RECHTBANK Noord-Nederland
Team Insolventie
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C18/26/1274 R
Vonnis van 11 september 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,
wonende te geheim adres,
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst de verzoeken toe.
1. De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van donderdag 3 september 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker] ;
- de heer [naam] , partner van [verzoeker] ;
- de heer [schuldhulpverlener van schuldhulpbedrijf] ;
- de heer [beschermingsbewindvoerder van bewindvoeringsbedrijf] .
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.
3. De beoordeling
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 20 februari 2026, zijnde de dag van de ondertekening van de schuldregelingsovereenkomst. De rechtbank wijst het verzoek toe, omdat [verzoeker] gedurende die periode een Ziektewetuitkering heeft ontvangen en zij op grond van die inkomenssituatie geen afdrachtplicht had.
4. De beslissing
De rechtbank:
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,geboren op [geboortedatum] 2000 te [verzoeker] ,
wonende op een geheim adres;
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 20 februari 2026;
benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga;
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder] .
kantoorhoudende te [adres] ;
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Groenewegen, rechter, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026.