dreiging met geweld en andere feitelijkheden en misbruik van

een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht. Daarbij was telkens sprake van opzet op de gedragingen en dwangmiddelen en was sprake van uitbuiting waarop verdachte het oogmerk had.

Feit 2 primair

Steunbewijs

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat feit 2 niet kan worden bewezen, wegens het ontbreken van voldoende steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer] . De rechtbank stelt het volgend juridisch kader voorop.

Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. De Hoge Raad kan daarom geen algemene regels geven over de toepassing van artikel 342, tweede lid, Sv.117

Uit de jurisprudentie van De Hoge Raad volgt niet dat is vereist dat het springende punt (het door de verdachte betwiste onderdeel van de desbetreffende verklaring) steun vindt in ander bewijsmateriaal.Voldoende is dat de gebezigde verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat die verklaring “niet op zich zelf staat”, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt uit andere bron.118 Er mag geen te ver verwijderd verband bestaan tussen de verklaring en het overige gebruikte bewijsmateriaal.119

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer] voldoende worden ondersteund door de verklaringen van verdachte zelf, de verklaringen van [medeverdachte] en de inhoud van de chatgesprekken tussen verdachte en [medeverdachte] . [slachtoffer] wordt allereerst ondersteund in haar verhaal doordat verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte] tijdens de seks met [slachtoffer] heeft geappt waarna [medeverdachte] naar de slaapkamer kwam en er door beide mannen seksuele handelingen met [slachtoffer] zijn verricht. Ook de verklaring van [medeverdachte] biedt steun. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de slaapkamer in het pikkedonker is binnengekomen nadat verdachte hem had geappt, en dat verdachte [slachtoffer] bij haar nek heeft vastgepakt en haar hoofd naar zijn geslachtsdeel heeft geduwd. Tot slot bieden de chats tussen verdachte en [medeverdachte] steun, omdat daaruit duidelijk blijkt dat de mannen al langere tijd bezig waren met hun plan om hoe dan ook samen seks met [slachtoffer] te hebben. Uit deze chats blijkt ook dat [slachtoffer] niet openstond voor een trio en geen seks met [medeverdachte] wilde hebben. Dit betekent dat er voldoende wettig bewijs is voor feit 2.

Medeplegen

De rechtbank is van oordeel dat gelet op voornoemde bewijsmiddelen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] . De mannen hebben samen het plan bedacht en ook samen hun plan uitgevoerd om seksuele handelingen met [slachtoffer] te verrichten. Ze hebben beide seksuele handelingen met [slachtoffer] verricht. Dit betekent dat het medeplegen kan worden bewezen.

Ontbreken van de wil

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat onvoldoende is komen vast te staan dat [slachtoffer] haar wil zodanig heeft kenbaar gemaakt, dat het voor verdachte en [medeverdachte] duidelijk moest zijn dat zij geen instemming verleende. De rechtbank stelt ten aanzien van het bestanddeel ontbreken van de wil het volgende voorop.

Op 1 juli 2024 is de Wet Seksuele Misdrijven in werking getreden, waaronder ook de nieuwe delicten opzet- en schuldverkrachting, zoals aan verdachte in feit 2 zijn ten laste gelegd. In de nieuwe delicten staan de instemming van de ander (consent) en de wilsvrijheid bij de ander centraal. Dit wordt uitgedrukt in de delictsomschrijvingen via het centrale bestanddeel ontbrekende wil. Hieronder wordt verstaan de afwezigheid van een vrije positieve wilsuiting.120 Het ontbreken van de wil heeft een ruimere actieradius dan seksueel contact tegen de wil. Het omvat naast situaties waarin expliciet is gemaakt dat de ander niet wil, ook situaties waarin duidelijk waarneembare indicaties aanwezig zijn voor de afwezigheid van enige vrije positieve wilsuiting bij de ander.121

De afwezigheid van een positieve wilsuiting kan zich manifesteren via een negatieve, terughoudende, terugtrekkende of passieve opstelling van de ander via verbaal of non-verbaal gedrag.122 Verder dient de positieve wilsuiting voort te vloeien uit de vrije wil van de ander. Dit vooronderstelt dat die ander in staat is tot (vrije) wilsuiting. Elk onvermogen tot een vrije positieve wilsuiting bij de ander vereist dat wordt afgezien van seksueel contact.123

