ECLI:NL:RBNNE:2026:4075

ECLI:NL:RBNNE:2026:4075

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer NL:TZ:2608884:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

NO-verklaring ivm ontbreken verl. Ex art. 285, lid 1 aanhef en onder f Fw. Indien wel aanwezig afwijzing op grond van art. 288, lid 1 aanhef en onder b vanwege lichtvaardige wijze schulden aangaan.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Team Insolventie

Zittingsplaats Assen

Rekestnummer: NL:TZ:2608884:R-RK

Vonnis van 3 september 2026

op het verzoek van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats],

wonende aan de [adres],

verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Samenvatting

[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.

De rechtbank verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in het verzoek.

1. De procedure

Op 16 maart 2026 heeft [bedrijf 1] N.V. een faillissementsrekest tegen [verzoeker] ingediend.

Namens [verzoeker] is op 30 maart 2026 ter afwering van het faillissement van [verzoeker], een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Wsnp). In dit verzoekschrift is gemeld dat [verzoeker] bezig is de vereiste verklaring ex artikel 285, lid 1, aanhef en onder f, van de Faillissementswet (Fw) te verkrijgen, maar dat deze nog niet is verkrijgen.

Op 8 april 2026 heeft de rechtbank bericht dat het faillissementsrekest van [bedrijf 2] B.V. vanwege het verzoek van [verzoeker] om toegelaten te worden tot de Wsnp is geschorst.

Namens [verzoeker] is verzocht de behandeling van het verzoek toelating tot de Wsnp niet te plannen totdat [verzoeker] de zogenoemde artikel 285f verklaring heeft verkregen.

Het verzoek tot toelating tot de Wsnp is gepland op de zitting van 17 augustus 2026. Die behandeling is op verzoek van [verzoeker] aangehouden omdat hij nog niet beschikte over de artikel 285f verklaring.

Het verzoekschrift is vervolgens behandeld ter terechtzitting van 27 augustus 2026, alwaar [verzoeker] is verschenen en op het verzoek is gehoord.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2. Het verzoek

[verzoeker] heeft verzocht te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Bij het verzoekschrift is geen verklaring ex artikel 285, lid 1, aanhef en onder f, Fw gevoegd. Er is geen beroep gedaan op de hardheidsclausule en er is niet verzocht om een eerdere ingangsdatum. Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat hij zich gelijk nadat hij het faillissementsverzoek heeft ontvangen, heeft gemeld bij de afdeling schuldhulp van de Gemeente De Wolden. Voor het opstellen van de verzochte artikel 285f verklaring wijst volgens hem de gemeente naar zijn advocaat en zijn advocaat naar de gemeente. Op dit moment beschikt hij nog steeds niet over de bedoelde verklaring.

3. De beoordeling

Artikel 285, lid 1, aanhef en onder f, Fw verlangt dat voorafgaand aan de indiening van een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een reële poging wordt gedaan om een regeling in der minne te treffen ter oplossing van de schuldenproblematiek. Is een dergelijke regeling niet mogelijk, dan dient het verzoekschrift vergezeld te gaan van een verklaring daarvan. Deze verklaring dient met voldoende redenen te zijn omkleed op zo’n wijze dat op goed onderbouwde wijze duidelijk wordt gemaakt dat en waarom het treffen van een regeling in der minne niet mogelijk is.

Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de verklaring als bedoeld in artikel 285, lid 1, aanhef en onder f, Fw ontbreekt. Er is, zo begrijpt de rechtbank uit het verzoekschrift van 30 maart 2026 en hetgeen [verzoeker] ter zitting heeft verklaard, in het geheel geen minnelijk traject gestart. Het enkele feit dat er een faillissementsrekest is ingediend brengt echter niet met zich dat er in het geheel geen regeling in der minne mogelijk is en dat om die reden het vereiste wettelijke traject kan worden overgeslagen. Bovendien bestaat het minnelijk traject niet enkel uit het doen van een aanbod aan de schuldeisers, maar ook uit het inventariseren van de inkomsten, de uitgaven, het vermogen en de schulden van verzoeker. Nu dit traject niet heeft plaatsgevonden is deze informatie niet geverifieerd en hebben bijvoorbeeld de schuldenaren geen opgave van hun schulden kunnen doen, zodat de schulden op de overgelegde schuldenlijst niet vaststaan.

De rechtbank heeft [verzoeker] meerdere malen gevraagd de ontbrekende stukken, zoals de artikel 285f Fw verklaring aan te leveren, maar deze zijn niet ontvangen. Dit terwijl op verzoek van [verzoeker] het plannen van de behandeling is uitgesteld en de behandeling is aangehouden. Na de indiening van het faillissementsverzoek zijn er meer dan vijf maanden verstreken, zodat [verzoeker] meer dan de wettelijke geboden ruimte van één maand de gelegenheid heeft gekregen om de verklaring in te leveren.

Nu het verzoekschrift van [verzoeker] niet compleet is en ook nadien de ontbrekende gegevens niet zijn aangevuld, zal zijn verzoek op grond van het bepaalde in artikel 287, lid 2, Fw niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat, ook in het geval er wel een deugdelijke artikel 285f verklaring zou zijn overgelegd, er een meer dan reële kans zou bestaan dat de aard van de schuldenlast van [verzoeker] aan een toelating tot de Wsnp in de weg zou hebben gestaan.

In artikel 288, lid 1, aanhef en onder b, Fw is bepaald dat een verzoek tot toepassing van de Wsnp slechts toegewezen kan worden indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.

Uit de overgelegde schuldenlijst is de rechtbank gebleken dat [verzoeker] een (niet geverifieerde) schuldenlast heeft van in totaal € 1.920.318,00, waarvan een groot deel van de schulden binnen drie jaar voor de datum van het indienen van het verzoekschrift tot toelating tot de Wsnp zijn ontstaan. [verzoeker] is in deze periode meerdere leningen aangegaan waarbij, gezien de hoogte van zijn inkomen (AOW-uitkering) en de afwezigheid van verdere vermogen, deze leningen op een dusdanige lichtvaardige wijze zijn aangegaan dat deze schulden in beginsel niet te goeder trouw zijn ontstaan. Hierbij is van belang dat [verzoeker] weliswaar heeft verklaard dat hij op korte termijn kan beschikken over meer dan voldoende vermogen om al zijn schulden af te betalen, hij heeft het over een betaling van

€ 12 tot € 14 miljoen en een betaling van € 6 miljoen, maar dat hij er tot op heden niet in is geslaagd deze potentiële vorderingen te onderbouwen of inzichtelijk te maken.

4. De beslissing

De rechtbank:

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Dit is de beslissing van mr. C.H. Beuker, rechter, in samenwerking met J. Hadders, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.H. Beuker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand