RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummers: C/18/26/1234 R en C/18/26/1235 R
vonnis van 30 juli 2026
in de zaak van:
[verzoeker sub 1] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , en
[verzoeker sub 2] , geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , beiden wonende te [adres 1] , hierna te noemen: verzoekers.
1. PROCESGANG
Verzoekers hebben op 21 mei 2026 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 22 juli 2026. Daarbij zijn verzoekers verschenen tezamen met hun schuldhulpverlener, mevrouw [schuldhulpverlener] van de Kredietbank Nederland.
2. RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoekers in Nederland ligt.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
Gebleken is dat verzoekers in de toestand verkeren dat zij hebben opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zullen kunnen voortgaan met betaling van hun schulden. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.
Verzoekers verzocht om een eerdere ingangsdatum als bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw. De rechtbank ziet geen aanleiding om de ingangsdatum te bepalen op de door verzoekers verzochte datum, omdat uit het verzoekschrift is gebleken dat verzoekers niet fulltime werken en ook niet kan worden vastgesteld dat tijdens het minnelijk traject is gesolliciteerd.
De rechtbank hecht er aan op te merken dat van verzoekers tijdens de wettelijke schuldsanering verwacht wordt dat zij volledig werken, dan wel solliciteren naar volledig werk, tenzij hun medische situatie dat belet. Voortgaan op de wijze waarop zij dat tot aan de onderhavige toelating hebben gedaan zal dus binnen de Wsnp problemen gaan veroorzaken.
3. 3. BESLISSING
De rechtbank:
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker sub 1] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , en
[verzoeker sub 2] , geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , beiden wonende te [adres 1] ,
stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf de datum van dit vonnis;
benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga
en tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,
gevestigd te [adres 2] ;
geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan verzoekers gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. Klijn en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.