De rechtbank is van oordeel dat een positieve wilsuiting ontbrak. [slachtoffer] heeft meermalen, zowel ver voor als kort voor de seksuele handelingen, tegen [medeverdachte] en verdachte gezegd dat zij geen seks wilde met verdachte én [medeverdachte] . Uit voornoemde chats blijkt dat verdachte zich daarvan bewust was maar zich daar niet bij neer wenste te leggen. Toen [medeverdachte] zich tijdens de seks met verdachte bij hen voegde heeft [slachtoffer] meermalen haar hand weggetrokken, toen verdachte probeerde haar hand naar het geslachtsdeel van [medeverdachte] te brengen. Daarna heeft [slachtoffer] zich niet meer verzet. Ze heeft zich dus zowel verbaal als non-verbaal op een negatieve, terugtrekkende en passieve wijze opgesteld. Het bestanddeel “ontbrekende wil” kan dus worden bewezen.

Dwang

De rechtbank stelt ten aanzien van het bestanddeel dwang het volgende voorop. Vereist is dat zodanige pressie op een ander is uitgeoefend dat die ander daardoor niet of in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad een vrije keuze te maken. Die pressie kan een veelheid aan gedaanten aannemen en kan worden uitgeoefend met gebruik van verschillende middelen. Bij het een ander onmogelijk maken anders te handelen kan worden gedacht aan het veroorzaken van een fysiek beletsel of overrompelen.124

In onderhavige zaak is [slachtoffer] zowel fysiek belet als overrompeld. Zij is door verdachte vastgehouden en haar hoofd is door hem naar de penis van [medeverdachte] geduwd. Daarnaast stond [medeverdachte] onverhoeds in de kamer, waardoor [slachtoffer] werd overrompeld. [slachtoffer] had daardoor niet meer de mogelijkheid om een vrije keuze te maken. Dit betekent dat dwang kan worden bewezen.

Opzet

De raadsvrouw heeft betoogd dat niet is komen vast te staan dat verdachte en/of [medeverdachte] opzettelijk zijn voorbijgegaan aan dat [slachtoffer] niet wilde. De rechtbank stelt ten aanzien van het bestanddeel “opzet” het volgende voorop.

De delictsvorm opzetverkrachting heeft betrekking op situaties waarin degene die het delict begaat opzettelijk de ontbrekende wil bij de ander negeert of voor lief neemt. Daarbij kan sprake zijn van vol opzet of de ondergrens van de opzetvariant voorwaardelijk opzet.

Vol opzet is aanwezig wanneer diegene weet dat het niet anders kan zijn dan dat de wil tot seksueel contact bij de ander ontbreekt.

Van voorwaardelijk opzet is sprake wanneer diegene bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de desbetreffende seksuele handelingen plaatsvinden terwijl bij de ander de wil daartoe ontbreekt. De wezenlijk onverschillige mentale houding kenmerkt de ondergrens van het vereiste opzet.

De rechtbank is van oordeel dat zowel bij verdachte als bij [medeverdachte] het opzet aanwezig was. [slachtoffer] heeft meermalen tegen beide mannen gezegd dat zij geen seks wilde in een trio met verdachte én [medeverdachte] . Ook toen [medeverdachte] de kamer binnenkwam, heeft [slachtoffer] herhaald dat zij geen seks met beide mannen wilde. Desondanks hebben beide mannen het seksueel contact doorgezet.

Daarnaast is sprake van onverhoeds gedrag en dwang.

