RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2026 in de zaak tussen
2. [eiseres 1] ,
3. [eiser 2] ,
4. [eiseres 2] ,
5. [eiseres 3] ,
6. [eiseres 4] ,
7. [eiseres 5] ,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dijk en Waard
Samenvatting
Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/3263
1. [eiser 1],
allen uit Heerhugowaard, eisers
(gemachtigde: eiser [eiser 1] ),
en
(gemachtigde: mr. J.E. Boudewijn-van Berkel).
1. Deze uitspraak gaat over het Aanwijzings- en vaststellingsbesluit Parkeerverordening Dijk en Waard 2025 en over de GROP-lijst Dijk en Waard 2025. Eisers zijn het niet eens met de wijziging van de mogelijkheden om te parkeren op het parkeerterrein achter het gemeentehuis in Heerhugowaard. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de nadelige gevolgen van de wijziging voor eisers niet onevenredig zijn. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat er reële alternatieve parkeermogelijkheden zijn. Bovendien is niet gebleken dat is toegezegd dat het college het parkeerbeleid nooit zou veranderen. Eisers krijgen geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen vaststelling van zowel het ‘Aanwijzings-en vaststellingsbesluit Parkeerverordening Dijk en Waard 2025’ als de ‘GROP-lijst Dijk en Waard 2025, adressen die Geen Recht hebben Op een Parkeervergunning’. Met het bestreden besluit van 11 juni 2025 op het bezwaar van eisers is het college bij die besluiten gebleven.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers [eiser 1] , [eiser 2] , [eiseres 2] en [eiseres 4] , [naam 1] (beleidsmedewerker Mobiliteit bij de gemeente Dijk en Waard) en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
Behalve [eiseres 1] wonen alle eisers in een appartement in het appartementencomplex ‘de Coraal’ in Heerhugowaard. Dit gebouw omvat de adressen Koraal 91 t/m 170. Direct naast dit gebouw ligt het parkeerterrein van het gemeentehuis. Tot 1 februari 2025 viel dit parkeerterrein in parkeerzone G. In die parkeerzone kon doordeweeks vanaf 17:00 uur tot 10:00 uur vrij geparkeerd worden en ook op de zaterdagen en zondagen.
Het college heeft op 17 december 2024 het ‘Aanwijzings-en vaststellingsbesluit Parkeerverordening Dijk en Waard 2025’ vastgesteld. Hierin staat onder andere dat parkeerzone C (Stadshart) is bestemd voor het parkeren door vergunninghouders. In bijlage 1 bij dat besluit staat dat parkeerzone C bestaat uit de volgende weggedeelten: Barnsteen, Basserhof, Coolplein, Dolomiet, Koraal, Kwarts, Lapis Lazuli, Maansteen, Middenweg tussen Diamant en Zuidtangent, Middenwaard en Parelhof.
De onder 3.1 genoemde parkeerzone G valt daarmee volledig in parkeerzone C. Voor alle parkeerzones geldt dat van maandag tot en met zaterdag van 09:00 uur tot 19:00 uur en zondag van 12:00 uur tot 19:00 uur parkeren alleen voor vergunninghouders is toegestaan.
Op 17 december 2024 heeft het college ook de ‘GROP-lijst Dijk en Waard 2025, adressen die Geen Recht hebben Op een Parkeervergunning’ vastgesteld. Hierin staat onder andere dat het recht op alle typen parkeervergunningen vervalt voor Koraal 91 t/m 170. Op grond van de Nadere regels Parkeerverordening 2023 waren deze adressen voorheen al uitgesloten van parkeervergunningen.
Zowel het Aanwijzings- en vaststellingsbesluit als de GROP-lijst is in werking getreden op 1 februari 2025.
Tegen beide besluiten is bezwaar gemaakt, onder andere door [eiser 2] , [eiseres 3] , de Vereniging van Eigenaren (VvE) Lapis Lazuli en de VvE ‘de Coraal te Heerhugowaard’. De VvE’s hebben gezamenlijk een bezwaarschrift ingediend. Bij dat bezwaarschrift is een lijst gevoegd met handtekeningen van 155 bewoners of huishoudens. Het bezwaarschrift is aangeboden namens ‘alle getekenden’.
De Commissie bezwaarschriften gemeente Dijk en Waard heeft op 28 maart 2025 een advies uitgebracht. Volgens de commissie worden de bewoners van de Coraal en van Lapis Lazuli onevenredig geraakt door de besluiten. De commissie geeft het college in overweging om bezwaarden niet uit te sluiten van een bezoekersvergunning, of om de parkeertijden van de voormalige zone G in stand te laten zoals onder het vorige beleid.
Het college heeft de bezwaren ongegrond verklaard. Volgens het college leidt het parkeerbeleid niet tot een onevenredige situatie voor de bewoners van de Coraal en Lapis Lazuli. Het college verleent geen bezoekersvergunningen aan deze bewoners en gaat parkeerzone G niet herstellen. In de voorgaande situatie was er in het Stadshart sprake van vier verschillende kleine parkeerzones met elk hun eigen werkingstijden. Dit leidde tot een onduidelijke situatie voor inwoners en parkeerders en een inefficiënt gebruik van parkeerplaatsen door vergunninghouders.
Eisers
Zeilstra heeft beroep ingesteld namens de eisers die in de kop van deze uitspraak staan vermeld. Hij heeft ook beroep ingesteld namens [naam 2] en [naam 3] , maar op de zitting is het beroep namens hen ingetrokken.
Het beroep van [eiseres 1] is niet-ontvankelijk. Voordat iemand in beroep kan gaan tegen de besluiten waar deze procedure over gaat, moet de desbetreffende persoon eerst bezwaar tegen die besluiten hebben gemaakt. Anders gezegd, degene die geen bezwaar heeft gemaakt kan in dit geval ook geen beroep instellen. Dit is bepaald in artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht. [eiseres 1] heeft in privé beroep ingesteld maar niet ook in privé bezwaar gemaakt. Zij heeft bezwaar gemaakt in een andere hoedanigheid, namelijk als voorzitter van de VvE de Coraal. Dat bezwaar wordt geacht te zijn ingediend door de VvE, niet door [eiseres 1] . Er is niet gebleken van redenen om het niet als privépersoon maken van bezwaar niet verwijtbaar te achten.
Verandering in parkeersituatie
In de oude situatie, dat wil zeggen tot 1 februari 2025, hadden bewoners van de Coraal geen recht op een parkeervergunning. Voor 72 van de 80 woningen van de Coraal zijn parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Voor de acht andere woningen zijn op huurbasis in een verderop gelegen parkeergarage plaatsen beschikbaar gesteld. Bewoners en bezoekers konden ook tegen betaling van parkeergeld in deze parkeergarage parkeren. Bewoners en bezoekers konden ook vrij parkeren op het parkeerterrein dat direct naast het gebouw ligt, zijnde het parkeerterrein van de gemeente Dijk en Waard. Vrij parkeren was daar buiten de vergunningtijden mogelijk, dat wil zeggen dat daar van maandag tot en met vrijdag, van 17:00 uur tot 10:00 uur, en gedurende het gehele weekend geparkeerd kon worden.
Met de besluiten zijn onder meer de vergunningtijden veranderd. Daardoor kunnen bezoekers en bewoners nog steeds parkeren op het naastgelegen parkeerterrein maar dan op maandag tot en met zaterdag van 19:00 uur tot 09:00 uur en op zondag tot 12:00 uur en vanaf 19:00 uur.
Grondslag van die verandering
6. Het college betoogt dat uitgangspunten voor het nieuwe parkeerbeleid onder andere zijn: kostendekkend beleid, bijdragen aan klimaatdoelstellingen, gebieds- en
doelgroepgericht beleid en een minder dominante positie voor privéauto’s. In het nieuwe beleid zijn grotere parkeerzones met eenduidige werkingstijden gevormd. Voor het vaststellen van de vergunningtijden is dan ook niet langer het gebruik van de parkeerplaatsen (parkeerdruk) op het parkeerterrein zelf relevant, maar de parkeerdruk in de gehele parkeerzone C. De gemeente streeft ernaar dat het parkeerbeleid tot in elk geval tot 2030 hetzelfde blijft. Dat impliceert dat nu al rekening gehouden moet worden met toekomstige ontwikkelingen zoals bouwprojecten en ruimte voor klimaatadaptatie. Daarom is het college gekomen tot nieuwe vergunningtijden in zone C. Deze belangen prevaleren volgens het college boven een breed gebruik van het parkeerterrein achter het gemeentehuis door bewoners van de Coraal.
Beoordeling door de rechtbank
7. Het Aanwijzings- en vaststellingsbesluit en de GROP-lijst maken deel uit van het parkeerbeleid van het college. Het college heeft beleidsruimte bij het bepalen van dat parkeerbeleid en moet daarbij diverse belangen tegen elkaar afwegen. De bestuursrechter beoordeelt dit terughoudend en toetst of de nadelige gevolgen van de besluiten voor een of meer belanghebbenden niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de besluiten te dienen doelen.
Eisers stellen zich op het standpunt dat zij onevenredig hard worden getroffen door het nieuwe parkeerbeleid. Er kan nog maar beperkt en op incourante tijden gebruik worden gemaakt van het parkeerterrein van de gemeente Dijk en Waard. Er moet volgens hen meer gebruik worden gemaakt van de nabije parkeergarage(s), waarbij beschikbaarheid van een parkeerplaats lang niet altijd zeker is en er extra kosten gemaakt moeten worden voor parkeren. Er kan wel vergunningvrij geparkeerd worden maar dat is op minimaal 800 meter van het Stadshart. Veel bewoners van ‘de Coraal’ zijn senioren en derhalve minder mobiel. Bezoekers van deze senioren zijn derhalve ook grotendeels van dezelfde leeftijdscategorie. De wijziging beperkt of bemoeilijkt het brengen van bezoek aan de bewoners, wat ook eenzaamheid bij veel oudere bewoners in de hand werkt.
