RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Assen
zaaknummer: C/18/25/78 R
vonnis d.d. 28 augustus 2026
in de schuldsaneringsregeling van:
[schuldenaar] , geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
hierna te noemen de schuldenaar.
PROCESGANG
Bij vonnis van deze rechtbank van 12 maart 2025 is de schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Door de bewindvoerder, mevrouw [bewindvoerder], is op 19 augustus 2025 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van het verloop van de schuldsaneringsregeling.
De schuldenaar is, in bijzijn van de bewindvoerder, gehoord door de rechter-commissaris op 15 september 2025.
Op 17 mei 2026 heeft de bewindvoerder de rechter-commissaris nader geïnformeerd.
Vervolgens heeft de rechter-commissaris de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
De zaak is behandeld ter zitting van 24 juli 2026, alwaar de schuldenaar en de bewindvoerder zijn verschenen. Tevens is verschenen de beschermingsbewindvoerder [beschermingsbewindvoerder van bewindvoerdersbedrijf]. De rechtbank heeft ter zitting de beslissing aangehouden, teneinde de schuldenaar in de gelegenheid te stellen om medische stukken te overleggen teneinde aan te tonen dat hij niet in staat is (geweest) om arbeid te verrichten.
De bewindvoerder heeft bij schrijven van 3 augustus 2026 de rechter-commissaris voorgesteld om de schuldenaar vanaf 13 maart 2026 tot het einde van de looptijd van de WSNP te ontheffen van de sollicitatieplicht, onder bijvoeging van een verklaring van [huisarts], huisarts van de schuldenaar.
De rechter-commissaris heeft op 12 augustus 2026 de schuldenaar een ontheffing van de sollicitatieplicht verleend vanaf 13 maart 2026 tot en met 12 september 2026.
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar één of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen en of op die grond de regeling tussentijds moet worden beëindigd.
Uit de verslagen van de bewindvoerder en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken.
De schuldenaar heeft vanaf 13 maart 2026 niet voldaan aan de sollicitatieplicht en evenmin (in voldoende mate) aangetoond dat hij niet in staat was om arbeid te verrichten. De rechtbank zal daaraan echter geen gevolgen verbinden nu de rechter-commissaris de schuldenaar op 12 augustus 2026 heeft ontheven van zijn sollicitatieverplichting vanaf 13 maart 2026 tot en met 12 september 2026. Dit naar aanleiding van na de zitting van 24 juli 2026 door de schuldenaar verstrekte medische gegevens.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat er geen sprake is van een rechtens relevante tekortkoming.
De rechtbank zal de voordracht dan ook afwijzen.
BESLISSING
De rechtbank:
- weigert de beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.D. Bal en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026 door mr. M.C. Groenewegen, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.