Conclusie

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank gekwalificeerde opzetverkrachting, begaan door twee of meer verenigde personen, wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feit 1 en feit 2 primair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. ​

hij in de periode van 1 januari 2025 tot en met 3 april 2025, te Oldehove, Winschoten, Groningen,

Amsterdam, Lelystad en elders in Nederland, meermalen, telkens

(A)

een ander, te weten [slachtoffer] ,

(B)

- telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten [slachtoffer] (sub 6),

immers hebben verdachte en zijn medeverdachte meermalen, telkens

- door de vertrouwenwekkende houding en wijze van optreden van verdachte [verdachte]

jegens die [slachtoffer] bij die [slachtoffer] verliefde, aanhankelijke en afhankelijke gevoelens opgewekt, waardoor die [slachtoffer] weinig weerstand bood of kon bieden aan de wensen van verdachte, en aldus

verband van die [slachtoffer] verlangd om samen geld te gaan verdienen door tegen betaling seksuele diensten door die [slachtoffer] aan derden aan te bieden en doen/gaan verlenen, en ook daartoe

ouders en werkgevers te bezoeken en op de hoogte te stellen van haar sekswerk en

ook daadwerkelijk heeft gebeld met haar werkgevers met dreigende verzoeken om geld,

- anderszins door de onberekenbare of dominante houding en wijze van optreden van

verdachte jegens die [slachtoffer] bij die [slachtoffer] ook een dreigende sfeer gecreëerd en de

vrees opgewekt dat verdachte geweld op haar zou doen/laten toepassen, al dan niet door een derde, indien die [slachtoffer] niet zou blijven voldoen aan de wensen van verdachte, en

- die [slachtoffer] voortdurend tot prostitutiewerk aanzette, haar werktijden bepaalde en

haar de nachtrust onthield, waardoor die [slachtoffer] zeer vermoeid raakte en haar weerstand ondermijnd raakte,

en

[medeverdachte] te [plaats 2] , en een hotel te [plaats 2] ,

- die [slachtoffer] telkens per auto, die ter beschikking stond van en bestuurd werd door

[medeverdachte] , heeft vervoerd naar plaatsen in Nederland, om klanten te kunnen ontmoeten, voor die uitbuitingsdoeleinden,

en

- een deel van door die [slachtoffer] verworven gelden ingenomen en ontvangen (al dan niet

via tikkies) en behouden, en tevens die [slachtoffer] verzocht en bewogen om extra door die [slachtoffer] verdiend geld aan verdachte [verdachte] af te staan, en

- die [slachtoffer] een deel van de verdiensten in rekening gebracht als schuld aan verdachte [verdachte] indien een klantafspraak niet doorging;

2. primair

hij in de periode van 14 tot en met 15 februari 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte, met een persoon, te weten [slachtoffer] , seksuele handelingen, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht,

te weten het brengen van de penis van medeverdachte [medeverdachte] in de vagina en mond van die [slachtoffer] ,

terwijl verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] wisten dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetverkrachting werd vergezeld van dwang,

immers hebben verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] , tezamen en in vereniging,

slaapkamer in die woning, slechts gekleed in een onderbroek, alwaar verdachte [verdachte] en die [slachtoffer] zich dus reeds bevonden, en

- waarbij verdachte [verdachte] het hoofd van die [slachtoffer] heeft gedrukt naar het kruis van die [medeverdachte] en die [slachtoffer] heeft beetgepakt en vastgehouden.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 en feit 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest met daarnaast een forse voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast verzoekt de verdediging alle door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden op te leggen en deze dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Zij heeft verzocht om in de strafmaat rekening te houden met de volgende persoonlijke omstandigheden. Verdachte heeft openheid van zaken gegeven, is een kwetsbare jonge man en heeft geen gemakkelijke jeugd gehad. Hij kampt met LVB-problematiek en is beïnvloedbaar. Ten tijde van de feiten voelde hij druk om zijn moeder en eigen gezin te onderhouden en zijn schulden af te lossen.

