RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/382964 / JU RK 26-1526
Datum uitspraak: 7 oktober 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp in het kader van voogdij
in de zaak van
De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 7 oktober 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 7 oktober 2026.
2. De feiten
Bij beschikking van 27 augustus 2020 is [de minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers.
[de minderjarige] verblijft sinds 16 september 2026 bij [verblijfplaats] .
De gedragswetenschapper heeft een instemmende verklaring afgegeven op basis van dossieronderzoek.
3. Het verzoek
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van negen maanden.
4. De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] verbleef van november 2017 tot en met december 2025 in gezinshuis [gezinshuis] te [plaats] . Nadat hier meerdere incidenten hebben plaatsgevonden is [de minderjarige] overgeplaatst naar [locatie] in [plaats] . Ook hier hebben zich meerdere incidenten afgespeeld, waaronder grensoverschrijdend gedrag richting een medebewoonster en bedreigingen richting [de minderjarige] . [de minderjarige] is betrokken in criminele activiteiten, veroorzaakt overlast en houdt zich niet aan de regels van de groep. Naar aanleiding van een incident dat zich heeft afgespeeld waar jongeren op de groep een vuurwerkbom hebben afgestoken voor de deur van [de minderjarige] , is [de minderjarige] overgeplaatst naar [verblijfplaats] in [plaats] , waar de zorgen zich verder hebben uitgebreid. [de minderjarige] is na dit incident door een van de jongens bedreigd. Gezien de locatie van [de minderjarige] en de locatie van de jongen die hem heeft bedreigd, beide in [plaats] gelegen zijn, is [de minderjarige] zijn veiligheid onvoldoende geborgd. [de minderjarige] ziet dit risico zelf niet. Sinds 25 september 2026 is [de minderjarige] spoorloos. Hij geeft aan niet terug te zullen keren naar de groep, staat niet open voor hulpverlening en wenst ook geen hulp meer te ontvangen. Onduidelijk is waar hij verblijft, wat hij doet en er is geen zicht op zijn sociale contacten en mogelijk strafbare handelingen.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De kinderrechter gaat er daarbij vanuit dat [de minderjarige] zo snel mogelijk na plaatsing in persoon zal worden gezien door de gedragsdeskundige.
Omdat de voogdij over [de minderjarige] bij de GI berust, is een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] niet vereist.
De GI, [de minderjarige] , zijn advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 7 oktober 2026 tot 4 november 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI en [de minderjarige] en zijn advocaat op voor de zitting van mr. W.C. Oosterbroek op [datum] bij [accommodatie gesloten jeugdhulp] , locatie [locatie] , te [plaats] ;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.