De rechtbank volgt eisers niet in het standpunt dat de door hen genoemde nadelige gevolgen onevenredig zijn. Daarvoor is onder andere relevant dat niet alleen de Coraal is uitgezonderd maar ook andere gebouwen zoals woning- en bedrijfscomplexen aan de straten Lapis Lazuli, Barnsteen, Middenwaard, Coolplein en Kwarts. Ook voor die gebouwen geldt dat bij de bouw parkeeroplossingen op eigen terrein zijn gerealiseerd en dat de gemeente geen parkeeroplossing zoals afgifte van bewonersvergunningen en bezoekerspassen of
-uren op openbare, gemeentelijke grond heeft gefaciliteerd. Daarnaast acht de rechtbank de wijze waarop het college het nieuwe parkeerbeleid heeft ingevuld in het licht van de daaraan ten grondslag gelegde doelstellingen, zoals hiervoor onder 6 beschreven, op zichzelf niet onredelijk.
De rechtbank acht ook relevant dat de woningen van de Coraal elk over een eigen parkeerplaats beschikken en dat bewoners en bezoekers daarnaast nog steeds, zij het binnen beperktere tijden, kunnen parkeren op het parkeerterrein achter het gemeentehuis. De rechtbank overweegt verder dat het college genoegzaam gemotiveerd heeft dat er voor bewoners van de Coraal en hun bezoekers ten opzichte van de oude situatie voldoende alternatieve parkeermogelijkheden zijn. Het college voert namelijk aan dat de parkeergarage P4 Stadsplein doordeweeks overdag niet meer overvol staat, aangezien sinds 2025 door een verhoging van de parkeertarieven lang parkeren wordt ontmoedigd. Eisers stellen weliswaar dat de parkeergarage altijd vol staat maar zij hebben dat niet verder onderbouwd. Daarom gaat de rechtbank aan dat standpunt voorbij. Dit betekent dat aannemelijk is dat die parkeergarage op alle momenten van de dag en week voldoende plaats biedt voor bewoners en bezoekers van het Stadshart, waaronder die van de Coraal. Het college heeft de door eisers genoemde loopafstand van 250 meter van de Coraal tot de parkeergarage redelijk mogen achten. Daarbij komt dat bewoners en bezoekers die die afstand fysiek niet kunnen afleggen mogelijk in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerkaart waarmee zij op grond van de Parkeerverordening Dijk en Waard 2025 ook binnen vergunningtijden op het parkeerterrein achter het gemeentehuis mogen parkeren. Het college heeft daarnaast de avond- en nachtabonnementen van belang mogen achten die sinds begin 2025 worden aangeboden om dagelijks van 17.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag te kunnen parkeren in de parkeergarages in het Stadshart. Deze zijn ook aan te vragen door bewoners van de Coraal die bijvoorbeeld in het bezit zijn van een tweede voertuig.
Vertrouwensbeginsel
8. Naar de rechtbank begrijpt, doen eisers ook een beroep op het vertrouwensbeginsel. Eisers stellen immers dat het college voorbij is gegaan aan de ruimtelijke onderbouwing van 1 augustus 2018, die hoort bij de omgevingsvergunning voor de realisatie van hun appartementencomplex. Daarin was het parkeerterrein bij het gemeentehuis een belangrijke pijler voor het opvangen van de parkeervraag van bezoekers. Eisers stellen dat zij op basis daarvan de woningen gehuurd dan wel gekocht hebben. Ook wijzen zij op een gesprek met een wethouder waarin zou zijn gezegd dat bewoners en bezoekers aanvullend op de toen geldende tijden konden parkeren op het parkeerterrein.
Paragraaf 5.1 van de door eisers genoemde ruimtelijke onderbouwing gaat over parkeren. De rechtbank constateert dat daarin staat dat bewoners op eigen terrein en in de parkeergarage Stadsplein kunnen parkeren, alsmede dat diezelfde parkeergarage en het parkeerterrein bij het gemeentehuis voldoende ruimte bieden voor parkeren door bezoekers. Daarin ligt een keuze besloten om bezoekers uit te sluiten van het recht op een parkeervergunning. Daarbij komt dat in de ruimtelijke onderbouwing niet gesproken wordt over een exclusief gebruik van het parkeerterrein bij het gemeentehuis. Bovendien staat daar ook al in dat bezoekers niet op het parkeerterrein mogen parkeren op de tijden dat alleen door vergunninghouders geparkeerd kan worden. De rechtbank ziet niet dat hier het vertrouwen zou zijn gewekt dat het beleid nooit gewijzigd zou worden. Ook is niet gebleken dat de desbetreffende wethouder een concrete, ondubbelzinnige toezegging zou hebben gedaan dat het beleid nimmer aangepast zou worden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt daarom niet.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep van [eiseres 1] is niet-ontvankelijk. Het beroep van de andere eisers is ongegrond. Dat betekent dat het Aanwijzings- en vaststellingsbesluit en de GROP-lijst in stand blijven. Gelet op de niet-ontvankelijkheid en de ongegrondheid, krijgen eisers het griffierecht niet terug en krijgen zij ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep van [eiseres 1] niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep van de andere eisers ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J. de Vries, rechter, in aanwezigheid van
mr. F. Vermeij, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.