Hij heeft hulp nodig bij het verwerken van traumas uit het verleden en het krijgen van handvatten om met zijn beïnvloedbaarheid en LVB-problematiek om te gaan. Ook heeft hij hulp nodig bij het opvoeden en onderhouden van zijn dochter. Verder is van belang dat hij wordt ondersteund bij het verkrijgen en behouden van beschermende factoren. Hij staat open voor schuldhulpverlening en ambulante behandeling voor onder andere zijn gokverslaving.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het rapport van Reclassering Nederland d.d. 28 november 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 2 september 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer drie maanden schuldig gemaakt aan mensenhandel van een toen 25-jarige vrouw. Verdachte en het slachtoffer kwamen elkaar tegen in een club, waarna zij contact hielden. Het slachtoffer werd verliefd op verdachte. Verdachte wist van de geldzorgen van het slachtoffer en bood haar aan om in de prostitutie te gaan werken en samen geld te gaan verdienen. Het slachtoffer is op dit aanbod ingegaan. Overdag werkte het slachtoffer in een winkel en s avonds en in het weekend deed zij sekswerk. Verdachte gaf het slachtoffer instructies over waar, wanneer, met wie, onder welke omstandigheden en welke seksuele handelingen moesten plaatsvinden. Hij bedreigde haar, zette haar voortdurend onder druk en nam zelfs meermalen contact op met haar

werkgevers. Uiteindelijk heeft het slachtoffer bijna niets van het door haar verdiende geld overgehouden: vrijwel alles is naar verdachte gegaan. Verdachte heeft daarnaast samen met de medeverdachte in die periode onder dwang seksuele handelingen met het slachtoffer verricht, terwijl zij wisten dat het slachtoffer dat niet wilde. Aan de uitbuiting is een einde gekomen nadat een van de werkgevers van het slachtoffer de politie had gebeld, omdat verdachte hun bleef bellen en zij zich ernstige zorgen maakten om het slachtoffer, die oververmoeid op het werk verscheen, zichzelf slecht verzorgde en niet meer goed at en dronk.

Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit en vrijheid van het slachtoffer. Hij stelde zijn eigen financieel gewin en seksuele behoefte boven haar belangen. Het slachtoffer was letterlijk en figuurlijk dag en nacht bezig met (seks)werk om geld te verdienen voor verdachte. Het slachtoffer heeft ter terechtzitting op indringende wijze duidelijk gemaakt wat de feiten met haar hebben gedaan. Ze heeft zich vies en bang gevoeld. Ze heeft geen vertrouwen meer in mannen en laat gevoelens en relaties niet meer toe.

Persoonlijke omstandigheden Voorarrest en justitieel verleden

Verdachte zit inmiddels een jaar in voorarrest. Hij is al eerder veroordeeld, waaronder in 2023 in verband met vermogensfeiten tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. De officier van justitie vordert daarvan nu de tenuitvoerlegging.

Rapport reclassering

De reclassering heeft het volgende gerapporteerd, zakelijk weergegeven. Verdachte heeft een materialistische kijk op het leven en is beïnvloedbaar. Er is sprake van een gebrekkige gewetensvorming en een belaste jeugd. Verder zijn er aanwijzingen voor een verstandelijke beperking. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld en kan alleen worden verlaagd door behandeling. Bij een veroordeling adviseert de reclassering om een aantal bijzondere voorwaarden op te leggen. Een deel van de voorwaarden ziet op reclasseringstoezicht, behandeling en begeleiding. Het andere deel ziet op een aantal verboden/geboden, namelijk een contactverbod met het slachtoffer en de medeverdachte en een locatieverbod en -gebod met elektronische monitoring (enkelband). De reclassering adviseert deze voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Straf

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard en ernst van de feiten en de oriëntatiepunten van het LOVS niet kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, zoals verzocht door de verdediging. Wel ziet de rechtbank gelet op het recidiverisico en de hulp en begeleiding die verdachte nodig heeft, het belang van een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Verder houdt de rechtbank rekening met de problematiek en houding van verdachte. Hij heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij inziet dat hij fout heeft gehandeld, spijt heeft en dat hij wil meewerken aan hulpverlening.

Al met al vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, passend en geboden.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen/gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, te weten seksuele uitbuiting en

opzetverkrachting.

Gelet op hetgeen de reclassering heeft overwogen over het recidivegevaar en de noodzaak voor behandeling, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de hierna te stellen bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich ten aanzien van feit 1 en 2 als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van

30.242,84 ter vergoeding van materiële schade en 11.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal kan worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de wettelijke rente.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de gevorderde materiële schadevergoeding heeft de verdediging aangevoerd dat het dossier onvoldoende concrete aanknopingspunten bevat waarop de precieze hoogte van de verdiensten kan worden vastgesteld.

De raadsvrouw heeft verzocht de gevorderde immateriële schadevergoeding van 4.000,00, die ziet op feit 2, gelet op de bepleite vrijspraak niet-ontvankelijk te verklaren.

De verdediging heeft zich ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding van 7.000,00, die ziet op feit 1, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Tot slot verzoekt de verdediging om verdachte en [medeverdachte] hoofdelijk aansprakelijk te stellen en als aanvangsdatum van de wettelijke rente het moment van begroten van de schade (datum vonnis) te nemen.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Ten aanzien van de hoogte van de materiële schade wordt in de vordering aansluiting gezocht bij de rapportage van de politie omtrent de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze berekening is door de verdediging niet gemotiveerd weersproken. Bovendien staat ook niet ter discussie dat de benadeelde partij weinig van het door haar verdiende geld heeft overgehouden.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door de verdediging is betwist, zal daarom worden toegewezen.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door de verdediging is betwist, zal

daarom worden toegewezen.

Wettelijke rente

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de aanvangsdatum van de wettelijke rente de einddatum van de pleegperiode dient te zijn. De rechtbank zal daarom het toegewezen bedrag ten aanzien van feit 1 (materiële schadevergoeding à

30.242,84 en immateriële schadevergoeding à 7.000,00) vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 april 2025 en het toegewezen bedrag ten aanzien van feit 2 primair (immateriële schadevergoeding a 4.000,00) vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum, te weten 15 februari 2025.

Hoofdelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verdachte feit 2 primair samen met [medeverdachte] heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien [medeverdachte] deze al heeft betaald, en andersom.

De rechtbank zal de vordering voor wat betreft de schadevergoeding van feit 1 niet hoofdelijk toewijzen, omdat de rol van [medeverdachte] ondergeschikt is aan die van verdachte en bovendien [medeverdachte] (vrijwel) niet heeft geprofiteerd van de verdiensten uit het sekswerk.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

Veroordeling in de kosten

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk vonnis van 16 november 2023 van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Amsterdam, is verdachte veroordeeld tot -onder meer- een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 1 december 2023. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij vordering van 20 juli 2026 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gepersisteerd bij die vordering.

Standpunt van de verdediging

Primair heeft de verdediging verzocht de vordering af te wijzen, nu geen sprake is van soortgelijke feiten. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vordering gedeeltelijk toe te wijzen en de gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf. Meer subsidiair heeft de verdediging verzocht dat wanneer de vordering wordt toegewezen en de gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd, daarmee bij de strafmaat rekening moet worden gehouden.

Oordeel van de rechtbank

Nu veroordeelde de bewezenverklaarde feiten 1 en 2 primair heeft begaan voor het einde van de proeftijd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf. De rechtbank ziet geen aanleiding om in plaats daarvan een taakstraf te gelasten. Verder ziet de rechtbank ook geen aanleiding om de tenuitvoerlegging mee te wegen in de strafmaat.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 243, 254 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of

gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;

5. zich niet bevindt in de bebouwde kom van Winschoten en Nieuwe Pekela. Veroordeelde werkt gedurende maximaal een jaar mee aan elektronische monitoring van dit locatieverbod conform het gearceerde gebied in de achter dit vonnis bijgevoegde kaarten. Veroordeelde gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat betrokkene in Nederland blijft.

6. Veroordeelde is op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op het verblijfadres [adres] . De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met veroordeelde, mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft veroordeelde op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van 14 uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 2 uur. In de weekenden heeft veroordeelde een aaneengesloten blok van 8 uur per dag vrij te besteden.

Veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatiegebod. Veroordeelde kan het adres voor het locatiegebod alleen wijzigen, als de reclassering daarvoor toestemming geeft.

Veroordeelde gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat betrokkene in Nederland blijft. Als het Openbaar Ministerie, op verzoek van de reclassering, de genoemde bloktijden verandert, werkt veroordeelde daaraan mee;

7. Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;

8. Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

9. Veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van het Openbaar Ministerie;

10. Veroordeelde werkt op de door de reclassering te bepalen tijdstippen mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest), ter controle van het gebruik van alcohol en cannabis, om het middelengebruik te beheersen.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:

Beveelt dat de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Ten aanzien van feit 1:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer] te betalen:

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat te betalen een bedrag van 37.242,84 (zegge: zevenendertig duizend tweehonderd tweeënveertig euro en vierentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 30.242,84 aan materiële schade en 7.000,00 aan immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 182 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Ten aanzien van feit 2 primair:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer] te betalen:

Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat te betalen een bedrag van 4.000,00 (zegge: vier duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 13 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

13. 255441-22:

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Amsterdam, locatie Amsterdam, van 16 november 2023, te weten: een gevangenisstraf van twee maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B.W. Venema, voorzitter, mr. A. Jongsma en mr. C. Brouwer, rechters, bijgestaan door mr. S. Runia, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 oktober 2026.

Mr. Jongsma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: Locatieverbod, bijzondere voorwaarde 5

Winschoten:

Nieuwe Pekela:

1. HR 4 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:498, r.o. 2.2.

2 Vgl. Hof Den Haag 16 april 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1220, Hof Arnhem-Leeuwarden 13 juni 2016,

ECLI:NL:GHARL:2016:4638, Rb. Zeeland-West-Brabant 18 april 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2547, r.o. 4.3.

3 EHRM 15 december 2011, nr. 26766/05 & 22228/06 (Al-Khawaja en Tahery t. Verenigd Koninkrijk), EHRM

10 juli 2012, nr. 29353/06 (Vidgen t. Nederland) & EHRM 15 december 2015, nr. 9154/10 (Schatschaschwili t. Duitsland).

4 HR 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5539 (Post-Vidgen) & HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576

(Post-Keskin).

5 De hierna te noemen processen-verbaal uit het hierna te noemen procesdossier zijn in de wettelijke vorm

op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt.

De hierna te noemen bewijsmiddelen en paginas bevinden zich -tenzij anders aangegeven- in het dossier

van Regionale eenheid Noord-Nederland, Dienst Regionale Recherche, Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel, met proces-verbaalnummer NNRCC25005 (ARARAT), gesloten op 28 november 2025, doorgenummerd 1 tot en met 948 (map 1 tot en met 4).

6 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 21 augustus 2025, pagina 138 (map 1).

7 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 98 & Het proces-verbaal van verhoor

aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 110 (map 1).

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 101 (map 1).

9 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 21 augustus 2025, pagina 139 (map 1).

10 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 107 (map 1).

11 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 100 (map 1).

12 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 99 (map 1).

13 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 128 (map 1).

14 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 21 augustus 2025, pagina 152 (map 1).

15 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 101 (map 1).

16 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 100 (map 1).

17 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 133 (map 1).

18 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 100 (map 1).

19 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 101 (map 1).

20 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] door de rechter-commissaris d.d. 17 februari 2026,

pagina 5 (afzonderlijk in het dossier gevoegd).

21 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 130 (map 1).

22 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 101 (map 1).

23 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 128 (map 1).

24 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 21 augustus 2025, pagina 143 (map 1).

25 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 119 (map 1).

26 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 116 (map 1).

27 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 113 (map 1).

28 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 120 (map 1).

29 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 101 (map 1).

30 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 127 (map 1).

31 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 101 (map 1).

32 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 21 augustus 2025, pagina 145 (map 1).

33 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 101 (map 1).

34 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 21 augustus 2025, pagina 145 (map 1).

35 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 21 augustus 2025, pagina 149 (map 1).

36 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 116 (map 1).

37 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 101 (map 1).

38 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 121 (map 1).

39 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 117 (map 1).

40 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 118 (map 1).

41 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 117 (map 1).

42 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 121 (map 1).

43 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 117 (map 1).

44 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 99 (map 1).

45 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 122 (map 1).

46 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 101 (map 1).

47 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 126 (map 1).

48 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 132 (map 1).

49 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 21 augustus 2025, pagina 149 (map 1).

50 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 21 augustus 2025, pagina 150 (map 1).

51 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2026.

52 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 oktober 2025, pagina 534 (map 3).

53 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 oktober 2025, pagina 526 (map 3).

54 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2026.

55 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 596 (map 3).

56 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 601 (map 3).

57 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 597 (map 3).

58 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 november 2025, pagina 621 (map 3).

59 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 591 (map 3).

60 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 603 (map 3).

61 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 602 (map 3).

62 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 599 (map 3).

63 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 603 (map 3).

64 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 604 (map 3).

65 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 599 (map 3).

66 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 603 (map 3).

67 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 597 (map 3).

68 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 598 (map 3).

69 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2025, pagina 605 (map 3).

70 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2025, pagina 69 (map 1).

71 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 oktober 2025, pagina 242 & 243 (map 1).

72 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 oktober 2025, pagina 244 (map 1).

73 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 oktober 2025, pagina 245 (map 1).

74 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 oktober 2025, pagina 248 (map 1).

75 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2025, pagina 166 (map 1) & Het proces-verbaal van

bevindingen d.d. 23 september 2025, pagina 191 (map 1).

76 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2025, pagina 194 (map 1).

77 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2025, pagina 172 (map 1).

78 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2025, pagina 174 (map 1).

79 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2025, pagina 175 (map 1).

80 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2025, pagina 176 (map 1).

81 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2025, pagina 177 (map 1).

82 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2025, pagina 179 (map 1).

83 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2025, pagina 200 (map 1).

84 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 21 augustus 2025, pagina 138 (map 1).

85 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 101 (map 1).

86 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 99 (map 1).

87 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 114 (map 1).

88 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 115 (map 1).

89 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 114 (map 1).

90 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2025, pagina 99 (map 1).

91 Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 augustus 2025, pagina 114 (map 1).

92 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 21 augustus 2025, pagina 147 (map 1).

93 Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 12 november 2025, pagina 164 (map 1).

94 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 oktober 2025, pagina 547 (map 3).

95 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 oktober 2025, pagina 561 (map 3).

96 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 oktober 2025, pagina 563 (map 3).

97 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 oktober 2025, pagina 561 (map 3).

98 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 oktober 2025, pagina 564 (map 3).

99 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 oktober 2025, pagina 562 (map 3).

100 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 november 2025, pagina 622 (map 3).

101 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 november 2025, pagina 623 (map 3).

102 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 november 2025, pagina 622 (map 3).

103 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 november 2025, pagina 624 (map 3).

104 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 november 2025, pagina 623 (map 3).

105 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 september 2025, pagina 292 (map 2).

106 Chats gevoegd als bijlage achter het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 september 2025, pagina 296

(map 2).

107 Chats gevoegd als bijlage achter het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 september 2025, pagina 300

(map 2).

108 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2025, pagina 202 (map 1).

109 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2025, pagina 204 (map 1).

110 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2025, pagina 206 (map 1).

111 Kamerstukken II 2003/04, 29291, nr. 3, p. 2.

112 Hof s-Hertogenbosch 22 mei 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:1423.

113 Kamerstukken II, 1988/89, 21027, nr. 3, p. 8.

114 Hof Amsterdam 11 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8541.

115 Hof Amsterdam 30 september 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6850.

116 Kamerstukken II 2011/12, 33309, nr. 3, p. 16.

117 HR 26 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2094, r.o. 3.3.

118 PHR 11 december 2012, ECLI:PHR:2012:BY4834, overweging 4.10.

119 HR 26 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2094, r.o. 3.4.

120 Kamerstukken II 2022/23, 36222, nr. 3, pagina 16.

121 Kamerstukken II 2022/23, 36222, nr. 3, pagina 77.

122 Kamerstukken II 2022/23, 36222, nr. 3, pagina 78.

123 Kamerstukken II 2022/23, 36222, nr. 3, pagina 87.

124 Kamerstukken II 2022/23, 36222, nr. 3, pagina 84.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand